dinsdag 31 oktober 2023

honderd woorden 494

SLAPELOOS

Woelend in bed reconstrueert een slapeloze Maarten Asscher voor zijn geestesoog het huis van zijn grootouders in Engeland. Als kind bracht hij er gelukkige zomers door. Zijn grootouders waren aan Westerbork ontkomen door toedoen van een familielid dat met een ingewikkelde notariële constructie de nazi’s om de tuin had weten te leiden. Maar net zoals Asscher er niet in slaagt die constructie helder uiteen te zetten, slaagt hij er niet in om dat huis in Engeland duidelijk te veraanschouwelijken. Het gevolg is dat de lezer zich niet betrokken voelt, terwijl het motief van de slapeloosheid in het ijle blijft hangen.

Maarten Asscher, Een huis in Engeland, 2020

6998

Brugge, Bloedput - 231018

 

maandag 30 oktober 2023

6997

Karel de Stoutelaan - 231016

 

zondag 29 oktober 2023

honderd woorden 493

KUNSTROMAN

In een brief aan René Stoute noemde Jeroen Brouwers Zonsopgangen boven zee een ‘kunstroman’ en ‘het mij dierbaarste werk’. We schrijven 1985, Brouwers had toen nog maar een kwart van zijn oeuvre gecreëerd en onder meer De zondvloed, in mijn ogen zijn allerbelangrijkste werk, was er nog niet. Maar ik kan in de bewering komen, en zeker is Zonsopgangen een ‘kunstroman’. Nooit eerder, ook niet in ander werk van Brouwers, heb ik een zo strak gecomponeerd, zo muzikaal, zo vormvast en door bijna abstract taalplezier gekenmerkt tekstweefsel gelezen. Wat een fenomenaal werkstuk! Tot welke hoogte het Nederlands hier wordt opgestuwd!


Jeroen Brouwers, Kroniek van een karakter 2. 1982-1986 De oude Faust, 277
Jeroen Brouwers, Zonsopgangen boven zee, 1977

6996

Brugge, Karel de Stoutelaan - 231016

 

zaterdag 28 oktober 2023

vierhonderd

notitie 400


Na een vierde honderdtal notities kan ik voor mezelf in deze notitie 400 nagaan waar mijn aandacht vooral naar uitgaat. De cijfers betreffen de nummering van de notities. Ze zijn terug te vinden via de zoekfunctie op mijn blog: tik in het vak links bovenaan ‘notitie ###’. Een overzicht van de eerste honderd notities is hier te vinden, van de tweede honderd notities hier en van de derde honderd hier


literatuur (41)

311-313. Stefan Hertmans, Verschuivingen
319. Daniel Pennac, Lijfboek
320. Elif Shafak, Zo houd je moed in een tijd van verdeeldheid
323. David Diop, Frère d’âme
324. Raynor Winn, Het zoutpad
326. Patrick Modiano, Remise de peine
330. John Bayley, Iris en Iris en haar wereld
331. G.L. Durlacher en W.G. Sebald over Theresienstadt
338. De Nobellezing van Annie Ernaux
339. Juli Zeh, Nieuwjaar
341. Jean Paul Van Bendegem, Verdwaalde stad. Filosoferen langs straten en pleinen
344. Peter Verhelst, Voor het vergeten
345,347,352,362,366,372,376,377,378,379,386,388,393,396. Giovanni Boccaccio, Decamerone
346. Eriek Verpale, Olivetti 82
359. Carson McCullers, Het hart is een eenzame jager
368. Gerard Reve, Bezorgde ouders
369. Barnard en Sebald over Chateaubriand
375.
Irvin D. Yalom, De Schopenhauer-kuur
387. Václav Havel, Brieven aan Olga
390-392 Ilja Leonard Pfeijffer, Alkibiades
394. Wim Kayzer, De waarnemer
395. Mircea Cărtărescu, Solenoïde
397. Harald Jähner,
Hoogteroes. Duitsland en de Duitsers tussen twee oorlogen
398. Koen Peeters, Georges

observaties uit het persoonlijk leven (18)

303. een mot in huis
305. twee voorvallen op bruggen
308. een object uit Oekraïne
310. men belt aan
314. mijnheer Degrande
318. mijn harde schijf crasht
328. drie dromen
333. een wandeling
336. Oudejaar met Oekraïense vluchtelingen
340. een droom over mezelf als zijinstromer
342. droom over een treinreis in Frankrijk
351. een Siciliaanse droom
353. alcoholconsumptie
363. reisdromen
364. onverwacht bezoek van mijn Portugese onderbuur
371. een wandeling met ontmoetingen
385. verkeersagressie
399. depannage

film (14)

332. Manuel Poirier, La Maison
334-335. Richard Eyre, Iris
348. Peter Monsaert, Offline en Gustavo Taretto, Medianeras
349. Amélie van Elmbt en Maya Duverdier, Dreaming Walls
354-355. Joann Sfar, Gainsbourg. Vie héroïque
356-358. Todd Field, Tár en de discussie erover
360. Paloma Aguilera Valdebenito, Out of Love
361. Charlotte Wells, Aftersun
365. Brugge 1972 op pellicule
367. Nicolas Philibert, Être et Avoir

schrijven (7)

