maandag 12 april 2021

op naar de zestig 179

 


Veel Japanse toeristen – toen die er nog waren! – zagen in het Provinciaal Hof aan de Brugse Markt een middeleeuws gebouw en kiekten er derhalve lustig op los. Meestal met zichzelf ervoor. Maar het is in werkelijkheid een laat-negentiende-, vroeg-twintigste-eeuws exemplum van neogotiek, boerenbedrog dus, naar plannen van onder meer Louis Delacenserie. Nu wordt het gerenoveerd en gaat het schuil achter een zeil waarop, jawel, een afbeelding van de voorgevel is geprint, schaal één op één. En daar nog eens voor: een schutting met door middel van hartjes en klanknabootsende lettercombinaties kracht bijgezette goednieuwsboodschappen waar iemand het niet mee eens was.

210408

6063

Brussel, Museum voor Schone Kunsten - 210220

 

zondag 11 april 2021

wolken 4097

wolkenfragment uit Oek de Jong, Wat alleen de roman kan zeggen (in Het glanzend zwart van mosselen)

4097

Ik strek me uit op een kerkbank en zet daar het lezen voort, ik dwaal buiten langs de graven, terwijl boven het land regenwolken naderbij komen. (657)

getekend 356

 

logboek 4

210410

W.G. Sebald toont zich in Melancholische dwaalwegen (vertaling Jos Valkengoed) een meester in het creëren van een onheilspellende sfeer. Ik denk aan de paar keer dat hij zijn protagonist laat achtervolgen – of toch de indruk laat krijgen dat hij wordt achtervolgd – door een tweeling of althans door twee zeer erg op elkaar gelijkende personages die op onwaarschijnlijke plaatsen, ja zelfs in verschillende steden, herhaaldelijk in het blikveld opduiken. Tot de sfeer van omineusiteit wordt ook bijgedragen door andere personages, zoals Dr. K. in het hoofdstuk ‘Dr. K.’s reis naar de badplaats Riga’, gelijkaardige ervaringen te laten ondergaan – waarbij deze Dr. K., oftewel de schrijver Kafka, uit wiens brieven en dagboeken uitvoerig wordt geciteerd, of juister, geparafraseerd, zelf ook al niet de vrolijkste Franz was. (Mijn particuliere ervaring met Riva del Garda valt strikt genomen uiteraard buiten een objectieve beschrijving van een lectuurervaring maar speelt daarin wel mee aangezien zij ook niet bepaald vrolijk te noemen is.) Het voortdurende erratische dwalen van de hoofdpersoon, waarbij hij door angsten en bevliegingen op onvoorziene plekken uit de trein stapt of straten inslaat of een bus neemt of wat dan ook, waardoor zijn reizen onvoorspelbaar en bijgevolg onzeker, en dientengevolge wellicht écht reizen zijn, ook in de tijd, vanwege de voortdurende heen-en-weerassociaties in de met de bezochte plekken verknoopte geschiedenissen, en ja, ook in de literatuur, omdat veel van die geschiedenissen in de door Sebald gelezen en ter sprake gebrachte geschriften zijn neergelegd – ja, dat erratische dwalen draagt ook bij tot een sfeer van onzekerheid en dreiging. Idem voor de weersomstandigheden, die in Melancholische dwaalwegen vaak somber zijn. Een indrukwekkende en voor de algemene sfeer van het boek zeer typerende scène is die met de hond die de protagonist een tijdje begeleidt op zijn wandeling door Verona. Het is ‘[e]en lichtkleurige hond, die een zwarte vlek als een flap over zijn linkeroog had en die zoals alle zwerfhonden schuin op de richting leek te lopen waarin hij zich voortbewoog’ (101). Wanneer de wandelaar halt houdt, wacht de hond, en wanneer hij weer vertrekt, loopt de hond weer met hem mee. ‘Toen ik echter bij het Castelvecchio de Corso Cavour overstak, bleef hij op de rand van het trottoir achter en omdat ik midden op de Corso naar hem omkeek, werd ik op een haar na overreden.’ (101) Maar wellicht nog het meest pregnante is het feit dat Sebald door dit alles, door de omwegen die hij in zijn reisverslag én zijn lectuurverslag maakt en door de verknoping van die twee, en door alle associaties die hij maakt en verbanden die hij legt, laat uitschijnen dat er met zijn protagonist, die ook Sebald heet, iets grondig mis is, iets wat met hypochondrie of misschien zelfs depressiviteit te maken heeft, en dat hij daar met geen woord over rept. Alles op dat vlak – en er is alle reden toe om te geloven dat dit boek uitermate autobiografisch is – moet tussen de regels worden gelezen. Eén keer lijkt Sebald daar toch dieper op te zullen ingaan. Maar hij laat de beker aan zich voorbijgaan. In het hoofdstuk ‘Il ritorno in patria’ keert de schrijver voor het eerst in dertig jaar terug naar zijn geboortedorp ‘W.’ (Wertach, in zuidelijk Beieren). Lukas Ambrose, een van de dorpelingen, vraagt, na eerst omstandig zijn eigen verhaal te hebben gedaan, wat de schrijver ertoe heeft gebracht om naar W. terug te keren. De schrijver geeft een ‘omslachtige en gedeeltelijk tegenstrijdige uitleg’, die zijn gesprekspartner ‘tot [z]ijn verwondering’ overtuigend vond. Wij, de lezers, krijgen die uitleg evenwel niet te horen. Alleen vernemen wij dat ‘veel zaken’ dan misschien wel verklaarbaar mogen zijn, ze zijn ‘daar echter niet helderder maar raadselachtiger door (…) geworden’ (167). Harry Mulisch wist het: ‘Het beste is, het raadsel te vergroten’. Dat is waar het in literatuur om gaat. Sebald: ‘Hoe meer beelden uit het verleden ik verzamel, zei ik, des te onwaarschijnlijker lijkt het mij dat het verleden zich op deze wijze moet hebben afgespeeld, want niets daarvan is normaal te noemen, het meeste juist ridicuul, en als het niet ridicuul is, dan is het om ontsteld van te raken.’ (167-168) Ik zie in de marge van mijn exemplaar bij deze passage een bij een vorige lectuur (in 2001) aangebrachte verwijzing naar het essay ‘Tussen iemand en niemand’ van Joseph Brodsky (in de essaybundel Tussen iemand en niemand, vertaling Frans Kellendonk en Kees Verheul, die ik in datzelfde jaar 2001, twintig jaar geleden dus, gedeeltelijk las). En daar vind ik inderdaad dit citaat: ‘hoe mooi het ook mag zijn, een welomschreven denkbeeld betekent altijd een verschrompeling van betekenis, het wegknippen van losse draadjes. Terwijl de losse draadjes in de wereld der verschijnselen van het hoogste belang zijn, want ze verstrengelen zich.’ (38) Verstrengelen. Of weven – wat een van de belangrijkste motieven is van een ander boek van Sebald over schijnbaar onbeduidende details, dwaalwegen en de grote vragen van het leven, De ringen van Saturnus. * Twee bijdragen in Interne Keuken. De eerste over Hans Mortelmans, die een aantal van de ‘onvertaalbare’ chansons van Georges Brassens toch heeft vertaald en op de cd Cupido zijn kat heeft uitgebracht – en die dat, voor zover ik dat op basis van het ten gehore gebrachte en enkele achteraf door mij geconsulteerde YouTube-filmpjes, voortreffelijk doet. De tweede over het boek van Annelies De Dijn over 2500 jaar vrijheid: Vrijheid. Een woelige geschiedenis. Een zeer actueel boek omdat vandaag, naar aanleiding van de coronacrisis en de manier waarop de maatregelen worden bepaald en onthaald, een hevig conflict is ontstaan tussen twee soorten vrijheid waarin respectievelijk het belang van het individu en het belang van de samenleving de bovenhand nemen. *

6062

Sint-Andries, kanaal Brugge-Oostende - 210219

 

zaterdag 10 april 2021

parallel 168

Lange tijd bleef mijn blik steken bij de zes letters van het woord Pigmei, de vooraankondiging van een verwoesting, die reeds had plaatsgegrepen.

