woensdag 20 mei 2026

LVO 351

fragment uit Het maaiveld


Wat er precies gebeurd was en wat precies de aanleiding was geweest – we hebben het nooit geweten. Maar dát de tegenaanval georkestreerd was, zoveel was duidelijk want er deden zich tijdens de eerste week van het laatste jaar, de zogenaamde retorica, wel opvallend veel incidenten tegelijkertijd voor.

Onze klas was er met goede moed aan begonnen, aan dat laatste jaar. De sfeer was goed, er was een soort van evenwicht tot stand gekomen tussen de volgzamen en de wat roekelozeren, de minder aangepasten, de vrijbuiters. Al viel het nog allemaal heel erg binnen de rede. Ik werd herverkozen tot klasverantwoordelijke en leidde nu ook de Boemerang genaamde, met behulp van huisvlijt, vrijwillige inzet, stencils en nagellak vervaardigde schoolkrant. (De nagellak gebruikten we om op de waslaag van de stencil de onvermijdelijke tikfouten te verbeteren.) Samen met Bert vormde ik, zonder daarom al te dominant te zijn, een sfeerbepalend duo dat onze medeleerlingen van de zesde Latijn-wetenschappen en ook onze leerkrachten scherp hield. Ik was volop mijn schuchterheid aan het overwinnen. Ik voelde eigenlijk voor het eerst in mijn leven – mijn nog kinderlijke vriend- en kameraadschappen niet te na gesproken – dat ik iets voor anderen kon betekenen. Dat anderen iets in mij zagen. Dat ik gezien werd.

Ik ging in die periode dan ook graag naar school. De vriendschap met Bert en dat prille zelfvertrouwen compenseerden de akelige sfeer die heerste in mijn ouderlijk huis. In dat jaar viel het huwelijk van mijn ouders, waarvan de schijn al vele jaren hooggehouden was, definitief uiteen. Mijn vader was vaak afwezig, maar ik miste hem niet. Als hij dan toch thuis verbleef, heerste de stilte die er zo ook al was tussen mijn moeder en mij alleen maar nog nadrukkelijker omdat mijn ouders onderling ook al niet met elkaar spraken, en ik met mijn vader al helemaal niet. Ik deed er alles aan om te ontkomen ‘aan de stemming in mijn ouderlijk huis die steeds ondraaglijker werd, aan het zwijgen dat zich daar steeds meer uitbreidde’.(*) Elke andere plek was beter. De school was er een van. Daar wisten ze trouwens niets van wat mij thuis overkwam. Of ze wisten het wel, maar ze deden alsof ze het niet wisten.


(*) W.G. Sebald, De emigrés, 198; vertaling Ria van Hengel


7930

Ramskapelle - 260423


dinsdag 19 mei 2026

vorig jaar 374

19 mei 2025

X en ik bestellen – en dat kan op klaarlichte dag maar met één bedoeling zijn – een kamer bij een bevriende hoteluitbaatster. Haar blik verraadt dat ze heel goed weet waar het ons om te doen is. Ze gaat de kamer gereedmaken. Er moet eerst nog wel wat meubilair in elkaar geschroefd: de onderdelen worden net aangevoerd. Daarnet, bij de ingang van het hotel, zagen we, opgehangen aan een balk, een omgekeerd rieten hoedje met daarin een vogelnest. Bij het bekijken van de inhoud ervan zagen we enkele eieren liggen, maar door een onvoorzichtige manipulatie van het hoedje valt er een op de grond. Het ei breekt, de dooier loopt uit op de vloer.

*

In De wereld van Sofie heeft een ‘expert’ het over de gradaties van hongersnood. Dit naar aanleiding van het feit dat – naar verluidt – een vierde van de Gazanen op het punt staat de hongerdood te sterven. Het feit! En dit omdat Israël elke voedselhulp tegenhoudt. Datzelfde Israël dat de televoting op het Eurosongfestival manipuleerde om daar toch maar als winnaar uit de bus te komen. Wat op een haar na nog gelukt is ook. In wat voor een wereld leven wij eigenlijk. Onmacht lijkt daarin de belangrijkste niet-drijfveer. Betogingen genoeg, maar wat halen ze uit. Op Facebook roept, vanuit die machteloosheid, een ernstige opiniemaker op tot geweld.

*

(…)

*

Ik begin aan Het lied van ooievaar en dromedaris van Anjet Daanje. Dat belooft een lange rit te worden.

