dinsdag 19 november 2019

handgetekend 4

Het verborgen leven achter haar publieke masker

LVO 64



Ik begon de interviews met mijn moeder een jaar of drie, vier voor haar overlijden in 2013. Ik was – rijkelijk laat – tot het besef gekomen dat zij haar verleden, en dus ook een stuk van het mijne en bijgevolg dat van haar kleinkinderen, in haar graf zou meenemen. En er waren geen andere bronnen beschikbaar om dit zich nu al aankondigende hiaat op te vullen. Maar ik was te laat, mijn moeder was al een tijdje bijzonder vergeetachtig en ze begon voortdurend dezelfde stopzinnetjes te herhalen. Bovendien hadden wij geen spontane communicatie met elkaar. Elke stilte voelde pijnlijk aan... en er vielen veel stiltes.
Toen ik haar dan eindelijk eens tot 'vertellen over vroeger' kon bewegen, had ze het bijna uitsluitend over haar kindertijd. Vergeten, herhalen, enkel nog vérre herinneringen kunnen reproduceren: dat zijn de langst intact blijvende functies van het versponsende brein.
Ik had niet zo'n beste relatie met mijn moeder. Ik deed mijn plicht, laat het ons daar op houden. De laatste jaren van haar leven werd het er niet beter op. Eens om de veertien dagen kwam ze op zondagmiddag eten. Aanvankelijk kwam ze nog zelf met de auto, op het laatst was ze daartoe niet meer in staat – of correcter: het was niet meer veilig genoeg – en moest ik haar halen. Ze liet zich het eten smaken, en maakte vervolgens nooit aanstalten om nog wat na te blijven. Misschien voelde ze wel dat het contact stug verliep, maar ik blijf mezelf voorhouden dat ze toch vooral snel terug naar haar vertrouwde omgeving wilde. Ik pakte nog een portie voor haar in voor een van de volgende dagen, of de restjes voor haar kat, en weg was ze.
Het ophalen van herinneringen zorgde voor een dooi. Waar ze er aanvankelijk aarzelend in had toegestemd – mijn verzoek hield impliciet een verwijzing in naar haar steeds dichterbij komende overlijden –, daar vond ze al vlug schik in het vertellen. Maar doordat ze al vrij snel alsmaar dezelfde verhalen begon te vertellen, werd het uiteindelijk toch, vooral voor mij, een nogal pijnlijke onderneming.

(wordt vervolgd)
Lees hier LVO vanaf het begin

5552

Lac de Sainte-Croix (F) - 190723

maandag 18 november 2019

vorig jaar 12



181118
Ik ga fietsen maar een pittige ‘schrale’ oostenwind en een temperatuur van minder dan 5 graden nopen me al vlug tot de terugkeer. Amper 22,5 kilometer op de teller. * De centrale gedachte in Het zwijgen van Jan Karski is interessant: de geallieerden zijn medeschuldig aan de Holocaust want hoewel ze ervan wisten, hebben ze toch niets gedaan om het te verhinderen. En misschien is het zelfs nog erger: de genocide op de joden kwam hun goed uit. Maar waarom? * (…) We bezoeken de tentoonstelling van Didier Van de Steene in de B&B aan het Walplein. Het uitbaterskoppel, twee mannen, is muzikaal: de ene componeert en de ander speelt piano. Er is ook een basklarinet. De muziek is mooi. De tentoonstelling ook. Ik koop een schilderij, de groene ruiker met die ene rode bloem. (…) ik mag het volgende week ophalen. Twee of drie mij onbekende mensen spreken mij aan omdat ze me van mijn blog kennen. Dat doet plezier. We stappen naar de Centrale Begraafplaats in Assebroek. (...) We wandelen langs de graven, verwonderen ons over de vergankelijkheid, de lettertypes, de ingelijste, op email ‘geprinte’ foto’s op de zerken. Nonnen en broeders van congregaties liggen keurig gerijd onder allemaal eenzelfde kruis. Witte gekruisigden liggen op een bed van groen mos en rosse beukenbladeren. (…) * 












handgetekend 3

Franz en Wannes evenwaardig volgens Jan Caeyers in Touché.

