BOZAR, WAAR VLAMINGEN THUIS ZIJN
Ik bezocht de zeer mooie en interessante tentoonstelling ‘Jean Brusselmans. Schilder van nature’ in Bozar. Zeker de moeite om eens naar Brussel te treinen, ook al omdat er in dezelfde parastatale instelling nog een tweede ongemeen boeiende tentoonstelling loopt: William Kentridge is een begenadigde en virtuoze tekenaar, maar ook een politiek denker, performer, installatiekunstmaker enzovoort.
Maar daarover wil ik het niet hebben. Ik struikel over enkele passages in het woord vooraf dat ‘Vlaams minister van Welzijn en Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen’ Caroline Gennez schreef voor de catalogus bij de Brusselmans-tentoonstelling. (Gennez is van Vooruit. Dat is, voor wie het niet meer zou weten, een voormalig socialistische partij in Vlaanderen.) Haar tekstje telt – ruwe schatting – vierhonderd woorden. Het woord ‘Vlaanderen’ komt er drie keer in voor, en het adjectief ‘Vlaams(e)’ vijf keer.
Gennez (of haar tekstschrijver) neuzelt: ‘Wie zich een beeld wil vormen van hoe Vlaanderen eruitzag in de eerste helft van de twintigste eeuw, hoeft maar de schilderijen van Jean Brusselmans te bekijken’. Dat is uiteraard nonsens want ofwel heeft Gennez niet gezien dat het aandeel van de landschappen in Brusselmans’ oeuvre beperkt is, ofwel vindt zij dat zijn interieurs, stillevens, portretten en marines een opmerkelijke Vlaamsigheid uitstralen, ofwel zag het Vlaanderen van de eerste helft van de twintigste eeuw er bijzonder hoekig, kleurig en met grove penseelstreken geschilderd uit. Maar goed, van een minister van Welzijn en Armoedebestrijding, (een beetje) Cultuur en Gelijke Kansen kan men niet verwachten dat zij, zeker ook gezien de veelheid van haar bevoegdheden, beslagen genoeg is om tot een zinvolle kunsthistorische beschouwing te komen. En dat wordt uiteraard van haar in een catalogustekst ook niet verwacht. Van een Vlaams minister van..., enzovoort, verwacht je in een catalogus bij een tentoonstelling die plaatsvindt in een Belgische (‘parastatale’) instelling dat zij, jawel, vooral het Vlaamse karakter van het gebeuren kracht bijzet – waarbij zij enige overdrijving natuurlijk niet per se hoeft te schuwen. Uiteraard niet, want met nationalisme gaat altijd overdrijving gepaard.
En dat doet Gennez wel degelijk, het Vlaams karakter van deze schilderijententoonstelling beklemtonen. Met verve! Ik citeer even: ‘We mogen er best trots op zijn dat het werk van Brusselmans zo wijdverspreid is in de Vlaamse collecties, ook in private verzamelingen, en dat enkele werken in deze tentoonstelling ook op de Vlaamse Topstukkenlijst staan. Hiermee wil de Vlaamse Gemeenschap de zeldzame en onmisbare stukken uit ons waardevolle erfgoed beter bewaren en beschermen, zodat meer mensen ervan kunnen genieten. Het bewijst dat Vlaanderen...’ – enzovoort.
Je moet maar durven: hooguit twee weken voordat Gennez de hakbijl zet in het behoud van ‘ons waardevolle erfgoed’ laat zij haar tekstschrijver newspeaken over de noodzaak om datzelfde erfgoed beter te bewaren en beschermen.
En dan heb ik het nog niet over de discutabele bewering dat Jean Brusselmans een ‘Vlaamse’ kunstenaar zou zijn. Waren zijn ouders en dus zijn opvoeding Franstalig? Het lijkt me waarschijnlijk, maar ik heb het niet kunnen achterhalen. Wel zeker is dat Brusselmans in Brussel geboren is en enkele van zijn kinderjaren in Parijs doorbracht. En dat op de tentoonstelling een manuscript te zien is waarin hij op een twintigtal bladzijden zijn leven beschrijft – die tekst is wel degelijk, in eigentijds zwierig handschrift, in het Frans opgesteld. Pas in 1924, toen hij veertig was, ging Brusselmans in Dilbeek wonen. En wat het Vlaams karakter van Brusselmans’ kunst betreft: de tentoonstelling toont nu net aan dat hij zich liet inspireren door collega’s die, op de in de Vlaamse klei neergepote Permeke na, zeker niet allemaal door extreme Vlaamsigheid worden gekenmerkt. Integendeel, de aanwezigheid van referentiekunstwerken van Mondriaan, Cezanne, Léger en Morandi wil nu net aantonen dat Brusselmans zich voor zijn inspiratie ook op het buitenland richtte.
Sorry, maar Brusselmans met alle verbaal geweld een ‘Vlaamse’ schilder noemen, mag dan misschien kunsthistorisch hout snijden omdat hij zich zijn leven lang heeft proberen te onttrekken aan de malse klei van het ‘Vlaams expressionisme’, maar in de tekst van Gennez lijkt mij dat niet de eerste insteek. Daarom wil ik de assumptie dat Brusselmans ‘Vlaams’ zou zijn als een schrijnend geval van cultural appropriation brandmerken.
Maar natuurlijk is het woord vooraf van onze cultuurminister-met-de-hakbijl in de eerste plaats een ideologisch manoeuvre – eigenlijk ben ik wel benieuwd wat er in de Franstalige versie van de catalogus als ‘woord vooraf’ staat afgedrukt.
Bozar is een van de zwaarst door de recente Vlaamse besparingen van de Vlaamse Regering getroffen instellingen: Vlaanderen heeft er al zijn met Vlaams belastinggeld gefinancierde Vlaamse subsidies uit weggetrokken. En dan met zo’n woord vooraf afkomen, pardon my French: il faut le faire.
De tentoonstelling ‘Jean Brusselmans. Schilder van nature’ in Bozar loopt nog tot en met 31 januari, alle dagen behalve maan- en feestdagen van 10 tot 18 uur.