*

Große Freiheit van Sebastian Meise (2021) is een lang uitgesponnen gevangenisfilm of homofilm – enfin, een combinatie van die twee. Na vele jaren in de cel te hebben doorgebracht, komt X in een bijzonder losbandige homobar. In de kelder onder het zaaltje waar een freejazzensemble zich uitleeft worden allerlei onnoemelijkheden bedreven. Wat later doet X het nodige om zo snel mogelijk opnieuw in de gevangenis te belanden: hij gooit de ruit in van de etalage van een juwelierszaak en begint, in afwachting van de komst van de politie, alvast een sigaretje te rollen.




7929

Kanaal Brugge-Oostende -  260424


maandag 18 mei 2026

vorig jaar 373

18 mei 2025

Ik moet een heel eind te voet naar Varsenare, waar W woont. Hij is aan het vergaderen met zijn collega’s van de universiteit. Kathleen Cools doet open. Ik vraag haar of W naar het feest gaat dat P bij haar thuis organiseert. In de volgende sequentie bevinden we ons op dat feest. W is er. Zijn opengewerkte overhemd toont een borstkas die veel werk in de gym verraadt. C zegt zoals gewoonlijk niets. G is er ook. Hij doet alsof hij mij niet ziet. En dan is er ook de nieuwe vlam van X, een jonge en magere Schot met rood haar, een geruite broek en een discreet juweel in zijn oorlel. De Schot begint wild te dansen, hoewel er helemaal geen muziek is. Dit alles speelt zich af onder aan de trap in de inkomhal van het huis in de Marcus Laurinstraat.

*

(…)

*

Tijdens het redderen in de keuken luister ik naar Touché, dit keer met Stef Bos. Nog zo iemand ten aanzien van wie ik, net als bij de gasten van Liefde voor muziek, mijn vooroordelen aan de kant moet schuiven om te kunnen ervaren dat ook hier een authentieke mens aan het woord is die probeert om er het beste van te maken. Bos vertelt over het zware verkeersongeluk waarbij een van zijn kinderen ternauwernood aan de dood ontsnapte. Van zijn muziek houd ik niet zo, maar zijn rustige en waardige manier van praten neemt me voor hem in.

*

(…)


7928

Meetkerkse Moeren - 260424, 6u59


zondag 17 mei 2026

vorig jaar 372

16 mei 2025

(…)

17 mei 2025




(…) Het is in de tuin van de psychiatrische instelling tegenover het station van Duffel even zoeken naar de Kapel van het Niets van Thierry de Cordier: een zwarte constructie met een witte opstaande wand en een opengewerkt plat dak. Een tuinier laat even op zich wachten – hij heeft de sleutel om de deur te openen. Het lukt hem niet. Mij lukt het, vreemd genoeg, wel. De ruimte binnen is – hoe kan het ook anders voor een kapel met die naam – leeg, op een zwarte pilaar die excentrisch geplaatst is na. De witte muren zijn aangeslagen met groene schimmel of mos door de blootstelling aan de binnenvallende regen. Het geheel is wel heel erg minimalistisch. We maken enkele foto’s. (…) In Mechelen bezoeken we de Dossinkazerne. Op een drafje door de tijdelijke tentoonstelling over sporters in Auschwitz. Dan lenen we onze stem voor een project dat eruit bestaat dat de namen van alle 26.000 van hieruit weggevoerden worden ingelezen door evenveel verschillende bezoekers. Ik spreek de naam in van Aron Wijnschenk, een diamantslijper uit Amsterdam die in 1942 na een razzia werd weggevoerd met het derde transport, om enkele dagen later in Auschwitz te worden vermoord. Hij was toen net even oud als ik nu ben – misschien is dat de reden waarom ik aan hem word gekoppeld. 




