donderdag 1 oktober 2026

getekend 533

251026


facebookbericht 1252

KAALSLAG IN DE CULTUURSECTOR

Ik dacht dat de flaminganten strijden voor de 'Vlaamse identiteit', en dat 'Vlaamse identiteit' iets met cultuur en kunst te maken heeft. Toch?

Ik heb mij vergist. De Vlaamse identiteit waar die identitaire flaminganten voor strijden draait rond ratio en rendement. Cultuur en kunst, dat is voor lastigaards, linkiewinkies en nestbevuilers.

Dat uitgerekend een zogezegd socialistische minister dit vuile werkje moet opknappen, zegt veel over hoe diep Vooruit bereid is om te zakken. Vooruit is de partij van de sociale afbraak en de neoliberale anticultuurcollaboratie.

vorig jaar 464

1 oktober 2025

(…)

*

Een geschiedenisloze dag, die volledig aan werken opgaat. Behoudens Blokken tijdens mijn middageten en een zijdelingse blik op het Europees kampioenschap tijdrijden tussen Drôme en Rhône, gewonnen door Remco Evenepoel, en, ‘s avonds, een aflevering van Helsinki Syndrome, een Finse reeks over een gijzeling op een krantenredactie, en een documentaire over de indertijd spraakmakende film Deep Throat (1972) (…), die, naar verluidt want ik heb hem nooit gezien, draait rond het vermogen van de hoofdactrice (in de film heet ze Linda Lovelace), om 'groot geschapen' mannen oraal te bedienen. De documentaire gaat over de zogenaamd ‘bevrijdende’ rol die porno in de vroege jaren zeventig speelde in de VS, en over de manier waarop feministen daarop reageerden. Linda werd aanvankelijk door hen uitgespuwd omdat ze zich al te gemakkelijk door de mannelijke blik had laten objectiveren. Later bleek dat ze jaren aan een stuk was misbruikt (wat haar niet had belet zich de roem te laten welgevallen), waarna ze zich ontpopte tot feministisch boegbeeld.


8064

Meetkerke - 260811


woensdag 30 september 2026

facebookbericht 1251

In het VRT-radionieuws van 15 uur (op Radio 1) worden de in de Septemberverklaring aangekondigde besparingen bij de VRT (10 miljoen euro) prominent naar voren geschoven. In het VRT-radionieuws van 19 uur worden ze niet vermeld. Ook in het VRT-televisiejournaal van 19 uur geen woord daarover.

VRT moet extra besparen, vakbonden zijn “woedend” en kondigen “zware acties” aan | De Standaard

vorig jaar 463

29 september 2025

(…)

30 september 2025

Om halfvijf op, met hoofdpijn. In La psychanalyse du feu heeft Gaston Bachelard het over hoe de mensen vroeger, in een ‘prewetenschappelijke tijd’ tegen vuur aankeken. Heel vreemde bladzijden. Interessant kan ik het nauwelijks noemen; ik beschouw deze lectuur dan ook als een oefening Frans.

*

Tussen het Centraal Station en mijn werk zak ik door mijn been. Het zat er al geruime tijd aan te komen, maar nu lijken onderzoeken en eventuele reparaties niet meer te vermijden. (…)

*

Ik geraak met de grootste moeite terug in het station en mis door mijn gestrompel mijn trein. In afwachting van de volgende geraak ik in gesprek met twee Amerikaanse toeristen die op weg zijn naar Brugge. Ze vragen me wat ze daar zeker moeten zien. (…) Op de vraag of ik er goede restaurants weet, moet ik het antwoord schuldig blijven.

*

Heen en terug op de trein herlees ik, met het oog op het schrijven van een boekverhaal, Lof der banaliteit van Frans Aerts. Ongegeneerd cultuurpessimisme uit een tijd dat je daar nog mee wegkwam. Toen je nog niet te gehoorzamen had aan de ‘verdomde plicht’ om altijd een uitweg, een reden tot hoop te benadrukken.

*

(…)


8063

Meetkerke - 260811


dinsdag 29 september 2026

boekverhaal 81

In deze rubriek heb ik het over door mij gelezen of in mijn bezit zijnde boeken waar een verhaal aan vasthangt of die iets bijzonders voor mij betekenen.

april 1995

J.M.H. Berckmans, Taxi naar de Boerhaavestraat


Vuurwerk

Recent kwam J.M.H. Berckmans opnieuw in de belangstelling. Achttien jaar na zijn overlijden op 54-jarige leeftijd in 2008 werd in een 1350 bladzijden tellende, Barakstad genaamde baksteen zijn verzameld oeuvre opnieuw tot leven gewekt. Op een groots georganiseerde boekvoorstelling spraken een aantal coryfeeën van de Vlaamse letteren hun bewondering uit voor hun in miserie weggedeemsterde collega. Hij werd er bejubeld als de beatschrijver, als de howlende Allen Ginsberg en punkprozapleger van de Vlaamse literatuur, als de vaandeldrager van Generatie Nix, als de erfgenaam van Beckett en Boon. Enfin, ik was zelf niet aanwezig op die boekvoorstelling, maar het zal wel in die richting zijn gegaan – ik baseer mij voor deze korte evocatie op de verslagjes die mij via Facebook bereikten.