304. schrijven over motten
325. twintigduizend posts
380-384. feit en fictie in Theresienstadt

media (5)

302. reclame en ergernis
322. Canvas bestaat 25 jaar
343,350. Het verhaal van Vlaanderen
389. een heftige reactie op Facebook

politiek (4)

317. Fernand Huts
321. Vlaanderen betaalt mee aan de restauratie van de Menenpoort
337. identitair denken
370. de N-VA laat portretten verwijderen

sport (4)

314. WK in Qatar
316. politiek op het WK in Qatar
327. hufterigheid op het WK
373. Wout van Aert moet just niks

milieu en klimaat (3)

306. polariseren rond klimaat
309. cruiseschepen
329. bladblazen

maatschappelijke problemen (2)

315. camerabewaking
374. transgender

beeldende kunst (2)

301. bezoek aan een tentoonstelling
307. Mathieu Lobelle

6995

Brugge, Augustijnenrei - 231015

 

vrijdag 27 oktober 2023

depannage

notitie 399


Ik betreed mijn woning met hartslag 130, binnen ruikt het nog altijd naar… Dat komt door… Enfin, ik zal het uitleggen.

Met hun ontstoppingsmachine hebben ze, toen ze in allerijl het pand verlieten, de deurlift uit het gelid getrokken. Gevolg: de lift is geblokkeerd, nu moet ik de trap nemen. Vandaar de verhoogde hartslag. Maar dat is het minste. De trap in plaats van de lift is zelfs goed voor de gezondheid. Maar toch, de lift…, en dat zal ook geld kosten.

Wie zijn ‘ze’? Dat ik het begot niet weet. Twee mannen, een grote en een kleine. Ze waren Franstalig. Ik had niet de indruk dat ze vaak samenwerkten, dat ze goed op elkaar waren ingespeeld – om het zo te zeggen. Maar ze gingen wel zonder veel omwegen recht op hun doel af.

X had me nog gewaarschuwd voor malafide praktijken in de ontstoppingssector. Zij had me het nummer van een volgens haar betrouwbare firma aan de hand gedaan. Ik annuleerde een op dat moment al gemaakte afspraak en belde het nummer dat X me gaf. Maar daar kreeg ik te horen dat ik pas over ten vroegste vier dagen zou kunnen geholpen worden. Vier dagen naar de bib, naar het zwembad, naar het hotel aan het Zand om naar de wc te gaan, dat was me toch iets te veel ongemak. Dus belde ik naar het eerstvolgende nummer dat Google me aanreikte. Een vaste telefoon. Zone Brugge. Hoewel de firmanaam – Desmet – uitermate volkseigen klinkt, kreeg ik een duidelijk anderstalig persoon aan de lijn. Hij beloofde hulp, morgen tussen 11 en 13 uur. Dat was eergisteren, en ‘morgen’ is derhalve inmiddels gisteren.

Ze komen. Ze komen pas om 15u45. Een beetje laat, maar ze komen – en daar ben ik blij om.

Een uur later zijn ze klaar. Ik ben ondertussen als thuiswerker blijven voortwerken, maar de combinatie van thuiswerk en ontstoppingsactiviteiten op een paar meter van mijn werktafel heeft me behoorlijk nerveus gemaakt. Nu ja, de wc is ontstopt. Ik hoef niet meer naar daar en daar om... jeweetwel. Dat is een groot gemak. Ik voel trouwens aandrang.

Maar er is iets mis. Er is stront aan de knikker.

Vooraf heeft de lange me gezegd hoeveel het zal kosten. De lange is de baas, de korte is zijn hulpje. Verplaatsing, werkuren voor twee man, gebruik van de machine… Dat kwam op 540 euro. Niet weinig, maar wat doe je als je dringend moet, als je blij bent dat je iemand gevonden hebt die de klus wil klaren, als je ondertussen nog je eigen werk moet doen? Na de uitvoering van het werk komt er echter nog eens op de een of andere manier 350 euro bij. Ze hebben namelijk ook een ‘curettage’ moeten doen. Dat klinkt gynaecologisch en duur. 890 in totaal dus. En ze willen het cash. Zoveel heb ik natuurlijk niet in huis. Ik moet mee naar de bank, om het geld af te halen. Ik ben braaf en doe wat mij wordt gevraagd. Ik krijg geen betalingsbewijs, er is geen factuur. Dit is natuurlijk allemaal niet pluis. Maar de mannen hebben het probleem opgelost en ik moet voortwerken en ik moet dringend. Ik wil er vanaf zijn ook. Ik sputter wat tegen. Bent u niet tevreden van het geleverde werk? vraagt de grootste. Toch wel, zeg ik, toch wel. Mijn Frans is ooit beter geweest. Maar mijn kop staat niet naar de taal van Voltaire en Molière.

