donderdag 5 november 2026

boekverhaal 84 / getekend 540

In deze rubriek heb ik het over door mij gelezen of in mijn bezit zijnde boeken waar een verhaal aan vasthangt of die iets bijzonders voor mij betekenen.


1995

Genadeloze zelfkennis

Ik was ontroerd toen ik de voorbije zomer, iets meer dan een halfjaar na zijn overlijden, in Watou zijn diepe, warme, trage, bedachtzame stem hoorde weerklinken. Hij las een van zijn bekendere gedichten voor, ik weet niet meer hetwelk. Geen wonder, want ik was – en ben – nooit in de eerste plaats in zijn poëzie geïnteresseerd geweest. Ik las maar een paar van zijn bundels: Honing en as, Bres, Voorbijganger. En hier en daar een gedicht of een vers in een eerste versie van zijn verzamelde gedichten, Hart tegen hart. Gedichten 1975-1990. Zoals de lijn ‘Mijn benen doen pijn van het niet naar je toe kunnen komen’, waarmee het vaak geciteerde gedicht ‘Verklärte Nacht’ eindigt.

Neen, wat mij vooral naar Leonard Nolens deed opkijken, en nu doet ómkijken, waren zijn dagboeken. En zijn persoonlijkheid. Maar dat is min of meer hetzelfde want het is niet overdreven te stellen dat zijn dagboek, als uitgepuurde poging om zichzelf te portretteren, met zijn persoon samenviel. Zo genadeloos is het bijwijlen.

‘Genadeloze zelfkennis bevordert het geleidelijk loskomen van zichzelf’, tekent Nolens op een vrijdag-de-dertiende op in 1981 (Stukken van mensen. Dagboek 1979-1982, 130). Hij is dan bijna 34 jaar. De uitspraak klinkt behalve ambitieus ook pretentieus. Zoals Nolens in zijn dagboeken met al zijn ernst vaak klinkt – in die zin was hij een wandelend anachronisme, want ernst wordt in het beste geval enkel nog gedoogd. Hij biedt dan ook, in dezelfde alinea, meteen weerwerk: ‘Wie niet bewust begaan is met zijn lot, met zijn bestemming, is evenmin begaan met het lot en de bestemming van anderen.’ Dat citaat echoot dan weer het motto van het eerste dagboekdeel: ‘Nadenken over het eigen lot heeft geen ander doel dan een gemeenschap vinden die een einde maakt aan de verbanning’ (Leopold Flam).

Op het voorblad waarop dat motto staat, tref ik een tekening aan die iets zegt over de omstandigheden waarin ik Stukken van mensen las (zie illustratie onderaan). Blijkbaar slaagde Nolens er niet in om mij die hele warme zomerdag in Zuid-Frankrijk bij de les, bij het lezen, te houden.



Maar dat belet niet dat ik grote bewondering had – en nog altijd heb – voor zijn dagboek. Eerst dit eerste deel, en daarna de volgende:
Blijvend vertrek. Dagboek 1983-1989, De vrek van Missemburg. Dagboek 1990-1993 en Een lastig portret. Dagboek 1994-1996. Ze werden stuk voor stuk mooi en in een uniforme vormgeving uitgegeven. Na een lange stilte vond het vijfde deel een plek in het volledige, in 2009 uitgegeven Dagboek van een dichter. 1979-2007. Uit de ‘Verantwoording’ op pagina 1059 blijkt dat dit vijfde deel ‘als werktitel had “Verborgen agenda 1997-2007”’. Die verantwoording eindigt overigens met de droge vaststelling: ‘In 2007 heeft de auteur zijn dagboek afgesloten.’ Alsof alles wat de dichter Leonard Nolens, zichzelf genadeloos bespiegelend, met betrekking tot zijn dichterschap te zeggen, te overwegen en door te denken had, gezegd, overwogen en doorgedacht was. Ook al had hij dan nog bijna twintig jaar voor de boeg en moest een aanzienlijk deel van de in de Verzamelde gedichten. Manieren van leven (2012) opgenomen bundels nog worden geschreven.

