vrijdag 3 april 2020

20.7 * 55,0 * 25,5 * 323,8

Dudzele - Hoeke - Moerkerke - Donk - Assebroek

wolken 3621


wolkenfragment uit Georges Perec, De dingen

3621
Aan de hemel hingen roerloze witte wolkjes. (103)

driekleur 433

Zij waren dat glinsterende puntje op de lange zwarte weg. Ze vormden een eilandje van armoede in de grote zee van overvloed. Ze keken om zich heen naar de grote gele velden met de rode stipjes van de klaprozen.

Georges Perec, De dingen, 95

vorig jaar 127


190403
Het onderwijs gaat achteruit, de afgeleverde kwaliteit is in vrije val. Het onderzoek dat uitwijst wat iedereen al lang weet, wordt vlak voor de verkiezingen openbaar gemaakt en meteen is het onderwijs een thema. Goed voor de N-VA, die niet uit de verf komt met haar corebusiness, en die in de hoek wordt gedrumd door de klimaatactivisten, maar die ook in een volgende regering de bevoegdheid Onderwijs claimt. (Tussen haakjes: in de zoveelste klimaatbetoging (190331) moesten de ‘gele hesjes’ meelopen. Normaal gezien zouden dat twee aparte betogingen zijn, maar de politie van Brussel legde het zo op. Voorspelbaar gevolg: het door de ‘gele hesjes’ aangerichte geweld straalt ongunstig af op het onschuldige groen van de klimaatactivisten. Wie is de baas van de Brusselse politie? Juist, een N-VA-minister van Binnenlandse Zaken.) Maar goed, hoe zou die kwaliteitsdaling in ons Vlaamse onderwijs te verklaren zijn? De N-VA, bij monde van ene Bart De Wever, die behalve burgemeester van een grote Vlaamse stad, voorzitter van de grootste Vlaamse partij en federaal volksvertegenwoordiger nu ook onderwijsexpert blijkt te zijn, zegt dat het de schuld is van wat hij de ‘pretpedagogie’ noemt en voor een keer schaar ik, hoewel geen onderwijsexpert zijnde, mij aan zijn zijde. Ik geloof namelijk ook dat het onderwijs vroeger béter was. Minder leuk misschien, maar beter. Dril en memoriseren; gezond gezag en autoriteit; nog niet het ontspoorde democratisme dat vandaag regeert (toen ik kind was bepaalden mijn ouders welke richting ik in het middelbaar uitging en bespaarden mij zo een veel te lastige keuze – het kwam niet eens in mij op dat een keuze mogelijk was); een door een oudere generatie aangereikte, beproefde canon; geen geïndividualiseerde psychologisering en problematisering met een hele batterij van afkortingen om afwijkingen te benoemen en daardoor aan te wakkeren; een bescherming van de begaafdsten waardoor ook de middelmaat en een groot deel van het schuim werd opgetrokken; het realisme waarmee nog onderscheid werd gemaakt tussen minder- en hoogbegaafden. Ik weet het, ik ben nu behoorlijk politiek-incorrect bezig. Noem het een denkoefening. Er zijn ook maatschappelijke oorzaken voor de kwaliteitsdaling. De demografische diversiteit is nu veel groter, met onvermijdelijk een versnippering van de aandacht en grote problemen in het talenonderwijs tot gevolg. De gezinnen – hoeksteen van de samenleving! – desintegreren, wat de gemoedsrust en begeleiding van de studenten natuurlijk ook niet ten goede komt. De nieuwe technologieën fragmenteren het concentratievermogen en herleiden de aandachtsboog die bijvoorbeeld nodig is om een serieus boek te lezen tot minimale proporties. Enzovoort. *