Niet dat J.M.H. Berckmans al helemaal vergeten is. Zijn boeken, waarvan er toen hij nog leefde meestal maar een paar honderd exemplaren een koper vonden en die derhalve, bij mijn weten, nooit een tweede druk haalden, genieten tegenwoordig de status van collector’s item. Op de tweedehandsmarkt halen ze bedragen die hun nieuwprijs, nog in Belgische franken uitgedrukt, overtreffen. Toen ik een paar jaar geleden het voorrecht had om uit de privébibliotheek van een overleden literatuurliefhebber uit Assebroek ten eigen gerieve een keuze te maken – ‘Anders belandt het toch maar op de container,’ zei de niet-bibliofiele erfgenaam –, trof ik in die nalatenschap ook wat berckmansiana. Ik heb ze niet meegenomen omdat ik (a) de kans klein achtte dat ik ze ooit zou lezen, maar ook omdat ik (b) het mijn plicht vond om de erfgenaam te wijzen op hun pecuniaire waarde: mits wat zoekwerk op occasiesites of een telefoontje naar een antiquariaat zouden ze mogelijk nog een flinke cent blijken op te leveren. Ik weet niet of de goede man mijn advies heeft opgevolgd, dan wel of hij de kleinodiën alsnog op de container heeft gekieperd.

Om maar te zeggen: de eeuwigheidswaarde van de schone letteren is relatief en staat niet in een rechtevenredige verhouding met de geboden kwaliteit.

Kwaliteit? Ik neem eens het zorgvuldig uitgegeven en dito door Dooreman vormgegeven drukwerk 4 laatste verhalen ter hand. Het werd – postuum – uitgebracht in 2009. Ik verwierf het acht jaar later voor enkele eurocenten op de jaarlijkse kiloverkoop van de Brugse stadsbibliotheek. Het boek zag er zo goed als ongelezen uit, wat ook de reden moet zijn geweest voor de genadeloze verwijdering uit de collectie. Van de 128 bladzijden zijn er slechts 86 met door Berckmans geschreven tekst bedrukt: vier ‘verhalen’ en ‘enige nagelaten brieven’ aan een zekere Kristien. (Dat zal wel niet Kristien Hemmerechts zijn geweest.) Er volgt nog een 4 bladzijden tellend anoniem (!) nawoord. De rest bestaat voornamelijk uit witruimte en maagdelijke bladzijden.

De 4 laatste verhalen, en vooral de hele sfeer die erin is neergeslagen, katapulteren me dertig jaar terug in de tijd, toen ik dit werk en de auteur ervan met, toegegeven, gemengde gevoelens leerde kennen. Desalniettemin droeg ik als de literair journalist die ik toen was mijn steentje bij tot de Berckmanshype – getuige daarvan de wervende quote van mijn hand op het achterplat van Bericht uit Klein Konstantinopel, een verhalenbundel uit 1996: ‘Een tekst van Berckmans is vuurwerk.’

Een willekeurig gekozen citaat – boek openslaan, vinger op een passage leggen – doet meteen de hele Berckmans-sfeer herleven: ‘En welja mijn naam is Schraalhans Keukenmeester, ondoorvoed en onvoldaan, and Yes, my name it is Sam Hall and Fuck ‘em all, is het niet, m’n lieve Rachel Zilverschat.’ (4 laatste verhalen, 75) Bij wijze van tegenproef, zelfde vinger, andere bladzijde: ‘Het zij nu eenmaal zo, ‘t zij altijd zo, ‘t zij om Godswil altijd zo, laat me niet alleen, dan kan ik nadenken en hoef ik niet langer te denken aan Jan & Alleman & Pontius & Pilatus, Kristus Jezus, Barabbas in een kroonluchter naast het Maltezer kruisje van ons hypotetische huisje.’ (sic en ibid., 105-106)




Het boek dat ik, in drukproefvorm, las ter voorbereiding van het interview dat ik in 1995 van J.M.H. Berckmans afnam – Taxi naar de Boerhaavestraat – heb ik niet bij de hand om uit te citeren want ik heb het niet meer in mijn bezit (of heb het nooit gehad, dat herinner ik me niet meer). Ik herinner me wel vaag de setting waarin het gesprek plaatsvond – ik citeer uit het interview, zoals het op donderdag 13 april 1995 verscheen in De Standaard der Letteren: ‘één hoog: een appartement met kleine kamers en lage plafonds. Het is er kil en grauw. Niet bepaald ordelijk ook. Op de tafel bij het raam staat een tekstverwerker. Tegen de muur een rek met boeken. En overal: paperassen en asbakken.’ Berckmans was toen 41 jaar oud en goed op weg naar de lagere wal waar hij uiteindelijk zou wegkwijnen en verdwijnen.

Het hierboven geciteerde achterplatcitaat is niet bepaald een literair hoogstandje, dat geef ik grif toe. Mocht ik geweten hebben dat de achterplatredacteur uitgerekend dat ene zinnetje uit het interview zou plukken, dan had ik er zeker iets over een in eigen hand ontploffende vuurpijl aan toegevoegd. Of iets met een dak dat afbrandt door een verdwaalde gillende keukenmeid. Ik herinner mij dat ik het niet voor de volle honderd procent meende toen ik het zinnetje schreef. En dat was niet omdat ik helemaal niet van vuurwerk houd.

