Sint-Kruis, Leopold De Bruynestraat - 090716
zondag 19 juli 2009
zaterdag 18 juli 2009
dag 692 – 090709 donderdag
baraque lecture 11
Graham Robb laat zijn De ontdekking van Frankrijk eindigen met de vermelding van de in 1913 verschenen roman Le Grand Meaulnes van Alain-Fournier. 1913 was een belangrijk jaar want het was het laatste van de onschuld. Het boek van Alain-Fournier zou, aldus Robb, ‘spoedig’, dat wil dus zeggen vrij vlug na 1913, worden gelezen ‘als een profetisch afscheid van het Frankrijk van geheime, onontdekte plaatsen’. Toen was het nog mogelijk om enkele kilometers van huis te verdwalen in een volslagen duister landschap.
Luitenant Fournier sneuvelde al in de eerste zomer van de oorlog in het nutteloze massacre van Verdun. Men heeft veel later zijn stoffelijk overschot, of het overschot van zijn stoffelijk overschot, teruggevonden. De ‘geheime, onontdekte plaatsen’ waarvan sprake in zijn roman, die in ons taalgebied als Het grote avontuur is overgeleverd, bevinden zich in het midden van Frankrijk.
Het midden is een cruciale plek voor iemand die net een boek voltooit over wat je zou kunnen noemen het in kaart brengen van dat veelzijdige zeshoekige land. En ook daarover heeft Robb het in zijn laatste hoofdstuk: de claims van enkele lokaliteiten in de Berry dat zij ‘het middelpunt’ van Frankrijk zijn. (Het middelpunt van een land vind je door in karton zijn silhouet uit te knippen en vervolgens het product van je huisvlijt op de punt van een keurig geslepen potlood in evenwicht te brengen.) Dat dit middelpunt niet vast lijkt te liggen, past in Robbs kraam: de ontdekking van Frankrijk is niet voltooid. En in zijn epiloog illustreert hij die bevinding met een paar rake observaties. Er zijn, ook in het hedendaagse Frankrijk, nog een paar blinde vlekken, bijvoorbeeld in de vorm van historische momenten die in de officiële geschiedschrijving geen plaats krijgen (zoals bijvoorbeeld Tienanmen in de Chinese geschiedschrijving of Mantsjoerije in de Japanse): de vervolging van duizenden zigeuners in 1803; de al te gewillige medewerking met de deportatie van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog; de moord op tweehonderd Algerijnen op 17 oktober 1961 in Parijs; de marginalisering van Noord-Afrikaanse inwijkelingen en kinderen van Noord-Afrikaanse inwijkelingen in de getto’s rond de hoofdstad en de andere belangrijke steden.
Graham Robb laat zijn De ontdekking van Frankrijk eindigen met de vermelding van de in 1913 verschenen roman Le Grand Meaulnes van Alain-Fournier. 1913 was een belangrijk jaar want het was het laatste van de onschuld. Het boek van Alain-Fournier zou, aldus Robb, ‘spoedig’, dat wil dus zeggen vrij vlug na 1913, worden gelezen ‘als een profetisch afscheid van het Frankrijk van geheime, onontdekte plaatsen’. Toen was het nog mogelijk om enkele kilometers van huis te verdwalen in een volslagen duister landschap.
Luitenant Fournier sneuvelde al in de eerste zomer van de oorlog in het nutteloze massacre van Verdun. Men heeft veel later zijn stoffelijk overschot, of het overschot van zijn stoffelijk overschot, teruggevonden. De ‘geheime, onontdekte plaatsen’ waarvan sprake in zijn roman, die in ons taalgebied als Het grote avontuur is overgeleverd, bevinden zich in het midden van Frankrijk.
Het midden is een cruciale plek voor iemand die net een boek voltooit over wat je zou kunnen noemen het in kaart brengen van dat veelzijdige zeshoekige land. En ook daarover heeft Robb het in zijn laatste hoofdstuk: de claims van enkele lokaliteiten in de Berry dat zij ‘het middelpunt’ van Frankrijk zijn. (Het middelpunt van een land vind je door in karton zijn silhouet uit te knippen en vervolgens het product van je huisvlijt op de punt van een keurig geslepen potlood in evenwicht te brengen.) Dat dit middelpunt niet vast lijkt te liggen, past in Robbs kraam: de ontdekking van Frankrijk is niet voltooid. En in zijn epiloog illustreert hij die bevinding met een paar rake observaties. Er zijn, ook in het hedendaagse Frankrijk, nog een paar blinde vlekken, bijvoorbeeld in de vorm van historische momenten die in de officiële geschiedschrijving geen plaats krijgen (zoals bijvoorbeeld Tienanmen in de Chinese geschiedschrijving of Mantsjoerije in de Japanse): de vervolging van duizenden zigeuners in 1803; de al te gewillige medewerking met de deportatie van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog; de moord op tweehonderd Algerijnen op 17 oktober 1961 in Parijs; de marginalisering van Noord-Afrikaanse inwijkelingen en kinderen van Noord-Afrikaanse inwijkelingen in de getto’s rond de hoofdstad en de andere belangrijke steden.
vrijdag 17 juli 2009
dag 691 – 090708 woensdag
baraque lecture 10
De ontdekking van Frankrijk bewijst dat de buitenstaander vaak de beste kijk heeft. De Britse geleerde Graham Robb verzamelde een massa kennis over de bewoners, talen en gebruiken van het land dat wij nu Frankrijk noemen maar dat een veel complexere identiteit heeft dan dat uniformiserende toponiem doet vermoeden. Robb verkende Frankrijk per fiets en verzamelde tal van interessante geschiedenissen: het ontstaan van het toerisme; de witte vlekken op de kaart die verrassend laat werden ingevuld (zo werden de Gorges du Verdon pas in het begin van de 20ste eeuw echt op de kaart gezet); de interne kolonisatie van het immense land waarvan de vijf of zes echt grote steden steeds drukker en het platteland steeds dunner bevolkt raakten. Hij vertelt boeiend, met zin voor anekdotiek en detail, niet bang om te demystificeren en wijzend op de grillen van de geschiedenis, die zich nu eens voortsleept en dan weer als een toverbal heen en weer stuitert van contingentie naar coïncidentie. Af en toe schemert door zijn boeiende betoog een heerlijk straaltje onderkoelde Britse humor. Zo schrijft hij over de wielerwedstrijd Parijs-Brest-Parijs van 1891: ‘Ditmaal was een Franse zege vrijwel zeker omdat er alleen Fransen mochten meedoen.’
De ontdekking van Frankrijk bewijst dat de buitenstaander vaak de beste kijk heeft. De Britse geleerde Graham Robb verzamelde een massa kennis over de bewoners, talen en gebruiken van het land dat wij nu Frankrijk noemen maar dat een veel complexere identiteit heeft dan dat uniformiserende toponiem doet vermoeden. Robb verkende Frankrijk per fiets en verzamelde tal van interessante geschiedenissen: het ontstaan van het toerisme; de witte vlekken op de kaart die verrassend laat werden ingevuld (zo werden de Gorges du Verdon pas in het begin van de 20ste eeuw echt op de kaart gezet); de interne kolonisatie van het immense land waarvan de vijf of zes echt grote steden steeds drukker en het platteland steeds dunner bevolkt raakten. Hij vertelt boeiend, met zin voor anekdotiek en detail, niet bang om te demystificeren en wijzend op de grillen van de geschiedenis, die zich nu eens voortsleept en dan weer als een toverbal heen en weer stuitert van contingentie naar coïncidentie. Af en toe schemert door zijn boeiende betoog een heerlijk straaltje onderkoelde Britse humor. Zo schrijft hij over de wielerwedstrijd Parijs-Brest-Parijs van 1891: ‘Ditmaal was een Franse zege vrijwel zeker omdat er alleen Fransen mochten meedoen.’
facebookbericht 28
was deze voormiddag op de vrijdagmarkt in de rue Royale-Sainte-Marie in Marrakech.
om
15:10
Labels:
facebookberichten
donderdag 16 juli 2009
facebookbericht 27
wist niet dat maatjes op een barbecue met vrienden zo lekker konden smaken.
om
12:33
Labels:
facebookberichten
dag 690 – 090707 dinsdag
mail
F,
Zo ongeletterd ben je nu ook weer niet. In elk geval niet ongeletterder dan ondergetekende. Misschien wel dan Michel de Montaigne, maar die had vooral veel last van nierstenen en vuile herbergen toen hij zijn grote reis naar Duitsland en Italië maakte. Toch kan ik je zijn reisverslag aanbevelen - al zou ik mij nu zelf niet meer zo goed kunnen herinneren wat ik er indertijd zo goed aan vond. Ik heb het boek hier bij me en zie dat ik in de inleiding heb onderstreept dat Montaigne van omwegen hield maar eigenlijk geen omwegen kon maken omdat hij geen duidelijk omschreven doel had.
Van harte,
P.
F,
Zo ongeletterd ben je nu ook weer niet. In elk geval niet ongeletterder dan ondergetekende. Misschien wel dan Michel de Montaigne, maar die had vooral veel last van nierstenen en vuile herbergen toen hij zijn grote reis naar Duitsland en Italië maakte. Toch kan ik je zijn reisverslag aanbevelen - al zou ik mij nu zelf niet meer zo goed kunnen herinneren wat ik er indertijd zo goed aan vond. Ik heb het boek hier bij me en zie dat ik in de inleiding heb onderstreept dat Montaigne van omwegen hield maar eigenlijk geen omwegen kon maken omdat hij geen duidelijk omschreven doel had.
Van harte,
P.
woensdag 15 juli 2009
dinsdag 14 juli 2009
dag 685 – 090702 donderdag
Residentieel
Een pingpongbal, fonteingeklater.
Iemand vult zijn zwembad bij.
Heb ik dan zo slecht geboerd?
Heb ik niet gedacht aan later?
Groen en grijs: een marmeren vloer
met rondom rond getrimd gazon.
Zoden liggen rij aan rij.
Dit is een park, geen betonnen koer...
Plok zegt de bal, ruis doet het water.
Hoor, daar dreint een heggeschaar.
De glitter van vergulde pergola,
etterende stank van eenzaamheid,
oorverdovend gebrul en gebrom
van climatis, kamperfoelie en rododendron.
De ellenlange dagen. De seringen.
Achter de met sirenes beveiligde hekken
schuilen goedbewaarde gezinsdingen.
Geen verandering in de veranda.
Van kommer is het vaatje vol
onder gindse rood-met-groene parasol.
De druppel van de dagen
die steeds steeds steeds op deze plek
onder de wufte knipoog van hond of tuingnoom
een hoofd een hart in twee kan zagen.
En geen telefoon die rinkelt in
de cabine op het eindpunt van dit cul-de-sac.
Een pingpongbal, fonteingeklater.
Iemand vult zijn zwembad bij.
Heb ik dan zo slecht geboerd?
Heb ik niet gedacht aan later?
Groen en grijs: een marmeren vloer
met rondom rond getrimd gazon.
Zoden liggen rij aan rij.
Dit is een park, geen betonnen koer...
Plok zegt de bal, ruis doet het water.
Hoor, daar dreint een heggeschaar.
De glitter van vergulde pergola,
etterende stank van eenzaamheid,
oorverdovend gebrul en gebrom
van climatis, kamperfoelie en rododendron.
De ellenlange dagen. De seringen.
Achter de met sirenes beveiligde hekken
schuilen goedbewaarde gezinsdingen.
Geen verandering in de veranda.
Van kommer is het vaatje vol
onder gindse rood-met-groene parasol.
De druppel van de dagen
die steeds steeds steeds op deze plek
onder de wufte knipoog van hond of tuingnoom
een hoofd een hart in twee kan zagen.
