zondag 1 februari 2015

de dingen 111

130811

mirage 94

080401

op verhaal 22



Schommel

Erna’s man André was de eerste dag van zijn pensioen aan een hartaanval bezweken. Je mag dan al gehoord hebben dat zoiets wel vaker gebeurd, sterven meteen na de pensionering, maar voorbereid daarop is een mens nooit en dus was Erna met een leegte blijven zitten waar zij een gevuld bestaan had verwacht. Wat de ramp dubbel erg maakte. Bovendien had zij pech gehad met de plaats die het graf van haar man had gekregen – het laatste perceel van een rij, helemaal in een uithoek en ver verwijderd van de zitbanken in het centrale plantsoentje. Erna sprak er een van de grafdelvers eens over aan: dat zij graag met haar man praatte en het lastig vond om de duur van dat gesprek te blijven staan. De man was zelf pas weduwnaar geworden, wat hij niet aan Erna zei, en een week later stond er een bank tegenover André’s graf.

Zo zat Erna daar op een dag met haar vriendin Christine, die ook weduwe was. Beide vrouwen kenden elkaar al van voor ze getrouwd waren en Erna had het er over, hoe erg dat toch was, en onrechtvaardig bovendien na een leven lang van hard labeur, om op de eerste dag van je pensioen te sterven. ‘Dat doet mij denken,’ zei Christine, ‘aan die keer dat de tweedehandse auto die we hadden gekocht tijdens de eerste rit die we maakten door zijn wiel zakte. Gelukkig reden we traag en bleef de schade beperkt tot een afgebroken wiel. De avond voordien had de vorige eigenaar nog met die auto op de snelweg gereden.’ ‘Tiens, dat is grappig,’ zei Erna terwijl ze naar de kauwen keek die met plezant kabaal rond de kerktoren aan het spelen waren, ‘André heeft ooit hetzelfde voorgehad tijdens de laatste rit van een van de auto’s die we hebben gehad. ’t Was een rit naar de schroothandelaar, maar daar is hij nooit aangekomen: de bodem van de auto viel onder hem uit.’

En zo kwamen Erna en Christine op nog andere opvallend getimede gebeurtenissen in hun levens.

Erna: ‘De allerlaatste nacht dat we in ons eerste huis sliepen, dat krot in de Vuldersstraat waar we vrede mee namen omdat we nog zo vervuld waren van elkaar, begon het water, dat al een tijdje telkens als het regende door de kieren in het kapotte dak op de zolder naar binnen waaide, dwars door het plafond op ons bed te druppelen. Dat was nooit eerder gebeurd. Het was een teken, dat duidelijk maakte dat we geen dag te vroeg verhuisden.’

Christine: ‘Wij hadden voor de kinderen een schommel in de tuin. Ons laatste kind was nog maar net het huis uit en bij zijn toenmalige vlam gaan wonen, of een storm knakte een van de hoge populieren naast onze tuin. Het gevaarte viel gelukkig niet op ons dak maar wel bovenop de schommel. Die was helemaal verhakkeld. De tijd van de kinderen was voorbij.’

Beide oude vrouwen bleven nu een tijdje zwijgend voor zich uitkijken. Naar het graf van André, naar de kauwen rond de kerktoren, naar het uurwerk op de kerktoren.

‘Zullen we?’ vroeg Erna. ‘Ja,’ zei Christine. En ze sukkelden naar het graf van Omer.

3860

Oostende - 141213

zaterdag 31 januari 2015

driekleur 172

Door zijn grijzige spiegelbeeld heen doemt de ander op in al de hevigheid van zijn kleuren: het diepe glanzende zwart, de rode snavel, de gele flapjes achter zijn oren.

Robert Anker, Fortuyn en Liefde, 46

op verhaal 21

Infecties


Op de een of andere manier zijn we allemaal Gods kinderen en we kunnen maar moedig zijn als we vatbaar zijn voor angst. We doen ons best. En mislukken altijd min of meer.