Ik geef toe: ik ben even in de verleiding gekomen om Barakstad te kopen, maar ik heb daar dan toch aan kunnen weerstaan.

8062

Oedelem, Maandagse - 260808


maandag 28 september 2026

getekend 532



vorig jaar 462

28 september 2025

Ondanks het mooie nazomerweer kom ik er in de voormiddag niet toe naar buiten te gaan, laat staan een lange rit met de koersfiets te maken. Neen, al mijn tijd gaat op aan lectuur: De familie Mann, Golo Mann en De Tovenaar van Colm Tóibín, dat nogal teleurstellend begint, vind ik. Ook op WhatsApp blijft het stil: (…).

*

In De Zevende Dag laat kandidaat-voorzitter Frédéric De Gucht zich kennen als exempel van het ondernemende, vlotte, vastberaden en welbespraakte type. Die gaat het nog ver schoppen, denk je dan – als hij er tenminste in slaagt om zijn zinkende partij boven water te houden.

*

Na de middag kijk ik naar het WK wielrennen in Rwanda. Het koersverloop is nogal saai. Ik wissel het kijken af met lectuur. Wanneer Pogačar binnen is, Evenepoel zijn ontgoocheling zit te verbijten en dictator Kagame de medailles heeft uitgereikt, maak ik alsnog een wandelingetje.




8061

Oedelem, Vliegend Paard - 260808


zondag 27 september 2026

vorig jaar 461

26 september 2025

(…)

*

Stephan Vanfleteren krijgt op de radio twee uur om zelfgenoegzaam en zichzelf mystificerend te fleteren over zijn zeefoto’s, die nu op een intens gehypete tentoonstelling in het Gentse Museum voor Schone Kunsten te zien zijn. Dat gewauwel over de mysterieuze diepten van de aanrollende golven, die zeer geheimvol accorderen met het gevoel die tezelfdertijd vanuit zijn diepste onzekerheden opwelt. Of zoiets. Ach…


Foto: Martin Corlazzoli / MSK Gent

*

(…)

*

Spoorloos van George Sluizer (1988), naar het Het gouden ei van Tim Krabbé, dat ik meteen na de film begin te herlezen. Goed opgebouwd en vernuftig gemonteerd, maar wel nogal stuntelig geacteerd. Als je de uitkomst van het verhaal kent, wérkt het niet meer.


27 september 2025

Ik luister geregeld naar Voorproevers. Ik weet dat er zijn die haar onuitstaanbaar vinden, maar volgens mij heeft Annemie Peeters een weliswaar onconventionele maar toch efficiënte manier om een gesprek te sturen en om in dat gesprek in amper één uur tijd veel facetten van het onderwerp aan bod te laten komen. Waar ik me echter wel aan stoor, is haar blijkbaar onstuitbare neiging om telkens, te pas en ten onpas, lucht te geven aan haar feministisch geïnspireerde vooringenomenheden. Zo gaat het vandaag over Albert Einstein, een van de grootste geesten van de twintigste eeuw, maar Annemie blijft haperen aan het feit dat de man, zoals veel mannen, een neiging tot promiscuïteit vertoonde. Hij reed met andere woorden al eens een scheve schaats. ‘Zeer menselijk,’ vindt de geïnterviewde Einsteinoloog. ‘Zeer mannelijk,’ hoor je Annemie denken, die lijkt over het hoofd te zien dat promiscuïteit geen exclusief mannelijke aangelegenheid is. (…)

*

Ik fiets naar Oostende voor de ‘stand-up’ voor Palestina op het Wapenplein. Een twintigtal mensen staan op een rij met bordjes waarmee ze de genocide in Gaza aanklagen. En ze staan daar elke week, onbeweeglijk en stil. (…) Je krijgt nogal wat specimen van de mensensoort te zien tijdens zo’n uurtje mensen-kijken in een Oostendse winkelstraat. Lelijke, dikke, strompelende, slechtgeklede, norse mensen. Gelukkig zijn er nogal wat die laten merken dat ze het eens zijn met de uitgedragen boodschap. En dan zijn er de curiositeiten, te gek om te bedenken. Zoals die man die door Oostende wandelt met een bordje ‘Lekker genieten in bed van het heen en weer wippen, op en neer.’ Of iets van die strekking. ‘Je zou een boek kunnen schrijven over wat er hier allemaal in een uur tijd passeert,’ zegt de man links van mij. Ja, dat zou je als een Perec moeten doen: een korte beschrijving maken van de vijfhonderd mensen die hier in dat ene uur passeren. Wat ze dragen, hoe ze ons negeren of integendeel blijven staan, hoe ze stappen of strompelen, hoe ze met elkaar omgaan. Aan mijn rechterzijde staat een jongeman, zijn huid wat donkerder. Hij woont al acht maanden in Oostende, zegt hij in gebroken Nederlands. Ik vraag hem waar hij vandaan komt. Hij komt uit Gaza.