Op de markt van Mechelen drinken we een koffie. Praatje met een allochtone ober die de transformatie van zijn stad de voorbije dertig jaar zeer positief beoordeelt. Maar hij zou toch niet voor burgemeester Somers stemmen omdat hij een andere ideologische overtuiging is toegedaan. Welke, dat zegt hij niet, maar het feit dat hij het meteen over veiligheid heeft doet mij een donkerbruin vermoeden hebben. (…)

*

(…)




7927

Meetkerkse Moeren - 260423, 6u39

 

zaterdag 16 mei 2026

LVO 350

fragment uit Het maaiveld


Een lichtpunt in het vijfde jaar was de leerkracht voor Frans, Michel Perquy. Met zijn uiterlijk verwees hij van alle OLVA-leraren het uitdrukkelijkst naar de toen nog maar tien jaar in het verleden liggende revolte van ‘68. Zijn sluike lange haar, in een punt uitlopende sik, onafscheidelijke pijp en zwarte rolkraagtrui maakten van hem het buitenbeentje van het korps. Hij leek er niet echt bij te horen – en hij leek dat ook niet te willen. Als een vrijbuiter waarde hij rond tussen de klerken. Rond de veertig moet hij toen geweest zijn. Later zou hij naar Parijs verhuizen, een stad waar hij zich wellicht beter in zijn sas zal hebben gevoeld dan in Assebroek-bij-Brugge. Hij werd ook literair vertaler – ik herinner me dat mijn hart opsprong toen ik zijn naam zag staan in het boek Camille Claudel, een vrouw. Gedurende enige tijd was dat boek een bestseller omdat het succesrijk was verfilmd. Hoe het meneer Perquy verder is vergaan, heb ik nooit vernomen. (*) Hij was zo iemand van wie je wist dat hij wist wie je was. Tot welke soort je behoorde. Hij hoorde er net als jijzelf niet bij. Dat schiep een band, een die ervoor zorgde dat je bij hem je uiterste best deed. Zijn vertrouwen wilde je niet beschamen.

Frans in de poësis: de opdracht om – in het Frans – een gedicht te schrijven viel niet uit de lucht. We kregen er een week de tijd voor. Ik pakte die taak heel serieus aan. Mijn gedicht werd erg lang. Het paste niet op één blad. Maar tegelijkertijd wou ik het ook niet als iets al te hoogdravends of ernstigs presenteren. Daarom tikte ik het uit op een rol wc-papier. En zo diende ik mijn werkstuk ook in bij meneer Perquy. Hij vroeg niet waarom ik het zo had gedaan, hij begreep het en maakte geen misbaar.


(*) Dit is achterhaald. Michel Perquy is nu kunstschilder: https://oparijs.eu/over-oparijs/ 

7926

Brussel, Wetstraat - 260421


vrijdag 15 mei 2026

driekleur 612

(...) iedereen droeg een zwart pak, en degene die er geen hadden, want dat kwam ook voor, die probeerden toch helemaal in het zwart te gaan, broek, trui, laarzen of schoenen, alleen de motoren bleven kleurig, geel, rood, blauw, wat iedereen maar had, maar ook daar hadden ze aan gedacht, want ze hadden allemaal een zwart lint aan het stuur (...)

László Krasznahorkai, Baron Wenckheim keert terug, 349


vorig jaar 371

15 mei 2025

De begrafenisplechtigheid wordt gestreamd en kan worden bekeken op de hoogste verdieping van het door elkaar geklutste huis in de Marcus Laurinstraat. Ik leid de gasten, van wie ik er veel niet ken, naar boven. Daar lijken er maar weinig mensen bezig met de uitzending. Beneden, in de keuken, is er een tafel met allerlei lekkers. Er liggen ananasringen op de vloer. Ik raap ze op om ze in de vuilnisemmer te gooien en merk dat de hele vloer kleverig is geworden. Blijkbaar hebben er al een aantal gasten door het sap gelopen. Ik besluit me terug te trekken in mijn in de tuin opgestelde tentje, tot iedereen terug weg is. In mijn tweede droom ben ik in het station. Ik heb nog ruim de tijd om een ontbijt te kopen. Iemand probeert me in het winkeltje voorbij te steken, maar dat laat ik niet gebeuren. Ik koop zo’n klein Frans stokbrood (flûte) en een croissant. De flûte is slap. Dat komt, zegt de verkoper, omdat hij in plastic is verpakt. (De associatie met een condoom ligt voor de hand.) Ik stap het verkeerde deel van het perron op, en mis daardoor mijn trein.