Ik vond het lijvige Dagboek van een dichter op 8 januari 2011 voor de helft van de prijs in de soldenbak van de Fnac. (Ik kan het ook niet helpen dat dat rijmt.)

Naar aanleiding van het verschijnen van De vrek van Missenburg kreeg ik indertijd de gelegenheid om de dichter op te zoeken in zijn schrijfhok in het bospark van Missenburg, waar hij elke dag als een plichtsgetrouwe ambtenaar vanuit zijn woning nabij het KMSKA naartoe tramde. Het werd – wie had het anders verwacht – een moeizaam gesprek, waarvan het resultaat hier is terug te vinden. Het interview verscheen onder de titel ‘Is het geluk het ongeluk van de dichter?’ in De Standaard der Letteren van 28 september 1995. In mijn archief rust ergens een – voor mij – statusverhogende foto van Marc Cels waarop te zien is hoe ik de dichter aan een kruisverhoor onderwerp, maar ik vind die foto niet meer terug.

In de recensie die ik voor De Morgen (26 oktober 1998) maakte van Een lastig portret, deel 4 van Nolens’ dagboek verwoord ik waarom Leonard Nolens voor mij een belangrijke schrijver was – en nog altijd is – en hier volgt een lang citaat: ‘Het is zeker geen toeval dat Nolens in het begin van dit dagboekdeel instemt met het lemma “dagboek” in de Encyclopedie der wereldliteratuur, waar het stelt dat “het dagboek een boeiend grensgeval [kan] zijn in het domein der literatuur”. Dat woord “grensgeval” heeft onmiskenbaar een politieke dimensie. Het volgehouden zelfonderzoek is inderdaad een “ultieme test voor wie een onderzoek doet naar het democratische levensgevoel”. Het is, in de dictatuur van het populaire en het populisme – waaraan te veel intellectuelen in talkshows en praatjesprogramma’s duchtig en gedachteloos meewerken – onvermijdelijk geworden om elitair te zijn, als je nog een laatste bastion voor het kritische, vrije denken wilt vrijwaren. Dat elitarisme, met zijn “literaire maniertjes” en “luxeproblemen”, is, tegenover het dictatoriale anti-intellectualisme dat het artistieke klimaat verstikt, een uitermate maatschappelijke houding. Zelfs in de grootste afzondering staat de schrijver, althans voor zover hij erin slaagt zich hoorbaar te maken (en misschien moet die voorwaarde niet eens vervuld zijn), midden in de samenleving. Zo verantwoordt Nolens zichzelf. De goede lezer heeft die verantwoording niet nodig.’ Einde citaat.

In 2004 werkte ik met Leonard samen aan een project waarin mijn vriend de letterkunstenaar Kristoffel Boudens betrokken was. Dat leidde tot een publicatie, waarvan de door mij geschreven tekst hier is weergegeven.

In het interview uit 1995 gaat het op een bepaald ogenblik over de hang van de dichter naar contact met zijn lezers. Nolens antwoordt op mijn vraag ‘Maar u vroeg toch om een wedervraag?’ het volgende: ‘Misschien klinkt wat ik nu zeg te arrogant: de wedervraag ontstaat al in het leven zelf van mijn boeken. Ik kan dat ook afleiden uit die vijf brieven die ik per jaar ontvang, waarin mensen iets van hun eigen leven formuleren, nadat ze daartoe werden aangezet door wat ze bij mij hebben gelezen.’

Een van die vijf brieven per jaar was in 2013 een brief van mij. In mijn heel uitvoerige brief d.d. 6 november van dat jaar sprak ik – zeer tegen mijn gewoonte in want ik had niet de gewoonte door mij bewonderde schrijvers met mijn bewondering lastig te vallen – mijn onvoorwaardelijke waardering. De toon is misschien wat onderdanig, stel ik nu vast, maar de brief is oprecht en ook wel wat vertrouwelijk. Ik heb hem hier op mijn blog geplaatst. 

