vrijdag 12 juni 2020

LVO 208



Op het nachtkastje van mijn vader stond een asbak. Maar het was het nachtkastje aan moeders kant dat de intrigerendste schat bevatte. Want ja, wanneer ik alleen thuis was, ging ik natuurlijk wel eens neuzen op dat verboden terrein. Ik kende dus de inhoud van elke kast: kleren, accessoires, lakens, dekens... Dat soort dingen. Niets interessants. Maar in het nachtkastje aan moeders kant was wel iets opgeslagen wat mijn belangstelling wekte. Enfin, er lagen een aantal voorwerpen in die mij in extreme mate biologeerden. En sommige ervan zullen mijn ouders wel hebben meegebracht van hun strooptochten naar Sluis, waar ze, maar dat zei ik al, niet enkel voor voedings- en tabakswaren belangstelling aan de dag legden.

Een eerste voorwerp liet aan duidelijkheid niets te wensen over. Het was een boek. In dat boek stonden enkele tientallen zwart-witfoto’s. Er stond ook wat tekst bij, maar tot een grondige lectuur daarvan ben ik nooit toegekomen. Ik liet mij te zeer in met wat op de foto’s te zien was, met een hart dat op hol sloeg: van wat ik zag én van de angst betrapt te worden.

De foto’s waren onschuldig, nu zouden we er nauwelijks van opkijken. Maar toen! Ik zag: telkens twee mensen, naakte mensen waren het, een man en een vrouw. Zij namen allerlei posities in. De man lag, blote kont in de lucht, bovenop de vrouw. Op een volgende foto zat de vrouw, op de rug bekeken door de fotograaf, bovenop de liggende man. Dan weer zat de man – telkens dezelfde man, dezelfde vrouw – op een stoel, met de vrouw schrijlings op zijn schoot gezeten. Enzovoort. Ik wist wel waarover dit ging, zo naïef was ik nu ook weer niet ten tijde van deze ontdekking, maar ik vond het toch wel een raadselachtige bedoening. Raadselachtig en uitermate opwindend. En ook een beetje teleurstellend want hoe hardnekkig ik ook zocht en bleef zoeken, ik vond nergens een foto waarop ook maar iets, een aanzet of een schaduw, te zien was van wat zich tussen de benen van deze mensen bevond, ja zelfs de borsten van de vrouw bleven zedig verborgen achter een haarlok, een arm, een been. Het moet voor de fotograaf een hels karwei zijn geweest om telkens een standpunt te vinden dat een voor de zeden van die tijd passabel resultaat garandeerde. En natuurlijk was ik benieuwd! Niet alleen naar het vrouwelijk geslachtsorgaan, want dat had ik nog nooit gezien, maar natuurlijk ook naar het formaat van het mannelijke voorplantingsapparaat – uiteraard omdat ik vooral wilde weten in welke mate mijn exemplaar daarmee te vergelijken zou zijn.

Mijn onderzoek duurde telkens maar een paar minuten, niet lang genoeg in elk geval om mijn staat van opwinding te gelde te maken, om het maar eens zo uit te drukken. Ik was trouwens op een verkeerde manier opgewonden, denk ik nu.



(wordt vervolgd) 
lees vanaf hier deel 1
lees hier vanaf het begin van deel 2