woensdag 3 september 2014

zomer veertien 15



11 juli  – vrijdag / Visart

Een dag van alleen maar lectuur en schrijfschrijf voor de boeg, enkel onderbroken (te vaak eigenlijk) door Facebook-afleiding. Ik lees: Saramago, Cortázar, Proust, Reijnders (Reislust). Het voornemen om mijn woning op te ruimen blijft – eens te meer – in de fase van het voornemen steken. Idem voor mijn fietsplannen – maar daar kan het slechte weer (grauw, grijs, miezerig) als excuus worden ingeroepen.

Middageten doe ik met Sarah, die onverwacht vroeg uit De Panne is teruggekeerd. Ik maak vlug een slaatje klaar met gerookte forel en rolmops. Zij vertelt (…) en daarna gaat zij naar de Elisabethlaan om daar eens te kijken hoe de zaken er voor staan. Ik blijf achter met mijn boeken en de Tour op tv.

Ik hervat mijn Proust-lectuur en -annotaties: Plaatsnamen: de plaats, met de treinrit van Marcel naar Balbec. Wat een luxe is het om zich in een dergelijke schatkamer te kunnen ingraven, en ik verwens mijzelf dat ik deze ontdekkingstocht weer zo lang heb laten liggen. Het leven is kort!

Avondeten met Sarah. Ik heb spaghettisaus in de diepvriezer en open daarbij een mooie fles chianti. Ik lees in De autonauten van de kosmosnelweg nog een verhaal van Cortázar, over twee echtelieden die, zonder dat zij het van elkaar weten, dezelfde nacht overspelig zijn. (…)

In Het Risico zien wij Rik en Bea 2, en Dirk en Bea 1 terug (…); ik praat wat bij met Bea 1, onder meer over haar verhuisplannen; Rik overhandigt mij het boekje dat hij over zijn fietsreis naar Rome heeft gemaakt en dat ik vooraleer het in druk ging heb mogen beoordelen.