zondag 17 oktober 2021

wolken 4347

wolkenfragment uit Simon Carmiggelt, Onzin 

4347

Later kwam het toch weer in orde, doordat wij elkander schreven, maar kort na onze verzoening dreven nieuwe wolken voor de zon. (168)

6251

Berlijn, Joods Museum - 210825

 

zaterdag 16 oktober 2021

notitie 5

INTIEME BRIEVEN

 

Ik keek geboeid naar de eerste aflevering van het nieuwe seizoen. Een boeiend gesprek met schrijver Stefan Hertmans over, onder meer: de genoegens van het lesgeven; schrijven uiteraard (‘Wat gedichten betreft, ben ik zeker een prutser’); schilder Karel Dierickx; de improvisatiekunst van jazzpianist Keith Jarrett; cultuurfilosoof George Steiner; het ouderschap; de absurde bureaucratie waarin asielzoekers worden vermalen; bomenkenner Peter Wohlleben; het tweede, ‘Intieme brieven’ genaamde strijkkwartet van Leoš Janáček; de liefde; een scène uit Der Himmel über Berlin van Wim Wenders; en, naar aanleiding van dat fragment, Homeros.

Hertmans geeft op een gegeven ogenblik, na een filmpje over de herintroductie van de wolf in een Amerikaans natuurgebied, zijn mening over de toestand van de planeet. Ik transcribeer even Hertmans (vanaf 01:06:45): ‘Ik ben nogal pessimistisch. Ik denk dat het eigenlijk al, zoals bepaalde klimaatfilosofen zeggen, te laat is, dat die tweehonderd jaar fossiele brandstof… De verzuring van de oceanen, dat is zo’n massief proces, dat is zoveel water. Het stukje Aarde dat wij bewonen is daarbij vergeleken peanuts. Als die oceanen blijven verzuren… De sterfte die op ons afkomt is gigantisch. Ik denk niet dat we daar veel kunnen aan doen. We kunnen wel met auto’s met batterijen gaan rijden, maar voor die batterijen zijn ze inmiddels de mangaanbollen van de oceaanbodem aan het schrapen. Dat is even erg. Daar wordt ook weer een ecosysteem van een miljoen jaren oud… Het houdt niet op.’

Dit komt hard aan. Van een éminence grise verwacht je troostende woorden, een perspectief.

De immer minzaam glimlachende Thomas Vanderveken lijkt er alles aan te willen doen opdat er geen zware zwarte deken over zijn programma zou worden gelegd. Liever niet te veel unconvenient truth, en al zeker niet op de avond van de dag waarop ergens tussen de twintig- en zeventigduizend mensen klimaatbetoogden in Brussel. ‘Wat je nu zegt, is waar mensen op de duur ziek van worden. En dan zeggen ze: “Laat het maar, ik wil het niet meer horen, ik kan er toch niets aan doen.” We kunnen zo weinig doen, en als we iets proberen te doen, is het weer fout. Dat maakt het heel moeilijk. Misschien moeten we dat even aan de kant leggen en teruggaan naar wat je eerst zei. Misschien is er nieuwe kennis vandaag… Dit [fragment over hoe de terugkeer van wolven een heel ecosysteem gunstig beïnvloedt] is een hoopgevend verhaal waardoor we de dingen terug in balans kunnen brengen en een nieuw evenwicht kunnen zoeken. Oké, niet alles is, zoals in dit filmpje, hersteld. Het wordt wel heel mooi voorgesteld. Maar er is wel een beter evenwicht dan vóór de wolf werd geïntroduceerd.’

Daarna begint Hertmans over hoe verloren gewaande vogelsoorten tijdens de eerste lockdown in zijn tuin opdoken. Het gevaar is afgewend, er volgt een korte beschouwing over het engagement van de schrijver en dan kunnen we over naar de ‘Intieme brieven’.

 


Alleen Elvis blijft bestaan, jaargang 11, aflevering 1, nog te bekijken op VRT NU.

6250

Berlijn, Joods Museum - 210825

 

vrijdag 15 oktober 2021

notitie 4

DADERS EN SLACHTOFFERS

Natuurlijk ben ik nieuwsgierig naar de afloop van het proces-Bart De Pauw. Die zaak interesseert me op verschillende niveaus – ik som ze even op want alles is goed om aan te voeren dat ik niet alleen maar sensatiebelust ben.

