vrijdag 23 april 2021

logboek 9

210422

‘A quoi bon l’amitié si la passion est intacte?’ Dat vraagt Arnaud Desplechin zich af in de ontroerende film Trois souvenirs de ma jeunesse (2015) waarin hij – autobiografisch? – terugblikt op de jonge jaren van Paul Dédalus in de grauwe laatste decennia van de vorige eeuw: zijn jonge kindertijd, zijn puberteit, zijn jaren als student en jonge antropoloog aan de universiteit. De treurende vader-weduwnaar, de feestjes, de groezeligheid van Roubaix. Het is een verkenning van het verlies van de onschuld, de herbeleving van een ongebroken, zuivere jeugdliefde voor de zeer lolitaëske Esther, de eerste teleurstellingen die het leven in de aanbieding heeft. Het gaat traag, het is Frans, er wordt erg veel gepraat, maar het is een film vol nostalgie en gevoel die ik heel graag heb gezien. De acteerprestatie van Mathieu Amalric, als volwassen Paul Dédalus, zeker op het eind van de film wanneer hij na vele jaren zijn liefdesrivaal van weleer terugziet en er nog een rekening blijkt open te staan, is magistraal. *

Ik weet niet zo goed waar Özcan Akyol naartoe wil met zijn essay Generaal zonder leger. Hij legt zowat de hele Nederlandstalige literatuur over zijn been, verwijt zijn collega-schrijvers irrelevantie, huldigt een rabiaat anti-intellectualisme, hemelt Brusselmans en Spit op, hekelt het ons-kent-onssfeertje in de Grachtengordel en concludeert dat er maar dringend weer eens een oorlog moet komen om weer wat leven in de literaire brouwerij te brengen. ‘In hemelsnaam, laat desnoods een oorlog uitbreken, geef ons armoede en ontberingen. Eens kijken of een schrijvertje begint te zeiken over zijn glutenintolerantie als hij in loopgraven een polemisch pamflet moet tikken tegen een misdadig regime.’ (63-64) Enfin, ik trek het een beetje op flessen maar die richting gaat het toch uit. Akyol was mij voorheen onbekend. Ik lees op het achterplat van zijn Boekenweek-boekje (2020) dat hij in – even tellen – liefst negen publicaties columns schrijft, dat hij voor radio en tv werkt en dat hij bovendien twee ‘heftige, spraakmakende en geweldige’ romans heeft geschreven. Er is mij duidelijk iets ontgaan. Misschien maakt hij zich daarom zo kwaad. *