20
augustus 2025
Ik
neem plaats op het terras voor een gebouw met geopende ramen, bij een
aantal werknemers van de stad Brugge die daar zitten te kletsen. Ik
vertel hun dat ik 35 jaar geleden ook nog voor de stad heb gewerkt.
Huiszwaluwen vliegen af en aan en verdwijnen in het gebouw. Het
gebouw is een bakkerij. Het is niet duidelijk of de bakkerij nog in
werking is. Voor een bakkerij heb ik ook nog gewerkt. Die bakkerij –
het was de industriële
bakkerij Paverko – bestaat
niet meer. Ik ga binnen om te kijken waar de zwaluwen nestelen
die scheerlings over onze hoofden naar binnen en terug naar buiten
vlogen. Ik zie ze eerst niet. Tot iemand naar boven wijst, en ja, aan
de binnenkant van de gevelmuur hangt, tegen het plafond aan, een hele
rij nesten waarop de zwaluwen landen en vanwaar ze weer naar buiten
vliegen, op zoek naar voedsel voor hun jongen. Wanneer ik wakker word
uit deze droom, herinner ik mij dat ik me de voorbije dag heb
afgevraagd of de zwaluwen al vertrokken zijn. De gierzwaluwen zijn al
weg. Ik las bij Gerbrand Bakker: ‘Die stiekeme gierzwaluwen, altijd
maar vertrekken zonder waarschuwing: de échte zomer voorbij zonder
het te merken.’ (Moeder, na vader,
257)

*
Bij
Gerbrandy lees ik ook dat J.J. Voskuil in zijn dagboeken heel wat
theoretische beschouwingen neerpende,
over vriendschap, over het omgaan met mensen, over de verloedering
van de natuur, over de zin van het leven. Daar ben ik in dit dagboek
in elk geval nog niet toe gekomen. Voskuil is, volgens Gerbrandy,
‘ontzettend met zichzelf bezig’ (Moeder, na vader,
265). ‘“Zelfverheldering” noemt hij het.’ Bij mij gaat het
niet om zelfverheldering, wel om het tegengaan van de
zelfverduistering. Ik wil mezelf niet verklaren, maar wel bijhouden,
bewaren, onthouden.
*
(…)
We hebben het verder nog, in de veel te dure koffiebar (5 euro voor
een dubbele espresso met een wolkje melkschuim) over (…) en over de
video van Dalilla Hermans, en over hoe minderheidsgroepen zich al te
gemakkelijk op hun zelfdefiniëring als minderheidsgroep beroepen en
zo de bakfietselite achter zich krijgen, maar zich tegelijkertijd
vervreemden van de heffe des volks, die, met giftige racistische
commentaren, iemand als Dalilla Hermans een video doet maken om
zichzelf te rechtvaardigen. (…) Wanneer X haar fiets uit het rek
haalt, wordt ze op een haar na aangereden door een man op een
racefiets die, reagerend op X’s kreet – het scheelde echt niet
veel – nog een wegwerpgebaar maakt alvorens met een veel te hoge
snelheid bij het sas van de Bloedput uit het zicht te verdwijnen.
*
Ik
laat mij in Raaklijn en Fnac tot de aankoop van boeken verleiden:
Rebellie van Joseph Roth, omdat
X me dat aanraadde, maar ook De weemoed van de reiziger
van Jan Brokken, Achtung Europa!
van Thomas Mann en Chanson
van Bart Van Loo. Terug thuis vind ik in mijn brievenbus
L’Homme qui plantait des arbres
van Jean Giono. A, die hier blijkbaar is geweest en vruchteloos heeft
aangebeld, heeft het daar achtergelaten – zo blijkt uit een
bijgevoegd briefje. (…)
*
Hetty
Helsmoortel, die bekendstaat als wetenschapscommunicatiedeskundologe
(of iets dergelijks – ze omschrijft zichzelf als een combinatie van
wetenschapper en artiest, met een zwak voor Yasmine en Céline Dion),
heeft in Alleen Elvis blijft bestaan over
de wereld niet bijzonder veel
te vertellen, maar des te meer over zichzelf. Een aflevering om snel
te vergeten.