Opeens is het daar: luciditeit. Een moment dat je denkt:
nu ben ik helder, nu moet ik het opschrijven. Maar er is een nieuw
facebookappèl, je wil eerst nog die laatste bladzijde van dat hoofdstuk lezen,
er komt een sms-bericht binnen. Of er moet een aflevering van een Britse misdaadreeks
worden bekeken. En voor je het weet is het weg. Trouwens, opschrijven? Wat
opschrijven?
Hoe je je voelt, bijvoorbeeld.
Maar wat is dat: voelen? Je begint te kijken naar die aflevering
van een Britse misdaadreeks waarvan je al op voorhand weet dat je na een
kwartier het noorden kwijt zult zijn. En zo geschiedt het ook. Maar net voor je
afhaakt, hoor je een van de personages, de dochter van het slachtoffer, vragen
of het normaal is dat ze niets voelt. ‘Ik moet iets voelen, dat weet ik. Maar
ik voel niets. Is dat normaal?’
Je bent in verwarring want dit personage wordt vertolkt
door een actrice die in een vorige serie de gerechtsdokter was. Dat zet de
zaken nog meer op hun kop – en je bent zo al niet mee. Je ‘voelt’ dat je maar
beter iets anders kunt doen want vanaf hier wordt het bekijken van deze
aflevering een louter passieve onderdompeling in een sfeer. Het verhaal
ontglipt je. En tegelijk ook de interesse die je ervoor hoorde te hebben. Je
hebt amper door wat het probleem behelst dat moet worden opgelost.
Terug naar dat op te schrijven iets. Hoe je je voelt.
Am I supposed to feel something?
Er gaat van alles door mijn hoofd dezer dagen. Het zijn
stormachtige dagen. De dingen zijn onvast. Ik veroorzaak schade. Alles gaat zo
snel – wat vreemd is, want er lijkt stilstand te zijn in mijn hart.
En dan kost het me ook nog eens moeite de binnenwereld met de buitenwereld te laten sporen.
Een zanger sterft. Een koningin sterft. De rouw wordt opgeklopt tot mediatieke dimensies. Er is een enorme behoefte aan rituelen. Deze massa’s, zo denk je dan, zouden voor om het even welke kar kunnen gespannen worden. Geen loze gedachte want het land is overgeleverd aan bewindslui die overtuigd zijn dat ze binnen hún context de juiste beslissingen nemen. Maar hún context is niet de juiste context. De wereld is veel groter. Op die manier wordt het beleid harteloos en hatelijk. Dit drukt terneer. Alles wordt zwart-wit. Je bent voor, of tegen. Als er over bepaalde zaken wordt gesproken, demp je je stem. De polarisering zet zich overal door. De samenleving is hierdoor verziekt.
Vandaag is het 6 december. Begin december. Tien of
twintig jaar geleden, heb ik de indruk, was het nu al volop: kerstsfeer.
Eindejaarslichtjes. Consumptieplezier. Steeds meer valt het me op dat het
alsmaar minder wordt, die kerstpret. Jaar na jaar. De mensen houden zich in.
Geen kerstbomen, of toch weinig. Geen lichtjes in de enige boom die in het
voortuintje staat. Geen kerstmannen die tegen de gevel opklimmen. ’t Is allemaal
veel soberder en rustiger. De enige kerstanimositeit is deze in de commerciële
centra. De winkelstraten, de ijspiste op de Grote Markt.
Maar daar kom ik niet. Daar zien ze me niet.
Wat ik zie, als ik door het raam naar buiten kijk, is dat
de mensen die passeren helemaal niet op koude gekleed zijn, dat er nog bladeren
aan de bomen hangen, dat alles grijs en stil is.
Er heerst somberte. En droefenis. Of vergis ik mij?