zaterdag 9 mei 2026

vorig jaar 368

9 mei 2025

Geestig, hoe Lionel Shriver het fundamentalisme van de anti-intellectualistische en nivellerende woke-beweging afspiegelt, of profileert, tegenover de fanatiekste uitingen van het Jehovah-geloof. Ik vind haar boek leuk, maar de gimmick wordt op den duur wat drammerig. Na honderd bladzijden mag er nu stilaan toch wat vaart in de actie komen.

*

(…) langs in De Zwarte Nunnen, dat nu ‘De Vlinder’ heet, waar N herstelt van een door een val met de fiets opgelopen heupbreuk en, daaropvolgend, de implantatie van een kunstheup. (…)

*

Optreden in de Snuffel van Bellestate, de band waarin zoonlief G drumt. Hoewel het maar hun eerste ‘serieuze’ optreden is, staat er toch een tweehonderd man/vrouw in de zaal. De voorste gelederen zijn heel enthousiast! De muziek kan er mee door, al zal ze mij wel niet bijblijven. De zangeres is goed bij stem, de bassist springerig en G retestrak en cool. Er is een rookkanon, er zijn ballonnen en er is confetti. (…) En achterin de zaal staat een weemoedige vader.

https://www.youtube.com/watch?v=1YL7uHrlZYs&t=75s

*

Nog langs bij F, waar ik kennismaak met M en E, een dokter en sociaal assistent, in hun vrije uren respectievelijk imker en hobbybrouwer. E werkt in het HIV-centrum van het AZ Sint-Jan en weet te melden dat het aantal HIV’s en soa’s de jongste jaren exponentieel gestegen is. Nu the big disease with a little name bedwongen lijkt, gebruikt nagenoeg niemand nog een condoom.

7819

Assebroek, langs het kanaal Brugge-Gent
260418


vrijdag 8 mei 2026

46,5 * 26,5 * 139 * 1050,1

Dudzele - Herdersbrug - Dudzele - Oostkerke - Hoeke - Oostkerke - Siphon - Damme 



vorig jaar 367

8 mei 2025

Ik lig in bed en word gewekt door twee mannen die een pistool op mij gericht houden. Ik ben natuurlijk meteen klaarwakker.

*

Na het schrijven van een notitie over de Brugse hooligans en enkele bladzijden te hebben gelezen in het amusante Waanzin van Lionel Shriver, begin ik aan mijn werkdag, die ik enkel onderbreek voor Nieuwe Feiten tijdens het koken en voor Blokken tijdens het naar binnen werken van wat ik heb klaargemaakt: vis, broccoli en aardappelen.

*

(…)

*

Een aangenaam etentje bij K, samen met L. We hebben het (…) ook over Christian Lamborot (Lamboraux, of nog anders?), de letterkapper in de Beaujolais, waar ik ooit eens, meer dan dertig jaar geleden schat ik, samen met K op bezoek ben geweest.

*

Ik verneem dat er een nieuwe paus is. Hij zou een conservatieve homo- en vrouwenhater uit Amerika zijn, die blijkbaar ooit een pedofiele priester de hand boven het hoofd zou hebben gehouden. À la bonheur en Bonne chance!




7918

260416


donderdag 7 mei 2026

vorig jaar 366

7 mei 2025

(…)

*

In het Vlaams parlement diende zowat elke partij een eigen voorstel van resolutie in tegen de genocide in Gaza. Waarop – zeer voorspelbaar – een absurd debat volgde over hoe dat debat zou moeten worden gevoerd. Alle voorstellen van de oppositie werden – opnieuw zeer voorspelbaar – weggestemd (hoewel ze nauwelijks verschilden) en het uiteindelijke resultaat was een nietszeggende resolutie waarin vooral meerderheidspartij Vooruit met de billen bloot ging. Een uitermate beschamend spektakel waarmee het Vlaams parlement vooral zijn eigen onbeduidendheid etaleerde. (…)

*

In De Afspraak was de 91-jarige, wellicht laatste overlevende van een van de transporten die vanuit de Dossinkazerne naar Auschwitz vertrok te gast. Simon Gronowski pleitte in verband met Gaza voor neutraliteit en een democratische oplossing. Dat impliceert, gezien de demografische omstandigheden, dat de Joden een minderheid zouden vormen. ‘Dat moet dan maar zo zijn,’ zei de man, voorovergebogen, gekrompen, gerimpeld en met ouderdomsvlekken op zijn onder de studiolampen glimmende kale hoofd. Het deed me iets, deze nog levende rechtstreekse getuige te zien van een harde brok geschiedenis.







