vrijdag 31 maart 2017

wolken 2278-2280



wolkenfragmenten uit Brigitte Lardinois (red.), Magnum magnum

2278
Thomas kan het wezen van de natuur vast- en blootleggen, met grote bewondering voor haar markante schoonheid, mysterie en ontzagwekkende macht: water, rotsen, zand, ijs, bergen, zeeën, wolken, ruimte, licht… allemaal lijken ze hun complexe mysteries te onthullen en voor zijn camera te etaleren. (Paul Fusco; 266)

2279
Waar ik ben, is de lucht ijl, de hemel vaak bewolkt; daar beneden is het uitzicht helder. (Richard Kalvar; 316)

2280
Ik keek vol ontzag naar de glazen wolkenkrabbers die boven ons uit torenden en elkaars façades weerspiegelden. (Dennis Stock; 512)

4650

Ryckevelde - 170101

donderdag 30 maart 2017

facebookbericht 972



Is het gek om een lijn te trekken: RVV-Vandenhautte-Woestijnvis-Slimste Mens-BDW-Antwerpen-RVV ? Dat lijkt me wel logisch. En uiteraard is de RVV een uitermate populair Vlaams symbool, wellicht het meest verbindende, meer dan de IJzertoren, meer dan het Zangfeest, meer dan wat dan ook. Bijna zo verbindend als de Rode Duivels voor België zijn. Aan een dergelijk symbool hadden de Vlaams-nationalisten grote nood. Startplaats te zijn van de RVV heeft op een nationalistische agenda uiteraard een politieke betekenis. BDW beseft dat heel goed. Ik twijfel er dan ook geen seconde aan dat hij het was die de beslissing heeft genomen. Of daarmee een sportieve traditie wordt doorbroken, is bijkomstig. Mocht BDW burgemeester zijn geweest van Gent of Eeklo of Genoelselderen, dan startte de Ronde zondag in Gent, Eeklo of Genoelselderen.

4649

Brugge, Lauwersstraat - 170108

woensdag 29 maart 2017

instagram 340

NMBS - 170125

instagram 339

Brugge, Buiten Begijnenvest - 170124

instagram 338

Brugge, Sebrechtspark - 170123

4648


Brugge, Gentpoortvest - 170107

driekleur 299


(…) ik droeg zonder dat iemand het kon zien de zwarte hoed en de rode sjaal van de president; en misschien zelfs de ijzeren kroon, de rijksappel, het Germaanse zwaard en het goudlaken van de oudste zoon van Pepijn. 


Pierre Michon, Koningslichamen, 85

wolken 2272-2277


wolkenfragmenten uit Pierre Michon, Koningslichamen

2272
Grote leikleurige wolken jagen langs de hemel. (13)

2273
‘Het had geregend, de vogels begonnen te zingen en grote leikleurige wolken joegen langs de hemel.’ (Michon citeert Gustave Flaubert: 36)

2274
Zo heb ik het begin van Salammbô gehoord, het begin van La Guerre du feu, de beroemde bladzijden uit Mémoires d’outre-tombe over de maan tussen de wolken van de Nieuwe Wereld, een flink aantal gedichten van Parnassiens, en Booz. (71)

2275
Wolken joegen langs. (83)

2276
Door het raam zag ik de grote muur, de vier zegezuilen, de duizelingwekkende boekdelen waarin de wolken, de vervliegende hemel, het langsjagen van de dag geschreven stonden: het was het grafmonument van een oude, languit liggende man die ik van kant had gemaakt. (85)

2277
De zon had de wolken overwonnen, hij scheen weer, de vier torens schitterden: de leegte in mij was goed opgeschoten, de leegte dong naar het licht. (86)

maandag 27 maart 2017

wolken 2269-2271



wolkenfragmenten uit Samuel Beckett, Proust

2269
Nu begrijpt hij, in de vervoering van zijn korte eeuwigheid, opgedoken uit de duisternis van tijd, gewoonte, hartstocht en verstand, dat kunst noodzakelijk is. Want alleen in het heldere licht van de kunst kan de verbijsterde extase worden ontcijferd, die hij voelde voor het ondoorgrondelijk oppervlak van een wolk, een driehoek, een kerktoren, een bloem, een keisteen, toen het mysterie, de essentie, de Idee gevangen in materie, een beroep deed op de mildheid van een subject, dat voorbijging binnen de schaal van zijn eigen onzuiverheid, en daarbij in elk geval een onvergankelijke schoonheid aanbood, zoals Dante in zijn verzen aan de ‘ingegni storti e loschi’: ‘Ponete mente almen com’io son bella.’ (64)

2270
Hij verlaat de bibliotheek en wordt geconfronteerd met de aanblik van de vleesgeworden Tijd. En terwijl een moment geleden de blinkende cymbalen van twee ver van elkaar liggende uren, ver uiteen verstard door de strakke spanning van de tussenliggende tijd, nog hadden gehoorzaamd aan de onweerstaanbare opwelling van wederzijdse aantrekkingskracht, en schel-klinkend op elkaar botsten als stormwolken, staat nu de maat van hun spanwijdte van het ene tot het andere eind geschreven op het gelaat en de broosheid van de stervenden, gebogen als Dantes trots, onder de ‘logge, trage, zware en als lood zo bleke’ last van hun jaren. (64-65)

2271
De realiteit van een wolk die wordt weerspiegeld in de Vivonne, kan met niet uitdrukken met ‘zut alors (…) (72)