Posts tonen met het label driekleur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label driekleur. Alle posts tonen

woensdag 29 juli 2026

driekleur 618

Ik kijk in Nieuw-Vennep altijd uit het raam en zie een weelderige vrouw van een jaar of dertig staan, een beetje een hoerig type vrouw, wit maar verleidelijk gezicht, donkere ogen, mollige kleine handjes, ze draagt glanzende grijze kousen, schoenen, rood, met een hakje, ze draagt een bontmantel, heel glanzend, ze heeft een vracht hoofdhaar, gitzwart haar, een échafaudage van haar, een volle rode mond, een klein poedeltje in de armen. En o! Zou ik haar grote, goudkleurige ringen mogen vergeten? Ringen om de enkels, om de polsen, ringen aan het oor, het goud glinstert je toe door het zwart van het krullerige haar.

J.M.A. Biesheuvel, Schip in dok, 200-201

driekleur 617

In de herfst heeft de esp een weelderiger tooi dan welke boom ook. Zijn bladeren bestaan uit de zuiverste kleuren. Purperrood, citroengeel, lila en zelfs zwart met gele spikkels.

Konstantin Paustovskij, De gouden roos, 272


dinsdag 7 juli 2026

driekleur 616

Paul Klee, Die Engel im Werden (1934)

Het was een in rode, gele en zwarte kleurvlakken getekende engel met twee nogal plompe vleugels waarmee hij tussen hemel en aarde zweeft. Hij had een kleine cirkel als hoofd en van zijn linkerzijde viel een rood kruis een zwarte diepte tegemoet.

Joke J. Hermsen, Onder een andere hemel, 231-232

  

zondag 28 juni 2026

driekleur 615

De flipperkasten functioneren.
Een letteraffiche, wit met rood logo en zwarte karakters, nodigt me uit voor de jaarlijkse slemppartij van een judoclub uit Kapelle-op-den-Bos, in Zaal Toekomst. Menu: een halve kip op vier wijzen; schep vol-au-vent. 
Het kleine meisje - het dochtertje van de baas? - zeilt met haar trottinette over de tegels als over een mauve en geel schaakbord. 

Wannes van de Velde, Dagboeken, 467

vrijdag 19 juni 2026

driekleur 614

Onder haar linkerarm hield ze een groene map geklemd en onder haar rechter een zwarte citybag met een geel hengsel. En haar nagels waren nu gelukkig niet meer rood gelakt maar roze. 

Charlotte Mutsaers, Koetsier Herfst, 171-172

vrijdag 5 juni 2026

driekleur 613

(...) ik herinner me hoe een gebruinde man met een militaire houding vlaggetjes prikte in een legerkaart, rode vlaggetjes voor de Turkse strijdkrachten en gele vlaggetjes voor de Russen. Het leek een magisch gebied, met zijn bergpassen, bevroren rivieren en wrede veldslagen, met zijn sneeuwjachten en rondsluipende wolven; er was een grote watervlakte die de onheilspellende maar spannende naam van Zwarte Zee droeg (...)

Saki, De complete verhalen, 632

vrijdag 15 mei 2026

driekleur 612

(...) iedereen droeg een zwart pak, en degene die er geen hadden, want dat kwam ook voor, die probeerden toch helemaal in het zwart te gaan, broek, trui, laarzen of schoenen, alleen de motoren bleven kleurig, geel, rood, blauw, wat iedereen maar had, maar ook daar hadden ze aan gedacht, want ze hadden allemaal een zwart lint aan het stuur (...)

László Krasznahorkai, Baron Wenckheim keert terug, 349


zondag 10 mei 2026

driekleur 611

De sneeuwklokjes & een paar gele krokussen bloeien, een paar primula's proberen te bloeien, tulpen en narcissen zijn te zien, de rabarber begint uit te lopen, pioenrozen idem dito, zwarte bessen lopen uit, rode niet, kruisbessen wel.

George Orwell, Dagboeken 1931-1949, 161

dinsdag 5 mei 2026

driekleur 610

Rechts een alleenstaande rij naargeestige huizen met vier kamers, donkerrood en beroet. Links een oneindige rij fabrieksschoorstenen, schoorsteen na schoorsteen, die vervaagt in een sombere, zwartige nevel. Achter me een spoordijk die gemaakt is van het afval van de hoogovens. Voor me, voorbij het braakland, een vierkant gebouw van groezelige rode en gele baksteen met het opschrift JOHN GROCOCK, TRANSPORTBEDRIJF.
Andere herinneringen aan Sheffield:
zwart beroete stenen muren, een ondiepe rivier die geel ziet van de chemicaliën, kartelige vlammen uit de kappen van hoogovenschoorstenen, het bonken en krijsen van stoomhamers (het ijzer lijkt te krijsen onder de slagen), de geur van zwavel, gele klei, het moeizaam heen en weer schommelende achterwerk van vrouwen die hun kinderwagens tegen de heuvels op duwen.