*

Ik ga nog mee met C en W voor een koffie. Ik zie hen voor mij uit lopen: W streelt C’s rug. Achteraf laat ik hen weten hoeveel plezier het me deed dat te zien. W vertelt iets over het nummer ‘As’ van Stevie Wonder. Wanneer ik thuis ben, stuurt C me een filmpje van W, die zuinigjes maar toch ook wel cool danst, of beweegt, op ‘As’ van Stevie Wonder.

*

Voor Reizen Waes is Tom Waes naar Taiwan gereisd. Een waarzegster voorspelt hem een gelukkige toekomst, vrij van ongelukken. Tussen de opnames van dit programma en de uitzending ervan is Waes ladderzat met zijn groene vintage Porsche tegen een botsabsorpatievoertuig geknald, een ongeluk dat hij ternauwernood heeft overleefd. We krijgen in het programma ook nog te zien hoe Taiwanese mannen aan hun ballen bevestigde gewichten heen en weer laten slingeren, en hoe in een of ander Taiwanees stadje tijdens een vuurwerkfestival duizenden vuurpijlen op de menigte worden afgeschoten. Stoer is wie het meest wordt geraakt. Rare jongens, die Taiwanezen.




*

X stuurt me een in De Morgen gepubliceerde tekst van David Van Reybrouck. Ik heb het moeilijk met DVR. Die meligheid, vaak. En hoe hij schijnt te denken dat elk woord dat uit zijn mond/pen stroomt onmiddellijk in publicabel goud verandert. In deze tekst zegt hij eigenlijk niet veel méér dan dat we de hoop niet mogen laten varen.

*

(…)

8060

Hansbeke - 260805


zaterdag 26 september 2026

facebookbericht 1250


Groen Brugge is slechts een van de partners. Laat uw deelname daar niet van afhangen. Ik mag veronderstellen dat ook andere strekkingen en organisaties de urgentie inzien en op 11 oktober naar Brussel zullen trekken om er deel te nemen aan de hopelijk grootste klimaatbetoging die ons land ooit zal hebben gezien. U vindt vast en zeker de vlag en het kleur die het best bij u passen. Zeker nu onze bewindslieden de ene onverantwoorde beslissing na de andere nemen (fossiele subsidies, ruimtelijke ordening, bomenkap, landbouwareaal, de behandeling van zogezegd 'illegale' vluchtelingen die meestal klimaatvluchtelingen zijn...) en niet bij machte lijken om de - zoals afgelopen zomer is gebleken - snel verergerende situatie (oversterfte, branden, droogte...) écht onder ogen te zien.

boekverhaal 80

In deze rubriek heb ik het over door mij gelezen of in mijn bezit zijnde boeken waar een verhaal aan vasthangt of die iets bijzonders voor mij betekenen.

Karen Armstrong, Een geschiedenis van God

maart 1995

Groen aan een gracht

Hoe het precies is gegaan, weet ik niet meer, maar opeens zat ik in een salon van een poepsjiek Amsterdams hotel, ongetwijfeld aan een of andere gracht, zenuwachtig in mijn papieren frommelend te wachten op Karen Armstrong. Ik wist op dat moment nauwelijks wie Karen Armstrong was, behalve dan dat ze dat dikke boek Een geschiedenis van God had geschreven dat ik de twee weken voor deze afspraak op een drukproef-uitdraai had gelezen ter voorbereiding van het interview dat ik met haar in opdracht van De Standaard zou hebben. Ze liet even op zich wachten, dus had ik alle tijd om behoorlijk zenuwachtig te worden. Ons gesprek zou in het Engels verlopen, ook al had ik ternauwernood het niveau van het sjabloon ‘Is this your umbrella?’ uit het handboek First Things First overstegen. Dat ik ook van theologie geen kaas had gegeten, was evenmin een argument van doorslaggevend belang gebleken om deze beker aan mij te laten voorbijgaan. Ik was uitgestuurd naar de Grachtengordel en zou daar meedraaien in de door Armstrongs uitgeverij opgezette promocampagne, die zou leiden tot een voor deze theologe en uitgetreden non toch wel indrukwekkend renommee in de Lage Landen.

Ja, ik schat dat Karen Armstrong mede door mijn toedoen (naast het toedoen van een aantal andere scribenten) na Soeur Sourire een van de bekendste (ex-)nonnen in ons taalgebied en ver daarbuiten moet zijn geworden. (Ik herinner mij dat David Van Reybrouck haar enkele jaren geleden eens is gaan opzoeken in Londen. Waar ze nu is en hoe het met haar is gesteld? – ik zou het niet weten.)

Mevrouw Armstrong begroette mij allerhartelijkst en deed, zonder daarom meewarig te zijn, alsof ze het vóór mij op het salontafeltje liggende blad met handgeschreven vragen niet zag, waarop in allerlei kleuren omcirkelde en door talrijke pijltjes met elkaar verbonden kernwoorden verwezen naar de onderwerpen die ik in ons gesprek absoluut ter sprake wilde brengen maar die ik uiteraard allemaal ter plekke vergat. Haar houding stelde me gerust, en dat was ongetwijfeld haar bedoeling want ze zal ook wel meteen gezien en aangevoeld hebben hoe groen ik in het vak was.

