zaterdag 20 september 2014

zomer veertien 32



27 juli – zondag / Elisabethlaan

Al om vier uur wakker en naar de Visart. Lectuur op het terras, met kampeerverlichting: Pasolini-biografie en John Cleeses vulgarisatie over systeempsychologie. Dan toch nog in bed en op tijd er weer uit voor (…) de fietsrit met de wielervrienden van de zondagvoormiddag: een onuitgegeven traject van 70 kilometer over Sint-Joris, Ursel, Kleit en zo terug via Knesselare en de berg van Oedelem. Ik kom als eerste boven maar betaal de inspanning met hevige pijnscheuten in mijn hoofd – ik denk dat ik daar toch eens moet laten naar kijken. (…)

(…)

(…)

‘Als je Proust hebt gelezen, is je leven veranderd’, zegt Paul de Wispelaere op het achterplat van het tweede deel van Op zoek naar de verloren tijd waarin ik dezer dagen bezig ben. Hoe zou het nog met Paul de Wispelaere zijn? Niet zo goed, denk ik. Ook hij is een van mijn helden geweest.


We zien de boetprocessie passeren. Ik maak foto’s. De Veurnese processie is veel minder een showprocessie dan die van Brugge. Het is een geloofsoefening, in esthetisch opzicht naïef ingevuld. Wel met enige ambitie, maar toch nog schraal en (ongewild) sober. Het peloton boetelingen dat helemaal achteraan de optocht van taferelen volgt, is indrukwekkend. Gemaskerde mannen en vrouwen, vaak blootvoets, dragen kruisen van ongelijk formaat waarvan de grootste op het eind van de ommegang toch wel bijzonder zwaar moeten doorwegen. ‘Vroeger was die groep veel groter,’ herinnert Sarah zich nog. Bij de taart bij Wilfried en Katrien zegt tafelgenoot Georges, een tsjeef die een tijd in de Veurnese gemeenteraad heeft gezeteld (…), dat vroeger de burgemeester in de stoet meeliep, ook als het een socialistische burgemeester was. De huidige socialistische burgemeester doet dat niet en dat wordt hem zeer kwalijk genomen. Wilfried heeft nooit aan de stoet meegedaan, ook niet als boeteling. Zijn politieke kleur liet hem dat niet toe. Maar mijn moeder heeft, denk ik, wel nog meegelopen, zegt hij. Het moet hier in Veurne een diep in de families ingebakken verschil zijn.

zomer veertien 31



26 juli  – zaterdag / Visart

Ongebruikelijk: een gewone werkdag op zaterdag. (…)

(…)

wolken 1181-1185



wolkenfragmenten uit Edmund de Waal, De haas met de amberkleurige ogen

1181
Om een kopje of doos (of netsuke) – gemaakt van een materiaal dat volkomen nieuw voor je was – op te pakken, om- en om- te draaien, het gewicht ervan in je handen te wegen, de balans te voelen en met je vinger over het reliëf van een door de wolken vliegende ooievaar te strijken? (58)

1182
De kunstenaar heeft er bloeiende appelbomen op afgebeeld, heilige kraanvogels boven een waterplas, boven een bergketen en meanderend door een met wolken gevulde hemel, een paar mensen in wapperende gewaden, in poses die voor ons misschien bizar lijken, maar immer gracieus en elegant zijn, onder hun grote parasols… (64)

1183
De afbeeldingen op het lakwerk verstrengelen zich met Charles’ groeiende liefde voor de schilderijen van de impressionisten: die beelden van bloeiende appelbomen, luchten vol wolken en vrouwen in wapperende gewaden komen regelrecht van Pissarro en Monet. (64)

1184
Maar de meeste van Charles’ schilderijen zijn van het platteland. Ze bevatten voortrazende wolken en wind door de bomen, die appelleren aan zijn gevoel voor vergankelijkheid. (85)

1185
Ze schrijft voor een Duits tijdschrift over Amerikaanse architectuur en idealisme: hoe de bezieling en verbetenheid van wolkenkrabbers past bij de filosofie van haar tijd. (219)