Veel later, ik was al geen letterenjournalist meer, liep ik Leonard nog één keer tegen het lijf. Geen idee wanneer dat was, maar wel nog waar: in het Antwerpse letterenhuis, zeer toepasselijk, ik denk op een tentoonstelling van het werk van vormgever Gert Dooreman. Leonard had mijn brief goed gelezen, verzekerde hij me, en ja, hij zou hem zeker beantwoorden, maar het kwam er alsmaar niet van. Het is er nooit meer van gekomen – en neen, ik neem het hem niet kwalijk.

Op bladzijde 231 van Voorhuwelijks sparen, het vijfde deel van mijn autobiografie, komt de dichter een laatste keer in mijn leven voorbij. We schrijven 1996 en bevinden ons in een Barcelonese bar, kort na een stevig door de Vlaamse Gemeenschap gesponsord prestigieus poëzieoptreden: ‘Leonard Nolens, al danig in de olie, gaf een jazzimprovisatie ten beste op een ongestemde buffetpiano.’


Leonard Nolens, Dagboek van een dichter 1979-2007




8099

Brugge, Buiten Boeverievest - 260821


woensdag 4 november 2026

getekend 541



vorig jaar 491

4 november 2025

Ter aanvulling van wat ik al heb voor deel 5 moet ik enkele titels van belangrijke historische filosofische werken opsommen: de juiste titels, de juiste chronologie. Wat weet ik, die filosofie heb gestudeerd, eigenlijk van filosofie? Wat is mijn parate kennis?

*

Drones boven alle vliegvelden. Zijn het Russen of zijn het ‘amateurs’, zoals hier en daar wordt beweerd. In elk geval, als dit een georkestreerde actie van de overheid is om de defensiebudgetten de hoogte in te jagen, dan is het wel een zeer hardnekkig volgehouden en opzichtige actie.

*

(…) Algemeen wordt aangenomen, zegt X, dat er twee mogelijke richtingen zijn voor arme mensen. Ofwel doen ze een beroep op de overheid, ofwel werken ze zichzelf boven water. Het is, zeggen de neoliberalen dan, in het tweede geval een kwestie van persoonlijk initiatief en ondernemingszin. Maar, zegt X, noch de socialistische noch de liberale optie is toereikend om alles te verklaren. Je moet ook chance hebben in je leven en de juiste mensen op je pad ontmoeten die jou op weg helpen. Dat is de derde weg. Het zet mij aan het denken: ga eens na wie in jouw leven de inspirerende figuren zijn geweest, maar ook voor wie jij zelf een inspirerende figuur bent geweest. En dan maak ik ook de vergelijking met de film De son vivant, waarin de toneelleraar en de dokter allebei inspirerende figuren zijn. En eigenlijk ook de door Cécile de France vertolkte verpleegster omdat ze in extremis de patiënt nog liefde en zelfs seks schenkt. Troostende seks is het, in een wondermooie, ontroerende scène. Een gewaagde scène toch ook, want het is een evenwichtsoefening, met larmoyante kitsch heel dicht in de buurt. (…)


8098

260821


dinsdag 3 november 2026

vorig jaar 490

3 november 2025

Gisteren kwam ik op straat X tegen. Hij vertelde, toen we bij elkaar naar onze gezondheidstoestand informeerden, dat hij zich enige tijd geleden had verslikt. De etensrest was in zijn keel blijven hangen, of ergens dieper in zijn slokdarm. Zijn vriendin had hem aangeraden om naar de spoeddienst te gaan. Er werden foto’s gemaakt, en zo kwam een vlek op zijn long aan het licht. Kwaadaardig, het ding is intussen verwijderd. Kortom, mocht X zich die dag niet hebben verslikt, dan stond hij nu misschien niet op straat met mij te praten.

