woensdag 10 juni 2026

LVO 356

fragment uit Het maaiveld


Ik had het over mijn onvermogen om iets van wiskunde te snappen. Behalve die ene keer dat ik een uitzicht op begrip leek te hebben gevonden. Niet één leraar evenwel die erin slaagde om iets van dat besef vast te houden of aan te wakkeren. Ook Tant slaagde daar niet in. Van sinussen gesproken, overigens: Tant sprak met een nasale stem, die een verstopping in zijn neus verried – orgaan dat hij om de haverklap met veel ruchtbaarheid snoot. Hij schraapte ook voortdurend zijn keel.

Daniël Tant was in een vorig leven beroepsmilitair geweest en hij droeg daar in zijn manier van doen nog altijd de sporen van. Hij bewoog zich houterig van de ene kant van het lokaal naar het andere, had een scanderende trant van spreken, zette op het bord in een onwrikbaar regelmatig handschrift de tekens van zijn geheimschrift in het gelid, blafte ons toe als was hij een onderofficier die op het exercitieveld zijn rekruten meer wil intimideren dan initiëren. Om maar te zeggen dat de man weinig medemenselijkheid en empathisch vermogen aan de dag legde. Hij was dan ook nauwelijks tot helemaal niet geliefd, maar daar trok hij zich niets van aan. Het voornaamste leek hem dat zijn gezag ongecontesteerd bleef. Daar hoefde hij alvast niet veel van de energie aan te besteden die hij bereid was om, in ruil voor zijn salaris als licentiaat, in zijn job te investeren. Tant verborg zijn kaalhoofdigheid door een lange sliert haar die aan de linkerflank van zijn hoofd ontsproot over zijn schedel tot aan de andere kant te draperen. Die enkele keer dat hij buiten zonder pet te zien was, en het daarenboven waaide, kon hij op een gevecht met deze weerbarstige lok worden betrapt – wat tot enige besmuikte hilariteit aanleiding gaf.

7951

Ver-Assebroek - 260509


dinsdag 9 juni 2026

vorig jaar 388

9 juni 2025

Schrijven: een notitie over Met de wind mee en brieven aan A, M en E. De tevredenheid die ik over dat schrijven voel maakt snel plaats voor de neerslachtigheid die is veroorzaakt door (…)

*

(…) wandeling met S (…) We hebben het over (…) en over Pierre Michon en Jonathan Littell. Zij vindt Les bienveillantes maar niets. (…)

*

Eten en kaartspel met F en G bij P. We hebben leuke gesprekken. Ik vang het dialectwoord ‘veiïg’ op; het wordt gebruikt voor bevochtigde uitgedroogde tabak. Ik herinner me dat H daar cognac voor gebruikte. Ook wordt er over houtsoorten gesproken. Als olm niet beweegt, verwerkt in bijvoorbeeld trap of stoel, komt er gegarandeerd worm in. Een vlek op beuk verdwijnt altijd vanzelf. Maar tegen water kan beuk absoluut niet. De slagersbanken en -planken zijn een tijd – op last van Europa – van plastic geweest, maar daar komt men nu van terug omdat dat nog veel schadelijker is. Jammer van al die beenhouwers die vroegtijdig zijn gestopt omdat ze die investeringen niet meer zagen zitten. We hebben het even over Dikke Maurice van De Spiegel. Zijn café was een jazztempel die tot in New York bekend was. Enkel in Brugge zelf besefte men dat niet. ‘Ik was de enige,’ zegt P fier, ‘die van Maurice de toestemming kreeg om aan zijn lp’s te komen.’ Maurice was zo zwaar dat zijn camionette scheef hing. Dat beeld herinner ik mij ook nog – dat moeten de vroege jaren tachtig zijn geweest. Maar G (79) en P (76) zijn net iets ouder dan ik, oud genoeg om de Gouden Tijd (1965-1975) van het Brugse uitgaansleven ten volle te hebben meegemaakt. Na één boompje is P te moe om nog langer gastheer te zijn. Daardoor ben ik op tijd thuis om nog het laatste kwartier te zien van België-Wales: 4-3, met een schitterende winning goal van Kevin De Bruyne, op een splijtende voorzet, zoals dat dan heet, vanop rechts door Joeri Tielemans.






7950

Ver-Assebroek - 260509


maandag 8 juni 2026

vorig jaar 387

8 juni 2025

Tijdens het koken luister ik naar Touché. Gaea Schoeters is zeer welbespraakt. Misschien moet ik dan toch maar eens dat bejubelde Trofee lezen, ik heb het hier toch staan.

*

Het samenzijn met A, C en W is zeer geslaagd. Het doet A zichtbaar plezier, en dat is ook de voornaamste reden waarom ik dit etentje heb belegd. Ze heeft de tekening mee die ze al eerder voor mij had voorbestemd. De gesprekken gaan, onder meer, over euthanasie, artificial intelligence, privacy, reizen, wat we nog wensen in dit leven en, uiteraard, het onvermijdelijke Gaza, dat A zich ten zeerste aantrekt. C had hapjes mee, A taart, en ik had zalm klaargemaakt. Wanneer mijn gasten om vier uur weggaan, voel ik me uitgeschud en verdrietig. Ik doe een ritje met de fiets, om toch eens buiten te zijn geweest. Bijna thuis kom ik R tegen (…). Ik kom nog verdrietiger thuis dan ik al was toen ik vertrok en kruip in bed. Tot A me enkele foto’s stuurt van ons samenzijn. Ik dank haar voor de tekening en de taart. Zij: ‘Dank je voor wie je bent.’ Ik zal haar missen. Ze zei dat ze euthanasie wil wanneer ze niet meer kan gaan. Ze kan bijna niet meer gaan.

*

(…)

*

In de vijfde aflevering van Met de wind mee is Wouter Deboot te gast in een orthodox klooster in Albanië. Of was het Noord-Macedonië? Peu importe. Ik denk dat het Albanië was. Hij filmt tersluiks een monnik die een jongeman aan het bepotelen is. Akelig. Wouter is zo verstandig daar verder geen commentaar bij te geven. Toch niet expliciet, maar even later doet hij het wel door ostentatief de deur van de slaapkamer die hem is toegewezen af te sluiten. ‘Je weet maar nooit.’ In dat klooster worden jongemannen van hun drugsverslaving afgeholpen. Als ze er misbruikt worden, en daar lijkt het dus wel op, dan lijkt me dat dubbel zo erg: ze belanden van de regen in den drop.


Wouter Deboot (foto: Joris Casaer)




7949

Brugge, Beenhouwersstraat - 260507

zondag 7 juni 2026

facebookbericht 1226

Ik ben het ten zeerste eens met wat, door een spelfout, in (het screenshot van) het artikel staat: dat een kerstmarkt niet in ons 'gedrag' (sic) moet komen. Ik ben met andere woorden een resoluut voorstander van het niet-organiseren van een kerstmarkt. 'Kerst' en 'markt' zijn twee tegengestelde begrippen. Het Bijbelhoofdstuk waarin Jezus de kooplieden uit de tempel jaagt, is mijn favoriete Bijbelpassage.

Maar als er dan toch per se een kerstmarkt moet zijn, dan is het goed dat er nu alvast wat grondiger wordt nagedacht over de invulling ervan. Dat is jouw (Eva Vanhoornes) verdienste en die van Groen Brugge - blijkbaar is onze 'burgervader' niet bereid dat te erkennen. Ik zie van zo'n erkenning toch geen sporen in dat screenshot.

De casus bewijst wel dat grondig documenteren, aandringen en op rechten staan loont.

vorig jaar 386

7 juni 2025

Omdat ik zoveel tijd in de lectuur ervan heb gestoken, besluit ik dat het toch de moeite waard is om een recensie te schrijven van Ooi en drom, zoals ik het boek van Anjet Daanje heb herdoopt. Waar ik aanvankelijk niet goed wist wat ik erover kwijt zou kunnen, kom ik nu toch uit op een notitie van plusminus twaalfhonderd woorden.

*

(…)