7917

Zuienkerke - 260414


woensdag 6 mei 2026

vorig jaar 365

4 mei 2026

(…)


5 mei 2026

(…)

*

Tár, drie jaar geleden in de bioscoop gezien, nu op VRT MAX. Ik zie nu pas duidelijk het nogal provocerende antiwokestandpunt, zeker wanneer de dirigente in het begin van de film in aanvaring komt met de zichzelf ‘panseksueel’ noemende student die weigert Bach en Beethoven goed te vinden omdat dat misogyne blanke cismannen zijn. Ik moet die dialoog nog eens goed herbekijken – zeker waar Tár iets zegt over het zich veilig opsluiten in het gemak van de identiteit van de kleine verschillen, zeg maar labels (…).


6 mei 2025

Mijn stokoude buurvrouw G komt mij mijn onterecht bij haar bezorgde maar ook per abuis door haar geopende belastingbrief brengen. Ze is erg gegeneerd want ze heeft kunnen zien hoeveel ik verdien en hoeveel ik bovendien terugbetaald krijg. Ik zie dat ze bij dat laatste bedrag het equivalent in Belgische franken heeft genoteerd: zo groot was haar vreugde dat ze zich de moeite heeft getroost om het uit te rekenen hoeveel ze – uiteraard totaal onverwacht – zou ‘terugkrijgen van de belastingen’. Pas daarna heeft ze gezien dat de brief niet voor haar maar voor haar buurman was bestemd. Gelukkig had hij alle begrip voor haar vergissing – het was de facteur die een fout had gemaakt en ja, de lettertjes in het adresraam zijn erg klein afgedrukt – en zei hij dat haar excuses absoluut niet nodig waren.

*

Midden in de namiddag, ik ben volop aan het thuiswerken, valt de elektriciteit uit. Eigenaardige gewaarwording. Na enkele minuten ga ik naar buiten. Daar staan meerdere mensen op straat: het is dus geen particuliere panne. Een halfuur later is alles weer in orde, maar we hebben wel eens kunnen voelen hoe vanzelfsprekend wij het vinden dat we er niet bij stilstaan hoe onvanzelfsprekend die elektriciteitsvoorziening eigenlijk is.

*

(…)


7916

Omgeving Eernegem - 260414


dinsdag 5 mei 2026

facebookbericht 1216

De vanzelfsprekendheid waarmee Brouns ons (in bepaalde delen van West-Vlaanderen) nog drie jaar (in het beste geval drie jaar) water laat drinken dat de Europese norm driemaal overstijgt, is stuitend. En hoeveel jaar drinken we al zo'n water? Waar dient die norm dan voor? Nu is het opeens een 'detectienorm', geen 'gezondheidsnorm'. Semantiek is het, uit de kast te halen in noodgevallen. 'Ze zullen het wel slikken.'


driekleur 610

Rechts een alleenstaande rij naargeestige huizen met vier kamers, donkerrood en beroet. Links een oneindige rij fabrieksschoorstenen, schoorsteen na schoorsteen, die vervaagt in een sombere, zwartige nevel. Achter me een spoordijk die gemaakt is van het afval van de hoogovens. Voor me, voorbij het braakland, een vierkant gebouw van groezelige rode en gele baksteen met het opschrift JOHN GROCOCK, TRANSPORTBEDRIJF.
Andere herinneringen aan Sheffield:
zwart beroete stenen muren, een ondiepe rivier die geel ziet van de chemicaliën, kartelige vlammen uit de kappen van hoogovenschoorstenen, het bonken en krijsen van stoomhamers (het ijzer lijkt te krijsen onder de slagen), de geur van zwavel, gele klei, het moeizaam heen en weer schommelende achterwerk van vrouwen die hun kinderwagens tegen de heuvels op duwen.