*

(…)

*

De son vivant van Emmanuelle Bercot (2021) grijpt me naar de keel. Voortdurend op het randje van de sentimentaliteit – wat met zo’n thema, een ten dode opgeschreven kankerpatiënt, ook moeilijk anders kan –, maar het blijft aanvaardbaar. Wellicht doordat Bercot op een slimme manier de link legt tussen het voortreffelijke spel van de acteurs (Benoît Magimel en Cécile de France, die Catherine Deneuve overtreft) en het beroep van de zieke, een 39-jarige leraar dramaturgie die zijn studenten het intense spelen bijbrengt, maar die vooral kampt met het idee dat zijn leven te kort zal zijn geweest om iets blijvends tot stand te hebben gebracht. Ook de figuur van de empathische dokter blijft bij.

8097

Vladslo - 290819


maandag 2 november 2026

vorig jaar 489

2 november 2025

(…)

*

Svante Arrhenius
Lezing door Pascal Mailier over klimaatontkenning in De Brug (…). Na een veel te lange omweg langs Kundera, Galileo, Kepler, Copernicus, Tycho Brahe en Darwin, wier theorieën aanvankelijk allemaal werden ontkend, vooral door de Kerk, komt Mailier eindelijk uit bij Svante Arrhenius, die in 1896 haarfijn het broeikasteffect voorspelde. Maar die daar wel nog in eerste instantie vooral de in zijn ogen positieve gevolgen van benadrukte, bijvoorbeeld het vrijkomen van grote delen van Canada en Siberië voor de voedselproductie ten bate van een steeds verder groeiende wereldbevolking. Daarna komen aan bod: de foto vanop de maan van de kwetsbaar ogende planeet Aarde (1968) en het rapport van de Club van Rome (1972), vanaf het midden van de jaren tachtig gevolgd door de rapporten van het IPCC. Klimaatontkenning heeft niets te maken met een weerlegging van onomstotelijke wetenschappelijke zekerheden, maar alles met een irrationeel zich vastklampen aan dominante verhalen. Dezelfde irrationaliteit is dat waarop ook de renaissancegeleerden met hun astronomische inzichten botsten. In zijn besluit komt Pascal Mailier niet veel verder dan het ondertussen afgezaagde pleidooi voor individuele soberheid. (…)

*

Wolfstijd van Harald Jähner eindigt met een boeiend hoofdstuk over Duitslands omgang met het verleden. In een aflevering van Het Huis vertelt Isabelle A, die haar zangcarrière als kindsterretje aanvatte (‘Hé lekker beest’), over het bijna-misbruik dat haar door haar manager, tevens ersatzvader, werd aangedaan. Dertig jaar geleden was dat, en ze kan er pas nu over spreken: we kennen het patroon. Ook financieel werd zij door die man danig gepluimd. Haar ouders hadden het niet in de smiezen.



8096

Vladslo - 260819


zondag 1 november 2026

vorig jaar 488

1 november 2025

(…)

*

Wat we kunnen weten van Ian McEwan is zonder enige twijfel een heel goed boek, maar ik zit toch nog met vragen over het waarom van de ingewikkelde compositie en over de verbanden tussen de twee delen. Het eerste speelt in 2125 en het tweede in 2014 en de daaraan voorafgaande jaren. De (fictieve) vertellers van beide delen zijn – uiteraard – twee verschillende personages, een man en een vrouw. Wat is het verband tussen het ontkennen van een moord en het ontkennen van de klimaatverandering? Daar, denk ik, moet het verband worden gezocht, in die ontkenning. Dat zou meteen de titel verklaren: wat we kùnnen, maar niet willen weten.

