21 mei 2014
dag 23.3
Op de tot luxefietspad omgeturnde gedesaffecteerde
spoorwegbedding van Lange- naar Kortemark haal ik een fietsende man in. Hij draagt
een snor en een zwart trainingspak. Na mijn begroeting rijden we samen op. Ik ondervraag
hem over het fietspad: tot waar het voert, hoe lang het al in gebruik is, of
het er tijdens de weekends drukker is dan nu. En dan komt het gesprek, door een
van de borden langs een weg die we kruisen, op de verkiezingen van aanstaande
zondag. De man houdt zich op de vlakte en daardoor weet ik meteen voor wie hij
zal stemmen. Ik lok hem uit zijn kot, en hij zegt iets over sluiswachters die
niets te doen hebben maar toch het voordeel van een dienstwagen genieten, en
over onze premier die met zijn strikje en zijn gebrekkig Nederlands in zijn
ogen een mal figuur slaat. ‘Maar hij doet toch een serieuze inspanning om
Nederlands te spreken,’ probeer ik nog. ‘Ik wil de Vlaamse politici die zelfs
geen Frans meer kénnen niet te eten geven, hoor!’ Daar ergens valt ons gesprek compleet
stil. Met ‘Ik stem al dertig jaar Groen, wilt u mij zeggen voor welke partij u
zondag zult stemmen? Wij kennen elkaar niet en zullen elkaar allicht nooit meer
zien, dus is discretie niet zo relevant.’ kan ik zijn vertrouwen niet winnen.
De bekrompenheid van deze man lijkt weinig goeds te voorspellen over het
Vlaanderen waarin wij maandagochtend zullen ontwaken. Op het volgende kruispunt
fietst de man, zonder boe of ba, van het fietspad weg. Ik roep hem ‘Nog een
prettige dag’ achterna, maar dat vermag hem niet tot andere inzichten te
brengen. Ook niet met betrekking tot vriendelijkheid en beleefdheid.
In Torhout ben ik aan een rijsttaartje met cola toe. In de
bakkerij maak ik uit een achtergebleven exemplaar van de zondagskrant op dat Club
Brugge er niet in geslaagd is om kampioen te worden.
Tussen Torhout en Veldegem slaag ik er in om alsnog mijn weg kwijt te geraken. Zo dicht bij huis! Ik vraag raad aan een vrouw die een bos komt uitgejogd en zij begint mij meteen over een fietsreis naar Lourdes te informeren die zij ooit heeft gemaakt.
De laatste kilometers. Ik passeer voorbij de industriële
bakkerij Paverko – ‘vakmanschap is meesterschap’ – waarvoor ik tussen 1979 en
1984 vier zomers als jobstudent heb gewerkt, voorbij de wegeniswerken aan de
achterkant van het station, en voorbij de bloemist in de Leopold I-laan. Enkele
minuten later word ik met open armen ontvangen. Ik heb mijn reis tot een goed
einde gebracht.