Terwijl ik het geld ophaal aan de bankautomaat, wachten de twee in hun camionette. Hoeveel was het nu weer, vraag ik. 850, zegt de grote, die aan het stuur zit. Ik tel de biljetten uit en reik ze aan door het opengedraaide portierruitje. Het heeft veel van een verdachte transactie. De twee incasseren en rijden weg. Het was toch 890? denk ik bij mezelf.

In het inderhaast naar buiten gaan is de kleine er nog in geslaagd de liftdeur te forceren. Dat merk ik wanneer ik terug thuis ben. Ik betreed mijn appartement en merk pas dan de smeerboel die ze hebben achtergelaten. Water, of niet nader gespecificeerde vloeistof in elk geval, proppen wc-papier, een niet terug ingedraaide schroef om de wc-pot in de vloer te verankeren, slijkerige voetsporen all over the place, strontresten – tot in de wasbak van mijn keukenaanrecht, waar ik de lange inderdaad een emmer heb zien uitkieperen.

Wanneer alles is bezonken en ik mijn keuken en wc en inkom heb gedweild, en alles heb verwijderd wat zich bevindt op plaatsen waar het zich niet hoort te bevinden, dringt de volle omvang van de ramp tot mij door. Wanneer ik wat later eindelijk mijn dagtaak heb afgerond, bevind ik mij al een eind buiten de kantooruren. Ook die van de firma Desmet.

Die hele operatie heeft zich eergisteren voltrokken. Een dag later, gisteren dus, bel ik naar het vaste nummer van de firma Desmet, zoals het nog in mijn telefoon is opgeslagen. Een stem zegt mij dat het door mij gedraaide nummer niet bestaat.

6994

P. in café Parazzar, Brugge - 231015

 

donderdag 26 oktober 2023

honderd woorden 492

LIEFDE IS TROOST

Liefde is de ander in die mate als persoon zien dat je zijn of haar verdriet erkent of herkent en dientengevolge hem/haar een hand op de schouder legt. Dat gebaar heeft een naam: troost. Liefde is troost. Daar moest ik aan denken toen ik naar Een korte film over liefde van Krzysztof Kieslowski had gekeken. Magda (Grazyna Szapolowska), die het gewoon is zich te vergooien aan de oppervlakkige geneugten die koele minnaars haar te bieden hebben, begrijpt uiteindelijk, misschien te laat, hoe oprecht de gevoelens zijn van haar overbuur Tomek, die haar esbattementen Rear Windows-gewijs met een verrekijker heeft gadegeslagen.

Krzysztof Kieslowski, A Short Film About Love (Dekalog 6; 1988)

6993

Zelfportret met broccoli - 231013

 

woensdag 25 oktober 2023

honderd woorden 491

KLOOF

De film Ouistreham verschaft niet alleen een inkijk in de donkere wereld van de onderbetaalde kuisploegen die, onzichtbaar voor de vaak weinig respectvolle gebruikers, openbare ruimten proper maken. De arbeidsters krijgen in de vroege uurtjes op een ferryboot vier minuten per kajuit: lakens verversen, toilet schoonmaken, vloer dweilen. Maar meer nog dan dat heeft Emmanuel Carrère het over de onvermijdelijke onpersoonlijkheid van een professionele relatie. Journaliste Marianne Winckler (Juliette Binoche) infiltreert Günter Wallraff-gewijs in het milieu. De vriendschap die zij daar lijkt op te vatten voor een van haar collega’s valt te pletter in de sociale kloof tussen beide klassen.

Emmanuel Carrère, Ouistreham (2021) nog tot en met 19/11 op VRT MAX



6992

NMBS - 231010

 

dinsdag 24 oktober 2023

honderd woorden 490

THEORIE EN PRAKTIJK

Onwaarschijnlijk, maar theoretisch wel mogelijk natuurlijk: vandaag was in mijn woning zowel de elektriciteit afgesneden als het toilet verstopt. Het eerste euvel was tijdig aangekondigd door de aannemer die de straat heraanlegt, maar ik was het natuurlijk vergeten. Van 8 tot 14 uur geen stroom: hoeveel keer heb ik niet vergeefs als op automatische piloot een knop ingedrukt. De tweede disfunctie voltrok zich onaangekondigd, uiteraard. Wel, ik heb vandaag geplast in de douche en mijn gevoeg gedaan in de wc van het gemeentelijk zwembad en van een hotel. Even kon ik mij inbeelden hoe het voor een dakloze moet zijn.




6991

Brugge, Karel de Stoutelaan - 231010

 

maandag 23 oktober 2023

Koen Peeters, Georges

notitie 398

HET MEERVOUD VAN GEORGES IS GEORGES

Georges – niet Jacques! – Vermeire, Giorgio Joyce, Georges Lemaître, Georges Perec, Winfried Georg Sebald (W.G. voor de vrienden), een vriend die Joris heet (wat een andere vorm is van Georges), Georges Otten, de Georgische schilder Pirosmani, nog enkele nevenfiguren die George of Georges of Georg heten… Het moge, benevens de titel Georges, duidelijk zijn welke rode draad Koen Peeters heeft geweven doorheen zijn nieuwe roman – en dat net nu Europalia Georgië aandoet. (Op de tentoonstelling in Bozar zal overigens ook werk te zien zijn van die Pirosmani, ofte Nikoláy Aslánovich Pirosmanashvíli zoals hij voluit heet (in het Georgisch: ნიკოლოზ ფიროსმანაშვილი), mij voorheen onbekend maar door Peeters met reden van onder het stof gehaald.)