George Orwell, Dagboeken 1931-1949, 77 


LVO 346

fragment uit Het maaiveld

Aan het woord is een melancholische, oververmoeide, overgevoelige, defaitistische puber die zich uitverkoren waant en die een geluk nastreeft ‘dat slechts voor weinigen is weggelegd’ (26 oktober 1979). Hij lijdt aan contactarmoede (‘een van mijn grootste zwakheden’ (1 januari 1979)) en stevent stuurloos af op ‘de nakende levensbeslissende wendingen’ (id.). Hoewel, stevenen is hier niet het juiste werkwoord. Zwalpen zou een betere werkwoordkeuze zijn – en inderdaad, dat werkwoord komt ook wel eens voor in de notities. In diezelfde notitie van 1 januari 1979 maak ik een balans op. Nieuwjaarsdag leent zich daar wel toe. Het was een voor mij bijzonder treurige oudejaarsavond geweest. Ik had alleen door de Brugse straten gelopen, vruchteloos op zoek naar wat aanspraak. Gelukkig had het die dag gesneeuwd en lag de stad er winters koud bij – op die manier had ik mij dan toch kunnen warmen aan de geneugten van het pittoreske.



Gênant bij dat dagboek is dat ik mezelf het vermogen toedicht om alles zeer intens aan te voelen, en vooral dat ik de (schaarse) gebeurtenissen rondom mij die ik het vermelden waard acht bijna uitsluitend vanuit mijn eigen perspectief registreer. Nooit ofte nimmer treed ik ook maar een klein beetje buiten mezelf. Het is bijzonder egocentrisch allemaal. Ik lijk dat in die notities gelukkig nog wel te beseffen, maar bestrijd het mogelijke verwijt meteen: ‘De concentratie op het ik, soms ten onrechte egoïsme genoemd.’ (9 juli 1979) Tegenover deze hypersensitiviteit staan toch ook de opvallend vaak voorkomende vermeldingen van lethargie, vermoeidheid en apathie. ‘Nu voel ik me leeg, vermoeid. Ik voel eigenlijk niets. (…) Slechts weinig dringt echt tot me door.’ (28 augustus 1979)




7915

Omgeving Aartrijke - 260414


maandag 4 mei 2026

LVO 345

fragment uit Het maaiveld


Ik heb de voorbije dagen de dagboeknotities doorgenomen die ik schreef tijdens die twee laatste jaren van de middelbare school. De confrontatie met die geschriften, waarin bepaalde wendingen en woordkeuzes, hoewel ik ze al meer dan veertig jaar niet meer onder ogen had gezien, toch nog vertrouwd in de oren klonken, was in tweeërlei opzicht onprettig. Niet alleen zijn die notities van een abominabele kwaliteit, ze zijn bovendien bijzonder deprimerend. Ik hoop echt dat ze nooit door iemand anders worden aangetroffen en gelezen. Vernietigen lijkt mij op dit moment de enige zinvolle optie. Dat zal ik dan ook doen, maar eerst wil ik er toch nog het weinige uit puren dat relevant kan zijn voor deze memoires. Ik veroorloof mij om in de citaten stilistische, grammaticale en orthografische verbeteringen aan te brengen. Dat laatste niet alleen omdat sinds het schrijven van deze teksten de Nederlandse spellingsregels gewijzigd zijn maar ook omdat, zoals ik tot mijn niet geringe verbijstering vaststel, de teksten waarvan ik me herinner dat ik ze destijds puntgaaf vond nogal wat fouten blijken te bevatten!

Ik heb dan toch iets bijgeleerd in al die jaren, zal ik maar denken.

De dagboeknotities zijn loodzwaar, drammerig, deprimerend, hoogdravend en pretentieus. Nergens valt een greintje humor of zelfrelativering te halen. Wat nam ik mezelf au sérieux! Maar het zijn toch ook teksten, stel ik nu zo neutraal en afstandelijk mogelijk vast, van iemand die met zichzelf overhoop lag, om niet te zeggen dat hij, die jongen van zestien, zeventien jaar die ik ooit geweest ben, ronduit depressief was. Mocht een psycholoog van vandaag zich over hem buigen, dan zou een diagnose in die richting niet uitblijven, veronderstel ik. Wanneer ik dan bedenk dat die vroegere versie van mezelf er in die tijd compleet alleen voor stond, nergens hulp zag opdagen en zelfs niet eens de mogelijkheid overwoog dat er eventueel hulp zou kunnen worden ingeroepen, dan kan ik niet anders dan een vorm van medelijden voelen opkomen en mijzelf gelukkig prijzen dat ik die periode van mijn leven dan toch nog min of meer heelhuids heb doorstaan.