*

Een wandeling richting Smedenstraat. Uit de Oxfam sleep ik voor 20 euro vier boeken naar buiten: een roman van Meir Shalev (hoewel er hier nog een paar van hem al jaren ongelezen staan), Rovers van Jan Vanriet, een monografie over Paul de Wispelaere en In open veld van Josse de Pauw. In dat laatste boek begin ik meteen na thuiskomst te lezen en dat bevalt mij ten zeerste. Vlak bij de Oxfam woont P. Twee keer al nadat ik hem de laatste keer, op 28 maart, heb gezien, een periode waarin hij andermaal ten dode opgeschreven in het AZ en daarna in de Zwarte Zusters heeft verbleven, heb ik tevergeefs een poging ondernomen om hem te zien. De eerste keer stond ik aan het verkeerde ziekenhuis en de tweede keer werd ik, op weg naar het AZ, opgetrommeld door M om naar Springsteen te gaan. Maar nu is P wél thuis. Hij is niet alleen: ook N en J zijn aanwezig. GH verlaat net het pand. P, met de zuurstoftoevoer in zijn neus, heeft het even over GH, hoe onwezenlijk intelligent die man is en hoe onstuitbaar wanneer hij over een favoriet onderwerp begint te praten. En hij heeft véél favoriete onderwerpen. (…) Van Springsteen stuitert het gesprek via andere krasse podiumknarren – Jagger, McCartney en Dylan – tot bij… Herman van Veen. N heeft een herinnering aan ‘Het Land van Ooit’, waar Veen blijkbaar ferm zijn broek aan heeft gescheurd. Dat is de reden waarom hij op zijn tachtigste nog altijd moet optreden. ‘Hij is nog altijd heel stemvast,’ weet J, die hem samen met N onlangs in de Stadsschouwburg heeft zien optreden. Het gesprek kabbelt nog een tijdje rustig door. Ik informeer uiteraard naar P’s gezondheidstoestand. Ik vind dat hij er beter aan toe is dan de laatste keer dat ik hem zag. Hij beaamt dat, maar zegt wel dat hij drie ‘crisissen’ heeft moeten doorstaan: twee lichte en een zware. Hij vertelt over de zware. Die duurde wel twintig minuten. Het was als tegelijkertijd stikken en verdrinken. ‘Je moet je adem onder controle krijgen,’ vertelt P. ‘Niet gemakkelijk wanneer je in doodsangst verkeert. Je moet dubbel zo lang uitademen als inademen. Dat is al moeilijk als je niét in ademnood verkeert.’ Het gesprek neemt een luchtigere wending wanneer P over zijn ‘beeldschone’ huishoudhulp uit Curaçao bericht. Zij is, behalve beeldschoon, ook heel erg vriendelijk en ‘van alles voorzien’. Ik bespeur weemoed in zijn relaas. Tijdens dit bezoek, mijn portie sociale interactie voor vandaag (maar het is zeker genoeg), wordt er veel gelachen. Wanneer ik overeind kom en aanstalten maak om te vertrekken, zegt P dat ik ‘altijd welkom’ ben. Ik neem me voor gehoor te geven aan deze uitnodiging.

*

Twee afleveringen van Met de wind mee. Opnieuw kwaliteit. Dit is televisie op haar best. Wouter Deboot bericht vanuit Bosnië, Kosovo en Noord-Macedonië. In Skopje moet hij – meer dan terecht – lachen met de vele standbeelden die daar nog maar recent in een nationalistische kramp werden opgericht.





7948

Brugge, Bloedput - 260507


zaterdag 6 juni 2026

facebookbericht 1225

Iemand vindt dat de betoging van de Waalse studenten en leerkrachten te gewelddadig is verlopen 1. de kleine groep geweldplegers die geregeld betogingen verstoren maken doorgaans geen deel uit van de manifestanten
2. de overheid is blij met deze 'casseurs' omdat ze de tegen de overheid gerichte betogingen in een kwaad daglicht plaatsen; je kunt je op den duur zelfs afvragen waarom de politie niet op voorhand deze goed herkenbare (in het zwart gekleed, voorzien van maskers en helmen) casseurs in de gaten houdt en meteen, zodra het geweld begint, alleen tegen hen optreedt
3. het geweld van de politie staat vaak buiten alle proporties; behalve tegen de casseurs richt de robocop-politie zich ook (met matrak, traangas en waterkanon) tegen mensen die niets met dat geweld te maken hebben en die het ook niet goedkeuren
4. de snelheid en doortastendheid waarmee de overheid enerzijds de sociale zekerheid en de welvaartsstaat afbreekt en anderzijds miljarden investeert in wapentuig (dat overigens ook moet dienen om geweld te plegen) is ook een vorm van geweld
5. de snelheid en intensiteit waarmee het kapitalisme de planeet naar de knoppen helpt is een vorm van geweld die vele malen 'extremer' is dan dat van een paar honderd bordjes dragende en leuzen scanderende studenten

vorig jaar 385

5 juni 2025

(…)


6 juni 2025

(…)

*

(…) wandeling rond het Stil Ende. Ik zie dat twee koppels canadaganzen samen acht jongen hebben. En wat verder zie ik godbetert een mandarijneend zwemmen, een mannetje. Een paar jaar geleden heb ik er hier ook al eens een gezien. Het is misschien dezelfde.

