zaterdag 18 juli 2026

vorig jaar 411

18 juli 2025

Ik ga in het park zitten met Een kleine filosofie van grote emoties van Ignaas Devisch. Het boekje stelt niet zoveel voor. Geen ik zonder de anderen en de kunst van het zwijgen, wat niet hetzelfde is als verzwijgen. Dat is het zowat. Ik lees het in één ruk uit. Terwijl ik aan die tuintafel in de schaduw zit te lezen, passeert X. We hebben elkaar niet veel te vertellen. De stilte (het zwijgen!) is toch wat ongemakkelijk, in elk geval minder glorieus dan Devisch het voorstelt.

*

Kort na de middag een wandeling met Y en Z in Ryckevelde. Door hen ontdek ik een nieuw, heringericht stuk, dat ik nog niet kende. Waarover we het allemaal hebben, staat me nu niet meer voor de geest. Diepgaand zijn de gesprekken niet, mede doordat we een groot deel van de wandeling het gezelschap krijgen van een van de kleindochters en haar hond, die de show steelt door in de beek te springen en talrijke putten te graven. We kijken nog samen naar de Touretappe. Remco krijgt een ferme patat in de klimtijdrit. Z verrast me met een lekkere ijscoupe met slagroom en rode vruchten!

*

Thuis neem ik de talrijke reacties door op mijn stukje over het afgebrande podium op Tomorrowland. ( https://pascaldigital.blogspot.com/2015/07/reactie_29.html ) (…)

*

(…)


7989

Maranwez (F) - 260622


vrijdag 17 juli 2026

vorig jaar 410

15 juli 2025

(…)

*

Un beau matin (Mia Hansen-Løve, 2022). Ik herken meteen de actrice Lea Seymour – garçon manqué, korte haarsnit, tranerige ogen – en de hele sfeer. (Achteraf zie ik in mijn lijstje dat ik de film begin 2024 al eens zag.) Maar waar ging het weer over? De vader van Lea wordt behoeftig en moet naar een instelling. Lea heeft een dochtertje uit een stukgelopen relatie. Ze loopt een ex die ze tien jaar niet heeft gezien tegen het lijf. Zijn huwelijk is op de klippen aan het lopen. Hij behandelt haar als een maîtresse. Daar neemt zij geen vrede mee. Uiteindelijk verlaat hij toch zijn vrouw voor haar. Het appartement van de zieke vader, een professor emeritus filosofie, wordt leeggemaakt. De man heeft zijn hele leven gelezen. Zijn stoffelijke omhulsel, zijn lichaam, is nu aan het zieltogen in een instelling; zijn ziel is hier achtergebleven, in deze bibliotheek. Lea zorgt ervoor dat de boekenverzameling één geheel blijft door alles integraal te schenken aan een jonge student. Eindshot: het nieuw gevormde gezinnetje, met het dochtertje, dat een tijdje heeft gemankt om haar ongenoegen te ventileren maar dat nu als bij wonder genezen blijkt, staat bovenop Montmartre en kijkt uit over Parijs. Hoe het ondertussen de vader is vergaan, vernemen we niet. Niet goed, allicht. Lea en haar vriend spreken af dat ze elkaar euthanasie zullen gunnen als het ooit zover komt. (Lea vreest dat de ziekte van haar vader erfelijk is.)


16 juli 2025

Ik maak deel uit van een groep, waar ook L en K deel van uitmaken. Mijn vroegere hond Laïka is in de buurt. L is een gebocheld mannetje geworden, maar hij zit wel strak in een zilverkleurig pak. Ik weet geen weg met een sigaret en kruip, om mijn peuk weg te gooien, in een spleet onder de trap naar de ingang van het gebouw waarin de lezing die we zouden bijwonen gaat plaatsvinden. Vervolgens geraak ik zonder hulp niet meer uit die spleet. Een mij onbekende man reikt mij de hand om er mij uit te trekken…

*

Al om halfzeven begonnen aan het werk, en de werkdag duurt tot halftien ‘s avonds. Ik verzet zoveel mogelijk, in de hoop dat de collega’s het zullen appreciëren – al is de kans groot dat de meesten het niet eens zullen opmerken. Na de middag kijk ik zijdelings naar de Touretappe, die nogal gek verloopt.