En geen telefoon die rinkelt in
de cabine op het eindpunt van dit cul-de-sac.
om
10:33
Labels:
poëzie,
stad en ommeland
facebookbericht 26
gaat vandaag experimenteren met de Epson Rangefinder Digital Camera, volgens een internetbron 'a platform that links the future with the past'. Merci, Paul!
om
07:49
Labels:
facebookberichten
maandag 13 juli 2009
facebookbericht 25
zag gisteren in Westouter een verbluffend sterke Antigone door De Figuranten uit Menen.
om
19:50
Labels:
facebookberichten
dag 684 – 090701 woensdag
baraque lecture 9
Ik las Pennac uit. Erg goed vind ik dat boek. De voormalige nietsnut-student en later de exemplarische en charismatische leraar Pennacchioni zoekt zich als schrijver van dit autobiografische pleidooi voor een goed onderwijs een weg tussen de plicht om hoopvol te blijven en de nagenoeg evidente ontmoediging. Hij omschrijft de jeugd van vandaag als een volledig door de consumptie ingepakte, willoze kudde: de jongeren zoeken de volledige invulling van hun behoefte aan een eigen identiteit in materiële goederen. Zo schat Pennac dat elk van hen met een uitrusting rondloopt (schoenen, broek, jas, telefoon, iPod, make-up enzovoort) van ongeveer een half miljoen anciens francs (de munteenheid waarmee hij, Pennac, als kind gewoon was te rekenen!). En dat is nog niet het ergste. Erger is dat ze om dit alles te verkrijgen niets hoeven te doen: ofwel krijgen ze het geld van hun ouders ofwel jatten ze het. Daar en daar alleen, in dat uiterlijk vertoon (om toch maar niet met zichzelf te moeten worden geconfronteerd) ligt hun enige voldoening en bestemming – wat zouden ze zich nog inzetten op school, wat zouden ze zich inspannen om die abstracte en niet onmiddellijk statusverhogende kennis te verwerven die hen daar helemaal niet in de schoot wordt geworpen.
Uiteindelijk is voor de leraar volharding de oplossing. Hij moet ook de eigen feilen onder ogen zien. En er is nog iets wat nodig is… Het is, Pennac durft het woord haast niet uit te spreken (c'est un mot lourd): liefde.
Chagrin d’école (vertaald als Schoolpijn) is een voortreffelijk boek. Het bevat mooie en zelfs ontroerende anekdotes. Het wijst ons op de plicht om de jeugd niet op te zadelen met een onhoudbare perceptie van de toekomst die op hen afkomt. Het boek kan al wie in het onderwijs staat en te kampen krijgt met de aanvechting om er de brui aan te geven (de deelverzameling leerkrachten in crisis is niet veel kleiner dan de verzameling van alle leerkrachten) een hart onder de riem steken. Pennac verplicht ons na te denken over de ‘jeugd van tegenwoordig’ en om minstens wat kritischer om te springen met de clichés die we daarbij met te groot gemak uit de kast halen om allen over één kam te scheren: de minderheid boefjes én de meerderheid van weliswaar soms luie en weliswaar niet altijd even ambitieuze maar dan toch in hoofdzaak gewetensvolle en gewillige studenten. Maar toch lijkt Pennac me soms wat naïef (bewust en koppig naïef?). Bijvoorbeeld als hij stelt dat je iemand aan het lezen kunt zetten door hem een boek te laten schrijven…
Ik las Pennac uit. Erg goed vind ik dat boek. De voormalige nietsnut-student en later de exemplarische en charismatische leraar Pennacchioni zoekt zich als schrijver van dit autobiografische pleidooi voor een goed onderwijs een weg tussen de plicht om hoopvol te blijven en de nagenoeg evidente ontmoediging. Hij omschrijft de jeugd van vandaag als een volledig door de consumptie ingepakte, willoze kudde: de jongeren zoeken de volledige invulling van hun behoefte aan een eigen identiteit in materiële goederen. Zo schat Pennac dat elk van hen met een uitrusting rondloopt (schoenen, broek, jas, telefoon, iPod, make-up enzovoort) van ongeveer een half miljoen anciens francs (de munteenheid waarmee hij, Pennac, als kind gewoon was te rekenen!). En dat is nog niet het ergste. Erger is dat ze om dit alles te verkrijgen niets hoeven te doen: ofwel krijgen ze het geld van hun ouders ofwel jatten ze het. Daar en daar alleen, in dat uiterlijk vertoon (om toch maar niet met zichzelf te moeten worden geconfronteerd) ligt hun enige voldoening en bestemming – wat zouden ze zich nog inzetten op school, wat zouden ze zich inspannen om die abstracte en niet onmiddellijk statusverhogende kennis te verwerven die hen daar helemaal niet in de schoot wordt geworpen.Uiteindelijk is voor de leraar volharding de oplossing. Hij moet ook de eigen feilen onder ogen zien. En er is nog iets wat nodig is… Het is, Pennac durft het woord haast niet uit te spreken (c'est un mot lourd): liefde.
Chagrin d’école (vertaald als Schoolpijn) is een voortreffelijk boek. Het bevat mooie en zelfs ontroerende anekdotes. Het wijst ons op de plicht om de jeugd niet op te zadelen met een onhoudbare perceptie van de toekomst die op hen afkomt. Het boek kan al wie in het onderwijs staat en te kampen krijgt met de aanvechting om er de brui aan te geven (de deelverzameling leerkrachten in crisis is niet veel kleiner dan de verzameling van alle leerkrachten) een hart onder de riem steken. Pennac verplicht ons na te denken over de ‘jeugd van tegenwoordig’ en om minstens wat kritischer om te springen met de clichés die we daarbij met te groot gemak uit de kast halen om allen over één kam te scheren: de minderheid boefjes én de meerderheid van weliswaar soms luie en weliswaar niet altijd even ambitieuze maar dan toch in hoofdzaak gewetensvolle en gewillige studenten. Maar toch lijkt Pennac me soms wat naïef (bewust en koppig naïef?). Bijvoorbeeld als hij stelt dat je iemand aan het lezen kunt zetten door hem een boek te laten schrijven…
zondag 12 juli 2009
facebookbericht 24
stelt vast dat Vlaamse wielersportcommentatoren zich te gemakkelijk bezondigen aan racistische uitspraken ten aanzien van Russen. Dat het om een onsportieve, geniepige en volstrekt utilitair ingestelde Rus gaat, Vladimir Efimkin, aan wie ouderwetse waarden als loyaliteit, solidariteit en koerseer weinig gelegen zijn, a fortiori niet wanneer hij als ploegmaat van de geletruidrager daartoe gerechtigd is, doet hier niet ter zake.
om
10:06
Labels:
facebookberichten
dag 683 – 090630 dinsdag
helden
Looking for Eric van Ken Loach heeft me niet gebracht wat ik ervan had verwacht op basis van de trailer die ik op televisie had gezien. Het gegeven is mooi: iedereen heeft zijn held nodig en je kunt je afvragen wie jouw held zou kunnen zijn, maar Loach’ film wordt bij momenten te zeer een verfilmd jeugdboek. Zeker bij de overval op de villa van de slechterikken waarbij Erics vrienden allemaal hetzelfde masker dragen en met een verfpistool schieten.
Loach brengt een optimistische kijk op vriendschap, maar ook een zwaarmoedige bedenking bij hoe moeilijk het is in falende gezinnen te overleven in een grootstedelijke omgeving waarin de jeugd ontspoort en er maar weinig toekomstkansen zijn voor iemand die één keer in zijn leven náást de lijntjes heeft gekleurd.
De kritiek op het moderne voetbal is zeer terecht en zal me bijblijven – de fans blijven trouw aan hun inmiddels tot een multinational uitgegroeide club (Manchester United) maar hebben zelf geen geld genoeg meer om de matchen bij te wonen. In de slaapkamer van Eric hangen naast de poster van Cantona ook foto’s van het verongelukte team, George Best, Bobby Charlton…
Wie overigens zou mijn held kunnen zijn? En een held is hier iemand die, als je diep zit, naast je op het bed komt zitten, een arm over je schouder legt en je wijze raad geeft en bemoedigend toespreekt.
Ik denk dat hij een akkoord zou aanslaan op zijn gitaar, zijn pijp uit zijn mond nemen en op het nachtkastje leggen en de eerste strofe zou aanvatten van La Jeanne.
Looking for Eric van Ken Loach heeft me niet gebracht wat ik ervan had verwacht op basis van de trailer die ik op televisie had gezien. Het gegeven is mooi: iedereen heeft zijn held nodig en je kunt je afvragen wie jouw held zou kunnen zijn, maar Loach’ film wordt bij momenten te zeer een verfilmd jeugdboek. Zeker bij de overval op de villa van de slechterikken waarbij Erics vrienden allemaal hetzelfde masker dragen en met een verfpistool schieten.Loach brengt een optimistische kijk op vriendschap, maar ook een zwaarmoedige bedenking bij hoe moeilijk het is in falende gezinnen te overleven in een grootstedelijke omgeving waarin de jeugd ontspoort en er maar weinig toekomstkansen zijn voor iemand die één keer in zijn leven náást de lijntjes heeft gekleurd.
De kritiek op het moderne voetbal is zeer terecht en zal me bijblijven – de fans blijven trouw aan hun inmiddels tot een multinational uitgegroeide club (Manchester United) maar hebben zelf geen geld genoeg meer om de matchen bij te wonen. In de slaapkamer van Eric hangen naast de poster van Cantona ook foto’s van het verongelukte team, George Best, Bobby Charlton…
Wie overigens zou mijn held kunnen zijn? En een held is hier iemand die, als je diep zit, naast je op het bed komt zitten, een arm over je schouder legt en je wijze raad geeft en bemoedigend toespreekt.
Ik denk dat hij een akkoord zou aanslaan op zijn gitaar, zijn pijp uit zijn mond nemen en op het nachtkastje leggen en de eerste strofe zou aanvatten van La Jeanne.
zaterdag 11 juli 2009
facebookbericht 23
gaat dan toch niet naar het Cactusfestival en heeft bij de ingang zijn ticket voor een billijke prijs (verkoop = aankoop) verkocht aan een man van middelbare leeftijd die spontaan zei dat hij eerder deze week al naar BB King was geweest.
om
19:08
Labels:
facebookberichten
facebookbericht 22
maakt op myspace kennis met The Gutter Twins - met het oog op vanavond in het Minnewaterpark - en hoort wel opvallend veel dEUS.
om
11:14
Labels:
facebookberichten
dag 682 – 090629 maandag
baraque lecture 8
Daniel Pennac beschrijft hoe tot volle bloei gekomen volwassenen hem in een restaurant of op straat op de schouder tikken en hem enigszins beschroomd maar toch een beetje glunderend aanspreken:
Ne touchez pas l’épaule du cavalier qui passe.
Een wonderlijke aanspreking! Maar Pennac zegt de volgende verzen op van het gedicht dat hij zijn leerlingen zoveel jaar geleden heeft laten vanbuiten leren. Waarop die persoon opnieuw aanvult, enzovoort…
C’est le genre de situation où vous ne regrettez pas d’être devenu ce professeur que, désormais, vous n’êtes plus.
Decennia geleden beëindigden deze vriendelijke volwassenen als schrale kinderen hun middelbare school, vaak met de hakken over de sloot.
We vernemen dat Pennac van zijn leerlingen verwachtte dat ze elke week een tekst uit het hoofd leerden, en dat ze te allen tijde het aldus verworven corpus van op den duur dertig (30!) teksten moesten kunnen reproduceren.