*

Op de trap kom ik mijn meer dan tachtigjarige onderbuur G tegen, die net zijn deur opent. Ik bezweer hem dat hij zijn deur niet van binnenuit mag sluiten. Als hem iets zou overkomen, zouden de hulpdiensten het slot moeten openbreken. Hij had daar nog niet aan gedacht.

*

De voorbije dagen wordt mijn appartement overvallen door vliegen. Eerst fruitvliegjes, dan gewone huisvliegen, en nu van die glanzende groene. De huis- en groene vliegen zijn opvallend mak. Ik heb tientallen huisvliegen kunnen doodmeppen. De groene kan ik gemakkelijk door een geopend raam naar buiten drijven. Ik ben waarschijnlijk onzorgvuldig geweest met keukenafval; er moet binnen ergens een hoop eitjes zijn uitgekomen. De vliegen brengen hoe dan ook dood en verval in huis. Ze doen mij aan Jeroen Brouwers denken.

*

Nog tien bladzijden in Ooi en drom. Op bladzijde 633 schiet Ties wakker op de bank en dringt het niet meteen door waar hij zich bevindt. Net hetzelfde had ik deze middag. Toen ik na een paar minuten in een diepe slaap te zijn gesukkeld op de bank in (…) wakker schoot, wist ik niet meteen waar ik me bevond. Hoogst bevreemdend. Het versterkte nog mijn gevoel van malaise. (…)

7947

Oostende - 260502


vrijdag 5 juni 2026

LVO 355

fragment uit Het maaiveld


Ik herinner me wel dat ik ooit een keer, toen ik tijdens een lange namiddag het laatste examen wiskunde dat ik ooit zou moeten afleggen zat te blokken, als in een flits een uitzicht kreeg op waar het eigenlijk om draaide. Iets van begrip drong tot mij door, iets, een snuifje, un soupçon van wat die enigmatische letter-, cijfer- en symbolencombinaties zouden kunnen betekenen – en dat gevoel ging gepaard met een intense esthetische ervaring die verwant was met wat ik eens had gevoeld bij een nagespeeld schaakvraagstuk waarbij, in de oplossing, de stukken zich even onverwacht als elegant naar de onafwendbare ontknoping spoeden, of bij het besef van de duizelingwekkende oneindigheid waarin wij ons, draaiend om een hypothetische as, van een punt A naar een punt B begeven, niet alleen zin- maar ook richtingloos want beide punten blijven zelf ook niet onbeweeglijk op hun plaats staan, of hangen, in het uitdijende heelal.




Alles bij elkaar genomen kan ik mij afvragen wat ik in die zes jaar middelbare school eigenlijk geleerd heb. Wat ik er heb opgestoken wat mij de rest van mijn leven (tot nu toe) dienstig is gebleken en gebleven. Wat heb ik onthouden van al die lessen wiskunde, fysica, godsdienst, scheikunde... Ja, voor talen zou ik nog een voorbehoud kunnen maken: de taalvaardigheid waarvan ik mij bedien in mijn beroepsleven en ook bij het lezen en schrijven, dat een groot deel van mijn zelf ingevulde vrije tijd vult, zal wel voor een deel zijn aangescherpt door de lessen Nederlands, Frans, Duits, Engels en Latijn – jammer genoeg geen Grieks – die ik heb gekregen. Het Latijn is zeker ook van pas gekomen in mijn tot nu toe erg schaarse contacten met het Spaans en Italiaans. De concrete feitenkennis die ik van vakken als geschiedenis en aardrijkskunde heb overgehouden, is volledig verdwenen en overschreven door latere zelfstudie. Het is moeilijk te achterhalen in welke mate die zes jaar middelbare school, ‘genoten’ in een periode van het leven waarin de hersenen op de top van hun vermogen functioneren, mij echt hebben gevormd, van mij de persoon hebben gemaakt die ik ben geworden en in die zin werkelijk een ‘humaniora’ zijn geweest. Zeker niet meer dan de twaalf jaar ervoor, mijn eerste twaalf levensjaren, en de tijd erna – het komt mij voor dat bijvoorbeeld met betrekking tot kunst en literatuur, en zeker ook architectuur, geschiedenis, politiek en filosofie, de latere jaren, aan de kunstschool en de universiteit, in het leger en meer in het algemeen aan ‘de universiteit van het leven’, mij veel dieper en ingrijpender hebben gevormd. Filosofie, bijvoorbeeld, kwam in die zes jaar OLVA nooit expliciet aan bod. Burgerzin, democratie, solidariteit? Nauwelijks of zelfs helemaal niet. Economie en ecologie: noppes. En tot de literatuur heb ik mij pas ná de humaniora toegang weten te verschaffen – alsof de zes jaar middelbaar en alle taalleraren, met hun leerprogramma’s en benepen toetsen en examens en opdrachten voor scripties en boekbesprekingen, in dat opzicht meer een hinderpaal waren geweest dan een stimulans. De enige die daarop een uitzondering vormde was Perquy van Frans, in het voorlaatste jaar. Maar hij was dan ook de enige.