*

(…)

7925

Brugge, Stil Ende - 260420


donderdag 14 mei 2026

vorig jaar 370

13 mei 2025

(…)


14 mei 2025

(…)

*

Gisterenavond zag ik een man van een jaar of zestig helemaal onderuit liggen tegen een voordeur in de Beenhouwersstraat. Een allochtone man was zich al over hem aan het ontfermen. De liggende man was straalbezopen. Hij vertelde dat hij ruzie had gemaakt met zijn moeder en niet meer binnen mocht. Als een buitengesloten hond was hij dan maar tegen de voordeur gaan liggen. De talen waarin ik samen met de dronken man en de allochtone man een gesprek probeerde te voeren, waren Frans en Nederlands. Op een gegeven ogenblik zei de man dat hij niet wou sterven. Niet zoals Tom Petty en Arno en George Harrisson en Jacques Brel. En ook niet zoals Bob Dylan. Ik zei hem dat die nog niet dood was – al zouden fans die een van Bobs recente optredens hebben bijgewoond mij misschien het tegenovergestelde verzekeren. Ook K, die toevallig passeerde, kwam er nu bij staan. Uiteindelijk heeft hij, nadat ik de scène had verlaten omdat ik dreigde te laat op mijn bestemming aan te komen, de ambulance gebeld. In afwachting, zo vertelde hij me achteraf, hebben ze – K dus, de dronken man en de allochtone man, samen nog liedjes van Brel gezongen. Het ging daar aan die voordeur van ‘Marieke, Marieke’, onder meer.

*

(…)

*

Ik lees de verhalenbundel Blow-Up van Julio Cortázar, bijna veertig jaar na de eerste keer, toen de pocket perfect in de zijzak van mijn uniformbroek paste zodat ik hem overal mee kon nemen om de lege legerdiensturen wat invulling te geven, voor de tweede keer uit. Ja, het zijn toch wel sterke verhalen. Sterke sfeerschepping in het verhaal over Charly Parker. Spanningsopbouw en chronologische verwarring in ‘Geheime wapens’.

*

(…)




7924

Meetkerke - 260419


woensdag 13 mei 2026

LVO 349

fragment uit Het maaiveld


Tijdens de bezinningsdagen in de abdij van Westvleteren kregen we de gelegenheid om lucht te geven aan de puberale verknooptheden waaronder we in die tijd gebukt gingen. We smachtten naar open gesprekken over ‘gevoelens’ en vriendschappen. We waren nog niet cynisch genoeg om doordrongen te zijn van de wetenschap dat zoiets nooit veel zoden aan de dijk brengt en meestal gedoemd blijft om in steriliteit en achterklap onder te gaan. Dat zal ook wel Lyckes uitgangspunt zijn geweest, maar het was niet het onze en daar had hij toch wel een beetje rekening mee kunnen houden in plaats van er neerbuigend en lacherig over te doen. De ‘retraite’ ontaardde in een open conflict. In plaats van een open sfeer te creëren waarin de groepsbanden konden worden aangehaald, raakten onze verhoudingen met het gezag voor de rest van het schooljaar en – zoals nog zou blijken – voor de rest van onze middelbareschoolcarrière vertroebeld.

Een bizar incident lag aan de basis van het conflict. Tijdens een vrij halfuurtje waren we met een tiental klasgenoten wat gaan voetballen op de parking van de horecazaak tegenover de abdij. Omdat we daar dorst van hadden gekregen, hadden we besloten om iets te drinken in het café, dat draaide op de verkoop van het door de paters gebrouwen trappistenbier. Maar aangezien de abdijkeuken de voorbije twee dagen, zonder dat wij daar om hadden gevraagd, het ‘tegelijk duivelse en goddelijke bier (...) met een alcoholpercentage van acht’(*) bij elke maaltijd had geserveerd, behalve bij het ontbijt, kozen we nu gewoon een cola. Toch nam mijnheer Lycke ons onze uitspatting kwalijk. Hij dreigde er zelfs mee om de boel de boel te laten en naar huis te gaan. Dat had hij waarschijnlijk nog het liefst gedaan om er aan zijn verbouwingen te gaan voortwerken, maar hij deed het uiteindelijk niet. Hij vond het niet kunnen dat wij tijdens een bezinningsdag op café gingen, terwijl wij dan weer vonden dat we inschikkelijk waren geweest door ons voor het lessen van onze dorst te beperken tot een niet-alcoholhoudend drankje, waarmee we tegelijkertijd aangaven te beseffen dat bezinnen en pintelieren onverenigbare activiteiten waren.

De onenigheid werd pas ‘s avonds bijgelegd, maar in het wederzijdse vertrouwen en in onze hoge verwachtingen ten aanzien van onze titularis was een eerste bres geslagen.


