maandag 10 januari 2022

notitie 80

VROUWEN OP DE LEESLIJST (3)

Herman Jacobs vroeg mij op basis van mijn leeslijst van door mij in 2021 goed bevonden boeken of het zou kunnen dat er ‘betrekkelijk weinig vrouwen in [mijn] kast staan’. In zijn antwoord op mijn reactie zegt hij dat het een ‘stokpaardje’ is van hem. Ik laat hem even aan het woord: ‘de wezenlijkste articulatie van de menselijke ervaring ligt (beweer ik) in het man- dan wel vrouw-zijn. En dus let ik, om mezelf de helft van die menselijke ervaring niet te ontzeggen, er zelf heel erg, en heel bewust, op dat minstens een derde, en liever nog 40-45%, van wat ik lees een vrouwelijke auteur heeft. De ervaring leert me trouwens dat je anders (het geldt trouwens bijna net zo sterk voor lezeressen) “vanzelf” op 80 à 90 procent mannen uitkomt.’ Jacobs haast zich nog om eraan toe te voegen dat hij niemand zijn ‘systeem’ wil opdringen – en zo ervaar ik het ook niet.

Ik ben het voor wat betreft twee zaken volmondig met Herman Jacobs eens: de ‘wezenlijkste articulatie’ en het ‘vanzelf’ op 80 à 90 procent mannen uitkomen. Maar ik ga mezelf niet opleggen voor ‘minstens een derde’ werk van vrouwelijke auteurs te lezen. Laat staan voor 45 %. (Waarom trouwens die minieme toegeving? Echt consequent zou 50 % zijn, of zelfs 55 %, ter compensatie van de eeuwenlange discriminatie die maakte dat vrouwelijke auteurs zeer lang in de minderheid zijn geweest.) Ik ben niet van plan een dergelijke toegeving te maken en daarom beantwoordde ik de opmerking als volgt:

‘Ik bewaar voor mezelf de vrijheid dat criterium op geen enkele manier te laten meespelen in de samenstelling van mijn lectuurlijst. En dat geldt voor alle andere mogelijke criteria die van mij een politiek correctere lezer zouden maken. Of incorrectere. Er staan dus ook niet doelbewust speciaal méér boeken in van gekleurde of niet- of minder-gekleurde personen, anders of enigszins bijzonder geaarde personen, personen die geschikt kunnen worden bevonden om het werk van personen die van hen verschillen te kunnen vertalen of personen die daartoe minder geschikt kunnen worden bevonden, joodse of niet-joodse personen, enzovoort enzovoort. Het enige waardoor ik mijn lectuurlijst laat beïnvloeden is mijn persoonlijke voorkeur, mijn leesgeschiedenis, mijn belangstelling (allemaal van een witte blanke boomer dus) en hét toeval, dat godzijdank nog altijd blind is voor alle mogelijke politiek correcte onderscheiden!’

Daarmee blijft echter een onderliggende vraag onbeantwoord: als ik mijn lectuurlijst door mijn persoonlijke voorkeur laat bepalen, en dus niet door een politiek correct denken opgelegd quotum, lijk ik te suggereren dat vrouwen minder goede literatuur voortbrengen dan mannen. Althans volgens mijn literaire smaak en opvattingen. Kijk maar naar de toch wel duidelijke statistieken in de vorige aflevering van dit reeksje.

Schrijven vrouwen echt slechtere boeken dan mannen? Dat wil ik niet gezegd hebben! Maar misschien schrijven ze ánders? Anders dan mijn voorkeur het wil, bedoel ik. En misschien interesseert dat ‘ándere’ mij niet zo?

Ik denk inderdaad dat (de meeste) vrouwen ‘ándere’ boeken schrijven.

Neem het thriller- en misdaadgenre. Daarin blinken veel vrouwen uit. Opvallend veel. Patricia Highsmith, Agatha Christie, Elizabeth George – om er maar enkele te noemen: dat zijn allemaal hoogvliegers. Maar ik ben niet geïnteresseerd in het misdaadgenre. Omdat vrouwelijke auteurs het domineren? Natuurlijk niet. Hoe belachelijk zou dat zijn. Neen, gewoon, omdat het genre me niet interesseert.

Veel vrouwen schrijven ook over wat sommigen al dan niet denigrerend ‘vrouwenzaken’ noemen. Dat lijkt bijvoorbeeld Anna Enquist te suggereren in een door Herman Jacobs ter illustratie van zijn stelling gedeelde column van Christine Otten, die zich ergert aan een bewering van schrijfster Enquist als zouden vrouwen zich in hun literatuur vooral met ‘“kleinere thema’s” en sociale relaties’ bezighouden – wat overigens geen ‘mindere’ literatuur zou opleveren. Het lijkt me logisch dat vrouwen hun eigen onderwerpen hebben. (Jacobs pleit toch precies daarom voor een vrouwenquotum: om het vrouwelijke beter te doorgronden?) Zoals mannen over mannenzaken schrijven. In een wereld waarin het verschil tussen man en vrouw eeuwenlang werd ingebakken – of je dat nu goed vindt of niet – en nog wel een tijdje zal meegaan, al was het maar omdat het biologische verschil onuitwisbaar is, is dat de normaalste zaak van de wereld: de literatuur houdt de wereld een spiegel voor. Uiteraard is het belangrijk voor een man om te weten hoe vrouwen in elkaar zitten (zoals een man ook hoort te weten hoe mannen in elkaar zitten), maar dat hoeft wat mij betreft niet per se door middel van het lezen van boeken. Er bestaan minder omslachtige manieren om de bodemloze clivage tussen de geslachten te peilen. Als Herman Jacobs dat argument wil laten meespelen in de samenstelling van zijn leeslijst, dan is dat zijn volste recht. Strikt genomen heb ik daar geen zaken mee, tot hij natuurlijk opmerkingen in die zin maakt over míjn leeslijst.

Ik ben minder geïnteresseerd in vrouwen- dan in mannenzaken. Ja, ik durf dat nog zeggen! Maar ik ben wél geïnteresseerd in goede literatuur. En dat heeft niets te maken met de sekse van de auteur. Noch met het geslacht des lezers.

Overigens, er zijn toch vast ook wel veel vrouwen die vooral mannelijke auteurs lezen – staat bij hen dan ook 'de wezenlijkste articulatie van hun menselijke ervaring' onder druk? En wat met trans en cis en fluïde?

Ach neen, ik zal vooral lezen wat mij interesseert – zolang dat nog mag en mogelijk is. Ik laat (verwachte en/of verhoopte) literaire kwaliteit primeren op het in literair opzicht secundaire kenmerk (hoe belangrijk op zichzelf ook) van het geslacht van de schrijver.

In de twee laatste delen van dit antwoord op Herman Jacobs’ uitdaging heb ik het morgen en overmorgen over wat ik onder die literaire kwaliteit versta.