LVO 63



Hier begint 'Pour qui de Solo se nourrit', hoofdstuk 4 van deel 1 'Het sanatorium van Aalst'

Wat is de diepe, diepe drijfveer achter het vertellen van verhalen? Het moet iets te maken hebben met de relaties tussen de generaties. Met het doorgeven van identiteit. Alsof erfelijkheid niet alleen een kwestie is van bloed en lichaamskenmerken en vatbaarheid voor kwalen, van genen en DNA, van tics en gevoeligheden, van een oogopslag, van bodem ook en de gehechtheid daaraan, maar ook van woorden en ideeën, van een manier om tegen de wereld aan te kijken. De oudere generatie voedt de jongere niet alleen met tastbaar identiteitsvormend en identiteitsconsoliderend materiaal maar ook met alle woorden en beelden die ooit werden geïncorporeerd. Met taal, dat in elk geval. De telg laaft zich daaraan. Met dit voedsel kan hij worden wie hij moet zijn. Wie onvoldoende of ongezonde voeding inneemt, blijft onvolgroeid en is vatbaar voor aandoeningen.

Ik heb mij op de begrafenis van mijn vader – een treurige bedoening waar ik te gelegener tijd nog op zal moeten terugkomen – pas goed gerealiseerd hoe weinig er in mijn familie was overgeleverd en hoe onduidelijk en zwak bijgevolg mijn verworteling is. Als ik mijzelf met een boom zou willen vergelijken – wat ik niet spontaan geneigd ben te doen maar hier voor de gelegenheid toch eens wil proberen – dan met een wilg in een zompige, inzakkende bodem, of met een vlinderstruik in de dunne grondlaag bovenop de betonnen plaat die het dak vormt van een ondergrondse parkeergarage. Pas toen mijn vader werd begraven, heb ik beseft hoe weinig ik van die in mij verwortelde overlevering weet, en dus hoe slecht ik mezelf ken.

Ik bewaar enkele herinneringen aan mijn vader uit de tijd dat hij zijn gezin nog niet verlaten had, maar die herinneringen vertellen nauwelijks iets over de man die hij is geweest en al helemaal niets over het leven dat hij heeft geleid voor het mijne begon. Daarover waren maar enkele anekdotes overgeleverd, wellicht omdat deze gebeurtenissen, of de omstandigheden waarin ze hebben plaatsgevonden, meestal onprettig waren.

Tussen mij en mijn familiale voorgeschiedenis gaapt een diepe kloof. Als mijn verleden al iets tot mijn identiteit heeft bijgedragen, dan vooral op negatieve wijze: meer vanuit die kloof, die een afwezigheid vertegenwoordigt, of een gemis. Aan de overzijde kan ik enkel een duister geworden en voor immer onophelderbaar verleden vermoeden. Mijn leven is in zijn genetische, genealogische kern meer discontinu en fragmentarisch dan vol en ongebroken.

Vanuit dit besef, en ook omdat ik inmiddels zelf vader was geworden en derhalve kinderen heb aan wie ik iets wil doorgeven, om hén te doen groeien, heb ik ooit het initiatief genomen om, enige tijd na de dood van mijn vader, mijn moeder te interviewen want net als van mijn vader wist ik ook van haar nauwelijks iets. 'Nu het nog kan,' herinner ik mij nu dat ik toen dacht want het was al duidelijk dat ik er niet lang meer mee moest wachten. Mijn doel was dubbel. Ik dacht dat ik mijn moeder, die al aan het wegdeemsteren was, wat beter in de werkelijkheid zou kunnen verankeren. Ik zou haar leven oprekken, reëler maken, levendiger ook. En tegelijk zou ik misschien wat meer over mezelf aan de weet komen.

Want wat wist ik eigenlijk van het bloed en de taal die mijn moeder hadden gevormd en die zij vervolgens aan mij had doorgegeven? Wat wist ik van mijn moeders kindertijd en van de kiem van mijn identiteit daarin? Zij had mij daar bitter weinig over verteld. En ik had er haar ook nooit naar gevraagd.

(wordt vervolgd)
Lees hier LVO vanaf het begin