7914

Oostende - 260413


zondag 3 mei 2026

vorig jaar 364

3 mei 2026

(…)

*

Ik breng de dag grotendeels met lezen door: De onzichtbare steden, Brendan Behan en de eerste helft van Filosofie van de kroeg van Hans Schnitzler. En met slapen – ik voel me niet fit genoeg om op mijn koersfiets te springen, wat ik me nochtans, gezien het mooie weer, had voorgenomen te zullen doen. Schrijven doe ik ook, onder meer aan een nieuw boekverhaal, over Liefde in tijden van cholera. 

*

Etentje bij X en Y. (…) Ik noteer enkele anekdotes. Over Guido Gezelle, die van monseigneur Faict een uitbrander kreeg wegens zijn ‘esprit de contradiction van de pierste specie’; over Gezelle die volkse uitdrukkingen noteerde, ook in de biechtstoel, onder meer van iemand die bekende: ‘Eerwaarde, ‘k én in de poepstroâte geweund’ (anaal gepenetreerd); of Y die zegt dat het minder lang duurt om een Egyptische piramide te bouwen dan om het asbest uit het Berlaymontgebouw te verwijderen (…); of X die zegt dat Y soms in zijn slaap roept, onlangs nog: ‘Al die papabelen moeten mij met rust laten!’ (We hadden het over wie kans maakt om paus te worden; Y denkt dat het ‘die Filipijnse homo’ zal worden.) We hebben het ook nog over Z, die vindt dat zijn zoon L een relatie moet aangaan met een van de meisjes in zijn klas. Maar L vindt die meisjes dom. Waarop zijn vader zegt: ‘Tuttut, ge kunt ook leren rijden op een dom paard!’ We hebben veel gelachen.


7913

Meetkerkse Moeren - 260412

zaterdag 2 mei 2026

vorig jaar 363

25 april 2025

(…)

26 april 2025

(…)

27 april 2025

(…)

28 april 2025

(…) Ik breng de avond door met de laatste afleveringen van de serie Long Bright River. Ik moet een paar keer een traan wegpinken. Het is een mooie dag geweest.

29 april 2025

(…)

*

30 april 2025

(…)

1 mei 2025

(…)

2 mei 2025

Laatste bladzijden van Door eigen hand van Joost Zwagerman. Ik krijg zin om nu toch eindelijk eens David Foster Wallace te lezen. Wat die ‘ode’ van David Van Reybrouck in Zwagermans zelfmoordboek komt doen, is mij niet duidelijk. Idem voor het gedicht van Lucas Rijneveld voorin.

*

Daguitstap met X. (…) In de auto praat ze honderduit. We lachen veel. Eerste stop in Tournehem, waar we iets drinken in het Café de la Mairie. Wandeling naar de ruïne van de église Saint-Louis de Guémy. Prachtige site. (…) We eten iets in hetzelfde café. Praatje met de uitbaatster over de toestand van de kleine neringdoenerij op het Franse platteland. Hier redden ze het dankzij het de laatste jaren sterk toegenomen toerisme. En ook omdat de echtgenoot werkt. Maar nu nemen de grandes surfaces ook de gokbusiness over. We rijden nog naar het beeld van de zaaier in Clerques en lopen even de kerk van Bollezeele binnen, waar alles in gereedheid is gebracht voor een huwelijk de volgende dag. Terug langs Watten en De Moeren. (…)






7912

Brugge, Karel de Stoutelaan - 260412


vrijdag 1 mei 2026

17 * 60,1 * 26,8 * 138 * 1003,6

Dudzele - Siphon - Moerkerke - Donk - Oostveld - Knesselare - Sint-Joris-ten-Distel - Beernem - Moerbrugge - Oostkamp - Steenbrugge - Sint-Michiels