Zo weinig, zo komt het mij nu voor, leerde ik op dat college, dat ik mij nu in alle ernst durf af te vragen wat ik er eigenlijk wél leerde. Afgezien van die taalvaardigheid en wat algemene bagage, werden mij vooral disciplinering en sociale vaardigheden bijgebracht; ik leerde er hoe om te gaan met hunkering; ik kreeg inzicht in de onbenulligheid van veel volwassenen; ik kreeg een idee van de ravages die onrecht en verraad kunnen aanrichten in het hoofd en hart van de onschuldige jongeman die ik toen nog was.




7946

Oostende - 260502


driekleur 613

(...) ik herinner me hoe een gebruinde man met een militaire houding vlaggetjes prikte in een legerkaart, rode vlaggetjes voor de Turkse strijdkrachten en gele vlaggetjes voor de Russen. Het leek een magisch gebied, met zijn bergpassen, bevroren rivieren en wrede veldslagen, met zijn sneeuwjachten en rondsluipende wolven; er was een grote watervlakte die de onheilspellende maar spannende naam van Zwarte Zee droeg (...)

Saki, De complete verhalen, 632

donderdag 4 juni 2026

honderd woorden 594

DOORGEZETEN

Misschien zal ik me gedeisd moeten houden, onderduiken.’ Dat schrijft Wannes van de Velde op 9 oktober 1988, dag van de eerste verkiezingsdoorbraak van het Vlaams – toen nog – Blok. Zijn woorden spellen angst. Bijna vier decennia later is het grootste deel van het ooit totaal onaanvaardbaar geachte 70 punten-programma gerealiseerd. We vinden het allemaal normaal, de angst is weg. Wannes helaas ook. De Belangers, die nooit zelf een repressie- of expulsiewet hebben moeten schrijven, rusten op hun lauweren op het intussen doorgezeten pluche van hun oppositiebanken. Andere, salonfähigere flaminganten hebben voor hen de klus geklaard, in dienst van het kapitaal.

Wannes van de Velde, Dagboeken, 50


facebookbericht 1224

Ik heb ook al reclames gehoord met daarin de woorden 'rebel' of 'revolutie'. Met deze cynische recuperatie bemoeilijkt het kapitaal natuurlijk échte rebellie en revolutie. Het vocabulaire is nu eenmaal beperkt.

Of denk aan merken die voor hun publiciteitsboodschappen deuntjes uit de ooit rebelse pop- en rockcultuur gebruiken waarop geen rechten meer rusten omdat ze verjaard zijn. Of erger nog, die deuntjes lichtjes vervormen, zoals als ik mij niet vergis een bank nu doet met iets van Coldplay. In plaats van hedendaagse creatievelingen aan het werk te zetten.

Mocht er een manier zijn om alle ontheemden, marginalen, onaangepasten, onbegrepenen (enzovoort) te verenigen, we zouden sterk staan.

Ik las net iets wat Orwell schreef, een vergelijking tussen De Gaulle en Pétain.

honderd woorden 593

POSTSTRUCTURALISME

Ik neem aan dat niet iedereen de ti en dicht bedrukte bladzijden tellende voetnoot 24 zal hebben gelezen (pp. 1057-1067)? Het is niet onvergeeflijk zich niet te hebben verdiept in dit staaltje experimenteel gezwans dat achterin het monsterboek onder de titel ‘JAMES O. INCANDENZA, EEN FILMOGRAFIE’ (ja, allemaal kapitalen) is weggestopt. Maar wie het niet las, heeft wel enkele van DFW’s best geslaagde witzen moeten missen, zoals deze parodie op de ‘poststructuralistische antidocumentaires’ in de toelichting bij de – gefingeerde? – film Homo Duplex: ‘interviews met veertien Amerikanen die John Wayne heten maar niet de legendarische 20ste-eeuwse filmacteur John Wayne zijn’ (p. 1061).