*

Telkens opnieuw weet Steven Van Herreweghe mij te raken met zijn reeks De jaren … voor tieners. Vandaag zie ik de aflevering over 2001. De beeldfragmenten zijn representatief voor de toenmalige actualiteit, anekdotisch, grappig. De montage is slim, associatief. Maar de sterkte van het programma zit toch vooral in de kinderen die Van Herreweghe opvoert, en in de manier waarop hij met hen omgaat en – absoluut – in hun waardigheid laat. Dit keer was ik erg ontroerd toen het me begon te dagen dat een van de kinderen, een zestienjarig meisje van wie ik al had gedacht ‘Wat heeft die een groot hoofd’, een dwerg bleek te zijn. (Mag je dat nog zo zeggen? Of is het: ‘een persoon met een groeideficiëntie’?) Dat was nog niet duidelijk geworden. We leerden haar kennen als een goedlachs, vriendelijk, bijzonder slim en welbespraakt meisje, tot ze opeens volop in beeld stapte. Zouden we haar op dezelfde manier hebben geapprecieerd als we eerst dàt zouden hebben gezien? De jaren 00 voor tieners is op die manier ook een pleidooi voor een open, onbevooroordeelde blik. Geen moraliserende les op voorhand, maar een inzicht brengende praktijk in real time.

*

Bij het opmaken van het overzicht van het vijfde honderdtal notities dat ik de afgelopen twee jaar heb geschreven ben ik in gunstige zin verbaasd over de hoeveelheid en verscheidenheid van mijn ‘productie’, maar schrik ik anderzijds toch ook weer van hoe snel onderwerpen in het verleden verdwijnen en vergeten raken.

(…)


8095

Langemark, Duitse begraafplaats - 260819


zaterdag 31 oktober 2026

vorig jaar 487

31 oktober 2025

‘De rode treurbeuk voor het huis ernaast laat de natte schouders hangen, alsof hij net een reprimande heeft gekregen.’ (83) Met dit soort zinnen maakt Jacques Kruithof zijn memoires Het slotfeest ook lezenswaardig voor wie niet weet wie Jacques Kruithof is of waarom Jacques Kruithof belangrijk genoeg was om een zo lijvige (635 bladzijden) autobiografie gepubliceerd te krijgen.

*

(…)

*

De vierde jaargang van Klem, die gelukkig geen tien afleveringen telt zoals elk van de eerste drie jaargangen, maar slechts drie, is een sof. Ik bekijk ook nog de eerste aflevering van een nieuwe serie: Payback.


8094

Langemark, Duitse begraafplaats - 260819 


vrijdag 30 oktober 2026

getekend 540



vorig jaar 486

30 oktober 2025

Op mijn weg naar Oostende zie ik een zilverreiger op de rug van een koe, als bevond ik mij niet in de vochtige Polders maar op een Afrikaanse steppe; komt er mij een man in ontbloot bovenlijf tegemoetgefietst, hoewel het maar een graad of 12 is; en krijg ik een vriendelijk knikje van een mooie vrouw met een opvallende rode muts. In Oostende bezoek ik A. We spreken over de liefde en de dood, en ik maak, al zeg ik het zelf (maar ik zég het zelf), een redelijk geslaagde portretfoto van haar – onvermijdelijk denkend aan waarvoor hij nog kan dienen. Ik krijg een stapel boeken mee van Joseph Roth en Annie Ernaux: A is volop aan het opruimen.

*

Samen met X naar de biopic Springsteen. Deliver Me From Nowhere. Verdienstelijk, met een geloofwaardige live performance, maar zeer lang uitgesponnen: opnametechnische verwikkelingen in de studio, depressieve toestanden, et cetera. Scott Cooper wil iets duidelijk maken over de traumatische jeugdervaringen van de de zanger, die wel erg vaak melancholisch voor zich uit zit te staren en daardoor een totaal andere indruk maakt dan je zou verwachten van iemand die zich The Boss laat noemen en uitermate energiek over het podium pleegt te hossen. Na de film praten we na in De Republiek. Het gesprek krijgt al vlug een andere wending doordat ik X over zijn verleden laat vertellen. (…) Het hernieuwde contact met zijn biologische vader had iets met tickets voor een concert van Springsteen te maken. Dat was in 1999. X weet nog dat een ticket 1400 frank kostte. ‘Maar ik moest dat wel zelf betalen,’ voegt hij eraan toe. ‘Dat zou ik als vader nooit doen.’