LVO 344

fragment uit Het maaiveld


We waren zestien toen we met nog een paar klasgenoten voor onszelf een weekend hadden gearrangeerd in een verlaten, enkel nog door de Chiro gebruikte villa in de Assebroekse Sint-Katarinawijk. Die intussen alweer vele jaren geleden afgebroken villa heette: ‘t Onze. Ik zeg ‘gearrangeerd’ omdat we het listig aan boord hadden gelegd: door beide partijen – zowel ouders als klastitularis – iets voor te houden in verband met de duur van onze alternatieve bezinningsdag en met het tijdstip van terugkeer naar huis hadden we voor onszelf de mogelijkheid geschapen om er een tweedaagse van te maken. We hadden een avond en een nacht het rijk voor ons alleen in ‘t Onze. We profiteerden er dan ook van, met de attributen die toen zowel organisatorisch als financieel binnen ons bereik lagen: muziek, tabak en een bak Jupiler.

Waarmee we ons overdag bezighielden, weet ik niet meer. Maar wat ik wel nog weet, is dat we de avond met onze zelfgerolde sigaretten en werkmanspintjes – bier uit het flesje dus – rond een haardvuur doorbrachten. Na een zweverig collectief gesprek – we waren high zonder drugs – kwam ik uiteindelijk, elk op zijn luchtmatras en in zijn slaapzak, naast mijn vriend te liggen. Om te slapen uiteraard, maar dat kon niet, vond Bert, zonder eerst nog naar het volledige nummer ‘Echoes’ van Pink Floyd te hebben geluisterd, de tweede kant van de lp Meddle. Ik kende die muziek wel maar het was toch de eerste keer dat ik haar aandachtig beluisterde, van de iele hoge tonen waarmee het stuk begint over het galopperende tussenspel met veel synthezisergedreun totdat ze ijl uitsterft. Tja, meer had ik in die tijd echt niet nodig om in trance te geraken.

Van de tweedaagse in ‘t Onze is een foto bewaard gebleven, als tastbaar bewijs dat het weekend wel degelijk heeft plaatsgevonden. Wie die foto heeft gemaakt, is mij niet bijgebleven. Bert en ik, allebei in kakigroene parka, staan op het bordes van de villa vriendschappelijk naast elkaar te lachen naar iemand (niet de fotograaf maar wie dan wel?) die zich buiten het kader ophoudt. Bert lacht voluit zijn witte tanden bloot. Ik lach, zoals ik toen altijd deed, geremd. Maar ik zie er op die foto toch gelukkig uit.



7911

Assebroekse Meersen - 260410


donderdag 30 april 2026

LVO 343

fragment uit Het maaiveld


Het derde en vierde jaar van de middelbare school lieten in mijn geheugen nauwelijks een spoor achter. De twee titularissen, meneer H. en meneer D., blonken uit in onopvallendheid, onnadrukkelijkheid, onveelzeggendheid, onbeduidendheid.

Bert Palfyn hoefde in onze grijze klas echt geen moeite te doen om een dominante figuur te zijn. Niet dat het vestimentaire in die tijd een grote rol speelde, en al zeker niet bij ons, maar door enkele accenten te leggen met een sjaal, een daim blazervest of een groene parka-anorak, kon je je al flink van de rest onderscheiden en wij waren daar natuurlijk ook, op onze manier, op uit. In de winter mocht een lange gebreide sjaal niet ontbreken. Bert droeg kleren die mij deden inzien dat mijn garderobe door mijn moeder met maar heel weinig inspiratie werd gestoffeerd. Ook haarlengte speelde een rol. Bij mij reikte het op een gegeven ogenblik tot op mijn schouders, Bert had een bruine krullenbol.

Met zijn gave gebit kon hij zich een gulle lach permitteren. Aangezien hij graag lachte, kwam hem dat goed uit. Ja, dat was wel zijn opvallendste kenmerk: zijn lach. Als hij voluit lachte, en dat deed hij vaak, kneep hij de ogen in zijn bolle aangezicht dicht en weerklonk er ergens diep in zijn keel een schrapend geluid. Niemand lachte zoals hij.