Ik ben geïnteresseerd in hoe de relaties tussen mannen en vrouwen zich ontwikkelen in deze tijden van zoeken naar nieuwe evenwichten tussen de seksen. (Neutraler kan ik het niet formuleren. Ik hoop dat men mij er, op basis van deze formulering, niet van verdenkt dat ik vind dat de situatie die we achter ons laten evenwichtig was.) Ik ben geïnteresseerd in het daderschap en in het slachtofferschap en hoe die twee eigenschappen mogelijk verdeeld zijn over dader en slachtoffers. (Ja, ik bedoel dat de dader mij ook een slachtoffer lijkt te zijn, zoals ik ook niet uitsluit dat de slachtoffers – tot op zekere hoogte, voeg ik er zeer matigend aan toe – daders zijn.) Ik ben geïnteresseerd in rechtspraak maar ook in justitiële journalistiek. Wat dat laatste betreft kan ik niet zeggen dat men er niet alles aan doet om aan mijn nieuwsgierigheid tegemoet te komen. (Mijn gewaardeerd Facebookcontact Peter Terryn vroeg zich zelfs al af of de zaak-BDP een nieuw televisieformat is.) Er is zelfs in die mate voldoende berichtgeving hierover dat het confronterend wordt: het feit dat ik die dingen gretig volg – bijvoorbeeld op De Standaard Online, toch een serieus medium dat tot nader order nog niet het epitheton riooljournalistiek opeist (maar soms wel verdient) – confronteert mij met het besef van een nieuwsgierigheid die, ondanks alle motiveringen hierboven, beslist ook minstens voor een deel als ongezond te kwalificeren valt.

Ten slotte heb ik, naast de hierboven genoemde vormen van interesse, op een metaniveau belangstelling voor de manier waarop dit proces alle aandacht naar zich toe zuigt, ook de aandacht die we horen te hebben voor aangelegenheden die wérkelijk belangrijk zijn en die op alle mogelijke manieren dit fait divers – want dat is en blijft het – overstijgen. Misschien worden we wel beziggehouden.

Maar ik wil dus wel weten hoe het afloopt. Misschien zou u graag weten op welke manier ik wil dat het afloopt. Dat ga ik u niet zeggen. Het is op eieren lopen. Elke mogelijke wens stuit op een muur van afkeuring en onbegrip. Als ik zeg dat BDP moet gestraft worden, dan krijg ik het deel van de bevolking over mijn kop dat vindt dat zijn daden misschien niet oorbaar zijn maar daarom toch nog niet crimineel, en dat de man al voldoende gebroodroofd is. Als ik zeg dat BDP al genoeg gestraft is, dan krijg ik de – hoe heet het – woke gemeenschap over me heen die vindt – en daar valt ook iets voor te zeggen natuurlijk! – dat het maar eens gedaan moet zijn met dat macho machtsmisbruik van corpulerende mannen die te weinig moederliefde hebben gekend.

Naar verluidt zou het er op de sociale media heftig aan toe gaan. Tessa Vermeiren, eveneens gewaardeerd Facebookcontact, noemde de gedachtewisselingen aldaar ‘goor’. Ik hoor en lees het liever niet. Ik ben zelf een dader, ik ben zelf een slachtoffer. Ik probeer met beide te empathiseren. Daar heb ik mijn handen mee vol.

 


 

De zaak-Bart De Pauw, op alle zenders en alle kanalen, en in alle media.

6249

Berlijn, Joods Museum - 210825

 

donderdag 14 oktober 2021

notitie 3

AFLUISTERPRAKTIJKEN

Om mijn verjaardag te vieren werd ik eergisteren getrakteerd op een etentje in Malabar, op de hoek van de Jozef Suvéestraat en het Astridpark, een eethuis dat ik bij deze zeer aanbeveel omwille van de gunstige prijs-kwaliteitverhouding (de roggenvlerk is er voortreffelijk), maar ook omdat het er verre van poepsjiek is (zoals in de kortfilm Beau Monde van Hans Vannetelbosch, nog tot 7 november te bekijken op VRT NU) én omdat je er, zoals mij gisteren overkwam, flarden kunt opvangen van het gesprek dat de gasten aan het belendende tafeltje voeren – al is dat niet altijd even prettig.

Niet dat het gesprek aan mijn eigen tafeltje mij niet boeide of dat ik actief aan het luistervinken sloeg, maar de drie oude mannen die, gezien de krapte van het etablissement, behoorlijk dicht tegen ons aan zaten, spraken in die mate luid en niet bepaald samenzweerderig dat ik wel niet anders kon dan die flarden op te rapen. Het begon met die ene, de kleinste van de drie, die aanvankelijk met zijn rug naar ons toe gekeerd zat. Te dicht eigenlijk, reden waarom hij op de stoel aan de overzijde van zijn tafeltje ging zitten. Zo keken wij tegen zijn voorgevel aan. ‘Of ziet u liever mijn rug?’ vroeg hij, toen hij zag dat ik van zijn manoeuvre opkeek. ‘Neenee,’ gebaarde ik. Het mannetje zag er van de drie het best geconserveerd uit: klein maar nog slank en met een levendige blik in de ogen. Zijn twee vrienden hadden al knauwen gekregen.