Men kan niet stellen dat de vader van Antoine Blancuire veel naar zijn zoon heeft omgekeken, en al zeker niet na de vroegtijdige dood van zijn vrouw. Toen hij haar ontmoette, was zij een decennium of twee jonger dan hij. En ook toen zij stierf. Zij schonk hem in de korte tijd dat zij samen waren Antoine, maar zij heeft van het moederschap niet lang kunnen genieten. Zij werd door een onverzadigbare kanker aangevreten en door Magere Hein opgehaald in een Brussels ziekenhuis dat nochtans de reputatie genoot hooggespecialiseerd te zijn. Antoine mocht vanaf zijn vijfde moederloos door het leven. Toen ieder familielid een paar maanden later had vastgesteld dat hij niet door verdriet leek te worden verteerd, werd hij bij een verre tante geparkeerd. Zijn vader, die toen al de gezegende leeftijd van vijfenvijftig had bereikt, hield aan de ziekte van zijn vrouw een panische angst voor infecties over en liet gedurende een paar jaar om de haverklap al zijn lichaamssappen analyseren in geldverslindende labo’s. Hij wou en zou er op tijd bij zijn en was meer daarmee bezig dan met zijn zoon. Tot hij voorgoed de kolder in de kop kreeg en aan de zijde van een Poolse deerne, die al een tijdje het huishouden van vader Blancuire op zich had genomen, met de noorderzon verdween en puber Antoine aan diens ontkiemende alcoholisme en kleptomanie overliet. De verre tante zag het niet aankomen en keek verwonderd op toen de politie een eerste keer bij haar aanbelde met de vraag of de genaamde Antoine Blancuire thuis was.

Op zijn dertigste had Antoine Blancuire al zoveel watertjes doorzwommen dat hij zich in alle ernst voornemens begon te maken om definitief met drinken te kappen. Hij had een tijdje in een grootwarenhuis gewerkt, waar hij op de kledingafdeling een lucratieve zwendel had opgezet met extreem gesoldeerde tailleurs en mantelpakjes. Maar natuurlijk was zijn systeem niet waterdicht – Antoine viel door de mand en mocht al blij zijn dat hij het gerecht niet op zijn dak kreeg. Door een goddelijke interventie vond hij alsnog werk bij een concurrerende keten, op de speelgoedafdeling dit keer. Hij bewerkte de kinderen als een echte rattenvanger van Hamelen door auto’s met afstandsbediening tot vlak voor hun voeten te laten aanstormen, waar hij ze liet manoeuvreren tot de kinderen er quasi over struikelden, om ze vervolgens rechtsomkeert tot bij de kassabalie te dirigeren. De truc werkte, weinig ouders bleken opgewassen tegen het gejengel en gezeur van hun enthousiaste kroost. Maar ook dit keer sloegen Antoines stoppen door. Op een zondag na een drukke verkoopzaterdag in december trok hij met de inhoud van de speelgoedafdelingkassa samen met een paar vrienden naar een gîte in de Franse Ardennen, na eerst de duiten in de plaatselijke Auchan in exquise wijnen uit de Bordeauxstreek te hebben omgezet. Het werd een leuker weekend dan de maandag die erop volgde: ontslag, andermaal, en dit keer ging Antoine niet vrijuit. Na twee maanden prison zag en greep hij de kans om, na wat gescharrel links en rechts, een relatie te starten met een rijke weduwe van vijftig. Antoine was inmiddels drieëndertig. Zijn relatie met de weduwe begon met boodschappen doen voor haar, en klussen, en misschien ook nog wel met diensten van een geheel andere aard. Dit keer wist hij zijn positie wél te consolideren: de vrouw, die ongelukkig getrouwd was geweest met een onvruchtbare CEO van een petroleumraffinaderij, nam Antoine in huis en liet zich door hem vermurwen om meteen een en ander bij de notaris te regelen.  

Antoine moet nu vijftig zijn. Zijn weduwe is niet meer. Hoe het Antoine tegenwoordig vergaat, is onmogelijk te traceren. Hij zou onlangs nog zijn gesignaleerd in het casino van een Boheems kuuroord waar patiënten al drie eeuwen met hun glas aanschuiven bij een lauwwaterbron, maar het was niet duidelijk of hij daar was als croupier of als gokverslaafde klant. Van zijn vader en de Poolse is nooit meer iets vernomen.

surf je suf 23



150124

Johan Sanctorum over de ondraaglijke lichtheid van de kunst van Arne Quinze:

Rob Wijnberg over de ‘mediacratie’:

De gameverslaving van uw kinderen kan u geld kosten:

150125

Er zijn veel minder moslims in Europa dan meestal wordt gedacht:

150126

Recensie van Soumission van Michel Houellebecq:

150127

John Crombez over de politieke omwenteling in Griekenland:

De verschuiving van solidariteit en inclusiviteit naar liefdadigheid en uitsluiting:

Nergens wordt zo weinig kunst gekocht als in Nederland:

Bart Eeckhout over het voorstel van Liesbeth Homans om een aparte opvang voor kansarme kinderen te organiseren:

150128

De regeringspartijen en het veiligheidsprobleem:

150129

Door de vrijheid van meningsuiting is het ook mogelijk de islamgemeenschap te stigmatiseren:

150130

Rudi Vranckx over de jihad:

Luc Tuymans over de plagiaatzaak tegen hem:

Het terreurklimaat zorgt voor ieder van ons voor vrijheidsberoving: