Nog erger dan dat een derde van bevolking het niet weet of beseft (zoals uit De Stemming blijkt), is dat veel verkozen politici zélf niet op de hoogte schijnen te zijn van wat ze verondersteld worden in stand te helpen houden en indien mogelijk zelfs te perfectioneren: een uitgebalanceerde democratie die, inderdaad, gebaseerd is op de mogelijkheid van tegenspraak en die dus ook de rechten van minderheden vrijwaart. Ze zetten alles wat van hun mening afwijkt (correctie: van de mening die hun partij hun voorhoudt) weg als 'ondemocratisch', 'populistisch', 'extremistisch' of 'activistisch' en spelen een legislatuur lang mee in de 'democratie' genoemde poppenkast, die uit niet veel méér bestaat dan het uitvoeren van het regeerakkoord dat in de eerste weken na de verkiezingen door een handvol partijleiders in elkaar is gestoken.