Eén draad is echter niet voldoende om een weefsel te verkrijgen, daar zorgen tijd en ruimte voor. En het toeval dat de elementen samenbrengt. En uiteraard de verbeelding van de schrijver, voor zover die zich binnen de aannemelijkheid ophoudt. ‘Gebeurde alles (...) zoals hierboven beschreven? Het klopt in ieder geval met alle mij bekende bronnen. Niets ervan wordt tegengesproken door de feiten.’ (62) Ziedaar Peeters’ werkwijze: hij combineert feitelijke elementen uit de historische werkelijkheid tot mogelijke geschiedenissen en hij veroorlooft zich daarbij elke vrijheid die hem door de lacunes in de geschiedschrijving wordt toegestaan.

Zo vertelt Peeters over het verblijf van James Joyce in Oostende in de zomer van 1926. Peeters laat Joyce de postbeambte Georges Vermeire ontmoeten, die de Ier Oostendse dialectwoorden leert. Enkele zullen in Finnegans Wake belanden. Deze Georges Vermeire is de grootvader langs moederskant van de echtgenote van de auteur: Peeters warmt zich aan het aura der groten. De grootvader langs moederkant van de auteur is dan weer Georges Otten, een schrijnwerker en schilder van marmerimitaties. Beide grootvaders leerden in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog elkaar en ook de Leuvense priester-astronoom Georges Lemaître kennen, die later de bedenker zou worden van de bigbangtheorie. Deze Georges heeft bovendien – in Peeters’ verbeelding – een aantal ontmoetingen op een bank in het Leuvense stadspark met Paula Otten, die behalve de latere moeder van de auteur ook schilderes is van niet geheel onverdienstelijke naïeve taferelen. Net als de auteur zelf, overigens, althans in dit boek, én ook de al genoemde Georgiër ნიკოლოზ ფიროსმანაშვილი.

Peeters vertelt ook over zijn vriend Joris, die hij veertig jaar nadat ze samen een tijd doorbrachten in Brussel terugziet in Georgië. De auteur/ik-figuur is daar op zoek naar sporen van Pirosmani. In zijn verbeelding laat hij de schilder omgaan met de wellicht beroemdste Georgiër: Jozef Stalin. Heeft Pirosmani effectief Stalin ontmoet? Niets bewijst het tegendeel en dus is het voor Koen Peeters mogelijk. ‘Er is in elk geval niets dat dit tegenspreekt.’ (280)

Vraag is of de roman die Peeters met deze verhalen weeft stevig genoeg is. ‘s Avonds, ‘bij wijze van dagsluiting’, houdt de auteur, tevens ik-figuur, een knipseldagboek bij. Hij knipt markante foto’s uit zijn krant en plakt ze in een ‘grootformaat dummyboek’ (65). Hij geniet van de composities die hij maakt binnen de begrenzingen van het boekformaat en van de relaties die de beelden met elkaar aangaan. Hier en daar voegt Peeters een onderschrift toe. ‘Dit kleine avondritueel heeft geen enkel nut, maar ik doe het consequent. Het is als fictie, een sympathiek beeldverhaal waarvan wij weten dat het niet echt is en toch zijn de knipsels zeer reëel.’ (67) In dit plakboek ontstaat ‘een werkelijkheid vol toeval, historie en kunst, met diverse gezichten en het zootje van de wereldgebeurtenissen.’ (116) Meteen hebben we een bondige beschrijving van de collagemethode van de schrijver Koen Peeters. In een laatste hoofdstukje diept hij dit nog wat verder uit. Over de plakboeken – en impliciet over zijn schrijven – zegt hij: ‘Dit is mijn verzet tegen de genadeloze tijd: door dingen te schikken kan ik mij daarin binnen wringen. Door over het verleden te vertellen ben ik orkestmeestertje van de tijd, heb ik het gevoel dat ik haar kan begrijpen.’ (281-282)