vorig jaar 384

1 juni 2025

(…)


2 juni 2025

(…)

*

Oekraïense drones vernietigen, in ware James Bond-stijl, diep in Siberië tientallen Russische bommenwerpers. Een vernedering voor Poetin. Het valt te vrezen dat dit zal leiden tot een oncontroleerbare escalatie van een conflict dat nu al meer dan verschrikkelijk is, maar dan toch nog tenminste ‘conventioneel’. Ook in de sfeer van de internationale politiek was mijn voornemen om Facebookcontact X een tent en een rugzak te bezorgen en om daarvoor vandaag speciaal naar Leuven te reizen. X is van plan om deel te nemen aan een ‘mars naar Gaza’, om te helpen om daar de genocide een halt toe te roepen. Maar te elfder ure laat hij mij weten dat hij al van iemand anders het benodigde materiaal krijgt. Dus kan ik mijn reis afblazen. Tot daar mijn engagement voor de internationale conflictbeheersing.




*

Ik stuur Wouter Deboot, de fietser in het programma Met de wind mee, een berichtje om hem te feliciteren. Zowel in de aflevering met de weduwe van Josip Weber als in deze die ik nu bekijk, over onder meer Srebrenica, snijdt hij gelaagde en gevoelige onderwerpen aan op een serene, neutrale en empathische toon, zonder in sentimentalisme te vervallen.

*

(…)


3 juni 2025

(…)


4 juni 2025

(…) Jos D’Haese steekt een PVDA-speech af, die velen als ‘populistisch’ zullen afserveren, over het feit dat ministers te veel verdienen. 20.000 euro per maand, en daarbovenop nog eens premies voor huisvesting en huishouden. De parlementairen zijn het ermee eens dat dit relict uit een ver verleden maar beter kan worden afgeschaft. Het onderwerp is ‘s avonds een onderwerp in Terzake.

*

(…)

7945

Plassendale - 260502


woensdag 3 juni 2026

LVO 354

fragment uit Het maaiveld


Wiskunde is nooit mijn fort geweest. Zolang het om tastbare berekeningen ging waarbij moest worden opgeteld, vermenigvuldigd, gedeeld en afgetrokken, bleef het voor mij bevattelijk, maar zodra er abstracties bij kwamen en de a’s en b’s en x’en en y’s voor ondoorgrondelijke grootheden kwamen te staan die met elkaar verbanden begonnen aan te gaan en daarbij aan wetmatigheden gehoorzaamden op een standvastige manier die iets weerspiegelde van de voorspelbaarheid waarmee sterren en planeten om elkaar heen draaien en krachten zich onwrikbaar tot elkaar verhouden maar waarin ik de logische consistentie niet kon ontwaren, kreeg ik het moeilijk om alles te volgen. Toen er ook nog eens limieten en sinussen en cosinussen aan te pas kwamen, verloor ik definitief de aansluiting en restte mij geen andere oplossing dan alle bewijzen die wij voor de talrijke toetsen en voor het examen dienden te kennen op een puur machinale manier vanbuiten te leren, zonder er ook maar één tittel of jota van te begrijpen. Ik was daarin de gelijke van Paul-Emile Teysseyre, die door Stendhal in diens memoires wordt gememoreerd. Deze medeleerling van Henri Brulard, zoals Stendhal zichzelf noemt, was een ‘vriendelijke kleine schavuit (...) die alle stellingen die bewezen moesten worden domweg uit zijn hoofd leerde zonder zich erom te bekommeren of hij er ook wel iets van snapte’.(*)

Het lukte mij de bewijzen in te prenten door ze over te schrijven, telkens opnieuw, tot ik de hele opeenvolging van pijlen, getallen en breukstrepen gedachteloos uit het hoofd kon reproduceren. Talloos zijn de vellen die ik op die manier heb volgekrast. Als een aap zou kunnen schrijven, wat hij – denk ik – kan, zij het op een al even louter motorische manier, dan zou hij op dezelfde manier kunnen proberen niet te zakken voor het vak algebra.

