Posts tonen met het label op naar de zestig. Alle posts tonen
Posts tonen met het label op naar de zestig. Alle posts tonen

dinsdag 12 oktober 2021

op naar de zestig 365+1


En zo komt er een eind aan een jaar drabbelen. Een dagelijks stukje van exact honderd woorden bij een foto, die – meestal toch – op de desbetreffende dag is gemaakt. Goed om de pen te scherpen, maar ’t is wel geweest want ik betrapte mezelf erop in herhaling te vallen. Het ging om fictie, en dus hield ik altijd een slag om de arm en kon ik mij al eens aan een persoonsverwisseling of hyperbool wagen. Wat niet iedereen altijd snapte. Nu is het voorbij, 36.500 woorden en 365 beelden verder en 60 jaar oud – ’t is tijd voor iets nieuws!

211012

maandag 11 oktober 2021

op naar de zestig 365


De bruggen. Het woord zelf zorgt voor verbinding, een verband. Maar serieus: het is toch iets wat de Bruggelingen verbindt. Wat hun identiteit stoffeert. Ze kennen allemaal die vreemde mengeling van irritatie én rust van het voor een open brug, die dus gesloten is, te moeten wachten. Hoe de snelheid van hun gejacht een halt wordt toegeroepen en stolt tot een geduldig en lijdzaam toezien hoe de boot passeert, en nog een, en nog een. Wat Bruggelingen ook verbindt, is het altijd mogelijke excuus voor laattijdigheid dat ze allemaal wel eens inroepen: de brug was toe. Nu ja, open dus.

211011

op naar de zestig 364


Ik zie Blankenberge en denk, via Hugo Matthysen, aan Nancy’s. Waarop ik een avondzon zie gloeien in het verguldsel op de punten van het hekwerk op de Place Stanislas in Nancy – ándere klemtoon. En als ik aan de in goud en avondzon gedoopte punten van dat hekwerk denk, ziet mijn geestesoog een zwart-witfoto waarop een kind poseert voor een hek in de dierentuin en achter dat hek is, vaag en slecht in beeld, een tijger te zien. En dus denk ik, wanneer ik naar Blankenberge kijk, aan tijgers. En aan Borges. En aan de Aleph waarin alles te zien is.

211010

zondag 10 oktober 2021

op naar de zestig 363


Samen met mijn chouchou koos ik voor een voordeurloze villa, zonder ramen op het gelijkvloers aan de straatkant, naar een maximale indruk van ongastvrijheid en afgeslotenheid toe. Onze architect heeft, daartoe aangezet met royale incentives, al onze desiderata geïmplementeerd. De op maat gegoten betonpanelen houden de buitenwereld waar hij hoort, buiten dus – ze zijn overigens berekend op een lichte tot middelzware atoomaanval. Het huis betreden doe je – maar zeg het aan niemand – door een tunnel die begint in de als elektriciteitskabine vermomde toegangsmodule links van de oprit waarop ik mijn SUV en Chou’s knalgele Mini Cooper Countryman al zie blinken.

211009

op naar de zestig 362


Michel Vandenbosch situeerde op tv de grens van ons mededogen voor dieren ergens tussen muggen en goudvissen. Daar kan ik inkomen. Hoewel, ratten zijn ook niet bepaald schatjes. Tenzij ze, overhoop gereden, op hun rug in de graskant liggen, met de pootjes aandoenlijk opwaarts gericht, hun zachte pelsen buikje tot aaien nodigend, en met dat vriendelijke knaagsnoetje hulpeloos naar laatste adem snakkend. Verbouwereerd: waar ben ik tegenaan gelopen? De onschuld zelve. Ons mededogen ten aanzien van dieren is subjectief gekleurd en correleert met de mate waarin ze ons doen denken aan de knuffel waarmee we als kind te bed gingen.

211008

zaterdag 9 oktober 2021

op naar de zestig 71

 


Deze drabble is lang ongeschreven gebleven, van vlak voor kerstmis vorig jaar. Bijna een jaar dus. Ik wist bij die rode brievenbus niet veel meer te verzinnen dan dat hij dringend wel eens aan een schilderbeurt toe was, en dan vergat ik hem. In mijn achterhoofd bleef dat hiaat in de reeks wel hangen, maar dat waren zorgen voor later. En kijk, bijna tien maanden later zie ik op de hoek van de straat dat er een andere brievenbus is, een nieuwe, een die helemaal niet nodig moet geschilderd worden – en mijn hele opzet blijkt achterhaald, ingehaald door de feiten.

201221/211009