*

F en N laten weten dat P om elf uur euthanasie heeft ‘gekregen’. Ik had het zo vlug niet verwacht. Ik zag hem voor het laatst een week of vijf geleden, en toen maakte hij een levendige en zelfs vrolijke indruk. Het bericht komt derhalve nogal aan. Ik ben blij dat ik P nog heb leren kennen, in extremis, ook via zijn boek. (…) avondwandeling rond het Stil Ende, waar de jongen van de Canadaganzen bijna volgroeid zijn (…) Na het afronden van mijn werk, ben ik tot niet veel meer in staat dan tot Vive le vélo.


17 juli 2025

Opnieuw, voor dag en dauw, een zeer deugddoend fietsritje door de Meetkerkse Moeren. Rond kwart voor zes komt de zon op. De nevel maakt het landschap fotogeniek – waar ik dan ook gebruik van maak. Ik heb zoveel energie getankt dat ik, thuisgekomen, in amper een uur het hele boekverhaal over Onder de vulkaan schrijf. Daardoor is mijn dag om acht uur in de ochtend al geslaagd. In tegenstelling tot wat ik in het begin van de week voor ogen had, moet er vandaag toch nog worden gearbeid. De Touretappe, die ik zijdelings bekijk, wordt alweer door Pogačar gewonnen. (…)

*

Midden in mijn tv-avond, met de vreselijke Johan Bruyneel als gast in Vive le vélo, krijg ik een opstoot van woede over de disproportionele berichtgeving over de afgebrande main stage op Tomorrowland. Mijn Facebookbericht daarover stuit op verrassend veel onbegrip. De reacties zijn impulsief, men laat zich duidelijk misleiden door mijn provocerende aanzet (‘I couldn’t care less’) en ziet niet waar het mij werkelijk om gaat.

*

Nog een aflevering van de serie Klem, waaraan ik nu helemaal verslingerd ben. Ik ben benieuwd hoe de relatie tussen de saaie belastingambtenaar Huug Warmond en de goedige schurk Marius verder zal evolueren, en vooral hoe de wat mij betreft uitstekende scenarioschrijver erin zal slagen om de dubbele en driedubbele op zich nogal onwaarschijnlijke plotknopen alsnog op een acceptabele manier te ontwarren!


Malcolm Lowry: https://pascaldigital.blogspot.com/2025/07/boekverhaal-61.html
Tomorrowland: https://pascaldigital.blogspot.com/2025/07/facebookbericht-1193.html




7988

Omgeving Maranwez (F) -  260622


donderdag 16 juli 2026

32 * 51,1 * 26,6 * 143 * 1812,2

Damme - Hoeke - Sluis - Cadzand - Retranchement - Westkapelle - Herdersbrug



LVO 362

fragment uit Het maaiveld


De avond verloopt zolang we buiten op de oever van het kanaal aperitieven gemoedelijk, daarna echter, wanneer we samen met een ander, veel luidruchtiger gezelschap, in een tent schuilen voor de aangekondigde stortvlaag, veeleer chaotisch. Enkel met wie naast of tegenover je aan de lange tafel zit is er conversatie mogelijk. En dan nog. Het is uitputtend. Het eten laat bijzonder lang op zich wachten. Er valt al eens een gesprek stil. Iemand kijkt op zijn horloge. Ambassadeur Lepoutre houdt het al vlug voor bekeken. Met Eric Colenbier, die links van mij zit, heb ik nauwelijks een woord gewisseld. Tegenover mij zit Philippe D., die een tandartspraktijk heeft in de Duitse stad Essen. Hij overweegt om na zijn pensionering terug te keren omdat hij er niet in geslaagd is om ginds een sociale kring uit te bouwen. Rechts van mij zit mede-initiatiefnemer Koen Coppejans. Hij heeft een map bij met foto’s en memorabilia, onder andere zijn toegangsticket voor de Europacup I-finale in Wembley.