Daniel Pennac beschrijft hoe tot volle bloei gekomen volwassenen hem in een restaurant of op straat op de schouder tikken en hem enigszins beschroomd maar toch een beetje glunderend aanspreken:
Ne touchez pas l’épaule du cavalier qui passe.
Een wonderlijke aanspreking! Maar Pennac zegt de volgende verzen op van het gedicht dat hij zijn leerlingen zoveel jaar geleden heeft laten vanbuiten leren. Waarop die persoon opnieuw aanvult, enzovoort…
C’est le genre de situation où vous ne regrettez pas d’être devenu ce professeur que, désormais, vous n’êtes plus.
Decennia geleden beëindigden deze vriendelijke volwassenen als schrale kinderen hun middelbare school, vaak met de hakken over de sloot.
We vernemen dat Pennac van zijn leerlingen verwachtte dat ze elke week een tekst uit het hoofd leerden, en dat ze te allen tijde het aldus verworven corpus van op den duur dertig (30!) teksten moesten kunnen reproduceren.
facebookbericht 21
ontdekte gisteren dat de verstopping in de keuken niet in de sifon zat maar verder, in de afvoerbuis.
om
08:56
Labels:
facebookberichten
vrijdag 10 juli 2009
dag 681 – 090628 zondag
baraque lecture 7
Onze kinderen lezen niet meer omdat het hun niet verboden wordt. In het bijwijlen heerlijke boekje Chagrin d’école vertelt Daniel Pennac hoe hij als kind tot lezen kwam, hoe hij op den duur hele bibliotheken verslond. Á l’époque, zegt hij want hij is gepensioneerd leraar en dus is het lang geleden waarover hij vertelt – indertijd had lezen nog niet de status die het nu heeft. Het werd stomweg beschouwd als tijdverlies en dus werd deze bezigheid zeker niet aangemoedigd, om niet te zeggen dat ze categoriek werd verboden. Lezen was een clandestiene activiteit. Je deed het in boeken die gekaft waren in schoolschriftpapier; je deed het verborgen achter een zetel, of ’s nachts onder de lakens, bij het zwakke en al vlug tanende licht van een zaklamp. Pennac vertelt dat hij tot lezen kwam doordat hij gecharmeerd was van de houding, de fysieke houding van de lezenden: de ontspannenheid, de rust die zij uitstraalden. Au fond, c’est la physiologie du lecteur qui m’a poussé à lire. Waarmee hij aangeeft dat al dat leesbevorderingsgedoe wellicht niet veel uithaalt: het kind voelt zich op een nogal irrationele manier aangesproken door iets wat, strikt genomen, met de activiteit zelf niets te maken heeft. Je kunt zijn aanleg tot het lezerschap niet organiseren. En vervolgens heeft Pennac het over wát hij las, een korte leesgeschiedenis in anderhalve bladzijde: van de sprookjes van Andersen, over Oorlog en vrede (verschillende keren, eerst voor de slagveldbeschrijvingen, later voor de karakters en de filosofische draagwijdte), tot de ‘grote auteurs’: Dickens, Dostojewski… Maar ook de strips speelden hun rol: Tintin, Spirou… Pennac vertelt dat hij las en las en las… En het meeste wellicht al even snel vergat als hij het las. Maar: J’ignorais, en les lisant, que je me cultivais, que ces livres éveillaient en moi un appétit qui survivrait même à leur oubli. Hij legt met zijn omnivore leeshouding met andere woorden een vruchtbare laag, een humusbodem waarin uiteindelijk vier basisboeken, vier open deuren op de wereld zoals hij ze noemt, wortel zouden schieten: Les liaisons dangereuses, Á rebours, de Mythologies van Barthes en Les choses van Perec.
Onze kinderen lezen niet meer omdat het hun niet verboden wordt. In het bijwijlen heerlijke boekje Chagrin d’école vertelt Daniel Pennac hoe hij als kind tot lezen kwam, hoe hij op den duur hele bibliotheken verslond. Á l’époque, zegt hij want hij is gepensioneerd leraar en dus is het lang geleden waarover hij vertelt – indertijd had lezen nog niet de status die het nu heeft. Het werd stomweg beschouwd als tijdverlies en dus werd deze bezigheid zeker niet aangemoedigd, om niet te zeggen dat ze categoriek werd verboden. Lezen was een clandestiene activiteit. Je deed het in boeken die gekaft waren in schoolschriftpapier; je deed het verborgen achter een zetel, of ’s nachts onder de lakens, bij het zwakke en al vlug tanende licht van een zaklamp. Pennac vertelt dat hij tot lezen kwam doordat hij gecharmeerd was van de houding, de fysieke houding van de lezenden: de ontspannenheid, de rust die zij uitstraalden. Au fond, c’est la physiologie du lecteur qui m’a poussé à lire. Waarmee hij aangeeft dat al dat leesbevorderingsgedoe wellicht niet veel uithaalt: het kind voelt zich op een nogal irrationele manier aangesproken door iets wat, strikt genomen, met de activiteit zelf niets te maken heeft. Je kunt zijn aanleg tot het lezerschap niet organiseren. En vervolgens heeft Pennac het over wát hij las, een korte leesgeschiedenis in anderhalve bladzijde: van de sprookjes van Andersen, over Oorlog en vrede (verschillende keren, eerst voor de slagveldbeschrijvingen, later voor de karakters en de filosofische draagwijdte), tot de ‘grote auteurs’: Dickens, Dostojewski… Maar ook de strips speelden hun rol: Tintin, Spirou… Pennac vertelt dat hij las en las en las… En het meeste wellicht al even snel vergat als hij het las. Maar: J’ignorais, en les lisant, que je me cultivais, que ces livres éveillaient en moi un appétit qui survivrait même à leur oubli. Hij legt met zijn omnivore leeshouding met andere woorden een vruchtbare laag, een humusbodem waarin uiteindelijk vier basisboeken, vier open deuren op de wereld zoals hij ze noemt, wortel zouden schieten: Les liaisons dangereuses, Á rebours, de Mythologies van Barthes en Les choses van Perec.
faceboekbericht 20
leest bij Robb dat je per fiets niet meer dan honderd kilometer per dag moet doen als je nog iets wilt onthouden van wat je onderweg hebt gezien.
om
10:55
Labels:
facebookberichten
donderdag 9 juli 2009
dag 677 – 090624 woensdag
baraque lecture 6
Wat is geletterdheid? Van mezelf mag ik zeggen dat ik het tot op zekere hoogte, geen academische of filologische of anderszins erudiete of gespecialiseerde, maar toch zekere hoogte ben: geletterd. Ik lees al eens een boek, denk daar al eens over na, breng het een al eens in verband met het ander en slaag er af en toe in om op basis van mijn leeservaring bij deze of gene lectuur een oorspronkelijke gedachte te ontwikkelen. Maar dat blijft allemaal zeer vrijblijvend en dilettantistisch. En bovendien: tijdgebonden. De geletterdheid van vandaag is niet die van gisteren. Daaraan moest ik denken toen ik bij Yourcenar (Wat? De Eeuwigheid, 247) las hoe zij Plato las:
…vol overgave, stellig geholpen door een naast de tekst afgedrukte vertaling: de archetypen, de mythen, de grote discussies over de onsterfelijkheid gingen een beetje als wolken aan mij voorbij, maar ik kreeg niet genoeg van de doorkijkjes – zorgvuldig gekozen, weet ik nu – op het Atheense leven: Socrates en Phaedrus aan de oever van de Cesiphus, de worstelschool die vaak bezocht werd door Charmides en de blozende Lysis. [vertaling Paul Beers]
Het tweede voorbeeld (de worstelschool; eigenaardig dat Yourcenar er geen drie geeft want dat bekt toch altijd beter – had ze er geen derde bij de hand?) kan ik niet thuiswijzen – maar het eerste wel, het komt, dat is niet moeilijk want de naam staat er al, uit de Phaedrus en het toeval wil dat ik die passage nog maar net las. En bijgevolg kan ik mijn leeservaring toetsen aan die van Yourcenar. En wat blijkt: aangezien het gefilosofeer van de heren rivieroeverbezoekers me al bijzonder vlug verveelt (en bij mij veeleer een mistige indruk maakt dan een die door zonnige wolkjes wordt teweeggebracht), heb ook ik meer aan de doorkijkjes naar het ‘gewone’ leven – zij het, en dat zal dan wel een verschil zijn, dat de homo-erotische component van deze tableaux vivants mij minder dan Marguerite vermag te boeien. Gevolg: ik leg het boek al vrij vlug na het zoeken van een plekje bij de rivier, waarbij vooral de kwaliteit van de ondergrond wordt geprezen (‘het prettigst van al [de plataan, het frisse water, het frisse briesje, het ‘helder zomers gesuizel’ – de vertaling is van Xaveer de Win] is nog het gras, zoals het op de zachte glooiing juist vol genoeg gegroeid staat om de ideale ligging te verzekeren, als ge uw hoofd wilt neervlijen’) – ik leg dus al vrij vlug het boek naast me neer, terwijl ik veronderstel dat Yourcenar, sowieso veel beslagener in antieke toestanden, en zeker en vast veel ‘geletterder’, de kelk – om in de socratische beeldspraak te blijven – wél tot de bodem zal hebben geledigd. En dat niet één keer maar ongetwijfeld meerdere keren. Ach, het gesuizel, de glooiing, het neervlijen…
Wat is geletterdheid? Van mezelf mag ik zeggen dat ik het tot op zekere hoogte, geen academische of filologische of anderszins erudiete of gespecialiseerde, maar toch zekere hoogte ben: geletterd. Ik lees al eens een boek, denk daar al eens over na, breng het een al eens in verband met het ander en slaag er af en toe in om op basis van mijn leeservaring bij deze of gene lectuur een oorspronkelijke gedachte te ontwikkelen. Maar dat blijft allemaal zeer vrijblijvend en dilettantistisch. En bovendien: tijdgebonden. De geletterdheid van vandaag is niet die van gisteren. Daaraan moest ik denken toen ik bij Yourcenar (Wat? De Eeuwigheid, 247) las hoe zij Plato las:
…vol overgave, stellig geholpen door een naast de tekst afgedrukte vertaling: de archetypen, de mythen, de grote discussies over de onsterfelijkheid gingen een beetje als wolken aan mij voorbij, maar ik kreeg niet genoeg van de doorkijkjes – zorgvuldig gekozen, weet ik nu – op het Atheense leven: Socrates en Phaedrus aan de oever van de Cesiphus, de worstelschool die vaak bezocht werd door Charmides en de blozende Lysis. [vertaling Paul Beers]
Het tweede voorbeeld (de worstelschool; eigenaardig dat Yourcenar er geen drie geeft want dat bekt toch altijd beter – had ze er geen derde bij de hand?) kan ik niet thuiswijzen – maar het eerste wel, het komt, dat is niet moeilijk want de naam staat er al, uit de Phaedrus en het toeval wil dat ik die passage nog maar net las. En bijgevolg kan ik mijn leeservaring toetsen aan die van Yourcenar. En wat blijkt: aangezien het gefilosofeer van de heren rivieroeverbezoekers me al bijzonder vlug verveelt (en bij mij veeleer een mistige indruk maakt dan een die door zonnige wolkjes wordt teweeggebracht), heb ook ik meer aan de doorkijkjes naar het ‘gewone’ leven – zij het, en dat zal dan wel een verschil zijn, dat de homo-erotische component van deze tableaux vivants mij minder dan Marguerite vermag te boeien. Gevolg: ik leg het boek al vrij vlug na het zoeken van een plekje bij de rivier, waarbij vooral de kwaliteit van de ondergrond wordt geprezen (‘het prettigst van al [de plataan, het frisse water, het frisse briesje, het ‘helder zomers gesuizel’ – de vertaling is van Xaveer de Win] is nog het gras, zoals het op de zachte glooiing juist vol genoeg gegroeid staat om de ideale ligging te verzekeren, als ge uw hoofd wilt neervlijen’) – ik leg dus al vrij vlug het boek naast me neer, terwijl ik veronderstel dat Yourcenar, sowieso veel beslagener in antieke toestanden, en zeker en vast veel ‘geletterder’, de kelk – om in de socratische beeldspraak te blijven – wél tot de bodem zal hebben geledigd. En dat niet één keer maar ongetwijfeld meerdere keren. Ach, het gesuizel, de glooiing, het neervlijen…
facebookbericht 19
vindt dat mensen die het hele jaar door hun kerstversiering aan hun gevels laten hangen, zouden moeten worden gesanctioneerd. Suggesties?
