zaterdag 20 juni 2026

vorig jaar 395

21 juni 2025

(…)

*

Ik koop in de brocantezaak van Joke Dewitte in de Ezelstraat een ‘design’ bureaulamp (Louis Kalff, 150 euro) en een hoeveelheid inkt die ik in mijn leven nooit opgeschreven zal krijgen: driekwart liter blauwe inkt en 33 centiliter bruine, ‘brun du Périgord’, waarmee ik hoop veel te zullen tekenen. Ook een Canson-schetsboek gekocht in de uitverkoop van Van Loocke.

*

Het is bloedheet, meer dan 30 graden. In de Poortersloge, waar ik een selectie eindwerken van de academie ga bekijken, is een jonge vrouw onwel geworden. Ze ligt languit op de bank vanwaarop je de videokunst kunt bekijken. Na een aarzeling, ingegeven door de vrees opdringerig te worden bevonden, vraag ik of ik iets voor haar kan doen. Het zal wel gaan. Wat later zie ik haar weer rondlopen in haar gezelschap. (…)

*

Deze ochtend wakker geworden met het nieuws dat Amerika nucleaire sites in Iran heeft gebombardeerd. Waarschijnlijk waren die allang leeggemaakt, waardoor deze actie niet méér is dan een symbolische uitdrukking van de wil-tot-oorlog.

*

Etentje bij S & S’. De avond begint genoeglijk met enkele anekdotes die ik de moeite van het noteren waard vond. Zoals deze van S’ over het eerste woord dat hij zich herinnert op driejarige leeftijd te hebben geschreven, fonetisch: hootverdoom. Dat was toen Paul de Wispelaere op bezoek kwam. ‘Mijn vader lachte nooit, behalve dan, met de vette grappen van Paul, die altijd werden afgesloten met een luide vloek’. En het was die vloek die S’ noteerde. ‘s Anderendaags ging hij met zijn notitie pronken bij zijn zeer taalgevoelige moeder. We hebben het over het intense culturele leven in het Brugge van die tijd, de jaren zestig en zeventig: Philippe Lisabeth, de Babylon, Dikke Maurice enzovoort. P zegt het allemaal van zeer dichtbij te hebben meegemaakt. Ik noteer ook een uitweiding over de nieuwsankers. ‘In de eerste les dwarsfluit leerden we al beter ademen dan Wim De Vilder.’ En over het eten van oesters: ‘Louis dix-huit, Louis des huîtres'. Lodewijk XVIII dus, die oesters graag in grote hoeveelheden at. (…)