In het hoofdstuk over zijn vriend Joris heeft Koen Peeters het over zijn voorliefde voor ‘de Brusselse humor’, de ‘absurde grappen, ja zelfs de kunst om samen te brengen wat niet samen hoort (…) het hogere met het lagere vermengen’ (129). Ook dat is een omschrijving van wat hij doet. Koen Peeters is een postmoderne ironicus, die met een afstandelijk mededogen – ‘altijd ingetoomd, gespeeld raadselachtig, ouderwets melancholisch’ (131) – kijkt naar de grappigheden des levens, die met zijn geschriften probeert te bewijzen dat alles een beetje belachelijk, maar ook een beetje mooi is. En dat je, als je erin slaagt ‘de kleine congruenties [te] benoemen’ (118), zelfs kunt aanvoeren dat er véél schoonheid te zien is. Peeters leert ons dat het daartoe volstaat om met een ietwat schuine blik te kijken, een blik die oog heeft voor het toevallige samenlopen van omstandigheden, voor ‘[o]psommingen, nevenschikkingen, zinvolle of gewoon grappige coïncidenties’ (144). Door op die manier de werkelijkheid naar de eigen hand te zetten slaagt de collagist-schrijver erin om er een aparte waarheid en schoonheid aan te ontlokken. Waardoor hij kan zeggen – en een paar keer herhalen – dat er kunst in álles zit: ‘Ik vind het allemaal interessant.’ (168) (Dat is meteen ook de drijfveer achter de verzamelzucht die de auteur (ik-figuur) kenmerkt – hij verzamelt zelfs verzamelingen: ‘Ik kocht twee luciferdoosjesverzamelingen, zonder zelf luciferdoosjes te verzamelen. Ik kocht een bundeltje oude chocoladeverpakkingen uit het Oostblok, een ingebonden jaargang van een filmtijdschrift, één boekdeel van de Winkler Prins Encyclopedie, een postzegelalbum met uitsluitend okapi-postzegels.’ (132))

[I]s het mogelijk om een aaneensluitend verhaal te schrijven met de naam Georges, dat handelt over diverse figuren die in een of andere vorm Georges heten, onderling verbonden en volledig ingewerkt in de geschiedenis en daardoor historisch geloofwaardig?’ (191) Koen Peeters formuleert zelf zijn Pereciaanse contrainte: de beperking waarbinnen hij zijn creativiteit loslaat, zoals zijn – uitdrukkelijk genoemde – Franse voorbeeld. De vraag stellen is hem beantwoorden: ja, het is mogelijk want met de roman Georges heeft Peeters het gedaan. Maar is het een aaneensluitend verhaal? Dat is minder zeker. Ik vind het boek te veel uiteenvallen in onderdelen – de onderlinge verbanden zijn niet dwingend, niet noodzakelijk genoeg; enkel een naam en wat – al dan niet gefingeerde – familieverbanden of congruenties, dat is een te vrijblijvend postmodern spel. Met een hoge amusementswaarde, dat wel, maar toch ook met een zekere oppervlakkigheid – ondanks het geloof van de auteur: ‘In constellaties ontstaan flitsen van inzichten, vooral tekens van overeenstemming en herkenning. Ik wil geloven dat er een stroom is die verbindt, waardoor namen echoën en iets belangrijks kunnen tonen over de levensgebeurtenissen.’ (276-277) Ik vind het dan ook jammer te moeten zeggen dat het hele hoofdstuk 4 ‘Twee Georgiërs’, meteen ook het omvangrijkste, over de mogelijke ontmoeting tussen de verlopen schilder Pirosmani en de ontluikende dictator Stalin, me niet vermocht te raken. Het mist diepgang.

In dezelfde passage waarin Peeters zich afvraagt of het wel mogelijk is een aaneensluitend verhaal te schrijven met de naam Georges stelt hij nog een vraag: ‘Kan ik daardoor iets vinden van mezelf?’ (191) Daar kan alleen hij op antwoorden. De autobiografische hoofdstukjes over zijn plakboek en het formele verband tussen zijn avondritueel en de manier waarop hij zijn boeken schrijft, wijzen in elk geval in de richting van een bevestigend antwoord.

Koen Peeters, Georges, 2023

6990

Brugge, Waggelwater - 231009

 

zondag 22 oktober 2023

honderd woorden 489

BEGIN

De VRT-serie ‘De Twaalf’ is een soort van ‘Beschuldigde, sta op’ van indertijd, maar dan wel conform de hedendaagse televisuele vereisten. De reeks is bijzonder geslaagd. Een moordzaak wordt voorgelegd aan een assisenjury waarvan de twaalf leden, elk met een eigen persoonlijkheid en geschiedenis, nevenverhalen opleveren. Dat levert herkenbare situaties op, identificatiemogelijkheden voor de kijker. Eén probleempje heb ik met deze serie, en dat is dat één acteur er – letterlijk én figuurlijk – met kop en schouders bovenuit steekt en zijn collega’s in de vernieling speelt. Karakterkop, cool, articulatie, temporisering: Peter Van Den Begin heeft het allemaal en behoeft geen ondertiteling.

https://www.vrt.be/vrtmax/a-z/de-twaalf/

6989

231008

 

zaterdag 21 oktober 2023

honderd woorden 488

LICHT

Oké, het was onbedachtzaam om het bericht van dewereldmorgen.be te delen dat Israël verantwoordelijk acht voor het bombardement op het ziekenhuis in Gaza-stad. In deze tijd waarin elk nieuws onbetrouwbaar is, was dat misschien voorbarig. Misschien. Maar het tegendeel, dat Israël niet verantwoordelijk is, is niet bewezen. En bovendien heeft Israël sinds het begin van zijn wraakoefening op Hamas, waar vooral het Palestijnse volk het slachtoffer van is, al een aantal oorlogsmisdaden op zijn kerfstok. Ik noteer dat de N-VA, ja hier in Vlaanderen, dewereldmorgen gaat ‘doorlichten’. Opnieuw dat licht, waarmee ook de burgemeester schermde toen hij resoluut kant koos.

