maandag 19 maart 2018

sapiens 14



lees hier van bij het begin


De ontdekking van de onwetendheid

De voorbije vijfhonderd jaar is de invloed van Homo sapiens op de wereld enorm toegenomen: ‘de menselijke bevolking is veertien keer zo groot geworden, de productie 240 keer zo groot en de energieconsumptie 115 keer’. Transport, verlichting, digitalisering, steden, ruimtevaart, geneeskunde, de atoombom: de menselijke verwezenlijkingen zijn niet te overzien. Na de cognitieve en de agrarische revolutie heeft de wetenschappelijke revolutie de mens veel nieuwe mogelijkheden geschonken, inclusief de mogelijkheid om een einde aan alles te stellen. In de wetenschappelijke revolutie is een monsterverbond tussen wetenschap, economie en politiek ontstaan.

De moderne wetenschap onderscheidt zich van vroegere vormen van kennis doordat zij uitgaat van het besef van onwetendheid (in tegenstelling tot premoderne kennistradities zoals boeddhisme, christendom, islam en confucianisme, die beweerden alles wat essentieel was voor de mens te weten – wat niet geweten was, was triviaal). Dit besef wordt met – altijd voorlopige – theorievorming op basis van waarneming en wiskundige afleiding bestreden; op basis van die nieuwe theorieën worden nieuwe technologieën ontwikkeld waarmee de waarneming nog meer kan worden verfijnd.

Als elke wetenschappelijke kennis hypothetisch is en in principe voorlopig, rijst de vraag hoe de wetenschap kan worden ingeroepen om een samenleving samen te houden. (Terwijl de oude samenleving-vormende mythen door diezelfde wetenschap worden weggerationaliseerd.) Wat rechtvaardigt het ‘bijna religieus geloof in technologie en wetenschappelijke onderzoeksmethoden, dat tot op zekere hoogte het geloof in absolute waarheden heeft vervangen’?

Empirische waarnemingen en waarnemingen op basis van experimenten worden met behulp van wiskunde samengebracht in theorieën. Dit begon in 1687 met Newton, die met zijn Philosophiae Naturalis Principia Mathematica aantoonde ‘dat het grote boek van de natuur geschreven is in de taal van de wiskunde’. Tegenwoordig worden ook de theorieën van ‘geesteswetenschappen’ zoals taalkunde en psychologie onderworpen aan wiskundige toetsingen en statistiek.

Niet waarheid maar bruikbaarheid maakt voortaan de waarde van wetenschap uit. Kennis is macht, wist Francis Bacon al in 1620. Maar de band tussen wetenschap en technologie werd pas na de industriële revolutie onlosmakelijk, om in het huidige militair-industrieel-wetenschappelijk complex helemaal samen te vallen – waarmee meteen ook de waardenvrijheid van de wetenschap op losse schroeven komt te staan. Regeringen en bedrijven subsidiëren de geldverslindende labo’s niet omdat die de ‘zuivere’ waarheid willen helpen ontsluieren over hoe de wereld werkelijk in elkaar steekt. Ze doen dat omdat ze geloven ‘dat er politieke, economische of religieuze doelen mee gediend kunnen worden’. Tegenwoordig spelen wetenschap en de eruit voortvloeiende technologieën de hoofdrol in gewapende conflicten. Voorheen waren dat strategie, logistiek en numerieke sterkte.

De wetenschappelijke verwezenlijkingen, vertaald in nieuwe technologieën met behulp waarvan onoplosbaar gewaande problemen en kwalen de wereld uit konden worden geholpen, versterkten het geloof in het vooruitgangsideaal. De spectaculaire vermindering van ‘biologische armoede’, het gebrek aan voedsel en onderdak, is wellicht een van de grootste verwezenlijkingen. Het probleem van de dood is vooralsnog niet beslecht. Eraan ontkomen was – en is nog altijd – onmogelijk, dus concentreerde met de intellectuele inspanningen op het verlenen van zin eraan. Tegenwoordig zijn er wetenschappers die in elke mogelijke doodsoorzaak een technisch feilen onderkennen, waarvoor dus een technische oplossing mogelijk moet zijn. De gemiddelde levensverwachting is aanzienlijk gestegen en de kindersterfte is aanzienlijk teruggedrongen. ‘Genetici hebben onlangs de levensverwachting van Caenorhabditis elegans-wormen weten te verzesvoudigen.’ ‘Project Gilgamesj’ zet nu technologie in om het eeuwig leven te realiseren. De dood is in elk geval al uit de meeste ideologieën en religies verdreven.

De wetenschap zelf heeft geen controle op datgene waarvoor de wetenschap dient. Die doelen worden bepaald door religie en ideologie, die hun weerslag vinden in politiek en economie. Twee grote krachten hebben de wetenschap in grote mate gestuurd: imperialisme (hoofdstuk 15) en kapitalisme (hoofdstuk 16). ‘De vicieuze cirkel van wetenschap, grootmacht en kapitaal kan gerust worden beschouwd als de voornaamste motor van de laatste vijfhonderd jaar van onze geschiedenis.’