Wanneer het dan eindelijk stopt met regenen gaat het gezelschap buiten staan aan een ronde tafel. Men laat pintjes aanrukken. Maar ik houd het voor bekeken.

De volgende dag schrijf ik mijn indrukken neer in een brief.

(...) Als ik iets onthoud van de reünie van gisterenavond – behalve dan de zeer bizarre mengeling van vervreemding (wie zijn die ouder wordende mannen eigenlijk?, wat hebben ze meegemaakt?, zijn ze gelukkig?) en vertrouwdheid (de tics, de stembuigingen, de gedeelde herinneringen) – dan wel dat verschillende personen met andere ogen op dezelfde gebeurtenissen van bijna een halve eeuw geleden terugkijken. Ik aanvaard dit als een les in bescheidenheid: mijn blik is maar een mogelijke blik.

Maar het is niettemin mijn blik. En die is, wat de twee laatste jaren van mijn middelbareschooltijd betreft, absoluut niet gunstig. Zonder afbreuk te willen doen aan het plezier van diegenen die er wél graag aan terugdenken (het weze hun gegund) of van wie ‘zich ziek kon lachen met de grappen van Tant’ (zoals ik iemand tot mijn verbijstering hoorde zeggen), wil ik hier toch het volgende kwijt over hoe ik die jaren ervaren heb want de setting was gisteren te luidruchtig en te druk om dat daar en dan te doen.

Toen wij aan het vijfde jaar begonnen was er veel goede wil in onze groep. Wij waren vastbesloten er iets van te maken en hoopten op de welwillende medewerking van onze leraren. Op zeer korte tijd en wellicht georkestreerd zijn er toen zaken gebeurd die er enkel op gericht waren dat enthousiasme te fnuiken. En ze zijn daarin geslaagd, die volstrekt onbeduidende gluiperige gefrustreerde tuinkabouters. Lycke, Tant en – de Heer waarin de godsdienstleraars onder ons ongetwijfeld nog geloven hebbe zijn ziel – Dehaene: in amper een week tijd hebben ze onze groep met hun middelmatigheid aangetast. Ze zijn erin geslaagd om alle creativiteit en ondernemingszin te smoren. Vanaf september 1978 was het bijgevolg aftellen tot 30 juni 1979.

Het is geen toeval, beste vrienden en (ex-)lotgenoten, dat het veertig jaar heeft geduurd vooraleer twee van ons – en nogmaals, dank je, Jan en Koen – het aandurfden om iedereen nog eens samen te brengen. (...) Het was zeker zinvol, maar ach, wat was het toch ook pijnlijk – en nu spreek ik voor mezelf – om nog eens herinnerd te worden aan het feit dat die rotzakken erin geslaagd zijn om twee kostbare jaren van mijn toen nog jonge leven te besmeuren.

(...)

Wij werden op dat verdomde college omringd en overheerst door grijze muizen en enkele misdadige ratten. Het heeft sommigen onder ons getekend. Gelukkig niet allen, maar mij wel.

7987

Omgeving Rocroi (F) - 260621


woensdag 15 juli 2026

facebookbericht 1234

Sammy Roelant ergert zich aan de sponsoring door UAE, Bahrein en consoorten En toch kijk ik er graag naar. Omdat ik als kind van de wielersport hield. De Vlaeminck en Merckx. (Ik was voor Roger.) Het televisiebeeld dat begon te tollen. Frans Verbeek die zei 'Maar Fred, hij rijdt vijf kilometer te rap voor ons.' Nostalgie dus. Watney, Mars, Molteni, Poeders Mann.
A propos, Poeders Mann, het schijnt dat dat puur vergif was.
En dan de landschappen. Mijn geliefde Frankrijk, ook al verandert het stilaan in een woestijn.
Maar je hebt gelijk, Sammy. Alleen, het is niet de schuld of verantwoordelijkheid van die coureurs. Het is het commerciële model. Het reclamemodel. Het gebrek aan ethische codes daarin. Organisatoren die vooral uit zijn op geldgewin.
Je mag tegenwoordig geen reclame maken voor sigaretten (Merckx reed in zijn nadagen nog voor Boule d'Or), en terecht, maar wel voor schurkenstaten. (Je vergat nog Israël.) En de journalistiek, tja, die draait mee. Ook daar heerst het verdienmodel dat alles kapotmaakt. En de politiek, ja, die lààt alles kapotmaken. Het wordt tijd dat we eens een ander systeem uitproberen.