Af en toe een flard, dus. Het ging over Indianapolis (‘Ja, tot op het circuit!’), over de beurs, over de kuisvrouw. Klein kieperde de tijd dat wij daar zaten een tweede, een derde, een vierde glas witte wijn naar binnen. Zijn maat links van hem, rechts voor de kijkers, een keurige man met sneeuwwit haar, hield het bij koffie. De witte wijn werd in gulle glazen geserveerd. Klein herhaalde een paar keer dezelfde witz: ‘Wil jij in mijn plaats straks naar de tandarts gaan?’ Dat vroeg hij aan de man aan zijn rechterzijde, links voor ons: al wat onvaster in de mimiek, met een opvallende brede gouden ring aan een van zijn duimen.

Ze zaten er warmpjes bij, die drie, zoveel was duidelijk. Heertjes op pensioen, op een eenvoudige dinsdagmiddag op restaurant. Moet kunnen, natuurlijk, niets op tegen. De volgende flard ging over politiek. Die witte had op tv een N-VA’er uit Leuven gezien. ik spitste mijn oren. ‘Die man vertrouwde ik. Die doet echt goed zijn best. Maar hoe heet hij ook alweer?’ Ik kon er ook niet meteen op komen. Toen de naam me te binnen schoot, had ik de neiging om hem te noemen. ‘Toch maar niet,’ hield ik mezelf tegen. Ze zouden eens moeten denken dat ik hen afluister. Het gesprek stuiterde naar Petra De Sutter. Toen zei Klein opeens: ‘Ik ben lesbisch’. Het was als grap bedoeld. Dat zag ik in zijn ogen. Hij had duidelijk de recentste ontwikkelingen op het vlak van genderfluïditeit nog niet geïncorporeerd.

De kleine – duidelijk de aanvoerder van het trio – vroeg en kreeg de rekening en becijferde daarop, tot op de cent nauwkeurig, hoeveel elk van de drie diende te betalen. Drie verschillende bedragen waren het want een witte wijn is geen koffie en Goud had maar twee chardonnays achterovergekieperd. Opgeteld correspondeerden de drie bedragen precies met het op het kasticket vermelde totaal. Wit trok zijn jas aan. Zullen we nog een laatste drinken? vroeg de kleine aan Goud toen Wit het pand had verlaten. Oké, zei Goud en hij wenkte de ober, die nog maar net al het kleingeld had opgeraapt en geteld, en nu gebaarde dat hij het niet meteen zag.

 

© rr

 

 

 

6248

Berlijn - 210825

 

woensdag 13 oktober 2021

wolken 4342-43-46

wolkenfragmenten uit Gerard Reve, De Taal der Liefde

4342

Het weer was nog steeds goed, maar werd reeds minder warm dan de vorige dag; er was nog wat meer bewolking komen opzetten, en ook nam de wind toe, die de toppen van de bomen in de dierentuin aan de overkant beroerde. (28)

4343

Ik herinnerde mij hoe, toen ik ongeveer zeven of acht jaar oud was, een buurjongen met een schipperstrui en een zwart fluwelen korte broek aan, in een aan de onze grenzende achtertuin, zichtbaar voor alle buren, wegens een of ander vergrijp door zijn vader langdurig en met uitoefening van grote kracht over de knie werd gelegd, en spartelde en luid huilend bleef schreeuwen terwijl het bijna onmerkbaar, uit een grijs wolkendek, motregende over de ontelbare, reeds half vergane schuurtjes, konijnenhokken, zandbakken, fietsenhokken, verweerde goedkope tuinbeeldjes en tot onrein, dood water geworden vijvertjes – alles wat de arbeidersstand binnen zijn open gevangenissen van telkens vier straten wist uit te denken of op te richten. (29-30)

4344

De penhouder waarmede dat ontroerende boek op het papier is gesteld, die is gestolen, ik weet niet door wie, maar het kamertje is er nog, en het dakraam waarboven de wolken zich voortspoeden. (80)

4345

Ik liet mijn blik, langs het plafond, naar het raam glijden en keek naar de snel betrekkende hemel met erg onwaarschijnlijke wolken, die men eerder op een tekening of prentbriefkaart zou verwachten, en die zich van link naar rechts voortspoedden, terwijl ervóór de kruin van het berkeboompje in de achtertuin dat Woelrat vijf jaar geleden geplant had, met duizenden blaadjes geluidloos huiverde. (158-159)