De jongen met wie ik zo graag bevriend wou zijn, probeerde trouwens in alles voluit te gaan: hij voetbalde graag en goed, blokte zich te pletter voor examens en toetsen (die wij repetities noemden) en had de neiging te dwepen met zijn idolen. Dat voluit gaan was, zo vermoed ik nu, wellicht het kenmerk dat mij het meest in hem aantrok. Ik was gematigd, bezadigd, voorzichtig. En daardoor ontevreden want mensen die voluit gaan en risico’s nemen maken meer kans om gelukkiger te zijn.






7910

Assebroekse Meersen - 260410


woensdag 29 april 2026

LVO 342

fragment uit Het maaiveld


Het voetbal verloor stilaan zijn betovering. Zeker toen, als gevolg van de veiligheidsmaatregelen die zelf waren voortgevloeid uit het hooliganisme, de staanplaatsen door zitplaatsen werden vervangen. Samen met de lonen van makelaars en spelers stegen de prijzen van de toegangstickets. Vlaggen werden verboden. De Spionkop distantieerde zich van het janhagel dat de westtribune had ingenomen. Kortom, dat hele voetbal werd steeds minder een aangelegenheid voor Jan met de Pet.

De Heizel vormde acht jaar na de bekerfinale van 1977 het toneel van verschrikkelijke gebeurtenissen die wij allemaal live op tv konden volgen en waarnaar nog vele jaren later wordt verwezen met het woord ‘Heizeldrama’. Op de Heizel verloor, in mijn beleving, het voetbal definitief zijn onschuld.




Nu, anno 2021, is het hele spelletje helemaal om zeep. Nergens anders wordt de diepe werking van de kapitalistische logica zo cynisch zichtbaar gemaakt en tegelijk zo cynisch ongemoeid gelaten als in het voetbal. De concentratie van het geld heeft ervoor gezorgd dat in heel Europa nog een tiental clubs de plak zwaaien. Zij kopen alle beste spelers op, zij houden de mensenhandel in stand, zij fungeren als witwasmachines voor duister geld uit de Emiraten, maar ook uit de voormalige Oostbloklanden en, dichter bij huis, de zakken van de autochtone maffia’s. Sympathieke ploegjes als Club Brugge – waar nochtans ook vele miljoenen rondgaan en die al evenzeer het speeltje zijn van magnaten – komen er niet meer aan te pas. Real Madrid, Manchester City, Juventus Turijn, Bayern München, Paris Saint-Germain en nog een paar andere geldmachines verdelen de poen onder elkaar op het miljoenenbal van de Champions League, en de rest mag meedoen als garnituur.

Dat is de hele superstructuur. Maar het voetbal is ook op zich verziekt. De mores op het veld en in de bestuurszetels namen een duik. Spelers binden zich niet meer aan een club maar spelen enkel nog voor de etalage, in de hoop een lucratieve transfer te versieren. De samenstelling van de ploegen wordt steeds exotischer en achter elke opgestelde Afrikaan staat een leger van zwarte jongens die het niet hebben gehaald en die in een of andere illegaliteit belanden. Het spel zelf is sneller en – op hoog niveau – mooier om naar te kijken, maar het wordt ontsierd door beenharde tackles en vooral door het eeuwige veinzen en mekkeren door vedetten die bij de minste aanraking – hoewel voetbal toch een contactsport is – kermend over het gras rollen, om dan weer snel op te staan wanneer blijkt dat de scheidsrechter niet bereid is om zich door hun komedie te laten misleiden. Is de bal uit, dan zie je altijd, maar dan ook altijd, allebei de rivaliserende spelers die het duel aangingen de ingooi of hoekschop claimen. Schwalbes worden zelden correct bestraft. Enzovoort. Toch vreemd dat dergelijke zaken in bijvoorbeeld rugby niet voorkomen. Of nog niet.

7909

Donk - 260407


dinsdag 28 april 2026

LVO 341

fragment uit Het maaiveld


Natuurlijk konden wij niet mee wanneer Club in Ipswich of Milaan of Madrid moest spelen. De radio bood soelaas – televisiereportages waren toen veeleer zeldzaam, die inflatie moest nog op gang komen. Op een woensdagavond in november 1976 was ik speciaal naar Benoni gegaan om samen met hem te luisteren naar Jan Wauters, die in Madrid de uitwedstrijd van Club tegen Real van commentaar voorzag. Het was een spannende, gelijkopgaande match, die op 0-0 eindigde. Wij luisterden gekluisterd – Wauters beschikte over het vermogen om een verre veldslag zodanig met woorden te schilderen dat het was alsof we er middenin zaten. We vloekten bij tegenslag, maar vlogen elkaar om de hals wanneer Lambert bijna scoorde. Ik herinner mij de grote verbondenheid die we toen ervoeren: met wat er zich bijna tweeduizend kilometer van huis afspeelde, en tussen ons, in onze gedeelde passie.