(*) Luuk Gruwez, Het land van de handen, 11

7923

Meetkerkse Moeren - 260419


dinsdag 12 mei 2026

vorig jaar 369

10 mei 2025

Waanzin van Lionel Shriver leest als een trein – en daar vorder ik vandaag dan ook een heel eind mee. Een onwaarschijnlijk – hoewel? – maar ongelooflijk consistent doorgedreven gedachte-experiment over hoe het mogelijk is dat een hele samenleving het sinds eeuwen vertrouwde concept ‘waarheid’ heeft kunnen laten varen.

*

(…)


11 mei 2025

(…)

*

Ik voel me leeg en uitgeblust, in elk geval niet goed genoeg in mijn vel om, zoals ik me had voorgenomen, een lange trainingsrit met de koersfiets te maken. Dan maar, om de namiddag te breken, een trage rit met de stadsfiets: via Nieuwege naar Varsenare. Daar zie ik J voor zijn voordeur staan. Het moet dertig jaar geleden zijn dat we elkaar voor het laatst hebben gezien. Ik stop, hij herkent me niet meteen. Na een vriendelijke begroeting nodigt hij me uit om in zijn tuin een koffie te dringen. We hebben een gemoedelijk gesprek, dat gelukkig niet – ‘Weet je nog?’ – nostalgisch is maar gewoon over het werk gaat en de gezondheid en dergelijke. (…)

*

(...)


12 mei 2025

(…) Kijk eens naar al die oude stellen die op elkaar uitgekeken zijn en niets meer te vertellen hebben. Daarnet op het terras van het café waar we van onze mocktailaperitief nipten, zat er zo’n paar: de man, een zeventiger, zat voortdurend te scrollen op z’n gsm, terwijl de vrouw, van min of meer dezelfde leeftijd, de mussen en kauwen observeerde die van de ene stoel naar de andere wipten in afwachting dat er ergens iets van een van de tafels zou vallen. Die twee zullen hun verhouding misschien ‘harmonieus’ noemen, maar zo wil je toch niet oud worden en uitdoven?

*

(…)

7922

Omgeving Nieuwege - 260419


maandag 11 mei 2026

facebookbericht 1218

GEEN FEEST

Dat de VRT het Eurosongfestival uitzendt is op zich al ergerlijk en erg. Maar dat 'onze' openbare omroep dit schaamteloos misplaatste feest aankondigt met jolige teasers, die dan ook nog eens worden afgesloten met een reclamespot voor het haarhygiëneproductenmerk Moroccanoil, de Israëlische sponsor van het evenement, dat is er wat mij betreft helemaal over. 

De VRT gedraagt zich hier als een laffe karakterloze teef die met de poten gespreid op haar rug ligt.

En kom niet weer af met het argument dat er een knop op mijn tv zit. De VRT draait op uw en mijn belastinggeld. Ik gruwel van het besef dat de cosmetische manoeuvres van de genocidaire staat Israël mij op deze manier bevuilen. Daar is geen shampoo tegen opgewassen.

LVO 348


fragment uit Het maaiveld


Nand Lycke was in dat vijfde Latijn-wetenschappen onze klastitularis. Zijn vakken Engels en Nederlands waren dankbare werkterreinen om een klas dwepende en eigenzinnige testoreronbommen in het gareel te houden. Zou je denken. Maar met Lycke viel dat anders uit. Met zijn gedrongen gestalte, lichte corpulentie en vooral zijn forse zwarte baard was hij een opvallende verschijning. Maar, zo zou al vlug blijken: achter dat uitgesproken uiterlijk ging onbeduidendheid schuil. Wij hadden nochtans steile verwachtingen.

Op de een of andere manier was Bert erin geslaagd om met zijn enthousiaste uitstraling niet alleen mij, maar de hele klas leven in te blazen. Iedereen, ook de minst uitgesproken karakters, leek er eindelijk iets van te willen máken.

Tijdens de eerste weken van september maakte onze klastitularis een bijzonder lusteloze indruk. Hij mummelde meer dan dat hij sprak, de lippen gedeeltelijk aan het oog onttrokken door zijn snor. Hij stelde ons zo sterk teleur dat we hem om uitleg vroegen. Dat kon in die tijd nog en hij liet het toe – wat hem sierde. Hij ontkende niet dat het hem aan energie ontbrak. Hij voerde de verbouwingswerken aan zijn huis aan als excuus. Het zou wel voorbijgaan.

