fragment uit Het maaiveld
In augustus 2021 ging ik naar een klasreünie. Er was er al eens een geweest, in 1984, vijf jaar na het laatste jaar humaniora en duidelijk nog met de bedoeling er een zekere jubileumregelmaat in te steken. Ik had er toen geen zin in gehad en was pas tegen middernacht aangewaaid bij de restanten van de bijeenkomst. Een groot succes was het niet geweest: veel klasgenoten hadden net als ik hun kat gestuurd. Er zaten nog een stuk of drie oude bekenden na te kaarten aan een chaotische reftertafel. Ik vernam er wie van mijn lichting onmiddellijk na zijn universiteitsstudie als leerkracht was geëngageerd. Het grijzemuizengehalte van de rekruten was ontstellend; de continuïteit van de school was op dat vlak verzekerd. Het leek het Vaticaan wel.
In 2021 zag ik voor het eerst in meer dan veertig jaar mijn klasgenoten van toen terug. Sommigen van hen was ik in al die tijd hier of daar tegengekomen. Of ik had hen tijdig genoeg opgemerkt om hen te kunnen ontwijken. Het initiatief voor de klasreünie was uitgegaan van Jan Houtman en Koen Coppejans. Die twee waren elkaar ergens toevallig tegen het lijf gelopen. De een had het idee geopperd en de ander had gezegd ‘Waarom niet, eigenlijk?’ – en zo was het gegaan. Het had, zo vernam ik later, wel wat voeten in de aarde gehad om iedereen te bereiken. Sommigen zaten in een ver buitenland, anderen leidden een teruggetrokken bestaan in een verkaveling in een naburige gemeente. Maar uiteindelijk was het dan toch gelukt – in deze digitale tijd is het nu eenmaal onmogelijk om volledig onder de radar te blijven.
Van de zestien leerlingen van de zesde Latijn-wetenschappen kwamen er dertien opdagen op het terras van café De Kijkuit naast het kanaal van Brugge naar Gent, tussen Beernem en Sint-Joris-ten-Distel. Ik maakte er kennis met een rechter, een ambassadeur, een godsdienstleraar, een apotheker, een antropoloog, een romanist, een landbouwer, een psycholoog, een tandarts en een gepensioneerde schoolmeester. Ouder wordende versies van wie ze ooit waren geweest, de meesten kalend, de meesten met een buikje, om niet te zeggen een stevige embonpoint. Enkelen zou ik niet hebben herkend wanneer ik hen op straat zou hebben gekruist.




