LVO 361

fragment uit Het maaiveld


Ik was met frisse tegenzin naar die reünie gegaan. Maar met het oog op het schrijven van deze memoires leek het me toch raadzaam om de kans te baat te nemen om wat inspiratie op te doen. Ik zou het opvatten als veldwerk. Als een observatie. Van de anderen, hoe zij geworden waren en welke verhalen zij nog wisten te vertellen, maar vooral toch ook van mezelf, hoe ik op dat alles zou reageren. Ik verlangde er niet naar mijn voormalige klasgenoten terug te zien. Dat was natuurlijk op zich al betekenisvol. Ik dacht – en denk nog altijd – niet graag terug aan die tijd. Het kon alleen maar uitdraaien op een confrontatie met een onverkwikkelijk verleden. Bovendien waren er bij de drie afwezigen al twee die ik nu net wel graag had teruggezien: Dirk F., met wie ik in de loop van die veertig jaar een paar keer een gezellige babbel had gehad op de trein, en Bert Palfyn. Ik was nieuwsgierig naar hoe het Bert was vergaan – we waren per slot van rekening toch een paar jaar heel goed bevriend geweest.

De aanhef van de uitnodiging voor de reünie, per e-mail verstuurd, klonk erg bizar: ‘Hebt u een fiets? Neem dan uw fiets, rij naar huis, pak uw geweer en schiet u dood.’

Het was een citaat, en de eronder toegevoegde initialen ‘D.T.’ lieten er geen twijfel over bestaan: voor Jan was het onmogelijk om bij het opstellen en versturen van deze uitnodiging te doen alsof er indertijd niets was voorgevallen. Al van in deze aanhef klonk de bitterheid door die ook voor mij nog altijd, na vier decennia, onvergeten, onverteerd en onverwerkt was. De initialen waren die van onze wiskundeleraar van de laatste twee jaar: Daniël Tant.

Een paar dagen na de voor het overige vrij neutraal opgestelde uitnodiging kreeg ik, samen met de vijftien anderen, post uit onverwachte hoek. Bert Palfyn liet weten dat hij op de voorgestelde datum in het buitenland vertoefde, maar hij beloofde er alles aan te doen om aanwezig te zijn als er binnen vijf jaar een vervolg zou komen. Hij had echter wel nog een ‘serieuze opmerking bij het mooie initiatief van Koen en Jan’: ‘de quote van ene D.T. bovenaan hun mail maakt mij na meer dan vier decennia nog steeds opstandig en ambetant – het zijn dergelijke mensen, er waren er nog, die ervoor hebben gezorgd dat ik niet de meest aangename herinneringen heb aan mijn humanioraperiode – zeker de tweede helft, ik herinner ze mij niet als mijn meest vruchtbare en vrolijke jaren. En ik ben niet de enige.’

Bert besloot zijn mail, vreemd genoeg, met het gedicht ‘The Mower’ van Philip Larkin:

The mower stalled, twice; kneeling, I found
A hedgehog jammed up against the blades,
Killed. It had been in the long grass.


Het was een mooie brief. Er was duidelijk op gewerkt. De toevoeging van het gedicht was raak, Bert ten voeten uit.

Ik voelde mij aangesproken en antwoordde:

Beste ex-lotgenoten,

Het is jammer dat we niet voltallig zullen zijn. Maar laat het ons positief bekijken en vaststellen dat het beter is dat de afwezigen zich in het buitenland ophouden dan in het hiernamaals.

Ik kijk uit naar de herinneringen van diegenen die er wél zullen zijn, vooral de goede dan want zelf heb ik die nauwelijks en dat is niet omdat mijn geheugen voor wat betreft die jaren niet goed zou zijn.