Maar het ging niet voorbij. In plaats van ons de sleutel aan te reiken tot de poëziecorpussen van de Engelse en Nederlandse literaturen, wat in een voorlaatste jaar van het middelbaar onderwijs toch had moeten gebeuren, bood Nand Lycke ons vooral een inkijk in zijn burgerlijke hypochondrie en zijn totale gebrek aan motivatie. Voor ons stond een uitgebluste veertiger met het uiterlijk van een soixante-huitard maar met de ziel van een verkavelingsvillabewoner.

Daarvan konden we ons ter plekke vergewissen want in een gulle bui had hij ons allemaal eens bij hem thuis uitgenodigd voor een ‘muziekavond’. De pas verbouwde villa van onze titularis prijkte in een verkaveling nabij Steenbrugge. We mochten met z’n allen plaatsnemen in de zitkuil, een in de woonkamer uitgegraven gat dat met tegels, tapijten, kussenstoelen en een (niet brandend) haardvuur was aangekleed. Nand schonk ons die avond niet-alcoholische drankjes in (elk eentje). Het concept van de muziekavond was eenvoudig: elk bracht zijn favoriete liedje mee en mocht het, met gebruikmaking van Nands platenspeler, ten gehore brengen. Waarop de groep een kort commentaar leverde. Ik had gekozen voor ‘Maybe I’m Amazed’ van Paul McCartney, van dezelfde lp die ik al eens vermeldde in verband met de jeugdmissen op school. Nand Lycke vond er niets aan. Dat zei hij ook uitdrukkelijk. Zelf stelde hij iets voor van een countryzanger, ik weet niet meer wie het was. Bert had voor ‘Aqualung’ van Jethro Tull gekozen. We hadden in elk geval ons best gedaan om niet te komen aandraven met de oorwurm van de voorbije zomer of met iets van de plaat Jonathan Livingstone Seagull van Neil Diamond want dat was uiteraard niet cool genoeg.






7921

Oedelem - 260419


zondag 10 mei 2026

driekleur 611

De sneeuwklokjes & een paar gele krokussen bloeien, een paar primula's proberen te bloeien, tulpen en narcissen zijn te zien, de rabarber begint uit te lopen, pioenrozen idem dito, zwarte bessen lopen uit, rode niet, kruisbessen wel.

George Orwell, Dagboeken 1931-1949, 161

facebookbericht 1217

bij Vorig jaar 367

De tekst is vorig jaar geschreven op basis van de 'geruchten' die toen in de pers rondgingen. Vandaar de voorwaardelijke wijs. Ondertussen heb ik nog niet veel weerlegging vernomen inzake de houding van deze paus ten aanzien van lgbtq-etcetera en van de vervrouwelijking van het kerkpersoneel. (Dat vrouwen nog altijd geen priester kunnen worden beschouw ik als misogynie.) Dat van die hand boven het hoofd kan ik niet staven - maar ik zou geen paus willen zijn van een instituut waarvan nog niet alle functionarissen die zich aan kinderen hebben vergrepen zijn geëxcommuniceerd. En dan heb ik het niet alleen over die ene van dat 'relatietje' die zijn einde zit te verbeiden in een Frans klooster, maar ook over de wellicht tientallen en waarschijnlijk zelfs honderden anderen die hun machtspositie hebben misbruikt om de onschuld van kinderen te kraken en hun slachtoffers met een levenslang trauma op te zadelen.

Voor de rest heb ik niets tegen het katholieke geloof hoor. Ik gun ieder zijn strategie om de onzin verteerbaar te maken.

LVO 347

fragment uit Het maaiveld


De metafoor van licht en duisternis, duidelijkheid en verwarring speelt een belangrijke rol in mijn erg schematische verbeelding van die dagen. Het vreemde is – en hier speelt wellicht de invloed van mijn lectuur van Hermann Hesse (waarvoor meneer Allevier mij had willen behoeden) – dat ik het licht en de duidelijkheid associeer met het kleinburgerlijke bestaan dat ik blijkbaar koste wat het kost wilde vermijden, terwijl de duisternis en de verwarring stonden voor een soort van romantisch artistiek ideaal. Als je de verkeerde keuze maakt, zo spreek ik mijzelf toe op 30 oktober 1978, dan ‘verlies je je persoonlijkheid’; ‘het creatieve in je gaat teloor, je verdrinkt in de anonimiteit. Dat is de grote keuze waarvoor ik me nu geplaatst zie: hier de waardevolle duisternis, het leven, de onrust – daar de verlichte rust, die verdoemd is. Ik wil het leven, maar ik ben de duisternis en de onrust beu. Ik wil de klaarheid en de rust, maar ik wil mezelf niet verliezen.’ Wat verderop: ‘Dit alles is vaag, uiterst vaag. Een concrete omzetting in de realiteit zal wel onmogelijk zijn. Maar ik wil de sleutel vinden. Men vindt gemakkelijker iets in het licht dan in de duisternis, gemakkelijker in de rust dan in de woeling. Maar het is zo oneindig waardevoller als men de sleutel niet voorgeschoteld krijgt.’