om
10:43
Labels:
facebookberichten
woensdag 8 juli 2009
brief uit Bunnik (4)
JWL stuurde me een vierde brief naar Brugge als antwoord op mijn vierde brief naar Bunnik.
om
20:28
Labels:
brieven naar bunnik
facebookbericht 18
ziet een donkere wolk aanrukken en doet dat met lede ogen want binnen tien minuten moet hij met de fiets naar het station en een dag met natte broek beginnen is niet wat je noemt ideaal.
om
07:23
Labels:
facebookberichten
dag 676 – 090623 dinsdag
baraque lecture 5Ik hou van Yourcenars bijwijlen ongelooflijke pretentie. Zij staat boven alles en kan zich dat permitteren. Zij schrijft bijvoorbeeld (op blz. 235 van Wat? De Eeuwigheid): ‘Ik heb elders de oorzaken van deze wederzijdse vervreemding [tussen twee van de personages in haar autobiografie] beschreven. Ik kom erop terug om de lezer niet te verplichten een voorgaand boek te raadplegen […].’ Zij schrijft ‘elders’ en ‘een voorgaand boek’ en ze veroorlooft het zich dit niet nader toe te lichten: dat is verondersteld gekend. En zij schrijft ook ‘verplichten’; zij lijkt er dus van uit te gaan dat die ‘lezer’ het toch wel zal vergeten zijn waar hij desbetreffende passage kan terugvinden. Ik heb dat graag – dat iemand van zichzelf zo duidelijk weet hoe goed zij is, dat zij zich dat soort minachting kan permitteren. Er steekt natuurlijk ook ironie in – het doet me vaak aan Nabokov denken, maar bij Yourcenar is het serieuzer. (En bij Christine D’haen is het nóg serieuzer, daar lijkt de ironie afwezig.)
Of neem vijf bladzijden verder (240). Daar staat een ‘aperte waarheid’, namelijk deze:
Overschrijven (120)
Het geheugen is geen verzameling documenten die goed geordend ergens diep in onszelf zijn opgeborgen; het leeft en verandert; het brengt de stukken dood hout bijeen om er opnieuw de vlam in te steken.
En dan staat er: ‘In een boek dat bestaat uit herinneringen, moest deze aperte waarheid ergens worden uitgesproken. Hier is zij dan.’ Waarmee Yourcenar, opnieuw heerlijk arrogant, lijkt te suggereren dat zij een status heeft die haar toelaat zich niet al te zeer om de vorm te moeten bekommeren. Vooral de woorden ‘moest’, dat een schier bovenmenselijke noodzakelijkheid lijkt uit te drukken, en ‘ergens’, waarin achteloosheid meereist, zijn in dit citaat cruciaal.
dinsdag 7 juli 2009
facebookbericht 17
vindt het godgeklaagd dat het gebruik van het nagenoeg onvervangbare woord ‘idiosyncrasie’ (Van Dale: 3 individueel bepaalde eigenaardigheid (bv. mbt. het taalgebruik)) hem alweer het etiket ‘intellectueel’ oplevert en hij zegt dat men hem met dát kruis nu al een half leven stokken in de wielen steekt.
om
14:43
Labels:
facebookberichten
dag 673 – 090620 zaterdag
baraque lecture 4
Ik weet niet wat ik van De badkamer van Jean-Philippe Toussaint moet denken. Eerste vaststelling: Toussaint is een succesvol auteur, toch zeker in het Franse taalgebied – en hij heeft dat succes onder andere met zijn debuutroman La Salle de bains uitgebouwd. Nu weet ik wel dat de Franse lezer met Perec en Oulipo & tutti quanti niet onvoorbereid aan de start verschijnt als het om experimentele literatuur gaat. En feit is ook dat in het Nederlandse taalgebied onze naar ‘Allerheiligen’ genaamde auteur niet al te veel potten breekt: apart uitgegeven (bij Van Gennep) of gebundeld (bij Prometheus), de vertalingen van de ‘romans’ De badkamer, Meneer en Het fototoestel belanden steevast bij De Slegte. De Nederlandse en Vlaamse lezers lusten geen pap van de Franstalige Brusselaar.
Toussaint doet me in zijn beste momenten aan Modiano denken: schijnbaar eenvoudig, heel sfeervol, dreiging aangelengd met een vleugje humor – al lijkt Toussaint mij toch méér dan Modiano dat typisch Belgische absurdisme, met tentakels naar het stripverhaal en Magritte, met zich mee te dragen.
Waar gaat het in De badkamer over? Een depressieve mens zit in zijn badkamer. Hij gebruikt zijn bad als ligstoel en komt daar niet uit. Twee Poolse huisschilders zitten ondertussen in zijn keuken, wachtend op orders en verf, pinten te drinken. Het lief van de depressieve mens verliest maar heel langzaam haar geduld. Pas nadat hij een paar weken in een niet nader genoemde Italiaanse stad met dogenpaleizen en vaporetto’s heeft doorgebracht, zonder ook maar iets te doen, geeft ze er de brui aan. De depressieve mens besluit alsnog iets met zijn leven aan te vangen wanneer hij een hem nauwelijks bekende arts, die het er op aanlegt een tennispartner te worden, hoort zeggen, bij het genot van een ‘Pimm’s’ genaamd goedje, ‘dat dit nu geluk was’.
Daarover gaat het. Ik val niet steil achterover van enthousiasme. Het was niet de eerste keer, overigens, dat ik mijn tanden heb stukgebeten op die Toussaint. Volgend jaar na Pasen nog eens proberen.
Ik weet niet wat ik van De badkamer van Jean-Philippe Toussaint moet denken. Eerste vaststelling: Toussaint is een succesvol auteur, toch zeker in het Franse taalgebied – en hij heeft dat succes onder andere met zijn debuutroman La Salle de bains uitgebouwd. Nu weet ik wel dat de Franse lezer met Perec en Oulipo & tutti quanti niet onvoorbereid aan de start verschijnt als het om experimentele literatuur gaat. En feit is ook dat in het Nederlandse taalgebied onze naar ‘Allerheiligen’ genaamde auteur niet al te veel potten breekt: apart uitgegeven (bij Van Gennep) of gebundeld (bij Prometheus), de vertalingen van de ‘romans’ De badkamer, Meneer en Het fototoestel belanden steevast bij De Slegte. De Nederlandse en Vlaamse lezers lusten geen pap van de Franstalige Brusselaar.Toussaint doet me in zijn beste momenten aan Modiano denken: schijnbaar eenvoudig, heel sfeervol, dreiging aangelengd met een vleugje humor – al lijkt Toussaint mij toch méér dan Modiano dat typisch Belgische absurdisme, met tentakels naar het stripverhaal en Magritte, met zich mee te dragen.
Waar gaat het in De badkamer over? Een depressieve mens zit in zijn badkamer. Hij gebruikt zijn bad als ligstoel en komt daar niet uit. Twee Poolse huisschilders zitten ondertussen in zijn keuken, wachtend op orders en verf, pinten te drinken. Het lief van de depressieve mens verliest maar heel langzaam haar geduld. Pas nadat hij een paar weken in een niet nader genoemde Italiaanse stad met dogenpaleizen en vaporetto’s heeft doorgebracht, zonder ook maar iets te doen, geeft ze er de brui aan. De depressieve mens besluit alsnog iets met zijn leven aan te vangen wanneer hij een hem nauwelijks bekende arts, die het er op aanlegt een tennispartner te worden, hoort zeggen, bij het genot van een ‘Pimm’s’ genaamd goedje, ‘dat dit nu geluk was’.
Daarover gaat het. Ik val niet steil achterover van enthousiasme. Het was niet de eerste keer, overigens, dat ik mijn tanden heb stukgebeten op die Toussaint. Volgend jaar na Pasen nog eens proberen.
Zwankendamme blues
Wie de volledige Zwankendamme-reeks wil bekijken, kan hier terecht.
om
12:20
Labels:
facebookberichten
maandag 6 juli 2009
facebookbericht 16
zag gisterenavond de rij appartementen in De Panne rood kleuren en dat er dus toch iets van schoonheid in die betonwand schuilt.
om
06:58
Labels:
facebookberichten
dag 672 – 090619 vrijdag
droom #24
Ik ontwaak om half zeven uit een zeer ingewikkelde, langdurige en ongemeen heldere droom.
Ik ben in een park. Bij een hoger gelegen, cirkelvormig en droog staand waterbekken staat een vrouw. Zij is de koningin van Nederland en maakt een gemene opmerking over mijn privéleven. Ik vermoord haar. (Hoe, dat heeft mijn droomcensor niet laten passeren.) Ik bel meteen de hulpdiensten. De persoon die het eerste bij mij is, blijkt de kroonprins te zijn. Hij is heel vriendelijk. Ik laat me door hem in de handboeien slaan en gevankelijk wegvoeren. Hij behoedt er mij voor in de handen van het woeste volk te vallen. Ik ontsnap aan een gewisse lynchpartij. Daarvan heb ik een zeer helder besef. En ook van het feit dat mijn leven door mijn daad een drastische wending krijgt.
Volgende onderdeel: het onderzoek. Een heel vriendelijke mevrouw stelt me allerlei psychologische vragen. Ik vind dat prettig. Bijvoorbeeld: zou ik liever met mijn zus gaan wandelen dan mijn moeder een cadeau geven? Het volgende onderzoekje is bij een man. Er komen aquarellen aan te pas. Aan de hand van die plaatjes wordt duidelijk dat ik heel veel aandacht nodig heb. Heb ik daarom die moord gepleegd?
Deel drie. Ondertussen is de mediamolen op gang gekomen. Ik mag, vreemd genoeg, mij vrij over straat naar mijn cel begeven. Ik zoek dekking want daar komt weer iemand die erop uit lijkt mij te lynchen. Ik voel me in het nauw gedreven en vraag me af ik niet beter zelfmoord zou plegen. (Al was het maar om de psychologische tests te weerleggen die hebben aangetoond dat ik alvast die neiging niet heb.)
Ik ontwaak om half zeven uit een zeer ingewikkelde, langdurige en ongemeen heldere droom.
Ik ben in een park. Bij een hoger gelegen, cirkelvormig en droog staand waterbekken staat een vrouw. Zij is de koningin van Nederland en maakt een gemene opmerking over mijn privéleven. Ik vermoord haar. (Hoe, dat heeft mijn droomcensor niet laten passeren.) Ik bel meteen de hulpdiensten. De persoon die het eerste bij mij is, blijkt de kroonprins te zijn. Hij is heel vriendelijk. Ik laat me door hem in de handboeien slaan en gevankelijk wegvoeren. Hij behoedt er mij voor in de handen van het woeste volk te vallen. Ik ontsnap aan een gewisse lynchpartij. Daarvan heb ik een zeer helder besef. En ook van het feit dat mijn leven door mijn daad een drastische wending krijgt.
