maandag 1 juni 2026

LVO 352

fragment uit Het maaiveld


De reeks incidenten begon bij Jos Lemmens, onze nieuwe klastitularis. Lemmens gaf Latijn en esthetica. Dat hij er in het wekelijkse uurtje kunstgeschiedenis dat ons werd gegund nooit in slaagde om ons een sprankel enthousiasme bij te brengen voor dat immense gebied van schoonheid dat zoveel vreugden en verrassingen in zich draagt, het weze hem vergeven, hij had er misschien het talent niet voor. Neen, Lemmens was een streng heerschap dat niet met zich liet sollen en dat geen enkele kans liet liggen om te laten blijken dat hij geen hoge pet op had van opschietende pubers. Ik heb hem in elk geval nooit op een blijk van empathisch vermogen weten te betrappen. Later zou ik vernemen dat hij in die tijd doof aan het worden was. En inderdaad, herhaaldelijk hield hij zijn handpalm achter zijn oorschelp en boog zich naar de spreker toe terwijl hij sarcastisch vroeg: ‘Wat fluister je?’ Het zal hem wellicht parten hebben gespeeld. Nu, doof of niet, Jos Lemmens zette die eerste week van ons laatste jaar heel stevig de bakens uit door zeer scherp te reageren op een of andere futiliteit – ik weet zelfs niet meer waarover het ging: iemand zat te babbelen in de les, of had zijn agenda niet nauwkeurig genoeg ingevuld. Zoiets. Er werd een hele preek afgestoken, waarin onze klastitularis als een praetor of quaestor of in elk geval iets veel gewichtigers dan de simpele leerkracht die hij was premissen en conclusies met elkaar verknoopte tot een boodschap die als een natte dweil over ons werd uitgespreid: het mocht duidelijk zijn, hier zou niet gelachen worden met elke afwijking van de regel, met de geringste frivoliteit. Intimidatie heet zoiets, een gezag dat zich vestigt als autoriteit. Maar wij zagen het vooral als iets bijzonder ontmoedigends.

In diezelfde week was er een incident met Lycke. Ook hier weet ik niet meer wat de aanleiding was. Ik moet op de een of andere manier een kritische opmerking hebben gemaakt – waarover, ik zou het bij God niet meer weten. Lycke, tot mij: ‘Ge zoudt beter wat meer aan zelfkritiek doen.’ Die woorden maakten een diepe indruk op mij. Als het Lyckes pedagogische opzet was om mij een levensles mee te geven, dan is hij daar zeker in geslaagd. Maar ik begreep het niet, ik begreep de negativiteit niet die hem zoiets deed zeggen. Het leek wel of hij gevolg gaf aan een ingehouden woede, een diepe frustratie. De aanleiding was te onbeduidend voor zo’n scherpe uitspraak. Ik vermoed dat Lycke nog niet vergeten was hoe wij hem het jaar voordien een te grote apathie hadden verweten – iets wat hij in eerste instantie met het excuus van de slopende verbouwing had weggewuifd maar dat toch moet zijn blijven hangen.


7942

Damme - 260430