Aan de verkoolde balken van de hut likten nog wat
vlammetjes, blauw afgetekend tegen de zwartgrijze as en met lichtgele puntjes.
Uit tientallen nasmeulende hopen, de ingezakte restanten van balen met huiden,
kwam nog een vage, ongelijkmatige, rode gloed, waaruit dikke rookpluimen
opstegen, de duisternis in.
John Williams, Butcher’s
Crossing, 329