Daarmee heb ik alles, maar dan ook werkelijk alles verteld van wat ik mij van dat gesprek herinner. De reis naar Amsterdam, de afgelegde afstand naar het hotel, het wachten op mijn beurt – want mevrouw Armstrong was uiteraard niet alleen voor mij naar hier gekomen – de weg terug naar de auto (of was het de trein?), de fotograaf die met me was meegekomen (of niet, want was er wel een fotograaf bij?) en de terugreis naar Groot-Bijgaarden: het is allemaal uit mijn geheugen verdwenen. Uitgewist. Wég.

Ik herinner me ook niet meer hoe ik het er in mijn steenkolenengels vanaf heb gebracht, daar aan die Amsterdamse gracht. Maar het interview heb ik wel uit het analoge en dus zo goed als ontoegankelijk geworden hiernamaals naar hier overgebracht: https://pascaldigital.blogspot.com/2016/07/beter-een-authentiek-atheisme-dan-een.html. En op dat interview mag ik – vind ik toch – best wel trots zijn.


(Een veel later gemaakte bespreking van Door de nauwe poort, waarin Armstrong het verhaal van haar kloosterbestaan en uittreding vertelt, staat hier: https://pascaldigital.blogspot.com/2021/01/karen-armstrong-door-de-nauwe-poort.html.)



8059

Sint-Andries, Torhoutse Steenweg - 260802


vrijdag 25 september 2026

vorig jaar 460

24 september 2025

(…)

*


(…) het wereldtoneel: Trump draait voor de zoveelste keer aan zijn lier. Na een flirt met Poetin (rode loper in Alaska, etcetera) maakt hij nu weer Zelensky het hof: Oekraïne kan met de hulp van Europa en de NAVO de verloren gebieden terugwinnen.
Il dit tout et n’importe quoi. Door verwarring te stichten en elke waarheid te ondermijnen, door met andere woorden willekeur te zaaien, versterkt de macht dezer dagen zichzelf. Het fundament onder het vertrouwen in de waarheid blijkt los zand; nu pas beseffen we hoe precair dat vertrouwen en die waarheid altijd zijn geweest. En dan weer dichter bij huis: het Vlaams parlement discussieert over de Septemberverklaring waarin tal van besparingen worden aangekondigd. Regeringspartij Vooruit spartelt; je zult dezer dagen maar socialist zijn. (…)


25 september 2025

(…) lezing van Koen Schoors in Oostkamp. (…) De boodschap van diens Alles wordt anders en beter is dat alles nog ten goede kan keren. Met elektrificatie, circulaire economie, een evenwichtige demografie, enzovoort. Over politiek praat Schoors niet. Hij lijkt te geloven in een onzichtbare hand. (…) Ik weersta de neiging om het boek te kopen. (…) Ik geraak aan de praat met een jongeman die in het AZ Sint-Jan werkt, en dan met Yvan De Clerck, de man die al jaren in zijn eentje acties voert tegen het omhakken van bomen. Op dit ogenblik heeft hij maar liefst 38 rechtszaken lopen in de hele provincie. Hij heeft al tienduizenden bomen voor de kap behoed en heeft daarbij en passant heel wat juridische expertise opgebouwd. (…)

8058

Snellegem, sculptuur (rechts) van Johan Parmentier - 260802


donderdag 24 september 2026

boekverhaal 79

In deze rubriek heb ik het over door mij gelezen of in mijn bezit zijnde boeken waar een verhaal aan vasthangt of die iets bijzonders voor mij betekenen.

november 1994

Daniël Robberechts, T⊗T. Nagelaten werk, 1994


Totaal

Nog geen twee jaar nadat Daniël Robberechts in 1992, nauwelijks 55 jaar oud, gedesillusioneerd en zichzelf door iedereen verlaten wanend een eind aan zijn leven had gemaakt, waagde uitgeverij Kritak zich onder de enigmatische titel T⊗T aan de publicatie van zijn ‘nagelaten werk’. T⊗T is een gecomprimeerd letterbeeld dat staat voor ‘totaaltekst’, waarmee zowel de tot van ‘totaal’ als de, na vervanging van de eks door een x, met taal vervaardigde ‘tekst’ tot uitdrukking wordt gebracht. Deze ‘totaaltekst’ was niets minder dan Robberechts’ eigen versie van het boek dat alle andere boeken overbodig zou maken, een fragmentencompilatie waarin hij zijn hele wereld in al zijn aspecten, van hoogstpersoonlijke emoties tot en met literatuurtheoretische beschouwingen, beoogde samen te brengen.