Volgende onderdeel: het onderzoek. Een heel vriendelijke mevrouw stelt me allerlei psychologische vragen. Ik vind dat prettig. Bijvoorbeeld: zou ik liever met mijn zus gaan wandelen dan mijn moeder een cadeau geven? Het volgende onderzoekje is bij een man. Er komen aquarellen aan te pas. Aan de hand van die plaatjes wordt duidelijk dat ik heel veel aandacht nodig heb. Heb ik daarom die moord gepleegd?
Deel drie. Ondertussen is de mediamolen op gang gekomen. Ik mag, vreemd genoeg, mij vrij over straat naar mijn cel begeven. Ik zoek dekking want daar komt weer iemand die erop uit lijkt mij te lynchen. Ik voel me in het nauw gedreven en vraag me af ik niet beter zelfmoord zou plegen. (Al was het maar om de psychologische tests te weerleggen die hebben aangetoond dat ik alvast die neiging niet heb.)
dag 671 – 090618 donderdag
droom #23
Ik ben in een krantenwinkel, op zoek naar een fijne zwarte stift. Het is lastig om aan de winkelmevrouw uit te leggen welke fijne zwarte stift ik precies wil. Neen, niet een Artline, zo’n architectenstift. Ook niet zo’n natte waarmee kinderen graag tekenen en kleuren. Ook niet een cd-marker. Neen, iets tussenin. Dat ene soort viltstift waarmee mijn handschrift op zijn voordeligst uitkomt. Ik heb er ooit zo eens eentje gehad, maar ja, welk merk? Ik weet het ook niet meer.
Ik ben in een krantenwinkel, op zoek naar een fijne zwarte stift. Het is lastig om aan de winkelmevrouw uit te leggen welke fijne zwarte stift ik precies wil. Neen, niet een Artline, zo’n architectenstift. Ook niet zo’n natte waarmee kinderen graag tekenen en kleuren. Ook niet een cd-marker. Neen, iets tussenin. Dat ene soort viltstift waarmee mijn handschrift op zijn voordeligst uitkomt. Ik heb er ooit zo eens eentje gehad, maar ja, welk merk? Ik weet het ook niet meer.
zondag 5 juli 2009
44 * 28,07 * 800
In de fietspadchaos aan het station rijd ik twee keer kort na elkaar bijna tegen iemand aan. Ik hoor de boze opmerkingen niet want ik rijd met de oortjes in en dat helpt me om met kleine tred een stevig tempo aan te houden langs het kanaal tot in Sint-Joris. Love to burn! Gerafelde roem! Het is een hele tijd geleden dat ik op dit traject heb gereden en af en toe komt het me dan ook voor dat er een huis is verdwenen, bijgebouwd, verplaatst eventueel. Knesselare en dan achter Oedelem om terug richting Male, om dan langs de Aardenburgse Weg de Damse Vaart te bereiken en terug Brugge binnen te rijden.
dag 670 – 090617 woensdag
droom #22
Op mijn werk word ik overstelpt met klussen die ik ooit had beloofd te zullen doen maar die ik had laten liggen en die ik zelfs vergeten was. Maar nu zijn ze daar dus weer. Zo komt mijnheer E aandraven met een gezelschapsspel. Het gaat over de oorlog tussen Israël en Palestina, en ik moet het recenseren. Ook moeten er computers worden verplaatst, samen met de daaraan bevestigde schermen en klavieren. M helpt me maar al spoedig raakt alles hopeloos in de war. Ik besef dat het eenvoudiger ware geweest indien we eerst alles zouden hebben losgekoppeld.
Op mijn werk word ik overstelpt met klussen die ik ooit had beloofd te zullen doen maar die ik had laten liggen en die ik zelfs vergeten was. Maar nu zijn ze daar dus weer. Zo komt mijnheer E aandraven met een gezelschapsspel. Het gaat over de oorlog tussen Israël en Palestina, en ik moet het recenseren. Ook moeten er computers worden verplaatst, samen met de daaraan bevestigde schermen en klavieren. M helpt me maar al spoedig raakt alles hopeloos in de war. Ik besef dat het eenvoudiger ware geweest indien we eerst alles zouden hebben losgekoppeld.
zaterdag 4 juli 2009
facebookbericht 15
hoopt dat het nieuwe album van Gérald de Palmas, dat in november uitkomt, even goed zal zijn als Les Lois de la Nature.
om
09:05
Labels:
facebookberichten
dag 668 – 090615 maandag
baraque lecture 3
Het personage Guy de Vere in Dans le café de la jeunesse perdue van Patrick Modiano heeft een nog niet zo slecht idee voor een sociale activiteit. Hij legt briefjes op de toog van zijn boekhandelaar: kom dan en daar bij mij langs, zo en zo laat, ik zal er gedurende één uur enkele tekstfragmenten voorlezen. Niets meer dan dat. Enkele mensen komen in vertrouwen, ze luisteren naar de voorlezing en gaan dan weer naar huis. Het ritueel herhaalt zich elke maand. Het groeit uit tot een gebeurtenis waar velen naar uitkijken. Ik zou het wel eens willen proberen. Zou u komen? U zou wel bereid moeten zijn om te staan mocht u met velen zijn want ik heb niet veel stoelen.
Het personage Guy de Vere in Dans le café de la jeunesse perdue van Patrick Modiano heeft een nog niet zo slecht idee voor een sociale activiteit. Hij legt briefjes op de toog van zijn boekhandelaar: kom dan en daar bij mij langs, zo en zo laat, ik zal er gedurende één uur enkele tekstfragmenten voorlezen. Niets meer dan dat. Enkele mensen komen in vertrouwen, ze luisteren naar de voorlezing en gaan dan weer naar huis. Het ritueel herhaalt zich elke maand. Het groeit uit tot een gebeurtenis waar velen naar uitkijken. Ik zou het wel eens willen proberen. Zou u komen? U zou wel bereid moeten zijn om te staan mocht u met velen zijn want ik heb niet veel stoelen.
vrijdag 3 juli 2009
dag 667 – 090614 zondag
In Panorama treden de drie partijvoorzitters op wier familienaam met ‘De’ begint. Daarna is er een portret van Toots Thielemans. Ik hou niet van zijn muziek, of eigenlijk: van het instrument dat hij bespeelt, maar het is onmogelijk niet van de man te houden. Hij zegt bijvoorbeeld niet op verongelijkte toon: ‘Ik ben geen sant in eigen land’ nadat de Belgische kranten ‘niet meer dan drie lijntjes’ hebben gewijd aan zijn doorbraak in de VS, maar wel: ‘De Belg is soms hard voor de andere Belg’. Daarmee neemt hij afstand van het geleden leed, terwijl hij de vreugde die het leven en zijn verdiensten daarin hem verschaffen zelf blijft uitstralen. Ook nu nog, met zijn 87 jaar.
om
16:30
facebookbericht 14
zag een ontwerptekening van Stefan Schöning voor een nieuwe generatie dragers van verkeerslichten en stelde vast dat daarop alle lichten op groen stonden.
om
09:17
Labels:
facebookberichten
dag 666 – 090613 zaterdag
Dankzij de verenigde fotobloggers krijgen we bij een bezoek aan de tentoonstelling ‘Trinity’ gratis een korte ontmoeting met fotograaf Carl De Keyzer. Voor zover de bloggers niet aan het fotograferen zijn,
...stellen ze vragen. De Keyzer antwoordt vriendelijk en genereus. Eén op de tweehonderd foto’s, dat is ongeveer de rato. Storende elementen verwijderen of een lucht wat doordrukken, dat mag, maar voor het overige is gefotoshop uit den boze wanneer aan de (inhoudelijke) essentie van de foto wordt geraakt. Privacy? De fotograaf gebruikt de individuen die voor zijn lens komen als iconen om zijn boodschap kracht bij te zetten. Die boodschap is er altijd eerst. Zo start hij binnenkort een project ‘De Europese kusten’ en de inhoud ligt al vast: de dreiging die uitgaat van een zee waarvan de spiegel binnenkort zal stijgen. De boodschap ligt al min of meer vast, ongeacht wat de fotograaf aan toevallige invullingen te zien zal krijgen. Europa telt vele duizenden kilometers kust en het project zal vier jaar duren. Privacy nog eens: soms gebeurt het wel eens dat een persoon te kennen geeft niet in het beeld te willen. Dan is een panoramische camera wel handig: die fotografeert zo breed dat je helemaal in de hoek van het kader een persoon kunt binnensmokkelen die denkt helemaal buiten de focus te vallen. Er zijn trouwens wel een paar trucs om mensen onverhoeds op de sensor vast te leggen. Doen alsof je langdurig ergens anders naar mikt, en dan plots toch naar het ondertussen in de ooghoek geobserveerde onderwerp zwenken en afdrukken bijvoorbeeld. De formaten (in de drie onderdelen van de tentoonstelling afwijkend) zijn geïnspireerd door de schilderkunst: statieportretten, panorama’s en kabinetten. Verder gaan de vragen over de financiële kant van de zaak, de wereldwijde crisis in de fotografie, ook bij Magnum, de ontmanteling van de persfotografie door bijvoorbeeld journalisten op pad te sturen met een compact toestelletje, enzovoort… Hoe voelt het om als fotograaf in oorlogsgebied te werken? Carl De Keyzer zoekt het gevaar niet op, hij is vooral geïnteresseerd in de plek waar het onheil is voorbijgekomen. Gewonden of doden zal hij nooit in beeld brengen. Dat moet wel gebeuren, voor de sensibilisering, maar hij laat het liever aan andere fotografen over. Hij gaat over het algemeen zeer discreet, terughoudend te werk. Hij krijgt de eigenschap toegedicht ‘onzichtbaar’ te zijn: mensen merken zelden op dat hij aan het fotograferen is. De explosie van het aantal fotografen? Geen probleem! Het aantal goede jonge fotografen stijgt, en over het algemeen geldt: hoe meer zielen hoe meer vreugd.

om
08:34
Labels:
fotografie
donderdag 2 juli 2009
facebookbericht 13
hoort van X dat Y op het nieuwe huwelijksfeest van haar ex-man een zelfmoordpoging ondernam en vraagt zich af hoe autistisch pijn kan worden en, mutatis mutandis, hoeveel pijn autisten moeten lijden.
om
08:40
Labels:
facebookberichten
facebookbericht 12
hoorde eergisteren op de trein een Fortis-man tegen zijn collega’s opscheppen hoe hij, telkens er weer een klant dreigde dat hij naar Argenta zou verhuizen, een krantenartikel bovenhaalde over een frauduleuze kantoordirecteur van die concurrent en reken maar dat die klant snel bijdraaide!
om
08:40
Labels:
facebookberichten
woensdag 1 juli 2009
dag 665 – 090612 vrijdag
baraque lecture (2)
De uitverkorene is zeker niet Thomas Manns meesterwerk, maar toch dwingt het respect af: de manier waarop hij op een schijnbaar luchtige toon bitterheid en weemoed erin verweeft; hoe dit het ogenschijnlijk luchtige en kluchtige verhaal als het ware van binnenuit vergiftigt; en hoe Mann en passant ook nog een gefundeerde kritiek op de katholieke geloofsleer meegeeft. Het dogma van de drie-eenheid, bijvoorbeeld, moet het stevig ontgelden. Of dat van de onbevlekte ontvangenis want Mann plaatst dit op vernuftige wijze op één lijn met een absoluut aberrant incestverhaal: net zoals Gregorius, door het kind te zijn van ouders die elkaars broer en zus waren en door zijn moeder te huwen, een verwrongen familiaal patroon vertoont – net zo is het met de Moeder Maagd gesteld: ‘Gij zijt het kind van de Allerhoogste, als alle schepselen, en toch zijt ge ook Zijn moeder’. En met een spitsvondige, niet van hypocrisie gespeende scholastieke schijnbeweging ondergraaft Mann nog een andere katholieke premisse: ‘Voor een deel zijt ge mij schuldig, zeg ik met vrouwelijke list, dat ge me helpt bij God, want Hij is ter wille van de nood der zondaars in uw reine buik gekomen en heeft u tot moeder gekozen. Als niemand zonde had begaan, dan zou nooit gebeurd zijn wat God met u heeft gedaan, en dan hadt ge geen eeuwige lofprijzing ontvangen.’ Die hele incarnatiekwestie is overigens erg moeilijk te begrijpen: ‘gij troost der christenheid, des Heiligen Geestes uitverkoren vat, dat hij speciaal gekozen had tot deze wonderbare eer om met uw schoot te baren de allerbeste man die ooit ter wereld kwam, namelijk God zelf, die u tot moeder had gekozen, wat heel moeilijk te begrijpen is!’
