maandag 20 januari 2020

LVO 93


Eigenlijk heeft mijn moeder zich opgeofferd. Het welzijn van haar kinderen – die zij nog moest krijgen – was het hogere doel waarvoor haar persoonlijk geluk moest wijken. Daarom moest zij bij de man blijven met wie zij was verbonden in een huwelijk waarvan zij zo verschrikkelijk vroeg, maar toch te laat, inzag dat het berustte op een foute keuze. Die opoffering was natuurlijk op haar beurt een tragische vergissing want het welzijn van haar kinderen werd niet in de hand gewerkt door de kilte van het gezin waarin zij moesten opgroeien – in werkelijkheid had zij ‘zich weggegeven zonder uitzicht op gewin’.61

Er was natuurlijk ook de idee dat de integriteit van het huwelijk koste wat het kost moest gevrijwaard blijven. Zo had mijn moeder het geleerd, zo was het haar opgedrongen. Het rooms-katholieke geloof, dat in die tijd nog altijd een groot deel van de maatschappij in zijn greep hield, had de enige liaison die mogelijk was, het huwelijk tussen een man en een vrouw, ingekapseld in geboden en moraliteit omdat het van onschatbare waarde was als instrument om de samenleving te ordenen en onder controle te houden. Dat het concept 'het gezin als hoeksteen van de samenleving' – dat nog decennia lang door de christendemocratische partij CVP, later CD&V, hoog in het vaandel werd gevoerd – in de meeste gevallen niet eens strookt met de menselijke natuur, met de aard van het beest, werd daarbij consequent over het hoofd gezien. Het huwelijk was een sacrament. De mens, zo werd elk nieuw stel tijdens de huwelijksplechtigheid ingepeperd, zal niet ontbinden wat God heeft verbonden.

Dat was allemaal zeker waar, maar er zal toch ook wel veel angst hebben bijgezeten: de angst om uit de gemeenschap te worden gesloten, de angst voor de schande. Mijn moeder was een angstig mens. Zij had een sterke hang naar conformisme. Zij wou niet uit de pas lopen, zij wilde nooit opvallen. Zij koos, als er een kleur moest worden gekozen, meestal voor grijs of beige.

Wie lag er wakker van? De uitdijende kringen die zich concentrisch verwijderden van het punt waar de steen in de poel was terechtgekomen, zouden al vlug uitgevlakt zijn. En de steen zou definitief op de bodem rusten.

Moeders offer. Waaruit bestond dat offer? Denk aan het offer in een schaakspel. Een stuk van een hogere waarde wordt geruild voor een stuk van geringere waarde, in de hoop dat de aldus verkregen positie grotere winstkansen zal bieden. Vrij van opportunisme en berekening kun je zo'n manoeuvre zeker niet noemen. Integendeel, er zit meer berekening achter dan bij een zet die behoudsgezind binnen de conventies blijft en de voorgeschreven algoritmes afhaspelt: e4-e5, Pf3-Pc6, Lf4-enzovoort. In het schaken is een offer altijd een dubbelzinnig gebaar want het beoogde resultaat is – uiteraard – winst. Een moederoffer daarentegen is onbaatzuchtig. Mijn moeder schikte zich volledig naar wat van haar werd verwacht in de maatschappij waarin zij leefde. Het kwam wellicht niet eens in haar op dat zij de mogelijkheid had om ándere keuzes te maken. Zij voegde zich naar wat de context van haar verwachtte, en die context was katholiek, Vlaams, conventioneel, braaf. Jacques Brel bezingt het, wanneer hij de brave burger soepslurpend binnen de lijntjes laat kleuren.62

Wat offerde moeder op? De mogelijkheid van een ander, wellicht gelukkiger leven. Maar zou zij ooit gelukkig kunnen zijn, wetende wat zij haar kinderen zou hebben aangedaan? Nu gaat men daar – misschien ten onrechte – veel lichter over. Maar toen verbraken echtparen hun echtverbintenis niet. Zelfs toen mijn ouders, pas in 1980, dan toch uit elkaar gingen, waren zij in mijn omgeving een van de eersten. Ik herinner mij niet dat een van mijn leeftijdsgenoten op dat moment reeds, net als ik, een kind van gescheiden ouders was.

61 Tommy Wieringa, Caesarion, 198





(wordt vervolgd)
Lees hier LVO vanaf het begin