The Mower’ van Larkin, Bert, dat moet lukken want het – volgend jaar te verschijnen – derde deel van mijn in eigen beheer uitgegeven autobiografie zal onder andere de herinneringen aan mijn collegejaren behandelen en dus ook die aan het debacle van de laatste twee jaar. Dat derde deel zal Het maaiveld heten. Het maaiveld, zijnde dat wat diegene die er zijn kop bovenuit probeert te steken de kop kan kosten.

Het is met zeer gemengde gevoelens dat ik aan die tijd terugdenk, maar ik hoop desalniettemin dat het een leuke avond wordt.


7986

Gent, Minardschouwburg - 260620


dinsdag 14 juli 2026

vorig jaar 409

13 juli 2025

Shi Tiesheng heeft het in Notities van een theoreticus (p. 524) over de dichter L, die in zijn promiscue verleden de woorden die hij nodig heeft om lief te hebben heeft zien ondergaan in de herhaling en de slijtage die daarmee gepaard gaat. De onmacht van zijn taal gaat samen met een fysiek onvermogen. Ook al is hij nu terug samen met de geliefde naar wie hij hevig heeft verlangd, zijn ‘bloem’ blijft hangen.

*

(…)

14 juli 2025

Facebookcontact X, die, ook al ken ik hem niet persoonlijk, een trouwe afnemer van mijn boeken is, stuurt via Messenger een foto van op de rommelmarkt van het Vossenplein: een exemplaar van Populierendreef 29 in een kartonnen doos. Sic transit gloria mundi! X weet mij te melden dat het exemplaar – blijkens een dedicatie of signatuur – toebehoorde aan Mathieu Brouns, aka Martin Pulaski. Ik ontmoette Matti, zoals hij zich liet noemen, twee keer nadat ik hem al jaren had gevolgd – en hij mij – in de virtuele wereld. Zijn posts op Facebook en op zijn blog Hoochiekoochie waren mij dierbaar. Martin Pulaski overleed in 2023. Zijn vrouw, die ik op de begrafenis zag, volgde hem kort nadien. Logisch dat zijn bibliotheek op de tweedehandse markt is beland. Zo kan ik me met die foto, die me in eerste instantie ontnuchterde, alsnog verzoenen.






*

(…) Y vertelt uitvoerig over het bezoek van een nichtje uit Amerika. Ze hebben haar de plekken laten zien waar haar ouders zijn opgegroeid. Het nichtje is ook naar Amsterdam geweest, waar ze danig geschrokken van de massaliteit en platvloersheid van terugkeerde. (…)

*

Ik bekijk een aflevering van Dezelfde deur, twintig jaar later. De immer minzame Martin Heylen gaat langs bij ‘gewone’ mensen die hij twintig jaar geleden ook al eens bezocht. Sommigen zijn er al niet meer, sommigen zijn verder weggezakt, sommigen doen het beter. De heroïek en banaliteit van deze roemloze levens.

7985

Brugge, Filips de Goedelaan - 260619


maandag 13 juli 2026

LVO 360

fragment uit Het maaiveld


In augustus 2021 ging ik naar een klasreünie. Er was er al eens een geweest, in 1984, vijf jaar na het laatste jaar humaniora en duidelijk nog met de bedoeling er een zekere jubileumregelmaat in te steken. Ik had er toen geen zin in gehad en was pas tegen middernacht aangewaaid bij de restanten van de bijeenkomst. Een groot succes was het niet geweest: veel klasgenoten hadden net als ik hun kat gestuurd. Er zaten nog een stuk of drie oude bekenden na te kaarten aan een chaotische reftertafel. Ik vernam er wie van mijn lichting onmiddellijk na zijn universiteitsstudie als leerkracht was geëngageerd. Het grijzemuizengehalte van de rekruten was ontstellend; de continuïteit van de school was op dat vlak verzekerd. Het leek het Vaticaan wel. 