6988

Brugge, Karel de Stoutelaan - 231017

 

vrijdag 20 oktober 2023

honderd woorden 487

PATCHWORK

Bij een boek kun je iets checken in een vorige passage of notities nemen. Een film onderga je meer, zeker in de bioscoop. De verfilming van Il colibri is in dat opzicht te veeleisend. Hoewel ik het boek nog maar net had gelezen, vond ik het moeilijk om het scenario te volgen. Wat moet dat dan zijn voor iemand die het boek niet kent? Francesca Archibugi maakte met flashbacks en -forwards een patchwork, met dezelfde personages – soms zeer stevig toegetakeld op de schminkstoel – in jonge en oude tot zeer oude gedaante. Enkele uitstekende vertolkingen in prangende scènes maken veel goed.



Francesca Archibugi, Il colibri (2022)
Sandro Veronesi, De kolibrie (vertaling (2020) door Welmoet Hillen van Il colibri (2019))

6987

Brugge, Leopold I-laan - 231007

 

donderdag 19 oktober 2023

honderd woorden 486

DROOM #154

Het is er een van al enkele dagen geleden en ik dacht nog je moet hem opschrijven of je bent hem kwijt maar het kwam er niet van. Nu zijn we een paar dagen verder en er zijn nog slechts flarden. Over mijn jongste zoon droomde ik, toen hij nog heel jong was, en ik keek van bovenaf naar de tuin waar ik dacht dat hij was maar ik zag hem niet. Ik zag enkel een vogel die het midden hield tussen een kauw en een bijeneter en toen wist ik, heel zeker, dat die vogel mijn zoon had opgegeten.




6986

Brugge, Karel de Stoutelaan - 231006

 

woensdag 18 oktober 2023

6985

Brugge, Karel de Stoutelaan - 231004

 

dinsdag 17 oktober 2023

Harald Jähner, Hoogteroes

notitie 397

GODWIN

Er zijn er die zich ergeren aan het feit dat discussies over de huidige politieke en maatschappelijke toestand steevast in geen tijd afdwalen naar een vergelijking met ‘de jaren dertig’, waarmee dan uiteraard de jaren dertig van de vorige eeuw worden bedoeld, meer bepaald in Duitsland. Wie met die jaren dertig zwaait, meent op basis van de gelijkenissen die hij ontwaart tussen die periode en onze tijd argumenten te vinden om te waarschuwen voor onheil dat ons te wachten staat. Personen die dergelijke vergelijkingen ongepast vinden, halen de naam Godwin aan..

Ik beveel diegenen die vinden dat een vergelijking met de jaren dertig een te gemakkelijke retorische truc is de lectuur aan van Harald Jähners Hoogteroes. Daarin staat de geschiedenis van de opkomst en neergang van de Weimarrepubliek beschreven. Jähners voornaamste invalshoeken zijn politiek, economisch en cultureel. Hoogteroes is een in de historische context gesitueerde mentaliteitsgeschiedenis van de Duitse jaren twintig en dertig. Jähner maakt duidelijk, of probeert althans duidelijk te maken, hoe de hele Duitse natie, ook diegenen die het zogezegd niet geweten hebben, is kunnen zwichten voor het nationaalsocialistische regime en alle calamiteiten die daaruit zijn voortgekomen.

Jähner is niet uitdrukkelijk op zoek naar parallellen tussen onze tijd en ‘de jaren dertig’. Hij is zo slim om de verbanden die hij ziet niet expliciet in waarschuwingen om te zetten. Maar ze zijn er wel degelijk. Ik heb hier en daar in Hoogteroes passages aangestreept.

*

‘In hun kleine communicatiebubbel van gelijkgestemden verloren de spartakisten elke grip op de werkelijkheid.’ (33) Het bubbelfenomeen is blijkbaar van alle tijden: ‘Mensen hielden zich het liefst op in eigen kring, onder gelijkgezinden, en gaven af op de wereld daarbuiten.’ (444) Dat is herkenbaar. De media brachten ook toen vooral datgene waarvan zij wisten dat hun publiek het wilde lezen of horen. Kranten die dat niet deden, verloren hun aanhang en werden door de populisten geparkeerd als ‘systeempers’ (448), een term die ons ook nu zeer vertrouwd in de oren klinkt, al hebben wij het vaker over ‘mainstream media’. Ernst Jünger eiste – Jähner citeert – de ‘drooglegging van het moeras van vrije meningsuiting, waarin de vrije pers is getransformeerd’ (459).

In de Weimarrepubliek is er een nieuw ‘mentaal strijdtoneel’: ‘de verhouding tussen de geslachten, die ingrijpend zou veranderen’. (41) Rechtse stemmen verzetten zich tegen ‘de tijdelijke heerschappij van vrouwelijke ontaarding’, aldus de door Jähner geciteerde Georg Fritz in 1930, die het verder heeft over de ‘”verdringing van het zuiver-mannelijke en zuiver-vrouwelijke wezen” ten gunste van een zich alom verbreidende cultuur van het “oneigenlijke”’ (346). Georg Fritz was ‘geheime regeringsraad’ en zijn meningen doen mij in elk geval denken aan hedendaagse extreemrechtse uitlatingen over bijvoorbeeld transgenderisme.