De miraculeuze ommekeer tegen Ipswich (4-0-winst thuis na 3-0-verlies ginder; het is in Brugge en omstreken een stadslegende geworden) en de bekerfinale van 1977 tegen aartsrivaal Anderlecht in het – toen nog niet door onheil bezwaarde – Heizelstadion zijn de mooiste herinneringen gebleven. Ik was samen met Benoni, zijn broer Eric en diens vriend François naar Brussel gereisd. François van der Haert was van adellijke komaf, net als Benoni overigens, en ook Franstalig van huis uit. Hij was altijd vriendelijk en sprak mij aan in het Brugs, zij het dat het een gebrekkig Brugs was. Hij had met zijn groene loden de allure van een verstrooide edelman; mocht hij hebben geleefd in de tijd van de Finzi-Contini’s, hij zou ons vast en zeker met een strohoed op zijn hoofd in een open Hispano Suiza naar Brussel hebben gevoerd.(49)

De R4 van François was ook open of, juister, kon worden opengemaakt door het linnen dak op te rollen. Dat deden we dan ook toen we na de memorabele, met 4-3 gewonnen finale in Brugge terugkeerden. We reden de Markt op, ik stak mijn vlag door het open dak, en zo maakten we – tot grote verbazing van de Japanse toeristen, terwijl de Bruggelingen wel wisten wat er aan de hand was en ermee konden lachen – een drietal ererondes alvorens met piepende banden de Wollestraat in te duiken.




7908

Oedelem - 260407


maandag 27 april 2026

facebookbericht 1215

Ik had vannacht ook een werkgerelateerde droom. Ik droomde dat ik een passagiersvliegtuig boven Brussel zag neerstorten. Op de flanken van het vliegtuig stond in koeien van letters, in hetzelfde lettertype als op de voorpagina van die krant: 'De Standaard'. Ik dacht nog, misschien zit Peter Vandermeersch in dat vliegtuig.


LVO 340

fragment uit Het maaiveld


De match tegen Juventus, een halve finale, was wellicht de meest memorabele. Het 1-0-verlies in Turijn was overkomelijk. Toen de match begon, hadden Benoni en ik er al vier uur wachten op zitten. Ik had een vlag mee, een bezemsteel waaraan twee monochrome, door mijn moeder aan elkaar genaaide lappen stof waren vastgemaakt.

Blauw en zwart forever!
‘t sien de kleuren van de ploeg
wô da me supporter va zien!

Toen rechtsback Fons Bastijns al heel vroeg in de match Dino Zoff het nakijken gaf, vloog de hele tribune elkaar in de armen. Ik belandde ergens tien treden lager, ging zelfs een tijdje kopje onder. Mocht de sfeer niet zo vriendelijk zijn geweest, ik zou allicht door doodsangsten zijn overvallen. Maar nu had ik er alle vertrouwen in dat iemand mij zou redden. Als een drenkeling stak ik mijn hand in de lucht en werd bovengehaald. Mijn vlaggenstok was gebroken. Ik keerde terug naar mijn plek. En dan was het wachten en nagelbijten. Na negentig minuten was het nog altijd 1-0. Ik moest dringend plassen maar er was geen sprake van mijn plaats op te geven. Toen het einde van de tweede verlenging naderde, hield ik het echt niet meer uit. Ik maakte al aanstalten om alsnog mijn goede plaats op te geven, in de hoop dat ik tijdig terug zou zijn voor de penaltyreeks. Uitgerekend dan scoorde René Vandereycken, drie minuten voor tijd. Ik ben hem er nog altijd dankbaar voor. De vreugde was euforisch.

Tegen de Club gô je nie wi-i-nnen
Halli, hallo, nie wi-i-nnen
Omda da keijarte zien
Blauw en zwart
Omda da keijarte zien