In 2021 zag ik voor het eerst in meer dan veertig jaar mijn klasgenoten van toen terug. Sommigen van hen was ik in al die tijd hier of daar tegengekomen. Of ik had hen tijdig genoeg opgemerkt om hen te kunnen ontwijken. Het initiatief voor de klasreünie was uitgegaan van Jan Houtman en Koen Coppejans. Die twee waren elkaar ergens toevallig tegen het lijf gelopen. De een had het idee geopperd en de ander had gezegd ‘Waarom niet, eigenlijk?’ – en zo was het gegaan. Het had, zo vernam ik later, wel wat voeten in de aarde gehad om iedereen te bereiken. Sommigen zaten in een ver buitenland, anderen leidden een teruggetrokken bestaan in een verkaveling in een naburige gemeente. Maar uiteindelijk was het dan toch gelukt – in deze digitale tijd is het nu eenmaal onmogelijk om volledig onder de radar te blijven. 

Van de zestien leerlingen van de zesde Latijn-wetenschappen kwamen er dertien opdagen op het terras van café De Kijkuit naast het kanaal van Brugge naar Gent, tussen Beernem en Sint-Joris-ten-Distel. Ik maakte er kennis met een rechter, een ambassadeur, een godsdienstleraar, een apotheker, een antropoloog, een romanist, een landbouwer, een psycholoog, een tandarts en een gepensioneerde schoolmeester. Ouder wordende versies van wie ze ooit waren geweest, de meesten kalend, de meesten met een buikje, om niet te zeggen een stevige embonpoint. Enkelen zou ik niet hebben herkend wanneer ik hen op straat zou hebben gekruist.

7984

260619


zondag 12 juli 2026

vorig jaar 408

12 juli 2025

Vroegochtendlijke fietsrit langs Nieuwege en de Meetkerkse Moeren. Geen fototoestel bij om de mooie nevellaag vast te leggen. Lage volle maan. Heel veel vogels: reigers, kraaien, duiven, rietzangers, spechten… Hazen en katten. Zo’n rit doet telkens weer deugd. Thuis aangekomen maak ik een praatje met een buurvrouw die in een Volkswagen Caddy een slaapruimte heeft laten installeren. Misschien iets voor ooit, later, wanneer het fietsen te zwaar wordt? Ze noemt de naam van de firma in De Haan waar je zoiets kunt laten doen. Maar je moet wel zo’n Caddy hebben, natuurlijk.

*

Opnieuw de fiets op, nu richting Steenbrugge en langs de oude spoorwegbedding tot aan de Populierendreef. Daar meet ik mijn ‘toerke blok’ waar ik destijds de Tourritten overdeed. Het is inderdaad precies 1 kilometer lang. Veel is veranderd. Het huis van Parmentier op de hoek is geschilderd. Alle kavels zijn volgebouwd. De Beukendreef is nu echt een beukendreef met volgroeide bomen. Je rijdt er onder de kruinen als door een tunnel. (…)

*

(…)

*

Netanyahu en Trump zijn van plan om in Gaza een ‘moreel hoogstaand concentratiekamp’ te organiseren waarin ze twee miljoen sukkelaars willen samendrijven. Ondertussen heeft Trump in eigen land de jacht geopend op buitenlandse arbeiders die volgens hem illegaal zijn. Alles wordt tegenwoordig mogelijk en niets onwaarschijnlijk.

*

Het grootste avontuur van vandaag is een ritje naar de glasbol en het doen van boodschappen in de Aldi van Sint-Kruis, waar de caissière, een oudere dame, heel vriendelijk is. Zie het mij noteren: dat iemand heel vriendelijk is. Ook avontuurlijk is de kennismaking met een – voor mij – nog nieuwe literaire stem: ik begin aan Stroomafwaarts langs de Donau van Péter Esterházy. Zijn toon, ironie, schrijfstijl staan me aan. Voor het overige kijk ik vandaag bijzonder veel YouTube en tv: interviews met Ilja Leonard Pfeijffer (over Alkibiades), Geert Mak (over Wisselwachter) en de Vlaamse professor Alain-Laurent Verbeke (over het beleid van Trump met betrekking tot de Amerikaanse universiteiten), Vive le vélo (uiteraard), en dan nog een portie Vlaamse kolder in Loslopend wild. (…)


