20
september 2025
Ik hoor
achter mij een zeer luidruchtige brommer aankomen. Ik maak een
verveeld handgebaar. De brommer haalt me in, vertraagt, komt tot
stilstand en wacht me op, precies op de plek waar ik moet inslaan om
het kot te bereiken waar ik mijn fiets altijd parkeer. Ik stop ook:
het is duidelijk dat de jongeman op de brommer me iets wil zeggen.
Dat doet hij ook. Door het lawaai van zijn motor kan ik hem niet
verstaan, afgaande op zijn gelaatsuitdrukking zal het wel iets zijn
als ‘Awel, scheelt er iets?’ Ik probeer hem met een gebaar
duidelijk te maken dat ik hem niet versta. Hij geeft gas, de motor
brult nu. En dan wordt het stiller, stil genoeg om te verstaan wat
hij zegt. ‘Ouwe zak. Ik ben negentien en heb al een brommer. Jij
bent oud en moet nog met de fiets rijden. Sukkelaar! Je bent
waarschijnlijk jaloers.’ Om niet tegen een vuist aan te lopen beaam
ik dat ik jaloers ben op zijn mooie brommer, maar memoriseer
ondertussen de nummerplaat van het vehikel want ik ben niet van plan
het hierbij te laten. Met veel kabaal en luidruchtig vertoon van
motorkracht vertrekt de negentienjarige. Ik blijf, toch enigszins van
mijn à propos gebracht, achter. Ik doe dan uiteindelijk toch geen
online aangifte bij de politie wanneer blijkt dat daar een id-reader
voor nodig is: ik herinner me maar al te goed van de vorige keer dat
ik dat ding nodig had welk gesukkel daar altijd bij komt kijken –
dat is bijvoorbeeld ook de reden waarom ik nooit mijn belastingbrief
bekijk en er maar op vertrouw dat alles wat daarop vooraf is ingevuld
wel in orde zal zijn. Ja, deze digibeet is inderdaad een ouwe sukkel.
*
Wandeling
naar BRUSK. Het nieuwe cultuurhuis wordt vandaag voor de
nieuwsgierige Bruggelingen opengesteld. Ik geraak niet binnen: er
zijn, vanwege de brandbeveiligingsvoorschriften, slots. Het zal dan
later wel eens lukken. Er is erg veel volk op de been in de stad. Dat
komt door de autoloze zaterdag, maar is ook de grote mechanische
spin, een traktatie van het stadsbestuur om de heffe des volks te
verzoenen met de dure investering in BRUSK, een instelling waar die
heffe vermoedelijk maar weinig mee te maken zal hebben. Het was de
bedoeling dat ‘La Grande Araignée’ door de binnenstad zou
trekken, maar daarvoor bleken de straten te smal. Nu blijft het
traject beperkt tot een wandeling op de ring tussen het Zand en het
Visartpark. Op mijn terugweg van BRUSK en de bibliotheek (waar ik,
nadat het boek mij door W was aangeraden, Uit pure woede van
Geoff Dyer ontleen) kruis ik de trage begankenis van de spin. De
aanblik is spectaculair, dat wel, maar er wordt gezegd dat deze geste
van het stadsbestuur bijna een miljoen euro zou kosten. ‘s Avonds,
wanneer de spin vanuit zijn uit plastic folie opgetrokken web bij het
Visartpark terugkeert naar zijn nachtverblijf op het Zand, zie ik het
spektakel een tweede keer. Met S, die ik tussen het talrijk opgekomen
publiek tegen het lijf ben gelopen, kan ik het even hebben over de
kostprijs en de cultureel-artistieke waarde van deze grap.

*
(…)
Annie Hall van Woody Allen: ladida! (…) Woody en
Diane gaan op het einde van de film uit elkaar: hun respectieve
shrinks hebben zulks geadviseerd. In de kamer waar de kerstboom staat
verdelen ze hun bibliotheek. Maar Diane heeft haar naam in àlle
boeken geschreven, ook in die van Woody. Diane steekt alle boeken,
zonder onderscheid, in een kartonnen doos terwijl ze zegt: ‘Waarom
zou ik jou lastigvallen met mijn complexen?’