Maar men moest mij niet vragen waarover dat geheimschrift ging. Vergelijkingen kende ik enkel uit de bellettrie. Een paar dagen na het examen was ik alles grondig vergeten, ik heb nooit wiskundige kennis kunnen cumuleren. Hoogstens slaagde ik erin een ad-hockennisvoorraadje op te bouwen. Na het – met de hakken over de sloot voor de exacte vakken – succesrijk afronden van het laatste jaar van de humaniora heb ik nooit nog met algebra te maken gehad. De talloze uren die ik eraan had besteed koekten samen tot een nare herinnering. Ik kon me hoogstens, samen met Loeki Knol, afvragen: ‘Wat heb ik nou aan algebra, nu ik voor de keuze sta.’(**)


(*) Stendhal, Het leven van Henri Brulard, 220-221 (vertaling C.N. Lijsen)
(**) https://www.youtube.com/watch?v=kEd_ICRX6kg 


facebookbericht 1223

Eigenlijk wou ik enkel zeggen dat ik niet begrijp dat er in het licht - of in de duisternis - van de gebeurtenissen in het Nabije Oosten over termen wordt gediscussieerd ('genocide' ginder, 'administratieve aanhouding' van manifestanten hier). Ik vind de kwestie van de theodicee (Odo Marquard!) interessanter dan het probleem van het geslacht der engelen. Mijn reactie ('onbeschoft') betrof in eerste instantie iemand die zich in een vorige thread uitsprak over mijn intelligentie, volgens hem mijn gebrek daaraan, zonder ook maar één inhoudelijk argument. Ik hernam die kwalificatie toen ik hier (zie hierboven) voor 'antisemiet' werd uitgescholden. Wat ik niet ben, en ik vind het dan ook niet fijn zo te worden benoemd. Overigens ben ik blij met elke uitwisseling van gedachten over de schier niet te slechten muren rond onze 'bubbels' heen. Elkaar overtuigen zal nooit lukken, maar kennisnemen van andere ideeën misschien wel. En een beschaafd gesprek voeren is op zich al een succes.

7944

260430


dinsdag 2 juni 2026

LVO 353

fragment uit Het maaiveld


Den Ieften deelde de derde prik uit, nog altijd in diezelfde eerste week van het laatste jaar. Yves Dehaene had de reputatie een olijkerd te zijn. We hadden hem het jaar voordien al voor fysica gehad. Zijn zwierige demonstraties van gravitationele krachten en dergelijke werden door ons gesmaakt en wij gingen ervan uit dat de sfeer in het fysicalokaal ook in dat laatste jaar ontspannen zou blijven. Niet dus. Tijdens het eerste uur fysica van dat laatste jaar werd ons een vaste plek in het lokaal toegewezen. Ik kwam helemaal rechts te zitten, ver van het raam dat de volledige linkerwand van het lokaal innam. De lichtinval weerkaatste in het bord, zodat ik nauwelijks kon zien wat daarop geschreven werd. Bij het raam waren nog enkele plaatsen vrij, en dus vroeg ik of ik daar mocht plaatsnemen. Het antwoord trof mij midscheeps. ‘Ge moogt voor mijn part buiten gaan zitten.’

Ik geloofde mijn oren niet. Ik mocht net zo goed de klas verlaten, dat maakte voor Dehaene geen verschil uit. Ja, het had er zelfs alle schijn van dat hij daar de voorkeur aan gaf. Maar waarom? Ik had hem geen strobreed in de weg gelegd, en ik was het jaar daarvoor, behalve in gunstige zin, niet opgevallen – of het zou die keer geweest moeten zijn dat hij een toets had aangekondigd voor net na de paasvakantie, waarop ik schertsend had gezegd dat mij dat slecht uitkwam omdat ik op bedevaart naar Rome moest. Neen, Dehaenes uitval was onverklaarbaar. Ik schrok ervan. Maar ik schrok er ook van toen ik na dat lesuur Dehaene, Lycke en Tant buiten op de gang onder elkaar zag gniffelen. Dat bezorgde mij een zeer onaangenaam gevoel.

honderd woorden 592

HASBARISTEN

A. wees me erop dat er in de commentaren op mijn post over de pro-Palestina-manifestanten die in Antwerpen waren opgepakt ‘hasbaristen’ aan het werk waren. Ik moest het woord opzoeken. Niet dat ik het patroon niet had herkend: de nogal assertieve, om niet te zeggen onbeleefde of zelfs onbeschofte toon waarmee sommigen het nodig vonden om mij een gebrek aan intelligentie aan te wrijven. Wist ik wel wat een ‘genocide’ was? Nu, eerlijk gezegd kan het mij niet veel schelen hoe je de misdaden noemt die zich onmiskenbaar in het Nabije Oosten voltrekken. Dergelijke exegetische scherpslijperij lijkt mij zelfs ongepast.