Ik kan nu alleen maar vaststellen dat mijn ik van toen een behoorlijk verwarde indruk maakt. In diezelfde notitie tref ik wel nog een interessante uitdrukking aan. Ik heb het over het vinden van een tussenweg tussen het kiezen voor mezelf en het opvoeren van een sociale komedie. ‘Maar,’ zo voeg ik er nog aan toe, ‘het mag slechts een voorlopige oplossing zijn.’ Grappig hoe die woordcombinatie – voorlopige oplossing – veel later in mijn leven weer is opgedoken, nadat ik haar al die jaren vergeten was.

7920

Omgeving Maldegem - 260418


zaterdag 9 mei 2026

vorig jaar 368

9 mei 2025

Geestig, hoe Lionel Shriver het fundamentalisme van de anti-intellectualistische en nivellerende woke-beweging afspiegelt, of profileert, tegenover de fanatiekste uitingen van het Jehovah-geloof. Ik vind haar boek leuk, maar de gimmick wordt op den duur wat drammerig. Na honderd bladzijden mag er nu stilaan toch wat vaart in de actie komen.

*

(…) langs in De Zwarte Nunnen, dat nu ‘De Vlinder’ heet, waar N herstelt van een door een val met de fiets opgelopen heupbreuk en, daaropvolgend, de implantatie van een kunstheup. (…)

*

Optreden in de Snuffel van Bellestate, de band waarin zoonlief G drumt. Hoewel het maar hun eerste ‘serieuze’ optreden is, staat er toch een tweehonderd man/vrouw in de zaal. De voorste gelederen zijn heel enthousiast! De muziek kan er mee door, al zal ze mij wel niet bijblijven. De zangeres is goed bij stem, de bassist springerig en G retestrak en cool. Er is een rookkanon, er zijn ballonnen en er is confetti. (…) En achterin de zaal staat een weemoedige vader.

https://www.youtube.com/watch?v=1YL7uHrlZYs&t=75s

*

Nog langs bij F, waar ik kennismaak met M en E, een dokter en sociaal assistent, in hun vrije uren respectievelijk imker en hobbybrouwer. E werkt in het HIV-centrum van het AZ Sint-Jan en weet te melden dat het aantal HIV’s en soa’s de jongste jaren exponentieel gestegen is. Nu the big disease with a little name bedwongen lijkt, gebruikt nagenoeg niemand nog een condoom.

7819

Assebroek, langs het kanaal Brugge-Gent
260418


vrijdag 8 mei 2026

46,5 * 26,5 * 139 * 1050,1

Dudzele - Herdersbrug - Dudzele - Oostkerke - Hoeke - Oostkerke - Siphon - Damme 



vorig jaar 367

8 mei 2025

Ik lig in bed en word gewekt door twee mannen die een pistool op mij gericht houden. Ik ben natuurlijk meteen klaarwakker.

*

Na het schrijven van een notitie over de Brugse hooligans en enkele bladzijden te hebben gelezen in het amusante Waanzin van Lionel Shriver, begin ik aan mijn werkdag, die ik enkel onderbreek voor Nieuwe Feiten tijdens het koken en voor Blokken tijdens het naar binnen werken van wat ik heb klaargemaakt: vis, broccoli en aardappelen.

*

(…)

*

Een aangenaam etentje bij K, samen met L. We hebben het (…) ook over Christian Lamborot (Lamboraux, of nog anders?), de letterkapper in de Beaujolais, waar ik ooit eens, meer dan dertig jaar geleden schat ik, samen met K op bezoek ben geweest.

*

Ik verneem dat er een nieuwe paus is. Hij zou een conservatieve homo- en vrouwenhater uit Amerika zijn, die blijkbaar ooit een pedofiele priester de hand boven het hoofd zou hebben gehouden. À la bonheur en Bonne chance!