W.G. Sebald, Melancholische dwaalwegen, 99

ǁ

Terwijl hij onder het rooster omhoogkijkt, de onverschillige sterren ziet, beseft Boomkikker dat het licht dat op zijn ogen valt jaren eerder is vertrokken, dat daarboven niets anders is dan de beweging van het verleden, dingen die allang ingestort en uitgebarsten en voorgoed verdwenen zijn.

Colum McCann, Het verre licht, 217

driekleur 467

De jongen draagt een Afrikaans hemd. Een rood-groen-gele muts boven op zijn hoofd. Een groene broek met uitlopende pijpen. Een harmonica – een cadeautje van Walker – puilt in een broekzak. Clarence Nathan is ineens zijn late adolescentie ingegaan. Onder het hemd popelen spieren. Zijn adamsappel is groot en steekt flink uit. Zijn schouders maken een bekende zwierige zwaai. De jongen probeert een Afro-kapsel bij te houden, maar zijn haar valt meestal snel uit model, hangt dan sluik en zwart op zijn sleutelbeen.

Colum McCann, Het verre licht, 207

driekleur 466

Hij kijkt omlaag naar Walkers bemodderde schoenen, werpt een misprijzende blik op zijn vuile overall en de onder zijn kin gebonden rode hoed. De bediende stevent direct op een rij goedkope huurpakken af, maar Walker wijst naar het dure rek. Onder een zwakke gele lamp past hij een groot zwart jasje met glanzend fluwelen kraag (…).

Colum McCann, Het verre licht, 90

driekleur 465

Een oud gezegde indachtig, wist hij dat de slang niet giftig was: Rood met geel – gif te veel, rood met zwart – een goed hart.

Colum McCann, Het verre licht, 47

wolken 4086-4096

wolkenfragmenten in Colum McCann, Het verre licht

4086

Jagende wolken werpen schaduwen en over straten ligt zonlicht gestrooid. (88-89)

4087

Hij bekijkt hun capriolen in de regen, heft dan zijn hoofd op, ziet de zon vanachter treurwolken doorbreken. (167)

4088

Terwijl zijn moeder uitgestrekt op een golf chemicaliën en zijn grootvader door pijn aan de bank is gekluisterd, gaat hij graag naar het dak om voorbij de architectuur van Harlem te kijken – voorbij de nieuwbouw en bakstenen kerken en rouwkamers en het craquelé stucwerk en de open terreintjes en de parken – naar de wolkenkrabbers die door Manhattan springen. (195)

4089

Soms gaat Clarence Nathan een nabijgelegen wolkenkrabber binnen, doet zich dan voor als loopjongen en glipt stiekem naar de bovenste verdieping om een beter uitzicht te hebben. (199)

4090

Op een middag moeten twee bewakers hem van een ladder strekken, op de drieëntwintigste verdieping van een wolkenkrabber in aanbouw. (200)

4091

Hij keert dag na dag terug naar de wolkenkrabberbouw, met de werkschoenen van zijn grootvader en een oud houthakkersoverhemd aan. (200)

4092

Het was jaren later, op een vrijdag en zijn werk in de wolkenkrabber zat erop, hij nam de lift naar beneden, douchte, bond zijn haar in een korte paardenstaart en ze stonden buiten te wachten in een spiksplinternieuwe huurauto, een Ford. (217)

4093

Als hij zijn hoofd opheft, rijst hoog boven hem een geraamte van eigen makelij op naar een wolkenloze lucht boven Manhattan. (223)

4094

En hij denkt terug aan toen Lenora vijf was en hoge koorts had en hij een week niet naar de wolkenkrabbers was gegaan. (235)

4095

Ze was een keer met hem meegegaan naar Houston, waar hij met zijn ploeg aan een wolkenkrabber werkte. (239)