*

(…)

8093

Langemark, Duitse Militaire Begraafplaats - 260819


donderdag 29 oktober 2026

vorig jaar 485

29 oktober 2025

(…)

*

(…) de eerste aflevering van de vierde jaargang van Klem. Ik vind het flauw en bij het haar getrokken, maar kan wel lachen met alweer een sappig scheldwoord van onze onweerstaanbaar door de criminaliteit aangetrokken tegen wil en dank sympathieke antiheld Marius: ‘bloembollenlul’.

*

(…) We besluiten onze conversatie met een beschouwing over de uitslag van de Nederlandse verkiezingen. ‘Het gaat helemaal nergens meer over.’ ‘De mensen stemmen op koppen. Ik geloof niet meer in democratie zoals ze nu is.’

*

Enkele documentaire filmpjes over Alain Bashung op YouTube. Een treurig leven al bij al. De manier waarop hij helemaal op het eind, wanneer hij al doodziek is en nog een week of twee te leven heeft, de gratificatie in ontvangst neemt, wekt een soort van mededogen op. Of is het medelijden?





8092

Passendale, Tyne Cot Cemetery - 260819 


woensdag 28 oktober 2026

vorig jaar 484

27 oktober 2025

(…)


28 oktober 2025

(…)

*

Revisie LVO. En ik schrijf voor het eerst sinds lang nog eens een stukje: de passage van Patricia de Martelaere in de kelderbar van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte. Ik heb het gevoel dit al eens eerder te hebben geschreven – maar waar? Enfin, het voelt toch goed dat ik eindelijk LVO weer oppak.

*

De eerste helft van een tv-documentaire over Alain Bashung op YouTube. Hij overleed in maart 2009. Ik weet nog goed in welke omstandigheden ik mij bevond toen ik het nieuws vernam. Tremelo! Zestien jaar is het al! Het verhaal van Bashung. Lang proberen, dan een hit met ‘Gaby oh Gaby’, wat nu net niet was wat hij eigenlijk wilde maken. Drank en drugs, ei zo na de ondergang. Een kortstondige samenwerking met Gainsbourg.




*

Rondleiding door J in de Poortersloge. De werken in de tentoonstelling zeggen me niet veel. (…) We trekken met het gezelschap naar de voormalige Vuurmolen, waar we het onder andere hebben over de impact op het sociaal leven van de rook- en alcoholrepressie. (…)


8091

Passendale, Tyne Cot Cemetery - 260819


dinsdag 27 oktober 2026

facebookbericht 1257

Tien jaar lang volgde Lidewij Nuitten met geduld en liefdevolle empathie hoe een gezin van Marokkaanse origine - alleenstaande moeder met drie kinderen - zich probeert te handhaven in een uiteenvallende samenleving. Voor wie iets van het hedendaagse Brussel wil begrijpen, is deze genuanceerde en prachtig vormgegeven documentaire essentieel.
https://www.vrt.be/vrtmax/a-z/on-ira-tous-au-paradis/

8090

Passendale, Tyne Cot Cemetery - 260819


maandag 26 oktober 2026

getekend 539



vorig jaar 483

25 oktober 2025

Een vrije zaterdag en slecht weer. Dus lees ik veel – al had ik me voorgenomen om het schrijven aan deel 5 voort te zetten: Wolfstijd van Harald Jähner, Gezicht op Proust van Jacques Kruithof en Wat we kunnen weten van Ian McEwan, dat me heel erg bevalt. Dit alles wordt maar onderbroken door het journaal op tv, een korte siësta en een al even korte wandeling rond het Stil Ende. (…)