7983

Damme - 260614


zaterdag 11 juli 2026

Steenbrugge - Moerbrugge - Beernem - Oedelem - Donk - Moerkerke - Siphon - Dudzele - Sint-Pieters



vorig jaar 407

11 juli 2025

(…)

De psychoanalytica die te gast is in het radioprogramma Weet ik veel zegt bij elke vraag die Kobe Ilsen stelt ‘Dat is een mooie vraag’, alsof Kobe in haar kabinet op de sofa ligt en telkens een schouderklopje behoeft om zijn vrije associaties aan te moedigen en los te maken.

*

(…)

*

Onverschilligheid is het ergste wat je bij een roman van bijna zevenhonderd bladzijden kan overkomen. Ik snap wel dat Notities van een theoreticus van Shi Tiesheng compositorische verdiensten heeft, maar het is me te kunstmatig. De motieven, de herhalingen, de perspectieven, de door elkaar lopende en enkel in de geest van de schrijver apart bestaande personages die met een initiaal worden aangeduid (‘het is Z, maar het zou net zo goed L kunnen zijn’): het duurt me allemaal wat lang, ik raak de draad kwijt en op den duur kan het me, hoe dramatisch de verhaalde gebeurtenissen ook zijn, niet al te veel meer schelen – in elk geval niet genoeg om niet naar het einde van dit veel te dikke boek te verlangen.

*

Ik krijg via WhatsApp een groet van P vanuit Heiligenhafen. Daar kwam ik vorig jaar voorbij toen ik uit Lolland terugkeerde.


7982

Brugge, Vismarkt - 260616


vrijdag 10 juli 2026

vorig jaar 406

7 juli 2025

(…)

8 juli 2025

(…)

9 juli 2025

Ik rond de lectuur af van De herschepping van de democratie van Ico Maly. Een relevant, om niet te zeggen noodzakelijk boek, maar ach, wat is het slecht geschreven. Een boek dat zo slecht geschreven is, kan nooit impact hebben.

*

Door een of andere digitale gril zijn de recente aanvullingen van mijn Word-files, die altijd openstaan maar die om de een of andere reden, waarvan mijn onkunde wellicht de belangrijkste is, niet de recente wijzigingen bijhouden, verloren gegaan. Ik verlies heel wat tijd met alles te reconstrueren: boekenlijst, filmlijst, bibliotheekinventaris, notities, brieven… Onvermijdelijkerwijs vraag ik mij daarbij af waarom ik het in godsnaam allemaal bijhoud en bewaar.

*

Mijn seniordag gaat grotendeels op aan lezen, boodschappen doen, koers kijken… Ik lees onder meer, in het park, Het Belgisch labyrint van Geert van Istendael. Een kort praatje met J., die daar toevallig passeert.

*

Op bezoek bij X. Van het voorgenomen atelierbezoek komt niets in huis. Maar we hebben wel ongeveer anderhalf uur een diepgaand gesprek over sterfelijkheid, familie, onze bezigheden. Toch eigenaardig, dat we elkaar pas nu echt ontmoeten, na al die jaren.

*

In het consumentenprogramma Geld gezocht verneem ik van het bestaan van de app ‘Wakosta’. Ik installeer hem meteen. Met het vooruitzicht van mijn pensioen volgend jaar lijkt het me geen slecht idee om min of meer te weten hoeveel ik elke maand overhoud. Of niet overhoud.


7981

J. - 260614


donderdag 9 juli 2026

7980

Sint-Pieters, kanaal Brugge-Oostende - 260610


woensdag 8 juli 2026

7979

260610


dinsdag 7 juli 2026

driekleur 616

Paul Klee, Die Engel im Werden (1934)

Het was een in rode, gele en zwarte kleurvlakken getekende engel met twee nogal plompe vleugels waarmee hij tussen hemel en aarde zweeft. Hij had een kleine cirkel als hoofd en van zijn linkerzijde viel een rood kruis een zwarte diepte tegemoet.

