vrijdag 3 juli 2015

facebookbericht 789



Als ik die foto’s bekijk van bejaarde Grieken in een wachtrij voor een bankautomaat, denk ik: misschien staan daar oudjes in de rij die als kind nog de Duitse bezetting hebben moeten ondergaan. Ik weet dat dit de huidige generatie Duitsers niet kan verweten worden, maar oorlog was het toch wel, zij het nog in een andere vorm. Het grootkapitaal vaarde er toen ook wel bij.

op verhaal 63



Solo 9

Onder de televisie, die in de zithoek een prominente plaats innam tegenover de relaxstoel waarin Céline haar talloze eenzame uren doorbracht en steeds vaker wegdommelde en waarschijnlijk ook regelmatig midden in de nacht wakker schrok, versuft en gedesoriënteerd, stond de rij videobanden die zij een decennium of twee geleden was beginnen te verzamelen. Toen was zij nog genoeg bij de pinken om een onderscheid te maken tussen wat ze wilde zien, plande te zullen zien, al gezien had en niet meer wilde het bekijken waard achtte. De nu al geruime tijd stof verzamelende magneetbanden hadden ruim hun dienst bewezen. Stevens moeder had een vernuftig systeem ontworpen om ze maximaal te laten renderen. Ze had een notaboekje gekocht, zo een dat wordt gebruikt om adressen en telefoonnummers te noteren van bekenden of anderszins belangrijke mensen, van mensen in elk geval van wie de coördinaten om een of andere, vaak ook louter pragmatische, reden het noteren waard zijn – en dat kan dan maar beter op een overzichtelijke manier gebeuren. In zo’n notaboekje, dat is algemeen bekend, speelt het alfabet als ordeningsprincipe een belangrijke rol: middels uitsparingen in de rechterrand van de rechterbladzijden en de daar gedrukte opeenvolgende letters waar je als het ware de vinger op kunt leggen, vindt de gebruiker meteen de plaats in het schrift waar hij de items heeft genoteerd die met die letter in verband kunnen worden gebracht en doorgaans kan dat ook omdat hun naam of titel die letter als initiaal heeft. Nu had Stevens moeder, die, zoals zoveel eenzame oude mensen, televisieverslaafd was en daarbij niet zo heel erg veel onderscheid maakte tussen rommel en regelrechte rotzooi, geen tijd om alles wat ze wilde bekijken meteen te bekijken – zeker ook omdat haar geliefkoosde programma’s vaak op dezelfde uren werd uitgezonden door concurrerende zenders die elkaar de loef wilden afsteken. Zij beleefde haar hoogtijdagen als tv-consument in de tijd van de videorecorder en God ja, die innovatie was voor haar een zegen gebleken! Dank u, Panasonic! Hoezeer zij ook voorbestemd was om later te verdwalen in de wereld van digitale gadgets en gebruiksonvriendelijke apparaten, een videorecorder programmeren kon zij als de beste. Zij schafte zich zesentwintig videocassettes aan, voor elke letter van het alfabet één, en daarop nam zij dan de programma’s op die zij niet meteen kon bekijken: Familie, Thuis, een Frans psychologisch drama of een documentaire over de Weense wals of een kunstschaatskampioenschap, en zij schreef in het gealfabetiseerde notaboek op de bladzijde waarvan de letter correspondeerde met de gebruikte videoband de titel van het programma bij. Zolang zij die laatste aflevering van Tatort of Zondag Josdag niet bekeken had, bleef de band die zij daarvoor had gebruikt van hergebruik uitgesloten. Als zij zin had om buiten de piekuren naar tv te kijken – wat zelden niet voorviel – dan had zij maar in het notaboek te kijken om een programma uit te kiezen. En als zij het dan bekeken had, schrapte zij de titel – waardoor meteen de desbetreffende band opnieuw beschikbaar werd. Steven vond het systeem ronduit ingenieus en introduceerde het dan ook in zijn eigen gezin. Later, toen alles voorbij was, zou hij tot de conclusie komen dat het videocassetteboekje van zijn moeder een van de belangrijkste invloeden kon worden genoemd die zij op hem na zijn achttiende had uitgeoefend.