*

Naar KOM!, voor de lezing van Dominique Willaert. Daar verneem ik weinig nieuws. Het begint met de vaststelling: ‘Je zult maar je jong zijn als er zich, zoals nu, een neerwaartse curve voordoet.’ Voor het overige de vertrouwde elementen: neoliberalisme, de onderbuik van de samenleving, de demonisering van links… (…)


26 oktober 2025

(…)

*

Eerste bladzijden van Slotfeest van Jacques Kruithof, en ik ben onmiddellijk mee. Ik keer, na een onderbreking van een half jaar, terug naar het schrijven van deel 5 van Het leven als voorlopige oplossing. Op mijn wandeling van daarnet viel mij een titel te binnen waarvan ik denk dat hij geschikt is: Voorhuwelijks sparen. Sparen, niet in de eerste plaats van geld en middelen, maar van indrukken en ervaringen – waarbij de clou is dat ik op het punt waar de cyclus eindigt, mijn ontmoeting met P, niets in handen had: geen werk, geen huis, geen geld, geen gezondheid, geen vooruitzichten. En het feit dat die ontmoeting toevallig was, sluit meteen goed aan bij hoe ik dit slotdeel van mijn autobiografie begin: met een beschouwing over het toeval.

*

Ik begin al om 19 uur aan Oppenheimer want met zijn drie uur wordt dat een lange zit. Christopher Nolan maakte iets onderhoudends, maar de karakters blijven van bordkarton. De verwikkelingen rond mogelijke spionage en alle verdachtmakingen en persoonlijke ambities en gekrenkte eer zijn veel te ingewikkeld. Mijn aandacht verslapt. De interessante filosofisch-ethische thema’s raken erdoor ondergesneeuwd, bijvoorbeeld of de wetenschap, for truth’s sake, wel moet voortgaan met het naar boven spitten van de wetenschappelijke waarheid, ook al leidt dat tot een mogelijk einde van de wereld.

*

(…)


8089

Passendale, Tyne Cot Cemetery - 260819


zaterdag 24 oktober 2026

vorig jaar 482

24 oktober 2025

(…)

Afspraak met X onder de luifel van Gent-Sint-Pieters. Het is alweer een maand of vijf geleden dat we elkaar voor het laatst hebben gezien. We bezoeken in het Museum voor Schone Kunsten de tentoonstelling met zeefoto’s van Stephan Vanfleteren. Mooi, maar er is te veel pose. Dit komt onecht over. De barokke bijschriften zijn potsierlijk. Veel eentonigheid – op den duur kijk ik enkel nog naar de schilderijen die hij tussen zijn foto’s heeft laten ophangen. Daarna loop ik nog even door de vaste collectie. Wat een schat aan twintigste-eeuwse Vlaamse schilderkunst. Van de Woestijne, Van Rysselberghe en al die anderen. En wat een prachtig gebouw! In de Vooruit praten we bij. X is bezig met de Franse Revolutie. (…) Hij informeert naar de toestand van mijn been en mijn algemene situatie (…).




8087

Passendale - 260819


vrijdag 23 oktober 2026

vorig jaar 481

23 oktober 2025

Ik vertel Q dat ik een autobiografie aan het schrijven ben. Er komt iets tussen, waardoor hij er niet op kan ingaan. Zo kom ik niet te weten of het hem wel interesseert. Ik merk dat ik geen broek aan heb en daar dus in mijn blote piemel sta. Het enige wat ik kan vinden is een korte pyjamabroek. Er kleeft een opgedroogde bruine vlek aan. Het is niet duidelijk of het stront is, of slijk.