4346

Ik had mij weer, op één elleboog leunend, opgericht, en keer naar het voortschuivende wolkendek en de top van de berk, in de achtertuin, die maar van blaadje tril, blaadje tril deed, duizendvoud. (185)

facebookbericht 1216

We zien het vaker gebeuren. Men vindt de 'initiatiefnemers' niet sympathiek, ja, men acht zichzelf bevoegd om hen 'narcisten' te noemen, en dus moet de hele milieubeweging op de schop. Ik betreur dit soort veralgemeningen heel erg en onthoud liever het feit dat de klimaatjongeren - en de tienduizenden betogers - op een paar jaar tijd bij heel veel mensen méér bewustzijn hebben gecreëerd dan veel politici die vooral het systeem wilden bestendigen de voorbije decennia ooit voor elkaar hebben gekregen. 

 

*

 

Omdat mensen die niet graag worden aangesproken op hun gedrag elke aanleiding aangrijpen om die ambetante kinderen in een kwaad daglicht te zetten. Het is een eeuwenoud mechanisme: men verlangt van de boodschapper een onberispelijk gedrag en brengt zijn onaangename boodschap in diskrediet met argumenten die er eigenlijk niet toe doen. Het komt eropaan naar de boodschap te kijken, we moeten ons niet laten verblinden door ergernis om de boodschappers.

 

*

 

Wie die meisjes zijn en wat hen 'drijft', het zal me worst wezen. Ik vind ze ook niet bepaald sympathiek, maar dat heeft geen enkel belang. Wat ze teweegbrengen, dààr gaat het om: bewustwording en 'sense of urgency' (een term die de premier gisteren in de mond nam mbt het klimaat). En als daar polarisatie bij komt kijken, zoals Fred van Daele opmerkt, dan wordt die deels veroorzaakt door het demoniseren van personen in plaats van in te gaan op argumenten. Die argumenten zijn stilaan onweerlegbaar. (Daar stopt de discussie, wat mij betreft.) De vraag of de klimaatbetogers al of niet vlees eten of een vliegreis boeken of leren schoenen dragen is daarbij vergeleken werkelijk totààl onbelangrijk. Wie zich daarmee inlaat, leidt af van de te ongemakkelijke waarheid.

 

*

 

Uit de vaststelling dat wij nu een beter leven hebben dan Louis XIV volgt niet dat dat betere leven niet bijdraagt tot de ecologische ramp die wordt voorspeld door inmiddels duizenden wetenschappers. (En eigenlijk is het al niet meer een kwestie van voorspellen maar veeleer van vaststellen want het is zich volop aan het voltrekken.)

Uit de vaststelling dat dezelfde wetenschap die nu die ecologische ramp voorspelt heeft bijgedragen tot ons huidige betere leven volgt niet dat die voorspelling fout zou zijn.

Uit de voorspelling/vaststelling dat er een ecologische ramp op ons afkomt (of er al is), volgt niet dat de nood en pijn etc... van vorige generaties wordt miskend. Noch dat het vertrouwen in de wetenschap wordt opgegeven. Noch dat er sprake is van hysterie.

En ten slotte: waarom lijkt 'niets u gevaarlijker voor de toekomst van onze kinderen'? Hoe zou de twijfel aan de klimaatcrisis gevaarlijker kunnen zijn dan de klimaatcrisis zelf?

 

*

 

Hype of oprechte bezorgdheid? Hoeveel procent van de betogers is daar owv de hype? Hebt u daar een idee van? 'Geen van die betogers heeft al ernstig nagedacht over wat dat dan moet zijn die actie waar ze om schreeuwen.' Bent u dat zeker? Velen zullen er inderdaad nog niet over hebben nagedacht, maar niet één? En bovendien: is het omdat zij actie vragen dat zij ook nog eens moeten zeggen waaruit die actie moet bestaan? 'Wat ze zelf kunnen doen': wat doet u besluiten dat zij niets zelf doen? Goed van u dat u rekening houdt met het probleem. Dat doe ik ook (en ik ben ook niet gaan betogen zondag). En ja, u hebt gelijk: er zijn inderdaad verbeteringen. Maar er zijn ook zaken die minder goed gaan. Opwarming, cruiseschepen, verschraling, PFOS etcetera en misschien nog veel andere zaken die nog niet aan de oppervlakte gekomen zijn. En ja, elektriciteit groeit niet aan de bomen. Daarvoor zijn er te weinig bomen. En zijn wij met te veel. Inderdaad: minder werken, minder consumeren, minder verplaatsen. Het is nog jammer eigenlijk dat we met polariseren geen elektriciteit kunnen opwekken ( (-; ).