4012

Breda - 150502

donderdag 2 juli 2015

op verhaal 62


Solo 8

In de pêle-mêle aan de muur lachten sinds hun nu verblekende beeltenis daar was opgehangen inmiddels volwassen geworden babykleinkinderen naar de camera en waren de door echtscheidingen uit de gratie gevallen schoonkinderen verwijderd zoals ooit uit officiële foto's van bijeenkomsten van machthebbers in extreme regimes de in ongenade gevallen partijbonzen werden weggeknipt, waarna de vrijgekomen leegte met behulp van kleurpotloden of waterverf werd ingevuld – tegenwoordig hebben we daar Photoshop voor. Pril gezinsgeluk en veel goede bedoelingen. Onbezoedeldheid.

In de boekenkast stonden twee Pléiade-delen met de Oeuvres complètes van Roger Martin du Gard al decennia te wachten op een eerste lezer, en in de encyclopedie, die Steven als kind ooit deel na deel had doorgebladerd op zoek naar chemische formules, die hij niet begreep maar die hem wel fascineerden en die hij om die reden in een notaboekje overpende, deden de lemmata, waarvan de overgrote meerderheid nooit was geraadpleegd, niets anders dan verouderen en irrelevant worden want de wereld waarvan een didactische resumé in deze in de jaren zestig uitgegeven drieëntwintig boekdelen en twee supplementen was opgeslagen, had zich uiteraard niet verwaardigd om stil te staan – ja, de grootste versnellingen, waardoor Stevens moeder en veel van haar analoge generatiegenoten in die wereld volkomen verloren waren gelopen, moesten zich nog voordoen.

Boven het aanrecht in de kleine keukenhoek hing een aandoenlijk stilleventje, twintig op dertig centimeter of misschien zelfs iets kleiner, gemaakt van verschillende tinten en soorten fineerhout, kunstig geassembleerd door, ja door wie eigenlijk?, door een persoon die zijn opwachting had gemaakt in een van de vele jaren dat Steven zijn moeder nauwelijks had gezien en waarin zij, uiteraard, relaties had gehad, vriendschappen, genegenheden, pragmatische of louter opportunistische relaties, relaties die gekenmerkt werden door sympathie of louter mededogen, relaties met mensen die inmiddels ook weer uit haar leven, uit hét leven, verdwenen waren. Het fineerhoutstilleven stelde een fruitschaal voor, met daarin een appel en een peer en een banaan, en vormde een merkwaardige pendant met de aartslelijke imitatiebronzen kom die als gebeiteld op de woonkamertafel bleef staan, een kom waarin Stevens moeder een mix van echte en – om het recipiënt een gevulde en rijkelijke indruk te geven – plastic vruchten uitstalde die zo goed waren nagemaakt dat ze hun valsheid alleen maar verrieden doordat de echte appels en peren en druiven ernaast wél begonnen te rotten. Want veel fruit at moeder toch niet, had Steven de indruk, en bovendien was ze zo zuinig dat ze het niet over haar hart kreeg om datgene wat duidelijk niet meer voor consumptie geschikt was tijdig weg te gooien. Over het fineerstilleven had moeder een reep plastic bewaarfolie aangebracht, ten einde de kunstig in elkaar gepaste houtknipsels niet te laten opkrullen of anderszins aantasten door de dampen die van het fornuis eronder opstegen. Wat zij wellicht niet meer zag, was dat deze folie in de loop der jaren zelf was beginnen op te krullen, waardoor het tafereel eronder zich alsnog, maar dan op een totaal andere wijze dan op de door haar gevreesde, aan het zicht onttrok. Niet dat dit een groot gemis opleverde – maar dat is een andere zaak. Steven nam zich iedere keer voor om iets aan deze situatie iets te doen, wat hij zijn moeder ten andere ook beloofd had, en iedere keer moest hij, wanneer hij in allerijl aan haar somberte was ontvlucht, vaststellen dat hij vergeten had zijn voornemen waar te maken door het fineerstilleven mee te nemen en het thuis in een passende lijst te steken, achter glas, waardoor het met veel liefde gemaakte en ook opgehangen kunstwerkje opnieuw in al zijn glorie zichzelf aan de wereld kon tonen – hoezeer ook onduidelijk was geworden om welke wereld het dan wel mocht gaan.