vrijdag 21 september 2018

Jon McGregor, Reservoir 13


Een dorp in een heuvelachtige streek in Engeland wordt geconfronteerd met een traumatische gebeurtenis: een meisje van dertien jaar verdwijnt en wordt niet teruggevonden. Het meisje heet Rebecca Shaw. ‘Het meisje heette Rebecca, of Becky, of Bex.’ Dat zinnetje wordt in Reservoir 13 van Jon McGregor meerdere keren herhaald, als een mantra.

De drie namen van het meisje contrasteren met de naamloosheid van het dorp: het is dat ene meisje, terwijl het om het even welk dorp had kunnen zijn.

Er komen in de roman nog wel meer van die mantrische herhalingen voor. Zo veel en zo vaak keren de motieven terug, telkens met minieme variaties, dat je stilaan het gevoel krijgt met een doorwrochte compositie te maken te hebben. En dat ‘stilaan’ is cruciaal, want McGregor componeert niet opzichtig: zijn compositie bekruipt je, je wordt erdoor omvat. Geleidelijk, onnadrukkelijk.

Het terugkeren van de motieven in de roman gaat samen op met het ritme van de seizoenen: het vuurwerk op oudejaar, de feesten, het overlopen van de stuwmeren (reservoirs) na hevige regenval, de jaarlijkse cricketpartij, het scheren van de schapen, de vlucht van de buizerds, het nestelen van de vossen, het bloeien van de koekoeksbloemen, de niet fundamenteel maar toch lichtjes wisselende verhoudingen tussen de bewoners van het dorp, de jeugd die plekken opzoekt om er dingen te doen die het daglicht schuwen, de niet tegen te houden invloeden van buitenaf.

Want ja, McGregor onderzoekt niet alleen wat zo’n traumatische gebeurtenis met een dorp doet – het duurt wel een paar jaar vooraleer de gebeurtenis tot op een aanvaardbaar niveau vergeten is, en eigenlijk raakt ze nooit helemaal vergeten –, hij behandelt ook de relaties tussen het dorp en de buitenwereld. Hoe in deze tijd van internet en Facebook het stilaan totaal onmogelijk wordt om het een van het ander gescheiden te houden, en hoe de geplogenheden die de kleine dorpsgemeenschap altijd overeind hebben gehouden daardoor stilaan ondermijnd worden. Die geplogenheden zijn zeker niet altijd positief, het gaat niet altijd om gemeenschappelijkheid en solidariteit. Ook roddel houdt het dorp samen – McGregor gebruikt hiervoor slim het onpersoonlijke ‘men’: ‘Aan het eind van de maand, nadat zijn vrouw het meisje weer was komen ophalen, zag men ’s avonds soms datzelfde licht branden achter de dichte gordijnen (…)’.

Het vervolg van deze zin, hierboven afgebroken, luidt, na een komma: ‘en de kippen hadden meer tijd nodig om tot rust te komen.’ En de zin daarna: ‘Bij de rivier waadde de schouwer het water in om het wier te dunnen.’ Dat is de uitermate sterke en consequent doorgetrokken stilistische eigenheid van deze roman: McGregor behandelt alle mogelijke facetten en aspecten van het dorp en alle niveaus waarop het leven zich erin en errond afspeelt op eenzelfde, neutrale manier: hij lijkt er met een alziend oog overheen te zweven, als een infraroodcamera registreert hij, zonder onderscheid te maken, de verschillende vormen van leven en de subtiele veranderingen die deze ondergaan: de mensen, de dieren, de planten.

Een willekeurige, maar daarom niet minder kenmerkende passage:

‘In augustus konden de jonge vleermuizen het zonder moedermelk stellen en vielen de kraamkolonies uiteen. De vliegpatronen van de jonkies waren ingewikkeld en werden niet opgemerkt. Ze schoten door het grasland en pikten mestkevers en motten op, terwijl de volwassen dieren op zoek gingen naar een partner. Een hazelworm die op het brandend hete stenen pad naast Reservoir 5 lag te zonnen werd opgepikt door een buizerd en aan haar jongen gevoerd. Men zag Richard en Cathy weer samen lunchen in de nieuwe biologische pub in Harefield. Vragen werden gesteld over waarom het nodig was om zo ver weg te gaan. Conclusies werden getrokken. Het cricket werd afgelast vanwege het weer, en de spelers uit Cardwell kwamen niet naar het dorp om samen iets te drinken, wat ze voorgaande jaren wel hadden gedaan. Su en Austin Cooper waren twintig jaar getrouwd.’ Enzovoort.

Commentaar:

- Door wie werden de vliegpatronen niet opgemerkt?
- De natuur is wreed. Maar niet wreder dan mensen kunnen zijn.
- De reservoirs, een aaneenschakeling van stuwmeren, spelen een rol, reeds van in de titel van het boek. Uiteraard vormen zij samen een uitermate geschikt biotoop voor dertienjarige meisjes om voorgoed in te verdwijnen.
- ‘Men’ zag Richard en Cathy lunchen in een dorp dat niet ‘het dorp’ is: waarom was het nodig om zo ver te gaan? Daarover worden – passief! – vragen gesteld en worden – passief! – conclusies getrokken. Door wie? Door ‘men’ natuurlijk.
- De ‘biologische pub’ brengt de vooruitgang dichterbij: de tijden veranderen!
- De namen van de naburige dorpen Harefield en Cardwell worden, in tegenstelling tot de naam van ‘het dorp’, wél genoemd.

De roman begint met een zoektocht, maar die levert niets op. De urgentie van de verdwijning verdwijnt zelf stilaan. Maar het meisje blijft voortleven in het geluid van een overvliegende helikopter, dat doet terugdenken aan de zoekactie, of in de verhoudingen tussen ouders en hun kinderen, wanneer die, zoals de goudhaantjes en de buizerds en de duiven, op hun beurt hun vleugels beginnen uit te slaan. De focus van de roman verschuift: van de zoektocht naar het meisje naar de registratie van de facetten en patronen in het dorp. Uiteindelijk blijkt niet de verdwenen Rebecca Shaw het hoofdpersonage, maar het stilaan verdwijnende oude dorp. Of juister: het dorp dat stilaan in de ruimere wereld opgaat in de loop van de dertien jaren – één voor elk hoofdstuk in het boek – die volgen op de verdwijning van het dertienjarige meisje.

Marijke Versluys zorgde voor een uitstekende vertaling die, vermoed ik, het dwingende ritme van het origineel nergens loslaat. Reservoir 13 is een prangende, zeer geslaagde roman omdat McGregor vorm en inhoud perfect op elkaar afstemt.