7943

Damme - 260430


maandag 1 juni 2026

facebookbericht 1222

Nog erger dan dat een derde van bevolking het niet weet of beseft (zoals uit De Stemming blijkt), is dat veel verkozen politici zélf niet op de hoogte schijnen te zijn van wat ze verondersteld worden in stand te helpen houden en indien mogelijk zelfs te perfectioneren: een uitgebalanceerde democratie die, inderdaad, gebaseerd is op de mogelijkheid van tegenspraak en die dus ook de rechten van minderheden vrijwaart. Ze zetten alles wat van hun mening afwijkt (correctie: van de mening die hun partij hun voorhoudt) weg als 'ondemocratisch', 'populistisch', 'extremistisch' of 'activistisch' en spelen een legislatuur lang mee in de 'democratie' genoemde poppenkast, die uit niet veel méér bestaat dan het uitvoeren van het regeerakkoord dat in de eerste weken na de verkiezingen door een handvol partijleiders in elkaar is gestoken.

LVO 352

fragment uit Het maaiveld


De reeks incidenten begon bij Jos Lemmens, onze nieuwe klastitularis. Lemmens gaf Latijn en esthetica. Dat hij er in het wekelijkse uurtje kunstgeschiedenis dat ons werd gegund nooit in slaagde om ons een sprankel enthousiasme bij te brengen voor dat immense gebied van schoonheid dat zoveel vreugden en verrassingen in zich draagt, het weze hem vergeven, hij had er misschien het talent niet voor. Neen, Lemmens was een streng heerschap dat niet met zich liet sollen en dat geen enkele kans liet liggen om te laten blijken dat hij geen hoge pet op had van opschietende pubers. Ik heb hem in elk geval nooit op een blijk van empathisch vermogen weten te betrappen. Later zou ik vernemen dat hij in die tijd doof aan het worden was. En inderdaad, herhaaldelijk hield hij zijn handpalm achter zijn oorschelp en boog zich naar de spreker toe terwijl hij sarcastisch vroeg: ‘Wat fluister je?’ Het zal hem wellicht parten hebben gespeeld. Nu, doof of niet, Jos Lemmens zette die eerste week van ons laatste jaar heel stevig de bakens uit door zeer scherp te reageren op een of andere futiliteit – ik weet zelfs niet meer waarover het ging: iemand zat te babbelen in de les, of had zijn agenda niet nauwkeurig genoeg ingevuld. Zoiets. Er werd een hele preek afgestoken, waarin onze klastitularis als een praetor of quaestor of in elk geval iets veel gewichtigers dan de simpele leerkracht die hij was premissen en conclusies met elkaar verknoopte tot een boodschap die als een natte dweil over ons werd uitgespreid: het mocht duidelijk zijn, hier zou niet gelachen worden met elke afwijking van de regel, met de geringste frivoliteit. Intimidatie heet zoiets, een gezag dat zich vestigt als autoriteit. Maar wij zagen het vooral als iets bijzonder ontmoedigends.

In diezelfde week was er een incident met Lycke. Ook hier weet ik niet meer wat de aanleiding was. Ik moet op de een of andere manier een kritische opmerking hebben gemaakt – waarover, ik zou het bij God niet meer weten. Lycke, tot mij: ‘Ge zoudt beter wat meer aan zelfkritiek doen.’ Die woorden maakten een diepe indruk op mij. Als het Lyckes pedagogische opzet was om mij een levensles mee te geven, dan is hij daar zeker in geslaagd. Maar ik begreep het niet, ik begreep de negativiteit niet die hem zoiets deed zeggen. Het leek wel of hij gevolg gaf aan een ingehouden woede, een diepe frustratie. De aanleiding was te onbeduidend voor zo’n scherpe uitspraak. Ik vermoed dat Lycke nog niet vergeten was hoe wij hem het jaar voordien een te grote apathie hadden verweten – iets wat hij in eerste instantie met het excuus van de slopende verbouwing had weggewuifd maar dat toch moet zijn blijven hangen.


7942

Damme - 260430


zondag 31 mei 2026

facebookbericht 1221

Protesteren tegen de genocide wordt strenger bestraft dan de genocide, die, zoals we allemaal weten, niet wordt bestraft.