4096

Dus op een avond bleef ik daarboven op de wolkenkrabber zitten – we waren toen op zevenenveertig hoog – met Cricket, die vriend van me. (254)

logboek 3

210409

Een interessant opiniestuk (achter betaalmuur) van Ans Rossy in De Standaard, over coronafeestvierders die hun instant gratificatie boven het algemeen belang plaatsen en er een verkeerd idee van vrijheid op nahouden. Feesten beantwoordt aan een in alle culturen voorkomende natuurlijke behoefte, maar is in ons neoliberale Westen losgeraakt van de culturele inbedding in de gemeenschap. Waar is da feestje? Hier is da feestje! * Walter Zinzen heeft bedenkingen bij de manier waarop het schandaal rond Sihame El Kaouakibi in de media wordt uitgevochten, nog voor haar mogelijke schuld door het gerecht is bewezen. Hij heeft het over perslekken, en dat daar altijd iemand belang bij heeft. En over schandalen in het verleden, die politici de kop hebben gekost, hoewel later voor hun schuld nooit een bewijs kon worden gevonden. *

op naar de zestig 178


Diego Velázquez en Joachim Coens bien étonnés, etcetera? Jazeker. Die associaties maakte ik toen ik dit zag. Twee vrouwen bewaren, naast elkaar op een bank, net geen anderhalve meter – maar we zien het door de vingers. De rechtse dame is in de mede door de CD&V-partijvoorzitter gelanceerde carreaux-mode gestapt. Het ongeïnteresseerde hondje katapulteert me naar de zeventiende eeuw. Toen portretteerde de Spaanse hofschilder zeer aandoenlijk de uitermate bleke en inderdaad nauwelijks vier jaar oud geworden Infante Felipe Próspero. Dat heb ik even moeten opzoeken – ik dacht dat er op Las Meninas zo’n schoothond figureerde, maar ik had het verkeerd voor.

210407

op naar de zestig 177


Sneeuwjacht? Jawel, in april. Hier, dicht bij de kust, blijft er niets liggen. Ik sla het spektakel gade. Een paar minuten nadat de auto is weggereden gaat zijn stempel al volledig op in de natte straat. De boom die elk jaar als eerste zijn bladeren ontvouwt, altijd eerst onder in zijn kruin en vervolgens in de top, buigt er zich rillend over. Ik voel mee – voor zover zoiets mogelijk is, natuurlijk – met dat lentefrisse groen. Ja, nu mag de lente komen. En de zomer ook. Met zon en leven en ambiance in het park. Ontmoetingen en samenzijn. Handdrukken en omhelzingen.

210406

6061

 

Gent - 210218

vrijdag 9 april 2021

getekend 355

 


op naar de zestig 176


Het is toch even schrikken als je ze, gewapend met pistool, matrak, boeteboekje en pepperspray, zomaar in je vertrouwde en voor zover je weet uitermate vredelievende bakkerij ziet staan: de flikken, de smerissen, de klabakken, de gardevils, de armen der wet. Maar natuurlijk hebben die jongens ook een maag en verlangens en willen ze bij hun middagboterham met kaas, paté of filet américain graag een éclair, een merveilleux, een boule de berlin, een carré confiture, een méringue of bavarois, of een paasei als toetje. Je hoort ze het al zeggen: ‘Een klein volkoren gesneden en geef acht paaseitjes voor erbij.’

210405

6060

Gent - 210218

 

donderdag 8 april 2021

facebookbericht 1178

Het was lomp van Michel zijn plaats niet af te staan aan mevrouw vdL. Idem voor Erdogan, maar van die schurk verwacht je natuurlijk geen galanterieën. Ik sluit echter niet uit dat Michel in de verwarring van het moment niet meteen het juiste deed, zich daar dan wel van bewust was, en dan ervoor koos om geen incident uit te lokken. Dat laatste zeker toen hij zag dat von der Leyen daar zelf het signaal toe gaf door op de sofa te gaan zitten. Maar gênant blijft het natuurlijk wel. Het ware goed geweest indien het duo achteraf een duidelijk gezamenlijk standpunt over het incident zou hebben verkondigd. Nu laten ze het initiatief aan het rumoer, dat, zoals dat met rumoer gaat, eerst aanzwelt, alvorens te gaan liggen. 

Ik geef vdL van niets de schuld. Door op de sofa plaats te nemen heeft zij zeer elegant de gênante situatie weten te redden. Maar schade was er hoe dan ook, in alle mogelijke scenario's want er was een stoel te weinig. Er zijn er nu die het ontslag van Michel eisen. Dat vind ik overdreven. De hoofdschuldige is Erdogan. Omdat er twee stoelen stonden én omdat hij niet als eerste, als gastheer, de twee anderen liet zitten. Maar het is wel een interessante case!