Dat was uiteraard van meet af aan een onmogelijke onderneming, Robberechts mikte te hoog. Hij werkte vijftien jaar lang aan zijn magnum opus en hield het dan, zonder dat het werk voltooid was – hoe zou het ooit voltooid kunnen geraken in een voortdurend veranderende wereld, in een voortdurend voorthollend bestaan? -, voor bekeken. Robberechts was natuurlijk zelf ook wel doordrongen van de principiële onmogelijkheid van zijn onderneming. Ik sla – kwansuis – het boek open en lees op bladzijde 746: ‘Een eindige verzameling van teksten kan inderdaad nooit een echte totaaltekst vormen, hooguit een tekst die buitensporig samengesteld is en disparaat, en daardoor een totaaltekst oproept.’ (Dit doet mij denken aan de disparate opsomming van wat er in de Aleph te zien is waarmee Borges een totaliteit suggereerde: ‘(…) ik zag trossen, sneeuw, tabak, metaaladeren, waterdamp, ik zag golvende woestijnen aan de evenaar en elke zandkorrel ervan op zichzelf, ik zag in Inverness een vrouw die ik nooit zal vergeten, ik zag de onstuimige haardos, het trotse lichaam, ik zag een kanker in de borst, ik zag een kring droge aarde op een pad, waar eerst een boom stond, ik zag een buitenhuis in Androgué, een exemplaar van de eerste Engelse vertaling van Plinius (…)’ (De Aleph en andere verhalen, 21). Robberechts onderkent met andere woorden het principieel uitzichtloze van zijn Sisyphusarbeid, maar hij voegt eraan toe: ‘Alleen: er zijn aan de ene kant mijn oorspronkelijke bedoelingen en impulsen, aan de andere kant wat ik ooit zal blijken ervan terechtgebracht te hebben. (…) Tenslotte kan een tekst vaak om heel andere redenen gewaardeerd worden dan om wat de schrijver oorspronkelijk heeft bedoeld.’ Een bladzijde verder begint hij een – al dan niet verzonnen – anekdote over een man, die Zebedeus De Zitter heet en elke dag in een Brusselse straat een huis passeert ‘waar vanuit een balkonvenster piano klonk’ (747). Deze De Zitter, met wie de auteur zich vereenzelvigt, geniet van deze niet in enige officiële culturele structuur of organisatie gevatte geïmproviseerde concertjes en overweegt de mogelijkheid dat ze ooit, op een dag, zouden kunnen stoppen. Waarop Robberechts de parallel ziet met zijn eigen artistieke activiteit: ‘Soms wanneer hij zat te schrijven en aan de zin van zijn onderneming twijfelde, stelde hij zich voor dat hij zoals de onbekende klavierspeler was uit zijn Brusselse tijd: hij speelde maar, gamma’s, etudes, variaties, hij wist nauwelijks voor wie; en toch had die gratuite bedrijvigheid een zin, al was het maar als tegenwicht voor zovele dubieuze ondernemingen waarvan de zin nooit eens in het geding werd gebracht.’ (750)

Ik las dit 1064 bladzijden tellende, voorbeeldig met dundrukpapier (‘50 grams bibliomat’) vervaardigde boek in het najaar van 1994 en schreef er een tekst over waarin ik het vooral heb over de ingewikkelde structuur van het boek en over de politieke en taalhygiënische bedoelingen van de bij leven miskende schrijver: https://pascaldigital.blogspot.com/2022/09/daniel-robberechts-tt-nagelaten-werk.html. Zonder deze tekst te raadplegen, is zowat het enige wat ik mij van het lijvige boek herinner een fietser: ‘een fietser met een helrood trainingspak (…) op zijn rug stond in witte letters ROMAN, er krulde wit haar van onder zijn rode pet uit.’ De bierbrouwerij Roman is gevestigd niet ver van waar Robberechts, die de roman als artistiek procedé verwierp, zijn teruggetrokken bestaan leidde. Niet ver van waar hij leed.

In 1994 schreef ik, zo lees ik nu: ‘Er zal aan dit boek worden gerefereerd. Men zal er referaten over schrijven. Het gelezen te hebben wordt ongetwijfeld een referentie.’ Dat was te optimistisch. Wie kent Daniël Robberechts nog? Bij zijn te vroege dood werd hij door vele scribenten gememoreerd. Het april-meinummer 1993 van het inmiddels ook al geruime tijd ter ziele gegane tijdschrift De Nieuwe Maand was helemaal aan hem gewijd, met bijdragen van Walter van den Broeck, Paul Claes, Herman de Coninck, Pol Hoste, Joris Note, Leo Pleysier, Marc Reynebeau, Mark Schaevers en Jacq Vogelaar – ja, inderdaad allemaal mannen. Verbijstering door het drastische besluit van de miskende schrijver was er genoeg indertijd, maar door wie wordt hij nù nog gelezen?

‘De schoonheid van T⊗T resideert vooral in de grootse vergeefsheid van de onderneming; het soort heroïsche verbetenheid waarmee sommigen in koppig isolement het onmogelijke trachten te verwezenlijken, bezit een specifieke waardigheid.’ (Ik citeer de recensent die 32 jaar geleden nog in mij resideerde.) Sinds 1994 heb ik zelf ook wel wat van die onmogelijke ondernemingen op stapel gezet. Aan sommige ben ik begonnen, de meeste heb ik nooit voltooid, een enkele heb ik tot een min of meer goed einde gebracht. Het op verwantschap en sympathie gebaseerde mededogen met de eenzelvige nijvere heremiet van Everbeek heeft mij daarbij altijd voor ogen gestaan. Maar of ik ooit nog zijn ‘totaaltekst’ zal lezen, of een van zijn andere hermetische en experimentele geschriften (zoals – onder meer – Praag schrijven of Tegen het personage), of de stapel doorslagen van zijn eenmanstijdschrift Schrift (de nummers 11 tot en met 27; 1970-1976) die G mij in een witte plastic tas heeft toevertrouwd en die hier sindsdien onbekeken en bijgevolg heel erg ongelezen liggen te wachten op… – ja, waarop eigenlijk?, dat weet ik zo nog niet. Ik ben nu al tien jaar ouder dan Robberechts ooit is geworden, en ben ondertussen maar al te goed doordrongen van de uiteindelijke vergeefsheid van het schrijven, en van de wetenschap dat het lezen zelf een nimmer voltooibare onderneming is. Zoals het leven zelf blijft het altijd een voorlopige oplossing.