De uitverkorene is zeker niet Thomas Manns meesterwerk, maar toch dwingt het respect af: de manier waarop hij op een schijnbaar luchtige toon bitterheid en weemoed erin verweeft; hoe dit het ogenschijnlijk luchtige en kluchtige verhaal als het ware van binnenuit vergiftigt; en hoe Mann en passant ook nog een gefundeerde kritiek op de katholieke geloofsleer meegeeft. Het dogma van de drie-eenheid, bijvoorbeeld, moet het stevig ontgelden. Of dat van de onbevlekte ontvangenis want Mann plaatst dit op vernuftige wijze op één lijn met een absoluut aberrant incestverhaal: net zoals Gregorius, door het kind te zijn van ouders die elkaars broer en zus waren en door zijn moeder te huwen, een verwrongen familiaal patroon vertoont – net zo is het met de Moeder Maagd gesteld: ‘Gij zijt het kind van de Allerhoogste, als alle schepselen, en toch zijt ge ook Zijn moeder’. En met een spitsvondige, niet van hypocrisie gespeende scholastieke schijnbeweging ondergraaft Mann nog een andere katholieke premisse: ‘Voor een deel zijt ge mij schuldig, zeg ik met vrouwelijke list, dat ge me helpt bij God, want Hij is ter wille van de nood der zondaars in uw reine buik gekomen en heeft u tot moeder gekozen. Als niemand zonde had begaan, dan zou nooit gebeurd zijn wat God met u heeft gedaan, en dan hadt ge geen eeuwige lofprijzing ontvangen.’ Die hele incarnatiekwestie is overigens erg moeilijk te begrijpen: ‘gij troost der christenheid, des Heiligen Geestes uitverkoren vat, dat hij speciaal gekozen had tot deze wonderbare eer om met uw schoot te baren de allerbeste man die ooit ter wereld kwam, namelijk God zelf, die u tot moeder had gekozen, wat heel moeilijk te begrijpen is!’
dinsdag 30 juni 2009
Mijn woordenboek 224
AFVRAGEN
De grootste kunstenaars zijn zij die ons op een andere manier naar de wereld doen kijken. Zij doen ons andere vragen stellen, zij stellen de wereld, of toch zeker onze visie erop, ter discussie. De woorden waarmee wij die wereld benaderen, bevragen. En onder die grootste kunstenaars zijn de allergrootsten zij die het met gewone middelen doen, zonder overdrijvingen of overdreven effectbejag. Wim Sonneveld was een van die grote kunstenaars. En in zijn discipline, het zogenaamde cabaret, was hij ongetwijfeld een van de allergrootste. Hij speelde met ons aanvoelen van de gewone dingen, zette op een venijnig-vileine wijze onze waarden op hun kop, keerde onze taal binnenstebuiten. Met de hulp van tekstschrijvers vaak, het moet gezegd. Zo speelde hij het klaar om in de sketch ‘De gulle lach’, toen heette dat nog een conférence, een woord zodanig de nek om te wringen dat in de hoofden van velen, in het mijne bijvoorbeeld, elke keer als het wordt gebruikt ook Sonnevelds versie meeresoneert. In een Amsterdamse straat staat op een ladder, een wankele ladder ongetwijfeld, een schilder. Hij is in de tekst van Simon Carmiggelt de ik. Hij ergert zich aan het optreden van een flauwe grappenmaker die hem, van onderen aan de trap, allerlei onnozeliteiten toeroept en maar blijft ouwehoeren over hoe beter het vroeger was en hoeveel plezier de mensen toen wisten te maken. ‘Waar, meneer Sonneberg’, zegt die man, ‘is op heden te Amsterdam de gulle lach gebleven?’ Die bizarre woordvolgorde is al goed gevonden, maar het zinnetje dat daarop volgt zorgt voor een pointe waar je nooit genoeg van krijgt. U moet het zich afgemeten uitgesproken voorstellen: ‘Waar, meneer Sonneberg, is op heden te Amsterdam de gulle lach gebleven? …Dat vraag ik u af.’
De grootste kunstenaars zijn zij die ons op een andere manier naar de wereld doen kijken. Zij doen ons andere vragen stellen, zij stellen de wereld, of toch zeker onze visie erop, ter discussie. De woorden waarmee wij die wereld benaderen, bevragen. En onder die grootste kunstenaars zijn de allergrootsten zij die het met gewone middelen doen, zonder overdrijvingen of overdreven effectbejag. Wim Sonneveld was een van die grote kunstenaars. En in zijn discipline, het zogenaamde cabaret, was hij ongetwijfeld een van de allergrootste. Hij speelde met ons aanvoelen van de gewone dingen, zette op een venijnig-vileine wijze onze waarden op hun kop, keerde onze taal binnenstebuiten. Met de hulp van tekstschrijvers vaak, het moet gezegd. Zo speelde hij het klaar om in de sketch ‘De gulle lach’, toen heette dat nog een conférence, een woord zodanig de nek om te wringen dat in de hoofden van velen, in het mijne bijvoorbeeld, elke keer als het wordt gebruikt ook Sonnevelds versie meeresoneert. In een Amsterdamse straat staat op een ladder, een wankele ladder ongetwijfeld, een schilder. Hij is in de tekst van Simon Carmiggelt de ik. Hij ergert zich aan het optreden van een flauwe grappenmaker die hem, van onderen aan de trap, allerlei onnozeliteiten toeroept en maar blijft ouwehoeren over hoe beter het vroeger was en hoeveel plezier de mensen toen wisten te maken. ‘Waar, meneer Sonneberg’, zegt die man, ‘is op heden te Amsterdam de gulle lach gebleven?’ Die bizarre woordvolgorde is al goed gevonden, maar het zinnetje dat daarop volgt zorgt voor een pointe waar je nooit genoeg van krijgt. U moet het zich afgemeten uitgesproken voorstellen: ‘Waar, meneer Sonneberg, is op heden te Amsterdam de gulle lach gebleven? …Dat vraag ik u af.’
om
22:52
Labels:
mijn woordenboek
facebookbericht 11
sprak gisteren met een man van 86 die gelukkig zat te wezen op een bank in zijn tuin, en daarna met zijn vrouw, met wie hij volgend jaar zestig jaar getrouwd zal zijn, en ook nog met zijn broer, van wie ik eerst dacht dat het zijn zoon was.
om
07:56
Labels:
facebookberichten
dag 664 – 090611 donderdag
Hoe komt het dat ik over de nieuwste Almodovar, Los Abrazos Rotos (de verbroken omhelzingen), zo weinig weet te vertellen? Het is zo veel, er zijn zoveel beelden, kleuren, karakters en conversaties dat ik niet weet waar te beginnen. Al bij de eindgeneriek besef ik dat ik de film nog eens, nog twee, drie keer zou willen zien en dat ik pas dan, misschien, in staat zou zijn er iets zinnigs over te zeggen. Sommigen zeggen: Almodovar herhaalt zich. Dat interesseert me minder want ik heb er nog maar twee of drie gezien en daardoor is ook deze nog origineel voor mij. Het is in elk geval rijke cinema, iets waarop je niet meteen bent uitgekeken, geen schraal Waals sociaal drama.
maandag 29 juni 2009
facebookbericht 10
ontdekte vanmorgen dat als een trein met veel geraas gepasseerd is de draden van de bovenleiding nog enkele seconden tegen elkaar blijven tingelen.
om
23:28
Labels:
facebookberichten
35 * 28,78 * 756
Zonder muziek dit keer. ’s Avonds, de zon staat al laag. Daardoor zie ik, die westwaarts rijd, niet bijzonder veel. Een eind lang rijdt iemand een honderdtal meter voor mij uit. Te snel om bij te halen, niet snel genoeg om verder uit te lopen. Wat mij dan tóch in de verleiding brengt om het gat te dichten – zoals dat dan zo plastisch wordt gezegd. Maar ik blijf zitten. Grijp zelfs niet de gelegenheid te baat om mee te springen met een renner met Quickstep-broek, die mij voorbijstuift met een snelheid van, schat ik, 33 of 34. Ik zie hoe de Quickstepper al na een kilometer of zo bij de voor mij uit rijdende fietser is. En die bijt zich wél vast in de locomotief. Het tweetal neemt meer afstand. Maar nog eens een kilometer of twee verder haal ik de man met de Quickstep-broek in: hij staat aan de kant te telefoneren. Wat later – en dat allemaal langs het kanaal naar Oostende – hoor ik hem aansluiten. Het fijne geluid van keurig gesmeerde raderen. Maar hij haalt me niet in. Ik rijd gewoon door, tot ik niets meer hoor: hij is linksaf ingeslagen, richting Roksem. Na het keerpunt heb ik wind tegen maar avondlicht mee, zodat het landschap zijn mooiste kleuren aan mij kan tonen. Opnieuw langs het kanaal zie ik het pelotonnetje rolschaatsers, dat ik op de heenweg kruiste, aan de overkant de tegenovergestelde richting uit schaatsen: voorovergebogen, als winkelhaken in elkaar passend, de armen in een op elkaar afgestemd ritme heen en weer zwaaiend. Een mooi zicht. Bij de betonfabriek staat een speciaal konvooi vertrekkensklaar.
dag 663 – 090610 woensdag
droom #21
Dat ik samen met mijn vader in een zaal ergens in Italië naar een wondermooi stuk live gebrachte klassieke muziek zit te luisteren en dat wij allebei beseffen dat dit resultaat veel werk heeft gevergd. Een gevoel van intense tevredenheid en verzoening.
wenkbrauwenspel
Een fragment van de nieuwe film van Ken Loach, Looking for Eric. Een depressieve postbode wordt geholpen door de ex-voetbalster Eric Cantona, die ook zijn problemen lijkt te hebben. Toen hij geschorst was, moest hij, zo zegt hij tot de postbode, zichzelf een doel stellen om overeind te blijven. De postbode zucht: ‘Jij bent een ster, maar toch ook een mens, hé.’ Waarop Cantona, met charmant Frans accent: ‘I’m not a man. [korte pauze en dan, zeer gewichtig] I’m Eric Can-to-na!’ De voetballer verplettert gedurende enkele lange seconden de postbode met een weloverwogen wenkbrauwenspel en daaronder een ondoorgrondelijke blik. De postbode is danig onder de indruk. Waarop Cantona, de voetballer-acteur, in een luide lach uitbarst en meteen de hele gewichtigdoenerij ondergraaft. Een prachtig fragment – ik heb echt zin om die film te gaan bekijken.
baraque lecture 1
Met De uitverkorene lijkt de oude Thomas Mann (hij voltooide het boek in 1951) enkel nog het pure vertelplezier voor ogen te hebben gestaan, het genot van het taalspel. Hij schotelt ons een ouderwetse vertelling voor waarin we ons, al dan niet, naar gelang van hoe we gemutst zijn, kunnen verliezen. Het doet er allemaal niet zo toe, de inzet is veel minder hoog als bij De Toverberg of Doctor Faustus. (Net zo zal het er bij de Krull al niet meer zo toe doen.) Hier en daar krijg je nog wel tussen de regels een bespiegeling bij het wezen van het christelijke, meerbepaald katholieke geloof – de hypocriete verwevenheid van geestelijkheid en lichamelijkheid; het zwelgen in het obscure en al te aardse; de moeilijke verknopingen tussen kwezelachtigheid en wereldse machtsdrang – maar dat blijft toch vooral en sourdine. Voorop staat het vertelplezier, het vertellen van een spannend en vaak ook vrolijk verhaal.
vrijplaats
Een gesprek met B. Over het zoeken en vinden van een vrijplaats. Dat kan een computer of een eigen atelier zijn, of de kans om op reis te gaan – maar het heeft in elk geval met tijd te maken.