George Orwell, Dagboeken 1931-1949, 77 


maandag 20 april 2026

driekleur 609

Fascistisch geweld is licht, de golflengte ervan trilt in het interval tussen geel, oranje, rood, niet in het blinde punt van zwart (...).

Antonio Scurati parafraseert Benito Mussolini in M. De zoon van de eeuw, 378 

donderdag 16 april 2026

driekleur 608

'Zwarte, gele en rode nietsnutten en kwasten zijn ook nietsnutten en kwasten, wij mogen ze zo noemen en wij moeten ons voor die blankenhaters ondanks al onze fouten niet schamen.' 

Jos Borré citeert Gerard Walschap in Gerard Walschap. Een biografie, 563-564 

maandag 6 april 2026

driekleur 607

'Heel aardig van u,' zeiden de vrouwen met allerlei kleuren haar, 'maar op die avond laten we ons gele (of bruine, of rode, of zwarte) haar doen.' 'Een andere avond misschien,' durfde hij te vragen, en ze antwoordden: 'We zijn diep geroerd door uw grootmoedigheid, maar we zullen in de nabije toekomst ons zwarte, of rode, of bruine, of gele haar elke avond laten doen (...).'

Salman Rushdie, De levensavond, 240

zaterdag 27 december 2025

driekleur 606

Het was het allerlaatste vogeltje, het enig overgeblevene: alles was genoemd en teruggefladderd, rood en geel en zwart, alleen het allerlaatste vogeltje zat er nog te wachten, op de tak om te zien of hij het was!

Gerrit Krol, Halte opgeheven, 90

driekleur 605

Rechte gele snavel, vederkleed metaalglanzend zwart met witte en bruine spikkels... Hij veegde de haren uit zijn ogen. Tààl was dit, helder en gezond als de natuur zelf. Wit met bruine spikkels, poten bruinrood.

Gerrit Krol, Halte opgeheven, 90

driekleur 604

Hij zag zich staan, aan één kant rood verlicht. De man met het gouden hoofd, dacht hij en hij zette zijn hoed af, trok zijn trui over het hoofd omhoog en legde hem over de grond. Hij stapte, door beurtelings op zijn hakken te trappen, uit zijn schoenen en hij stapte uit zijn broek, de nauwe gekromde pijpen. Die gooide hij over zijn trui en hij begon het witte overhemd aan te trekken en het zwarte gestreepte pak, waarvan de afmetingen hem verbaasden.

Gerrit Krol, Halte opgeheven, 39 

zondag 14 december 2025

driekleur 603

Zijn werkkamer, met geelblond hout en Jugendstil-ornamenten betimmerd: hier zetelde eens de directie van een verzekeringsbedrijf. Mij bezorgt het vertrek een soort engtevrees. Een koningsblauw bankstel; Van Ballegooijen schonk thee, en trok nonchalant een been onder zich. Ik heb hem de laatste jaren amper nog gezien: het grauwzwarte haar, als staalwol, nu met witte strepen, wangen en onderkin donkerder rood dan ik me herinnerde, maar hij laat onveranderd de mond openhangen, de onderlip iets naar voren geduwd boven het grijze sikje, zodat hij op een gotische waterspuwer lijkt.

Jacques Kruithof, Het slotfeest, 301


driekleur 602

Het nieuwe huis: groot, gele baksteen met rode sierranden, mansardedak met zwarte dakpannen.

Jacques Kruithof, Het slotfeest, 242


driekleur 601

Rode dovenetel, geel en groen gestreepte croton, een hangplant met geschulpt blad. Op het Singel liep ik Christa tegen het lijf. Roestbruin bontjasje boven zwarte netkousen, opgestoken haar, veel mascara en oogschaduw (…)

Jacques Kruithof, Het slotfeest, 145


driekleur 600

Ik probeerde haar in me op te nemen: blonde pony, bleke teint – maar later een lichte blos –, meestentijds lachende ogen met zilverig gespikkelde oogschaduw; kleine neus, rood gestifte lippen – een weldoordachte compositie met zwart jasje, rode blouse, en een halskettinkje dat me van witgoud leek.

Jacques Kruithof, Het slotfeest, 138


driekleur 599

De lage herfstzon werpt door het oude glas in lood van de bovenramen vlekken en strepen op het papier met aantekeningen voor mijn Proust-college, rood, geel, paars licht uit de verloren tijd. Dit huis vertoont de rimpels en littekens van een bijna negentigjarige: gebarsten ruiten, ijzeren doppen in het stucwerk waar de gaslampen op de muur hebben gezeten, schoorstenen, vroeger met zwartmarmeren schouwen, voor de kolenkachels (...)

Jacques Kruithof, Het slotfeest, 134