woensdag 27 mei 2015

los ingeslagen 229 / lijstje 9



(19 oktober 2001)

de redenen die ik voor ogen houd om ‘gezonder’ te leven:

Langer leven.
Geen hoofdpijn meer en dus minder gebruik van pijnstillers.
Geen pijn meer in de nekslagaderen of steken in het hart.
Een betere algemene conditie.
Niet zwaarder worden.
Betere stoelgang.
Geen afhankelijkheid meer en dus ook meer aanwezigheid voor anderen in mijn omgeving.
Helderder in het hoofd en beter rendement met geestelijke arbeid.
Minder slaap nodig en dus meer tijd om te werken.
Geen stank meer in huis.
Besparing.

los ingeslagen 230



(19 oktober 2001)

We gaan met de kinderen betogen in Gent: een zogenaamd ‘antiglobalistische’ manifestatie naar aanleiding van de Top van Europese leiders. Veel kleuren en kabaal. Mooie, jonge mensen. De kinderen kijken er van op. Belangrijk, denk ik, dat we ze hiermee confronteren: dat er iets gebeurt, en dat je als je daar de behoefte toe voelt, kan zeggen dat iets je niet aanstaat.

3975

Brugge, Coupure - 150405

dinsdag 26 mei 2015

niet opgenomen 89

150102

getekend 159


los ingeslagen 228



(19 oktober 2001)

Een vlucht duiven stijgt op in opperste verwarring. Dan vinden al die individuen elkaar en verenigen zich in een perfect gecoördineerde glijvlucht. Dan opeens, zonder duidelijke aanleiding, zwenkt de formatie: de vlucht maakt een scherpe bocht. En uit die groep, als door een middelpuntvliedende kracht aangedreven, bevrijdt een klein zangvogeltje zich: op en neer golvend, en tevoren door mij niet opgemerkt, zet het zijn kaarsrechte vliegroute voort. Onverstoord.

Of deze. De hond is weer eens achtergebleven. Druk met snuffelen bezig. Laat ze maar, ze doet het graag. Het houdt haar jong. Maar dan wordt de afstand te groot, groter dan het gezichtsveld. Ik fluit, zoals tussen ons is overeengekomen, tweemaal, kort na elkaar. Daar komt ze al aangelopen. Eerst wat suffig maar dan, wanneer ze mij terugziet, op een draf (soms gaat ze over tot galop maar niet vandaag). Ze loopt en loopt en ik maak mij al klaar om haar een aai te schenken… – tot ze stopt, opeens, bijna met een slip. Haar olfactorische factorij draait alweer, buiten haar wil en instinctieve hang naar affectie om, op volle toeren. Neus tegen de grond wendt ze zich van me af. Ik stap maar weer voort, tot alweer de afstand tussen mij en haar te groot is geworden. Waarop, enzovoort.

Dit soort patronen: dat vind ik rázend interessant!

*

Opnieuw dat gevoel, nu anderen mijn Ryckevelde-notities aan het lezen zijn: dat die teksten opeens van karakter veranderen, veel béter worden ook… Alsof ze maar tot leven komen wanneer ze iemand anders onder ogen komen.