Dat ik samen met mijn vader in een zaal ergens in Italië naar een wondermooi stuk live gebrachte klassieke muziek zit te luisteren en dat wij allebei beseffen dat dit resultaat veel werk heeft gevergd. Een gevoel van intense tevredenheid en verzoening.
wenkbrauwenspel
Een fragment van de nieuwe film van Ken Loach, Looking for Eric. Een depressieve postbode wordt geholpen door de ex-voetbalster Eric Cantona, die ook zijn problemen lijkt te hebben. Toen hij geschorst was, moest hij, zo zegt hij tot de postbode, zichzelf een doel stellen om overeind te blijven. De postbode zucht: ‘Jij bent een ster, maar toch ook een mens, hé.’ Waarop Cantona, met charmant Frans accent: ‘I’m not a man. [korte pauze en dan, zeer gewichtig] I’m Eric Can-to-na!’ De voetballer verplettert gedurende enkele lange seconden de postbode met een weloverwogen wenkbrauwenspel en daaronder een ondoorgrondelijke blik. De postbode is danig onder de indruk. Waarop Cantona, de voetballer-acteur, in een luide lach uitbarst en meteen de hele gewichtigdoenerij ondergraaft. Een prachtig fragment – ik heb echt zin om die film te gaan bekijken.
baraque lecture 1
Met De uitverkorene lijkt de oude Thomas Mann (hij voltooide het boek in 1951) enkel nog het pure vertelplezier voor ogen te hebben gestaan, het genot van het taalspel. Hij schotelt ons een ouderwetse vertelling voor waarin we ons, al dan niet, naar gelang van hoe we gemutst zijn, kunnen verliezen. Het doet er allemaal niet zo toe, de inzet is veel minder hoog als bij De Toverberg of Doctor Faustus. (Net zo zal het er bij de Krull al niet meer zo toe doen.) Hier en daar krijg je nog wel tussen de regels een bespiegeling bij het wezen van het christelijke, meerbepaald katholieke geloof – de hypocriete verwevenheid van geestelijkheid en lichamelijkheid; het zwelgen in het obscure en al te aardse; de moeilijke verknopingen tussen kwezelachtigheid en wereldse machtsdrang – maar dat blijft toch vooral en sourdine. Voorop staat het vertelplezier, het vertellen van een spannend en vaak ook vrolijk verhaal.vrijplaats
Een gesprek met B. Over het zoeken en vinden van een vrijplaats. Dat kan een computer of een eigen atelier zijn, of de kans om op reis te gaan – maar het heeft in elk geval met tijd te maken.
facebookbericht 9
was gisteren op ziekenbezoek in een ziekenhuis waarin de kleuraccenten de algemene grijsheid niet konden verhullen, net zomin als het kunstgras op het dak van de in de kelder gestopte cafetaria en het vogelgezang dat in de gang uit de luidsprekers kwetterde.
om
07:47
Labels:
facebookberichten
zondag 28 juni 2009
dag 662
090609 dinsdag
Om 2 uur halen de muggen mij uit de slaap die ik slechts met de grootste moeite had verworven. Ik was net iets aan het dromen over nichterige verkopers van iPhones of hoe heten die dingen die een tijd geleden voor heel veel geld niet snel genoeg konden worden aangekocht en die nu, nog geen jaar later, aan dumpingprijzen rond de oren worden geslingerd? * Ik breng de nacht door met lectuur en schrijven, onder meer een aanzet tot mijn vierde brief naar Bunnik. * Ik wens S een gelukkige verjaardag. Ze is blij met het boek Le Musée de Marcel Proust. * Trein van ½ 8, die om ½ 9 in Brussel zou moeten aankomen maar dus niet want er is ‘tussen Oostkamp en Beernem’ een ‘persoonlijk accident’ gebeurd. De trein wordt omgeleid en moet vervolgens voor zowat alle lichten halt houden (maar ik merk er niet veel van want ik val in een quasi comateuze toestand) en uiteindelijk kom ik pas ¾ 10 aan. […]. * Op de terugweg is het opnieuw vechten tegen de slaap, maar ik slaag er toch ook in om te lezen in De uitverkorene van Thomas Mann. * […]
Om 2 uur halen de muggen mij uit de slaap die ik slechts met de grootste moeite had verworven. Ik was net iets aan het dromen over nichterige verkopers van iPhones of hoe heten die dingen die een tijd geleden voor heel veel geld niet snel genoeg konden worden aangekocht en die nu, nog geen jaar later, aan dumpingprijzen rond de oren worden geslingerd? * Ik breng de nacht door met lectuur en schrijven, onder meer een aanzet tot mijn vierde brief naar Bunnik. * Ik wens S een gelukkige verjaardag. Ze is blij met het boek Le Musée de Marcel Proust. * Trein van ½ 8, die om ½ 9 in Brussel zou moeten aankomen maar dus niet want er is ‘tussen Oostkamp en Beernem’ een ‘persoonlijk accident’ gebeurd. De trein wordt omgeleid en moet vervolgens voor zowat alle lichten halt houden (maar ik merk er niet veel van want ik val in een quasi comateuze toestand) en uiteindelijk kom ik pas ¾ 10 aan. […]. * Op de terugweg is het opnieuw vechten tegen de slaap, maar ik slaag er toch ook in om te lezen in De uitverkorene van Thomas Mann. * […]
facebookbericht 8 / de dingen 6
kocht gisteren in een braderie vier pakken 'graphite Conté 1012 N°1'-potloden (made in U.S.A.) van telkens twaalf stuks en daarvan bleken alvast alle potloden van het eerste pak gebroken te zijn. En maar slijpen!
om
08:21
Labels:
de dingen,
facebookberichten
zaterdag 27 juni 2009
dag 661
090608 maandag
[…] * […] * Raymond van het Groenewoud stond in De Slegte aan de kassa. Hij rekende af en zei toen vriendelijk: 'Nog een prettige namiddag verder.' * Nu opnieuw: Poëziekrant en dan het eten met de kinderen: cordon bleu met boontjes uit een bokaal en rijst. […] * We praten over de verkiezingen. Ze dragen het hart links, wat mij tevreden stelt, zeker als je weet hoe rechts die jongeren tegenwoordig stemmen. T vertelt dat in zijn klas 10 % Blok stemt en 15 % Dedecker. CVP is in die beperkte poll de grootste partij met liefst 35 %. En dat bij 18-jarigen. Je zou dat de 18-jarigen van dertig jaar geleden, mij dus, toen, eens moeten hebben verteld! * De laatste keer de leesclub van Ver-Assebroek: Het leven van Pi. Ik begin met een afscheidsspeech, gebaseerd op wat ik Luc Huyse op de radio op weg naar Ver-Assebroek heb horen vertellen: leesclubs zijn een van de middelen om te strijden tegen het nieuwe analfabetisme, dat is ontstaan als gevolg van de commercialisering van de media. Ik krijg een overtuigend dankgebaar: kaartje en fles. * […] * […]
[…] * […] * Raymond van het Groenewoud stond in De Slegte aan de kassa. Hij rekende af en zei toen vriendelijk: 'Nog een prettige namiddag verder.' * Nu opnieuw: Poëziekrant en dan het eten met de kinderen: cordon bleu met boontjes uit een bokaal en rijst. […] * We praten over de verkiezingen. Ze dragen het hart links, wat mij tevreden stelt, zeker als je weet hoe rechts die jongeren tegenwoordig stemmen. T vertelt dat in zijn klas 10 % Blok stemt en 15 % Dedecker. CVP is in die beperkte poll de grootste partij met liefst 35 %. En dat bij 18-jarigen. Je zou dat de 18-jarigen van dertig jaar geleden, mij dus, toen, eens moeten hebben verteld! * De laatste keer de leesclub van Ver-Assebroek: Het leven van Pi. Ik begin met een afscheidsspeech, gebaseerd op wat ik Luc Huyse op de radio op weg naar Ver-Assebroek heb horen vertellen: leesclubs zijn een van de middelen om te strijden tegen het nieuwe analfabetisme, dat is ontstaan als gevolg van de commercialisering van de media. Ik krijg een overtuigend dankgebaar: kaartje en fles. * […] * […]
om
12:35
Labels:
de dagen,
maatschappij,
media,
politiek
facebookbericht 8
zag gisteren op de middag in Blokken een kandidaat uit Zwankendamme en daar ging hij in de namiddag ook fotograferen - waardoor Zwankendamme gisteren twee keer in zijn leven kwam, net zoals in deze zin, overigens.
om
12:12
Labels:
facebookberichten
vrijdag 26 juni 2009
reactie
Toen ik daar 2 weken geleden fietste -ergens tussen Houtave en Zuienkerke op die lange kasseiweg- stond dat paard daar ook!! Met dezelfde erectie!!
Misschien toch eens een veearts consulteren me dunkt??
Liefs,
B.
Misschien toch eens een veearts consulteren me dunkt??
Liefs,
B.
Terugblik (30) 520/1000
Laten we maar even buiten beschouwing laten dat ik, door aan de hand van deze foto een kenmerk van goede fotografie toe te lichten, zou kunnen suggereren dat ik dit een goede foto vind. Ik laat dat aan uw oordeel over.
Het meest opvallende aan deze foto is dat hij een uitsnede is en, op die manier, ook zegt dat elke foto een uitsnede is. Hier wordt de werkelijkheid tegelijk kleiner gemaakt, én groter. Die dubbele beweging, daarover gaat het hier.
We bevinden ons in de binnenruimte van een huizenblok. Meestal overheersen daar groezeligheid en wanorde. Half ingevallen bijgebouwen, afbladderende verf, wasdraden, schotelantennes. Niets van dat alles hier, en precies dat valt op. Het oog van de fotograaf valt op enkele opvallend egale achtergevels. Hij ziet de mogelijkheid om, door precies te kaderen, die achtergevels van de andere, ‘normale’ achtergevels, te isoleren. Daardoor maakt hij van het kaderen zelf het thema van zijn foto. Achteraf – natuurlijk achteraf want zo gaat het meestal – merkt hij dat dit thema er onderhuids ook op een andere manier in steekt want is niet elk van de ramen die op deze foto te zien zijn zelf een kader?
Kaderen, of kadreren, is uitsnijden. De fotograaf vangt een stuk werkelijkheid in zijn zoeker en snijdt het uit. Hij sluit al het andere, dat er uiteraard ook was, uit. Maar door die operatie van verkleining hoopt hij ook iets algemeens te vangen. In dit geval is dat: het uitsnijden zelf. En in dat algemene maakt hij nu net die verknipte werkelijkheid groter. Geslaagd is de foto die deze paradoxale beweging vat en aanschouwelijk maakt.
