donderdag 18 december 2014

& 1


Twintig jaar geleden was ik gedurende twee jaar cultuurredacteur op De Standaard. In die hoedanigheid schreef ik telkens ik daar de inspiratie voor vond en er niemand van mijn collega’s zich aandiende een column.

DUIF

"De duif is dood". De onsterfelijke frase van Toon Hermans schoot door mijn hoofd toen ik onder de brug door wandelde en er een op het wegdek zag liggen: een dode duif. Aangereden wellicht, niet overreden! het lichaam was nog intact. Zoals dat gaat met aangereden dieren, hadden de eerste tien of honderd automobilisten het kreng zorgvuldig ontweken. Dat kunnen ze beter niet doen, want als het dier ligt te zieltogen, kan je het beter uit zijn lijden verlossen. Uiteindelijk rijdt er dan toch iemand overheen, omdat hij te kort op zijn voorligger volgde en het dode schepsel niet tijdig ontwaarde.

's Avonds, toen ik naar huis terugkeerde - het was al donker - vond ik van de duif alleen nog een platte pluimenkoek terug, een zielig, of beter zielloze herinnering aan wat bij leven toch ook al geen riant creatuur was geweest: een vies beest, een vliegende rat, grijs met zwarte vlekken, smerig, hoogst onelegant en de hele omgeving onderschijtend. Niemand heeft er wat aan.

Die nacht begon het te regenen. Toen ik de volgende ochtend opnieuw langs dezelfde plek wandelde, bleek het hele zootje in het asfalt te zijn geduwd. Of was het weggespoeld? Of meegegrist in de profielgleuven van talloze onverschillige banden? Het leek wel of het beest, helemaal en gewis dood nu, nooit had bestaan.

Er leeft een hele kolonie duiven onder die brug, maar die ene is er niet meer bij.

17 december 1994

& 0

nieuwe rubriek!

 
Twintig jaar geleden

Twintig jaar geleden was ik gedurende twee jaar cultuurredacteur op De Standaard. In die hoedanigheid schreef ik telkens ik daar de inspiratie voor vond en er niemand van mijn collega’s zich aandiende een column. Soms, wanneer niemand er zin in had of wanneer ik weekenddienst had en er niemand anders op de redactie aanwezig was, was het een verplicht nummer want de kolom die op de linkerkant van de eerste cultuurbladzijde voor de column was voorbehouden moest nu eenmaal elke dag ingevuld worden. De eerste van mijn zestig columns die onder de rubriektitel ‘&’ (‘ampersand’) verschenen tussen 17 december 1994 en 5 september 1996 vertonen nog de sporen van een aarzelende, zijn weg zoekende schrijvershand. Gaandeweg verwierf ik toch, al zeg ik het zelf, enig vakmanschap. ’t Was hoe dan ook een prettige en bijzonder leerrijke oefening, ook al omdat de stukjes op maat te schrijven waren. 250 woorden was zowat het streefcijfer. Meer kon niet omdat er geen plaats voor was, minder al evenmin omdat de lay-out in die tijd nog door een soort van horror vacui werd gekenmerkt. En in dat gelimiteerde formaat moesten een verhaal, een observatie, een beschouwing… worden ondergebracht, liefst niet al te zwaarwichtig en toch met een pointe. Onder andere voor deze stukjes kreeg ik in 1996 een bronzen medaille van de literatuurprijs van de provincie West-Vlaanderen! Twintig jaar later dus neem ik ze hier nog eens onder ogen. Ik laat ze in deze nieuwe rubriek ongewijzigd defileren, zeer benieuwd of ze de tand des tijds hebben doorstaan.

18 december 2014

reactie



Pascal,

Ik heb je notities met veel plezier gelezen.
Het was een goed idee om er een epiloog en proloog aan toe te voegen. Misschien moet je die twee nog uitbreiden? Niet veel hoor. En dan als een soort van mini-trilogie naar uitgevers en/of literaire tijdschriften sturen. Drie gelijke delen. Het lijkt ook wel iets voor een bibliofiele uitgeverij als l'âne qui bûtine in Mouscron. Nog een leuke denkoefening: welke titel - ondertitel zou je hier dan aan geven? Enfin, dat laat ik aan jou over natuurlijk.
Verschoning voor al die vrijpostigheid.
Dankjewel dat ik je tekst mocht lezen. Ik zat mee op de fiets, mee in je hoofd. De reis als prétexte voor mijmeringen en schrijverijen.  Het geeft zin om het ooit zelf ook eens te doen: mijn geliefde land doorkruisen per tweewieler.
Bon, nu nog twee keer ten strijde trekken voor mijn Napoleon, en dan ga ik echt eens uitrusten. Het was me wel het jaar.
Goede groet,