*

(…)

*

Een volledige werkdag in Brussel. (…) in het kleine lokaal waarnaar ik, als een Jomme Dockx, ‘verbannen’ ben. Middaglunch met X, Y en Z. De hele namiddag, van twee tot halfzeven (…). A ken ik nog wel, maar van de aanwezige (…), een stuk of tien, ken ik zo goed als niemand. Rond een uur of vier word ik opgebeld. Een privénummer, maar daar sla ik geen acht op. Een man meldt mij dat hij ‘via een app’ een verdachte beweging op mijn bankrekening had opgemerkt. Of ik mijn bankkaart bij heb? En of ik mijn rekeningnummer wilde geven? De man klinkt vriendelijk. Zijn accent doet mij denken aan een callcenter ergens in een ver buitenland. Dan zegt hij dat hij mij gaat doorverbinden met het Antifraudecentrum. Het wachtmuziekje duurt een tweetal minuten. Een andere stem, al even vriendelijk. Heb ik itsme? Ja, dat heb ik op mijn telefoon staan maar ik gebruik het niet omdat ik het te ingewikkeld vind. Heb ik dan mijn ‘bakje’ van de bank? Nog altijd voel ik geen argwaan. Mocht ik het ‘bakje’ bij de hand hebben gehad, ik zou de instructies hebben uitgevoerd, en de ramp zou niet te overzien zijn geweest. Maar het ‘bakje’ ligt thuis. Wanneer bent u thuis? Niet voor acht uur. Goed, dan bel ik u na acht uur terug op. Pas wanneer mijn collega’s mij erop heb gewezen dat het hier om phishing gaat, besef ik aan welk onheil ik ben ontsnapt. Die types hebben natuurlijk ‘s avonds niet meer gebeld.

*

Na het werk komen we samen in het ‘Presse’-café aan de Koningsstraat. E komt meer dan twee maanden na zijn pensionering nog eens langs om zich te laten fêteren. L geeft een goede speech. Ik onderhoud mij gezellig met haar en met X (…). X vertelt me dat hij naar een toneelvoorstelling van Josse De Pauw is geweest. Hij vond het vreemd dat Josse, samen met een medespeelster, poedelnaakt de bühne betrad en daar eerst een inleiding gaf in zijn blote flikker. Dat moet nogal een zicht zijn geweest. Pas daarna trok hij kleren aan. Dat waren, zo legde Josse uit, vertelt X, de rollen waarmee hij zich als toneelspeler omhulde. X begreep niet goed wat de functionaliteit was van dat naakt. Hij was er toch enigszins door gechoqueerd.

*

Eenzame terugreis naar Brugge. Van lezen op de trein komt niets in huis. Veel verder dan wat WhatsApp’en met V en W geraak ik niet meer. Thuis bekijk ik de eerste aflevering van De jaren 00 voor tieners, net zoals de vorige twee reeksen (80 en 90) van Steven Van Herreweghe bijzonder leuk.







8086

Omgeving Poperinge, Busseboom – 260819



donderdag 22 oktober 2026

vorig jaar 480

20 oktober 2025

(…)

*

De laatste twee afleveringen van Elixir – zonder Wim Opbrouck, want die is in aflevering 6 als een rat in een emmer in een citerne verdronken – zorgen niet voor een bevredigend slot. Het is allemaal nogal bij het haar getrokken en er ontstaat nooit een echte sympathie voor, laat staan empathie met de personages. Bij mij toch niet.


21 oktober 2025

(…)


22 oktober 2025

Ik zag gisteren (…) ook D, die zegt al tot halfweg Vaderader te zijn gevorderd. Hij is bereid om, als hij het uit heeft, daar met mij tussen pot en pint eens over van gedachten te wisselen.

*

(…)

*

In Het huis maak ik kennis met ‘comedian’ Alex Agnew, die stoere-pit-blanke-pit speelt en daar ook voluit de kans toe krijgt wanneer hij, voor de camera’s, voor de eerste in zijn leven zijn twee halfzusters uit Engeland te zien krijgt. Onmogelijk dat dit niet vooraf is doorgesproken. Enfin, niets lijkt onmogelijk dezer dagen. Alles bij elkaar maakt de man bij mij wel een sympathieke indruk.




*

(…)

Club verliest met 4-0 in München. Ik val in wanneer alles al beslist is. Klasseverschil.