PS

Paul Claes stuurde een aanvulling:

"Robberechts kent toch een bescheiden revival (colloquium; boek van Arjan Mulder, De absolute essayist; dagboeken in De Witte Raaf)."

8057

Snellegem - 260802

woensdag 23 september 2026

vorig jaar 460

23 september 2025

Tegen kwart voor elf vervolledigen de laatste collega’s het uiteindelijk zesentwintig koppen tellende gezelschap. Als invuller van onze teamdag neem ik mijn collega’s mee op een ‘subjectieve’ stadswandeling door Brugge, ver van de toeristische hotspots, kriskras associërend op eigen voorkeuren, anekdotes, ideologische invalshoeken, stedenbouw, architectuur en stadsvernieuwing, demografie. Dat leidt ons, onder meer, langs het nieuwe Beursgebouw, het Oud-Sint-Jan, het bisschoppelijk paleis (gezien vanuit de Pijpersstraat), het Sebrechtspark (lunch met broodjes uit de Qualito) en de Snuffel (aansluitend een koffie), het borstbeeld van Achiel Van Acker, de Pottenmakersstraat met zicht op het huis in de Pieter Pourbusstraat waar ik voor het eerst een vrouw beminde, de Augustijnenrei, de Vrijdagmarkt en het Jan van Eyckplein, de Grote Markt, de Oude Zomerstraat, de plaquettes van de voor het vaderland gesneuvelden, het gedenkteken voor de naar Abbeville afgevoerden en aldaar geëxecuteerden, de Vismarkt en het Pandreitje, een godshuis in de Witte Leertouwerstraat, de Magdalenakerk, het beeld van Brels Marieke aan de Coupure, de Spiegelrei en de Lange Rei, de huizenloze straat Hemelrijk, de Vesten met daarop de molens, het Minnewater en het Begijnhof. We sluiten af met een terrasje aan het station. (…) Mijn collega’s bedanken mij met een boekenbon van 50 euro die ze, zonder dat ik het had gemerkt, in de Raaklijn hadden gekocht (kort nadat we Raymond van het Groenewoud onder zijn pet hadden zien voorbijsloffen). Ik had de hele 17 kilometer lange wandeling als bij wonder geen last van mijn been.

*

Als je Robin Williams ziet in One Hour Photo en weet wat hij zichzelf later heeft aangedaan, krijg je de indruk dat hij hier zijn zielige zelf speelt: een eenzame man die voor zijn job filmrolletjes ontwikkelt en afdrukken maakt, en die binnendringt in het privéleven van een gezin waarvan hij het kind bemint en de vader veracht omdat die, in zijn ogen, niet goed genoeg is voor dat kind.


8056

Strooienhaan - 260731


dinsdag 22 september 2026

getekend 531

? (+/- 2000)

 

vorig jaar 459

22 september 2025

Mijn slaap draait al vanaf twee uur in de soep. Pijnlijk linkerbovenbeen. Tegen halfvier rol ik dan toch uit bed. (…)

*

Ik lees Ochtend in Jenin van Susan Abulhawa uit. De gebeurtenissen zijn aangrijpend genoeg, maar het relaas is dat helaas veel minder. Misschien zijn sommige gebeurtenissen te erg om op een literair bevredigende manier te worden verteld?

*

(…)

*

In een zeer uitgebreid artikel in De Standaard vertelt cultuurredacteur Peter Vantyghem over zijn onlangs overleden demente moeder, hoe zij alle vrijheid kreeg om in de omgeving van haar woonzorgcentrum rond te wandelen en allerlei avonturen te beleven. Zij had zeven kinderen, waarvan er een al overleden is. Het privilege van door talrijke goede zorgen te worden omringd.

*

Ik weet niet wat Annie Ernaux vond van de verfilming van L’Événement (door Audrey Diwan, 2021), maar ik vond het goed. Het formaat, de kleuren, de talrijke diepte-onscherptes. En dan de inhoud: de zeden van een vervlogen tijd, die onmiddellijk na de jaren waarin het verhaal zich afspeelt begonnen te veranderen. De totale eenzaamheid van het meisje dat met een ongewenste zwangerschap zit opgezadeld in een tijd waarin op abortus – voor zowel ondergaanden als uitvoerders! – nog strenge straffen stonden. Het taboe en de maatschappelijke uitdrijving, die wij nu in islamitische culturen achterlijk vinden maar die bij ons in de vroege jaren zestig nog realiteit waren.