Ik herhaal: ik laat het aan u over om uit te maken of dit een geslaagde foto is.
Aanvankelijk gaf ik deze foto een titel: ‘Rear Windows’. Nu laat ik deze titel weg.
Het meest opvallende aan deze foto is dat hij een uitsnede is en, op die manier, ook zegt dat elke foto een uitsnede is. Hier wordt de werkelijkheid tegelijk kleiner gemaakt, én groter. Die dubbele beweging, daarover gaat het hier.
We bevinden ons in de binnenruimte van een huizenblok. Meestal overheersen daar groezeligheid en wanorde. Half ingevallen bijgebouwen, afbladderende verf, wasdraden, schotelantennes. Niets van dat alles hier, en precies dat valt op. Het oog van de fotograaf valt op enkele opvallend egale achtergevels. Hij ziet de mogelijkheid om, door precies te kaderen, die achtergevels van de andere, ‘normale’ achtergevels, te isoleren. Daardoor maakt hij van het kaderen zelf het thema van zijn foto. Achteraf – natuurlijk achteraf want zo gaat het meestal – merkt hij dat dit thema er onderhuids ook op een andere manier in steekt want is niet elk van de ramen die op deze foto te zien zijn zelf een kader?
Kaderen, of kadreren, is uitsnijden. De fotograaf vangt een stuk werkelijkheid in zijn zoeker en snijdt het uit. Hij sluit al het andere, dat er uiteraard ook was, uit. Maar door die operatie van verkleining hoopt hij ook iets algemeens te vangen. In dit geval is dat: het uitsnijden zelf. En in dat algemene maakt hij nu net die verknipte werkelijkheid groter. Geslaagd is de foto die deze paradoxale beweging vat en aanschouwelijk maakt.
Ik herhaal: ik laat het aan u over om uit te maken of dit een geslaagde foto is.
Aanvankelijk gaf ik deze foto een titel: ‘Rear Windows’. Nu laat ik deze titel weg.
om
08:32
Labels:
fotografie,
terugblik
dag 660
090607 zondag
[…] * Ik ga stemmen in het schooltje aan de Gerard Davidstraat. Mensen kijken van achter hun ruiten op de eerste verdieping naar de talrijke passanten. […] * Om 11 vertrekken we naar […] Bottelare, maar dat blijkt een hele klus want de doortocht van Merelbeke is verstoord, en op die manier geraken we slechts na een hele omweg via Zevergem, Semmerzake en Melsen op onze bestemming. De deur van de riante woning staat open. […] De schilderijen van R. […] De tuin met de plensbui, het tennisplein, het zwembad. […] * […] * De verkiezingsuitslagen op tv, ondertussen scan ik ontwikkelde filmpjes. * Naar de Maalse waar we scrabbelen met G en M. Met 98 punten in mijn eerste beurt sla ik al meteen een definitieve kloof! * De terugval van links. Het stagneren van groen in Vlaanderen en de groene doorbraak in Wallonië en Frankrijk. De ruk naar een acceptabel rechts in Europa. De onvoorstelbare onverschilligheid van de Europese burgers in de landen waar ze niet moeten kiezen.
[…] * Ik ga stemmen in het schooltje aan de Gerard Davidstraat. Mensen kijken van achter hun ruiten op de eerste verdieping naar de talrijke passanten. […] * Om 11 vertrekken we naar […] Bottelare, maar dat blijkt een hele klus want de doortocht van Merelbeke is verstoord, en op die manier geraken we slechts na een hele omweg via Zevergem, Semmerzake en Melsen op onze bestemming. De deur van de riante woning staat open. […] De schilderijen van R. […] De tuin met de plensbui, het tennisplein, het zwembad. […] * […] * De verkiezingsuitslagen op tv, ondertussen scan ik ontwikkelde filmpjes. * Naar de Maalse waar we scrabbelen met G en M. Met 98 punten in mijn eerste beurt sla ik al meteen een definitieve kloof! * De terugval van links. Het stagneren van groen in Vlaanderen en de groene doorbraak in Wallonië en Frankrijk. De ruk naar een acceptabel rechts in Europa. De onvoorstelbare onverschilligheid van de Europese burgers in de landen waar ze niet moeten kiezen.
facebookbericht 7
denkt aan een door velen geliefde Vlaamse zangeres die verdriet had en realiseert zich dat wie zich sterk voordoet vaak een zwakte verbergt.
om
07:56
Labels:
facebookberichten
donderdag 25 juni 2009
facebookbericht 6
zat daarnet op een nieuw geplaatste bank in het heringerichte park voor zijn deur en dacht dat hij daar deze, en volgende, zomers nog wel vaker zou zitten. Een man. Op een bank. Met een boek. En kijken naar wie voorbijkomt. Dat ziet hij wel zitten.
om
21:27
Labels:
facebookberichten
27 * 25,81 * 721
Het is alweer drie weken geleden dat ik nog eens op de koersfiets zat en dat voel ik in de eerste kilometers: ik denk al meteen aan terugkeren en 27 kilometer kan weinig lijken maar in het begin van mijn ritje was ik allerminst geneigd te denken dat ik er zoveel zou halen. Dat ik aan de roeiersclub al moet stoppen voor twee kerels die, het hoofd achter hun boot verborgen, dit vaartuig over de weg naar het boothuis dragen (ik overweeg nog even om er, bukkend, onderdoor te rijden maar laat dat dan toch maar om de heren niet aan het schrikken te brengen), lijkt mij er nog meer toe aan te zetten meteen rechtsomkeert te maken. Maar ik laat mij, gesteund door de rugwind, alsnog niet kennen. Op het jaagpad zijn markeringen aangebracht, wellicht voor de triatlon van vorig weekend: dwars op de rijrichting aangebrachte rode lijnen tonen waar in het wegdek de zich naar boven stuwende populierenwortels oneffenheden veroorzaken; groene pijlen wijzen het ideale traject tussen deze hindernissen door. Een verbazend efficiënt tekensysteem, dat mij doet denken aan semantiek en dergelijke: de hersens staan nooit stil, ook niet als de benen malen. Voorbij Houtave (ik wijk omwille van de noordelijke windrichting af van het gangbare traject) kom ik op de lange kasseibaan tussen de Oostendse Steenweg en de weg naar De Haan. Daar zie ik een in het bleekblauw geklede man te voet naast zijn fiets op de kasseirug vooruitstappen – een beeld van impotentie dat meteen wordt weerlegd door het trekpaard dat links van de weg, nochtans weemoedig blikkend, een erectie staat te showen die bijna tot aan de grond reikt, waardoor meteen het woord ‘erectie’ niet bepaald gunstig gekozen lijkt. In Zuienkerke, of all places, sla ik rechtsaf tot aan de nieuwe fietsbrug over de expressweg en de Blankenbergse Dijk die mij via de Plas naar het hart van Sint-Pieters voert.
reactie
Nu er al meerdere dagboeknotities zijn verschenen op je blog ben ik akkoord met de “negatief” stemmers.
Het kan niet dat dit ons blijvend ïnteresseert ! goede beslissing om ermee te stoppen!
Voor de rest blijft het boeiend!
Vriendelijke groeten
AA
Het kan niet dat dit ons blijvend ïnteresseert ! goede beslissing om ermee te stoppen!
Voor de rest blijft het boeiend!
Vriendelijke groeten
AA
dag 659
090606 zaterdag
[…] * Ik probeer ook maar op mijn eenvoudige manier iets te creëren. Misschien investeer ik er te veel ernst in, het zou kunnen. * Ik was een halfuurtje bij J en L. Ze waren aan het ontbijt. A smeerde er lustig chocopasta op los, G zat bezorgd naast haar mama. […] J was rustig, hij moest zich enkel kwaad maken toen A keelpastilles als snoep wenste te beschouwen. 'Ja maar, ik heb hoofd-, euh, keelpijn', verdedigde ze zich nog. * […] * […] * Op weg naar huis voel ik het opkomen: […] Ik neem mij voor om in mijn bed te kruipen maar er is nog zoveel te doen… Uiteindelijk sleep ik mezelf naar de Carrefour, voor de laatste inkopen, en voor basilicum moet ik nog naar de Kwalito… Enfin, het is een lijdensweg. […] Ik kruip alsnog in bed, en val na één bladzijde Mann in een diepe slaap waaruit ik gebroken en met hoofdpijn ontwaak. Hoe moet het nu? Ik begin van lieverlee het eten klaar te maken: asperges ‘op Vlaamse wijze’, met eieren en peterselie dus, maar ook: gebakken in de whisky; tomaten met mozarella en basilicum – en S, die rond 6 uur aankomt, maakt een (koude) komkommersoep. G en M zijn hier als eersten. G heeft een boek mee van Berlinde de Bruyckere. We praten daar wat over. Ik maak van hen beiden een foto. Tegen een uur of 8 zijn ook G en G daar. […] Het werk, G’s reizen, het voornemen om te fietsen, gefotografeerd worden en privacy, luchtvaartmaatschappijen die worden afgewogen… […] Om de stroom wat te doorbreken, lees ik ‘De coureur van Meulebeke’ van Pjeroo Roobjee voor. Nooit eerder lukte dat zo goed. G en G hadden het al eens gehoord, maar vonden het niet erg nog eens te moeten luisteren.
[…] * Ik probeer ook maar op mijn eenvoudige manier iets te creëren. Misschien investeer ik er te veel ernst in, het zou kunnen. * Ik was een halfuurtje bij J en L. Ze waren aan het ontbijt. A smeerde er lustig chocopasta op los, G zat bezorgd naast haar mama. […] J was rustig, hij moest zich enkel kwaad maken toen A keelpastilles als snoep wenste te beschouwen. 'Ja maar, ik heb hoofd-, euh, keelpijn', verdedigde ze zich nog. * […] * […] * Op weg naar huis voel ik het opkomen: […] Ik neem mij voor om in mijn bed te kruipen maar er is nog zoveel te doen… Uiteindelijk sleep ik mezelf naar de Carrefour, voor de laatste inkopen, en voor basilicum moet ik nog naar de Kwalito… Enfin, het is een lijdensweg. […] Ik kruip alsnog in bed, en val na één bladzijde Mann in een diepe slaap waaruit ik gebroken en met hoofdpijn ontwaak. Hoe moet het nu? Ik begin van lieverlee het eten klaar te maken: asperges ‘op Vlaamse wijze’, met eieren en peterselie dus, maar ook: gebakken in de whisky; tomaten met mozarella en basilicum – en S, die rond 6 uur aankomt, maakt een (koude) komkommersoep. G en M zijn hier als eersten. G heeft een boek mee van Berlinde de Bruyckere. We praten daar wat over. Ik maak van hen beiden een foto. Tegen een uur of 8 zijn ook G en G daar. […] Het werk, G’s reizen, het voornemen om te fietsen, gefotografeerd worden en privacy, luchtvaartmaatschappijen die worden afgewogen… […] Om de stroom wat te doorbreken, lees ik ‘De coureur van Meulebeke’ van Pjeroo Roobjee voor. Nooit eerder lukte dat zo goed. G en G hadden het al eens gehoord, maar vonden het niet erg nog eens te moeten luisteren.
facebookbericht 5
zag in een tuin een replica staan van de Venus van Milo, terwijl achter de haag in de avondzon een boer zijn gras aan het keren was.
om
07:50
Labels:
facebookberichten
Abonneren op:
Berichten (Atom)




