Joke J. Hermsen, Onder een andere hemel, 231-232

  

30 * 62,0 * 26,0 * 140 * 1706,0

Dudzele - Damme - Oostkerke - Hoeke - Oostkerke - Herdersbrug - Lissewege - Zwankendamme - Zuienkerke



7978

Dudzele, Herdersbrug - 260610


maandag 6 juli 2026

vorig jaar 405

6 juli 2025

In mijn bureau vliegt vanmorgen een roestrode nachtvlinder rond. Ik slaag erin hem naar buiten te werken. Wat later vind ik er een tweede, op de vloer van de keuken. Maar die verdwijnt nog voor ik, gewapend met een tupperwarepotje en een ansichtkaart, actie heb kunnen ondernemen. Nu zit dat dier ergens tussen mijn boeken symbool van de dood te wezen.

*

Voldoening omdat ik een boekverhaal schrijf over Delirious New York en er al meteen een volgende aanzet over André Martheleur. Dat kan omdat ik tijdens het schrijven over het boek van Koolhaas op het net een pdf heb gevonden van een boek dat zes Martheleur-sympathisanten uit Saint-Étienne hebben gemaakt. Ik keer door beide boekverhalen helemaal terug naar mijn – eenmalige – reis naar New York in 1990. Wat een voorrecht is het geweest om die unieke mens, André Martheleur, daar te mogen ontmoeten. Ik beschouw hem als een van mijn leermeesters. Ik haal er ook mijn eigen foto’s bij, die ik tijdens die reis maakte.




*

Barbecue (…). Uitgerekend vandaag, voor het eerst sinds lange tijd een regendag. Dus is het binnen te doen. Ik stort mij op de cava. Een langdurig gesprek met M over New York (…). Redelijk aangeschoten verlaat ik rond een uur of vier het pand, nog net op tijd thuis voor de laatste 20 kilometer van de Touretappe. Ik weet dat de avond verloren is, dus hijs ik me in m’n koersbroek en op m’n koersfiets – het is intussen opnieuw droog – en vermaal ik met 45 kilometer het promillesurplus. Op tijd terug voor Vive le vélo en de laatste aflevering van de eerste jaargang van Klem, dat ik alles bij elkaar met veel plezier heb bekeken.


7977

Omgeving Zuienkerke - 260610


zondag 5 juli 2026

29 * 53,4 * 27,1 * 143 * 1644,0

Nieuwege - Oudenburg - Plassendale - Klemskerke - De Haan - Vlissegem - Meetkerke - Nieuwege



vorig jaar 404

5 juli 2025

Daguitstap met X. Onderweg hebben we een nogal diepgaand gesprek over relaties, het vinden van een partner op onze leeftijd en de onwaarschijnlijkheid daarvan, de voordelen van het alleen-zijn. (…) En zo bereiken we, na een hobbelige rit door dat alsmaar vreemder wordende buitenland Wallonië de ‘kathedraal’ van Strépy: een nagenoeg volkomen nutteloos bouwwerk. We wandelen er omheen, staan even stil bij een memoriaal voor een omgekomen straatracer. De naar de berm wijzende remsporen staan nog in het asfalt. La Louvière. 35 jaar geleden was ik hier voor het laatst, toen nog met P. (Was de Boch-site er nog? Ik denk dat ze toen volop werd afgebroken.) De eerste portie mosselen die ik in het restaurant voorgeschoteld krijg is nog niet voldoende gekookt. Ik vraag en krijg een andere pot – het zal allicht wel dezelfde portie zijn die nog even op het vuur is gezet. Na de middag bezoeken we het Musée de la Gravure. Niet veel soeps. Twee suppoosten vervelen zich te pletter op hun gsm’s. Hoeveel bezoekers zouden hier over de vloer komen? De gesprekken tijdens de terugrit zijn minder intens. Af en toe kan X wel eens lachen met mijn dwaze grappen. (…)




*

Vandaag is de Tour begonnen. Ik kijk dus naar Vive le vélo. En daarna naar nog eens twee afleveringen Klem.