Jähner citeert Siegfried Kracauer: ‘Op hun veertigste zijn veel mensen die nog midden in het leven menen te staan in economisch opzicht helaas al dood.’ En hij voegt er aan toe: ‘De jeugdcultus die tijdens de inflatie was losgebarsten, overweldigde oudere werknemers volledig.’ (168-169)

Extreme ideologie gedijt goed in economisch onzekere tijden, vooral bij mensen die nog niet helemaal aan de grond zitten: ‘De angst voor sociale neergang maakte de middenklasse radicaler en dreef haar in de armen van de nationaalsocialisten.’ (385) Ondertussen wordt de ongelijkheid zichtbaarder: bankroeten volgen elkaar op, de werkloosheid neemt toe, ‘terwijl de auto’s steeds groter werden, het neonlicht stralender, de kleren eleganter en de warenhuizen luxueuzer’ (389). In onze tijd worden de auto’s ook steeds groter.

Voor de economische crisis werd in de jaren dertig in ‘de Jood’ een zondebok gevonden – het antisemitisme was het gevolg van een ‘samenzweringstheorie die noch rationeel te ontkrachten, noch empirisch te weerleggen viel’ (391). Daar valt een belangrijk verschil te noteren met onze tijd, die evenwel ook niet vrij is van zondebokgedrag, complottheorieën en massale verdwazing. Het antisemitisme geraakte vermengd met een ‘toegankelijke mix van beschavingskritiek en ressentiment’ (406).

Antikapitalisme, een prerogatief van links, werd nu ook overgenomen door rechts, dat zich overgaf aan een romantiserende hang naar natuur, traditie en authentieke Duitsheid. Naturisme, vegetarisme en antroposofie waren in. Naast de grotestadsroman, zoals Berlin Alexanderplatz en de miserabilistische vertellingen van Hans Fallada, werd in de boerenroman ‘een niet-vervreemd, overzichtelijk, archaïsch leven’ (425) geschilderd. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de nationalisten niet zo opgezet waren met de elitaire Berlijnse highbrow cultuur. ‘Men zag er geen verheffende, hoge geestelijke cultuur, maar alleen losbandigheid, vrouwenemancipatie, ordinaire taal en respectloze ironie (…) vertier voor een kleine minderheid’ (427). Voor subsidieslurpers, zegt (extreem)rechts nu. In het door Hitler, Goebbels en Göring voorgespiegelde Derde Rijk zou er geen plaats zijn voor ‘entartete’ kunst, enkel voor cultuuruitingen ‘waar het volk van zou genieten’ (427). Het gevoel verdrong de ratio; VTM de VRT, die op haar beurt een soort VTM werd.

Ook in ‘hun haat tegen het establishment’ (413) vonden extreem rechts en extreem links elkaar. Zoals vandaag was er een ‘hang naar radicalisme’ (414). Ondertussen zocht de massa compensatie voor de dagelijkse broodzorgen in uit Amerika geïmporteerd vertier. Mickey Mouse was een incarnatie daarvan, maar ook de jojorage van 1932, een voorbeeld van ‘escapisme, tijdverdrijf en debilisering van het volk’ (409). Herkenbaar!

Misschien ook een gelijkenis tussen onze tijd en ‘de jaren dertig’ is het onvermogen, of de onwil, om het gevaar te zien: ‘een groot deel van de bevolking liet zich leiden door het gevoel dat het allemaal zo’n vaart niet zou lopen’ (456). Toen Hitler op 30 januari 1933 het kanselierschap had veroverd, kon hij genieten van een ‘in allerijl georganiseerde, maar perfect georkestreerde massamanifestatie’ (486). Geen misschien wat minder strak geregisseerde verbeten-triomfalistische optocht naar het Schoon Verdiep zoals we te zien kregen na een recente verkiezingsoverwinning van de N-VA, maar toch iets gelijkaardigs.


Harald Jähner, Hoogteroes. Duitsland en de Duitsers tussen twee oorlogen (vertaling (2023) door Anne Folkertsma en Ralph Aarnout van Höhenrausch. Das kurze Leben zwischen den Kriegen (2022))

6984

Brugge, Stil Ende - 231004

 

maandag 16 oktober 2023

honderd woorden 485

HOOFDPUNT

Terwijl tienduizenden inwoners van Gaza-stad have en goed en misschien ook lijken van familieleden of vrienden achterlaten, op weg naar een onzeker zuiden waar er ook geen water of elektriciteit of toekomst is, presteert de VRT-nieuwsredactie het om de repatriëring per legervliegtuig van een honderdtal hele of halve landgenoten uit Israël als hoofdpunt naar voren te schuiven. Ik gun het die waarschijnlijk grotendeels kapitaalkrachtige stakkers, daar niet van, maar de aantallen en het gewicht van beide nieuwsfeiten lijken toch heel erg in onevenwicht. Ik stel vast dat onze Vlaams-nationalistische overheidszender de evacuatie van enkele tientallen Antwerpse Joden het belangrijkst vindt.