8055

Brugge, Snuffel - 260731


maandag 21 september 2026

44 * 55,6 * 26,8 * 134 * 2483,1

Varsenare - Jabbeke - Oudenburg - Plassendale - Klemskerke - De Haan - Vlissegem - Nieuwege 



vorig jaar 458

21 september 2025

(…) Wanneer de betoging voor het stadhuis afgelopen is, maak ik nog even een praatje met F. Vragen naar de kinderen, voor wie ik nog samen met L heb gebabysit, heeft geen zin want het zijn al veertigers en ze zijn al lang het huis uit. F’s broers B en P waren ook op de betoging, maar niet een van de zussen. De manifestatie, waar ongeveer vijftig mensen aan deelnamen, krijgt nog een staartje. Net als de vorige keren komt een veel te grote brandweerwagen de krijtboodschappen wegspuiten. De kosten voor deze schoonmaak, die net zo goed met een emmer water en een borstel zou kunnen gebeuren, worden verhaald op de manifestanten: pure intimidatie van de burgemeester. Intussen is een crowdfunding gestart om de geviseerde activist Wouter M te helpen om zijn juridische bijstand te financieren. (…) De rest van de dag breng ik deels in bed door en deels voor de tv, voor sport (WK atletiek en tijdrijden) en ontspannende fictie (Chantal en Helsinki Syndrome).




8054

Brugge, Stil Ende - 260731


zondag 20 september 2026

vorig jaar 457

20 september 2025

Ik hoor achter mij een zeer luidruchtige brommer aankomen. Ik maak een verveeld handgebaar. De brommer haalt me in, vertraagt, komt tot stilstand en wacht me op, precies op de plek waar ik moet inslaan om het kot te bereiken waar ik mijn fiets altijd parkeer. Ik stop ook: het is duidelijk dat de jongeman op de brommer me iets wil zeggen. Dat doet hij ook. Door het lawaai van zijn motor kan ik hem niet verstaan, afgaande op zijn gelaatsuitdrukking zal het wel iets zijn als ‘Awel, scheelt er iets?’ Ik probeer hem met een gebaar duidelijk te maken dat ik hem niet versta. Hij geeft gas, de motor brult nu. En dan wordt het stiller, stil genoeg om te verstaan wat hij zegt. ‘Ouwe zak. Ik ben negentien en heb al een brommer. Jij bent oud en moet nog met de fiets rijden. Sukkelaar! Je bent waarschijnlijk jaloers.’ Om niet tegen een vuist aan te lopen beaam ik dat ik jaloers ben op zijn mooie brommer, maar memoriseer ondertussen de nummerplaat van het vehikel want ik ben niet van plan het hierbij te laten. Met veel kabaal en luidruchtig vertoon van motorkracht vertrekt de negentienjarige. Ik blijf, toch enigszins van mijn à propos gebracht, achter. Ik doe dan uiteindelijk toch geen online aangifte bij de politie wanneer blijkt dat daar een id-reader voor nodig is: ik herinner me maar al te goed van de vorige keer dat ik dat ding nodig had welk gesukkel daar altijd bij komt kijken – dat is bijvoorbeeld ook de reden waarom ik nooit mijn belastingbrief bekijk en er maar op vertrouw dat alles wat daarop vooraf is ingevuld wel in orde zal zijn. Ja, deze digibeet is inderdaad een ouwe sukkel.

*

Wandeling naar BRUSK. Het nieuwe cultuurhuis wordt vandaag voor de nieuwsgierige Bruggelingen opengesteld. Ik geraak niet binnen: er zijn, vanwege de brandbeveiligingsvoorschriften, slots. Het zal dan later wel eens lukken. Er is erg veel volk op de been in de stad. Dat komt door de autoloze zaterdag, maar is ook de grote mechanische spin, een traktatie van het stadsbestuur om de heffe des volks te verzoenen met de dure investering in BRUSK, een instelling waar die heffe vermoedelijk maar weinig mee te maken zal hebben. Het was de bedoeling dat ‘La Grande Araignée’ door de binnenstad zou trekken, maar daarvoor bleken de straten te smal. Nu blijft het traject beperkt tot een wandeling op de ring tussen het Zand en het Visartpark. Op mijn terugweg van BRUSK en de bibliotheek (waar ik, nadat het boek mij door W was aangeraden, Uit pure woede van Geoff Dyer ontleen) kruis ik de trage begankenis van de spin. De aanblik is spectaculair, dat wel, maar er wordt gezegd dat deze geste van het stadsbestuur bijna een miljoen euro zou kosten. ‘s Avonds, wanneer de spin vanuit zijn uit plastic folie opgetrokken web bij het Visartpark terugkeert naar zijn nachtverblijf op het Zand, zie ik het spektakel een tweede keer. Met S, die ik tussen het talrijk opgekomen publiek tegen het lijf ben gelopen, kan ik het even hebben over de kostprijs en de cultureel-artistieke waarde van deze grap.




*

(…) Annie Hall van Woody Allen: ladida! (…) Woody en Diane gaan op het einde van de film uit elkaar: hun respectieve shrinks hebben zulks geadviseerd. In de kamer waar de kerstboom staat verdelen ze hun bibliotheek. Maar Diane heeft haar naam in àlle boeken geschreven, ook in die van Woody. Diane steekt alle boeken, zonder onderscheid, in een kartonnen doos terwijl ze zegt: ‘Waarom zou ik jou lastigvallen met mijn complexen?’