maandag 2 mei 2022

notitie 173 / droom # 140

(220502)

KOFFER

Te zwaar beladen met koffers, aan elk stuurhandvat één en dan nog een op de buis tussen mijn bovenbenen in gekneld, kom ik met mijn fiets wankelend tot stilstand tegen een trottoirrand nabij het kruispunt van de Maalse Steenweg en de Doornhut te Sint-Kruis – waar ik ooit als kind bijna overreden was door een grijze personenauto die ik niet had zien aankomen. De koffer aan het rechter stuuruiteinde kan ik niet langer houden en valt op de grond. Door de wet der traagheid schuift de koffer over het wegdek verder. Vreemd genoeg wint hij nog aan snelheid. Het lijkt wel alsof hij wieltjes heeft gekregen – ongetwijfeld een dagrest want de dag voordien had ik mij nog geërgerd aan het luidruchtige gerammel van de door een toeristenkoppel voortgetrokken wieltjeskoffers op de kasseien van de Leeuwstraat. Ik zie met lede ogen aan hoe mijn koffer het kruispunt overschuift, tussen het drukke verkeer door, en aan de overkant onder een dikke Mercedes belandt, om dan vervolgens nog een heel eind verder eindelijk tot stilstand te komen.

Wanneer ik zelf de overkant heb bereikt om mijn koffer op te halen, blijken twee meisjes zich al te hebben ontfermd over de inhoud die – de koffer is opengevallen – her en der verspreid ligt. Terwijl ik uitleg dat het mijn koffer is en hoe hij hier is terechtgekomen, besef ik dat mijn verhaal onwaarschijnlijk is. Maar de meisjes hechten er niettemin geloof aan. Zij helpen mij de spullen bij elkaar te zoeken. Het gaat om de erfenis van mijn grootouders. Sommige voorwerpen zijn beschadigd, onder meer een molentje om groenten te vermalen.

In een volgende episode van deze droom kom ik met mijn koffer bij B. en D. aan. Ik heb hen al geruime tijd niet meer gezien. Ik wil hun het verhaal van mijn koffer vertellen, maar B. zegt dat ze het al gelezen heeft. Ik heb het inderdaad al beschreven. (De synchronisatie klopt langs geen kanten: het stuk dat ik hier aan het schrijven ben, bestaat al in mijn droom.) Toch vertel ik nog maar eens mijn verhaal en B. kan niet anders dan bevestigen dat ze het al kent.

De verwarring tussen de verschillende niveaus – droom, het digitale bestaan van het al op het net gepubliceerde droomverslag en de werkelijkheid van het hier en nu schrijven van dat verslag is compleet.

Het beeld van de opengevallen koffer met erfelijk materiaal, daar kan ik wel iets mee doen in mijn interne keuken, nu ik volop bezig ben met het herinrichten van mijn verleden. Maar wat met die gebarsten groentemolen? Daar moet ik nog eens over nadenken.