6983

Brugge, Filips de Goedelaan - 231004

 

zondag 15 oktober 2023

6982

Brugge, Karel de Stoutelaan - 231004

 

zaterdag 14 oktober 2023

44 * 41,9 * 28,5 * 2175,3

Nieuwege - Plassendale - Houtave - Meetkerke


 

driekleur 535

In augustus van dat jaar had de sociaaldemocratische Reichsbanner Schwarz-Rot-Gold daar nog een ‘grondwetsfeest’ gehouden en het pretpark overspoeld met vlaggetjes van de republiek en het daardoor nog eens extra fashionable gemaakt voor de ‘sensatie- en amusementszuchtige bourgeoisie’, die volgens Die Rote Fahne toch al een doelgroep van het park was.

Harald Jähner, Hoogteroes, 286 

driekleur 534

Rechtse badgasten hadden echter ook de neiging om zwart-rood-gouden vlaggen te stelen, om het strand naar eigen zeggen ‘schoon’ te houden.

Harald Jähner, Hoogteroes, 197

driekleur 533

Ze hesen allemaal de vlag: aanhangers van de democratie lieten het zwart-rood-goud wapperen, Duits-nationalisten plantten het zwart-wit-rood in het zand, de oude nationale vlag van het keizerrijk.

Harald Jähner, Hoogteroes, 196-197

driekleur 532

Was het geen goed teken dat Hindenburg zich bij zijn beëdigingsceremonie bijna gekneveld door de zwart-rood-gouden vlaggen aan de republiek had vertoond – het ‘zwart-rood-mosterd’, zoals haar tegenstanders het smalend noemden?

Harald Jähner, Hoogteroes, 196-197

honderd woorden 484

URGENTIE

16:54’ spelt de klok. Mooi op tijd om straks te vernemen hoe het staat in Gaza, Oekraïne, Nagorno-Karabach en nog wel meer van die plekken waar ik nu niet wil zijn. Maar wacht, eerst is er reclame. Het blok begint al om 16 uur 55. Weg daarmee, ik schakel het toestel uit. En ja, hoe graag ik ook had vernomen hoe het nu staat in Gaza, Oekraïne en Nagorno-Karabach en al wordt het aantal doden – Aldi, wat is de knaldi? – met ronde cijfers weergegeven, een andere urgentie eist mijn aandacht op en ik vergeet terug te keren naar het nieuws.

6981

Ruddervoorde - 231001

 

vrijdag 13 oktober 2023

honderd woorden 483

BIMBAM

Ik lees het boek in één dag uit. Geen karwei want het is een Pleysier. Een gezelschap gonst gemeenplaatsen over van alles en nog wat. Onder meer over kerkklokken die hebben geluid. Dan zien we in de buurt buren ten onder gaan. Enkel Ludwina helpt het oude, kinderloze koppel. Ze ziet de miserie maar kan niet zwijgen. Germaine, die dementeert, had graag een koekoeksklok gehad. Wanneer ze in een ambulance stapt, weten we dat ze nooit meer thuiskomt. Opnieuw is het gezelschap verenigd. Doodsklokken dit keer. Rik Haverans vindt dat ze niet meer zo ‘geloofwaardig en gedisciplineerd als vroeger’ klinken.

Leo Pleysier, Klokgelui (2023)

6980

Brugge, Speelmanskapel - 230929

 

donderdag 12 oktober 2023

honderd woorden 482

PERSOONSONGEVAL (2)

Door een tot ‘persoonsongeval’ ge-eufemiseerde zelfdoding staan we tweeënhalf uur stil in een duister niemandsland. Het is tragisch en erg, elke bespiegeling is onbeduidend. Maar toch. Door dit voorval val ik uit de tijd en ja, dat is een moment om te koesteren. Dit is geen tijdverlies. Alle planning, elk streven valt weg, enkel de stilstand blijft en verandert in een rustgevend bezinningsmoment. Het doet me denken aan de twee maanden, zomermaanden nota bene, die ik vijf jaar geleden in het ziekenhuis doorbracht. Of het jaar legerdienst. Ook dat was niet erg. Ook toen viel er veel van me af.

6979

NMBS - 230922

 

woensdag 11 oktober 2023

honderd woorden 481

PERSOONSONGEVAL (1)

Ik zit in een van de laatste wagons en heb het niet gevoeld. De vorige keer was het anders, reëler ook. Toen was het dag en zat ik vooraan, nu is het al geruime tijd donker. Meer dan twee uren ondergaan honderden reizigers het wachten. Ze doen dat gelaten. Iedereen beseft dat protest misplaatst zou zijn. Agenten en brandweerlieden stappen achter hun zaklampen in de berm naar voren. En keren terug. We krijgen een flesje water en een wafel. Het geduld wordt beloond, het leed verzacht. Er is geen gemopper. We staan stil maar het leven gaat door voor ons.

foto: HLN



6978

230919