woensdag 27 mei 2020

de wijsheden van pipo cornetto


122

Brel van Brel is de beste met één long gezongen plaat ooit.


123

Ik ben altijd ernstig, behalve als ik het niet ben.

vorig jaar 170


190526

Waar ik de vorige keer dat ik meefietste niet meekon, daar trek ik nu tientallen kilometers de kop: mijn conditie is na mijn tochtje heen en terug naar Praag opnieuw op peil. * (…) * Verkiezingsdag. Het wordt alweer een zwarte zondag. Bijna de helft van de Vlamingen stemt extreemrechts. (‘Centrumrechts tot rechts’, zegt De Wever.) Eén op de twee mensen die je op straat tegenkomt. Het is een welvarend, zelfgenoegzaam, angstig, haatdragend, dom en zeer manipuleerbaar volkje. ‘Mochten het ooit tot een absolute meerderheid van die twee samen komen,’ zegt S., ‘dan verhuis ik. Lille ligt per slot van rekening dichter bij mijn werk in Ieper dan Brugge. Ik heb geen zin om als een sociaal-gevaarlijk sujet te worden opgepakt door hun tegen dan openlijk, zichtbaar en geüniformeerd optredende stoottroepen.’ ‘Nooit gedacht,’ schrijft een commentator op Facebook, 'dat ik het moet meemaken dat de openbare omroep filmt hoe twee Voorpostmilitanten de deur bewaken waaruit de voorzitter van de winnende partij tevoorschijn moet komen op weg naar het podium waar hij zijn overwinningstoespraak zal geven.' Een speech, overigens, die opvallend mild en vriendelijk is voor de verliezers. Tactiek! En het zijn allemaal verliezers: het salonfähigere extreemrechts en het hele centrum dat is geïmplodeerd, de voormalige, vanoudse volkspartij op kop. Ook Groen is een verliezer want ze gaan, zeker na een paar maanden van klimaatmarsen en klimaataandacht, slechts een paar procentpunten vooruit. (De term ‘procentpunt’, afgekort tot ‘punt’, is nu helemaal ingeburgerd.) Enkel die andere ‘extreme’ partij (in het jargon van de VRT-journalistiek) groeit even spectaculair – verdubbelend, verdriedubbelend – als de fascisten. Maar zij komen evenmin in aanmerking om mee te regeren. Het ziet ernaar uit dat de volgende Vlaamse regering een coalitie van de verliezers zal worden. Maar de kaarten zijn niet eenvoudig geschud. En zeker federaal wordt het een zeer moeizame aangelegenheid om de wil van de kiezer (‘die altijd gelijk heeft’ – wat ik zeer ernstig durf te betwijfelen want je kunt pas gelijk hebben als je een mening verkondigt en dat kun je pas als je daarover hebt nagedacht) te vertalen in een werkbare meerderheid. Op Facebook wijs ik op de verantwoordelijkheid van de pers in het banaliseren van het extreemrechtse kwaad. Iemand verwijt me dat het al te gemakkelijk is om te schieten op de boodschapper. Maar ik zeg al jaren wat ik nu ook Jan Blommaert zie hekelen: de entertainisering van de politieke berichtgeving, waarbij politici hun waardigheid en distantie inruilen voor schermseconden en de nauwelijks toegestane gelegenheid om iets van hun debatfiches te debiteren. Met politiek denken, argumenteren, dialogeren heeft dit niets te maken. Je moet dan ook niet klagen over het gebrek aan geloofwaardigheid en over het ontbreken van enig ethisch besef bij de kiezer, die zijn verbolgenheid over de verplichting om deel te nemen aan iets waarvan hij het nut niet meer inziet, omzet in een stemgedrag waarvan hij vermoedt dat het tegen de meest mogelijke haren instrijkt. * (…) *

20.16 * 38,7 * 25,0 * 762,6

Zuienkerke - Uitkerke - Zeebrugge - Zwankendamme - Lissewege

LVO 193



Wij waren vooraf formuliergewijs op de hoogte gebracht van het feit dat jongeheer Hamid Benoudiba problemen had met de stoelgang. Dit wil zeggen: mijn ouders waren daar door mijn zus, die de contacten met de organisatie verzorgde, over ingelicht. Mijn ouders op hun beurt, en dat zal dan wel mijn moeder zijn geweest aangezien mijn vader zich ook hier verre van hield, brachten alle belanghebbenden op de hoogte. Mij dus ook. Wanneer genaamde Hamid Benoudiba aangaf kortelings enige stoelgang te zullen produceren, dan moest belanghebbende de genaamde Benoudiba ijlings op een gepaste sanitaire voorziening positioneren en vervolgens de benodigde coördinatie aanmoedigen. Wij, Hamid en belanghebbende, vatten deze taak ludiek op, en spraken de magische formule uit: Un, deux, trois, feu!
Komiek, wat een mens allemaal onthoudt.
Hamid was, denk ik toch, graag bij ons. Het zal wel een cultuurshock geweest zijn: van een of andere bidonville in Algiers (weet ik niet zeker, maar de kans is reëel dat het Algiers was) naar een overbeschermd, ronduit geprivilegieerd en luxueus verkavelingsleventje – al ben ik nu geneigd te stellen dat het al bij al nog vrij sober was – in een land waarvan hem wellicht was voorgespiegeld dat het unisono Franstalig zou zijn. Dat moet een teleurstelling zijn geweest. Maar voor de rest zullen wij wel sterren hebben gekregen op het evaluatieformulier.
Toen zijn tijd was aangebroken, beloofden wij hem halfslachtig dat hij wellicht, misschien, waarschijnlijk het volgende jaar zou mogen terugkomen. Maar ik heb Hamid Benoudiba nooit teruggezien. Ik heb ook niet aangedrongen, vermoed ik. Ik herinner mij niet ooit nog iets van hem te hebben gehoord. Ik herinner me niet eens of ik mij hem het volgende jaar nog herinnerde. Ik zal het te druk hebben gehad met koersen en sigaretten roken met mijn vriend Luc C., die niet Franstalig was.
Maar nu herinner ik mij dat frêle jongetje uit Algiers wél. Ik vraag me af wat er van hem geworden is. Of hij misschien, als hij nog leeft tenminste, nog wel eens terugdenkt aan die rare, verre vakantie, aan dat huis waar hij die slaapkamer moest delen met dat al even frêle, bleke jongetje.
Op Facebook vind ik één persoon die heet zoals Hamid Benoudiba heette. Ik zal nooit weten of hij het is – en eerlijk gezegd, wát zou ik dan weten als ik dat zou weten?


(wordt vervolgd) 
lees vanaf hier deel 1
lees hier vanaf het begin van deel 2