donderdag 17 april 2014

tour 13



5 maart 2014

Vandaag spreek ik met Didier over mijn reisplannen. Dat gebeurt tijdens een fietstochtje in de omgeving van Brugge. Didier is met zijn Brompton-plooifiets per trein hierheen gekomen. Er staat zo’n lederen Brooks-zadel op. Dat vormt zich volledig naar je achterste, weet Didier. Het leder is mooi gepatineerd, de koperen klinknagels blinken in de zon want het is een mooie dag. Je kunt beter een smal zadel nemen, althans een met een zo gering mogelijk zitoppervlak, adviseert Didier. Hoe minder contact je maakt met je achterste, hoe minder wrijving en hoe geringer de kans op zadelpijn. En ook hoe minder je zweet. Didier is stellig in het veroordelen van het zadel dat nu op mijn Koga is gemonteerd. Daar ga ik volgens hem vast en zeker miserie mee hebben. Ik herinner mij hoe nochtans de verkoper in Oostburg, Cornelis, met veel poeha ons indertijd dat zadel heeft aangesmeerd toen we er onze fietsen gingen kopen. We moesten op een soort van meetstoel zitten, het contact van onze heupuitstekels met ik-weet-niet-wat werd zorgvuldig opgemeten, en op basis van de aldus verkregen informatie werd uitgemaakt welk zadel we het beste konden aanschaffen. Nu moet ik wel zeggen dat ik toch al eens een week honderd kilometer en meer per dag met dat zadel heb rondgereden, en dat het ging. Ik had wel zadelpijn na een dag of twee, maar dat ging over. Zadelpijn is hoe dan ook een van mijn grootste angsten. Ik vrees dat het in die mate een probleem zou kunnen vormen dat het een voorspoedig verloop van mijn reis in gevaar brengt.

Didier vindt overigens ook mijn kilometerbegroting wat ambitieus. Zoals ik mijn reis nu plan, moet ik gemiddeld 100 kilometer per dag afleggen, en dat 26 dagen aan een stuk. Dat is niet gering. Didier heeft er zo zijn twijfels bij. Ik leg hem uit dat ik in de eerste week dagelijks niet meer dan 90 kilometer wil afleggen. Voorzichtig beginnen, en dan, naarmate de conditie verbetert en ik in een fietstrance kom, opdrijven. Om dan op de terugweg zoveel mogelijk afstand per dag af te leggen. Desnoods tot 130 of zelfs 150 kilometer per dag als de wind gunstig zit. Didier aanhoort mijn betoog. Hij spreekt me niet tegen, maar ik kan aan zijn frons zien dat hij er toch zijn twijfels bij heeft.

doordeweekse zinnen 405-417



140406

405. Gedeeltelijk verdwijnen kan niet.

406. Er wordt niet geweend om bejaarden die zichzelf hebben overleefd.

407. Ik probeer nu al de rol te spelen van de acteur die mij zal vervangen als ik er niet meer zal zijn.

408. Notaris De Rover deed zijn naam alle eer aan.

140407

409. Het was inderdaad misschien nog te fris om de late avond buiten op het terras door te brengen.

410. Ik deel volledig uw weerzin voor het tuig dat in de openbare ruimte zijn manieren niet weet te houden.

140408

411. Ik zou die zielsverwantschap toch niet zomaar overboord gooien.

412. Wat zou je doen als je door zelfmoord te plegen de soort olifant zou kunnen redden?

413. Je kunt niet geloven hoe leuk ik dit vind.

140409

414. Dank je, Koen, maar ik zit wat tv betreft nog altijd analoog en dus kan ik, aangezien het de dieven van Telenet heeft behaagd om Arte van de kabel te halen, enkel naar rommel op de staatszender en een paar inlandse commerciëlen kijken!

140410

415. Dat van het niet kopen van boeken die je niet echt nodig hebt is wel grappig.

140411

416. Het is een beetje veel allemaal.

140412

417. Zijn behoefte om volledig te verdwijnen was ontegensprekelijk.

3568

Brugge, Scheepsdalebrug - 140303

woensdag 16 april 2014

3567

Brugge, Vesten langs Guido Gezellelaan - 140301

dinsdag 15 april 2014

3566

C. en T. - 140301

maandag 14 april 2014

3565

Brugge - 140312

tour 12



3 maart 2014

Ik zet met gele fluostift het traject over op uit een oude Michelin-wegenatlas gescheurde bladen. Ik besef heel goed dat de seconden die ik nu hieraan besteed, straks zullen worden vertaald in vele uren gezwoeg en gezweet. Het gladde glijden op het waterspiegelvlakke blad staat in scherp contrast met de ongetwijfeld nijdige en steile hellingen die mij en mijn te vele kilo’s te wachten staan.

Ik besef ook dat het uittekenen van de route die ik mij voorneem te volgen nogal arbitrair is. Voor de stukken die ik uit het fietsgidsje van Eikelboom en Van Rossum overneem, kan ik nog min of meer zeker zijn dat het de beste fietstrajecten zijn – althans, ik denk dat het redelijk is om dat te veronderstellen. Maar voor de andere stukken besef ik dat ik willekeurig te werk ga. Ik kijk welke richting ik uit wil en teken dan met de fluostift het kortste traject uit, met die restrictie dat ik de rode nationales en de grote steden zoveel mogelijk uit de weg ga. (En de gele départementales eigenlijk ook.) Uiteraard laat ik het hooggebergte ook zoveel mogelijk links (Alpen en Pyreneeën) en rechts (Centraal Massief) liggen. Het is dus goed mogelijk dat ik prachtige trajecten, sublieme landschappen  en uitzonderlijke bezienswaardigheden niet zal volgen, zien of aandoen – maar dat kan me eigenlijk niet schelen. Daar is het mij niet om te doen.

reactie



Beste heer Cornet,

Wat een schitterende analyse op uw blog. De tentoonstelling kon me ook niet boeien, ik had hetzelfde onbehaaglijk gevoel maar kon het niet thuisbrengen. Nu wel, dankzij uw scherpe waarneming en rake formulering. Ik vind dat alles klopt wat u schrijft !

Vriendelijke groeten,
D. D.

zondag 13 april 2014

wolken 1044-1047



wolkenfragmenten uit Tommy Wieringa, Een mooie jonge vrouw

1044
Na een paar afdalingen legde ze in de lift haar hoofd op zijn schouder en zei dat zoiets als dit, dit fantastische uitzicht, haar onbestaanbaar had geleken toen ze klein was en opgroeide in Bozum, waar soms berglandschappen aan de horizon te zien waren – maar dat waren wolken die na een tijdje weer verdwenen waren, waarna je je weer gewoon in die groene uitgestrektheid bevond met hier en daar een kerktoren. (30)

1045
’s Morgens heeft het licht geregend, maar de wolken zijn boven zee weggedreven. (46)

1046
Geen wolken, voorgevoel van een heldere, koude dag. (56)

1047
Een gezicht in een wolk, dat zie je. (76)