4 april 2014
Twee vrienden hebben al aangeboden om mij, mocht er mij iets
overkomen, te komen ophalen. Waar ook in Frankrijk ik mij zou bevinden, ze
stappen in de auto en een dag later kan ik met hen mee naar huis. Dank je,
lieve vrienden, maar het zal niet nodig zijn. Ik zal mijn uiterste best doen om
op jullie behulpzaamheid geen beroep te moeten doen. Uiteraard kan er mij iets
ernstigs overkomen, maar normaal gezien zal ik in alle omstandigheden mijn reis
voortzetten en tot een goed einde brengen. Dat is mijn vaste voornemen. Slecht
weer, eenzaamheid, technische problemen: niets zal mij daarvan afhouden. Mij
komen opvissen met de auto? No way! Jullie
aanbod krijgt op die manier de werking van nog een extra aansporing, naast de
stille druk die uitgaat van al diegenen die ik van mijn plannen op de hoogte heb
gebracht, hetzij doordat ik hen erover heb verteld, hetzij door ze hier
wereldkundig te maken. Ik mag niet afgaan als een gieter, ik kan niet meer
terug.
Maar anderzijds is het toch een geruststellende gedachte: dat
er, mocht het écht nodig zijn, mensen bereid zijn om mij ter hulp te snellen. Ook
in die zin is de reis een pars pro toto voor het leven tout court.