AUTEUR
Schrijven kunnen
we allemaal. Sommigen noemen zich schrijver. Slechts enkelen worden een auteur.
Je kunt ook auteur
zijn als het over andere activiteiten gaat. Iemand kan de auteur van een moord
worden genoemd, om maar iets te zeggen. Maar daarover wil ik het niet hebben.
Ik heb daar geen ervaring mee en het is míjn woordenboek.
Meestal spreken
we van een auteur als we het over schrijven hebben.
Maar wat
onderscheidt de schrijver van de auteur? Strikt genomen niets. Het gaat veeleer
om een klankkleur, een nuance. De auteur doet namelijk nog net iets meer dan
alleen maar schrijven. Hij publiceert. Hij is de erkende maker van zijn werk – uiteindelijk
is hij de maker van een oeuvre. Het auteurschap is een titel die je maar in
retrospectief kunt claimen. En in die zin, wanneer we het over een auteur
hebben, komt het werk ook los te staan van de persoon die het geschreven heeft.
Het werk verzelfstandigt. Een auteur lijkt daardoor iets onpersoonlijkers dan
een schrijver. Minder van vlees en bloed. Hij kan niet mislukken. De auteur is
meer een idee dan een levende mens.
Ik schrijf veel
en vaak en zou bijzonder graag een auteur zijn. Dat is eigenaardig want ik ben
toch liever een levende mens dan een idee? Toch kennen we allemaal die
drijfveer. Het is een zeer menselijke drijfveer. Tegelijk weten we dat velen
geroepen zijn en weinig uitverkoren. De kans dat ik ooit voor auteur zal worden
aangezien, ook door mensen die mij helemaal nooit als levende mens zullen hebben
gekend en die nu niet weten dat ik al wel eens iets schrijf, wordt met het jaar
dat voorbijgaat kleiner. Toch blijft het verlangen hevig – al krijgt het op den
duur natuurlijk ook wel iets pathetisch. Daarom vraag ik mij af wat de diepere
aanleiding is tot het verlangen een auteur te zijn.
Zou het kunnen
dat ik uiteindelijk de auteur wil zijn van mijn eigen leven? Dat ik mij verzet
tegen de idee, of de vaststelling, dat ik de regie van mijn leven niet in eigen
handen heb? En wat wordt er van gemaakt, behalve een potje? Want geef toe, hoe
onvoorspelbaar in de details het levensverhaal ook mag zijn, al bij al is de
plot tamelijk voorspelbaar. De ending is
nooit happy, een catharsis blijft al
te vaak uit, de personages lopen in en uit het decor, de gehanteerde stijl is vaak
amechtig, potsierlijk, bij het haar getrokken of ronduit knullig. Het toeval en
het lot vallen net iets te vaak samen. Niet elke mus die uit de dakgoot valt,
doet er toe. Neen, ik wil het fraaier, geëlaboreerder, met kruisverwijzingen en
echo’s die bijdragen tot de betekenis van het geheel. Ja, ik wil dat het geheel
een betekenis hééft. Of gééft. Ik wil met mijn leven méér betekenen dan een
lijn van wieg tot graf en hier en daar wat accidenten die altijd wel, gegeven
onze constitutie, min of meer binnen de verwachtingen blijven. Ik wil een
afgestofte en opgepoetste versie. Ik wil, binnen de grenzen van de betamelijkheid,
een held zijn in plaats van de brokkenpiloot die de auteur van mijn werkelijke leven
van mij maakt.
Het verlangen een
auteur te zijn is niets anders dan het in een vorm gegoten verlangen autonoom
te zijn, los van het lot en van God, en daardoor vrij te worden van het
onvermogen om zich aan de voorgeschreven levensloop te onttrekken.