maandag 29 juni 2020

wolken 3711-3721

wolkenfragmenten uit Jeroen Brouwers, Cliënt E. Busken



3711

Door het allemaal te noteren en te tekenen, poppetjes in overeind staande of liggende rechthoekjes, vogeltjes, andere dieren, boven elkaar liggende golfjes, spijkers, runen, slingers, muzieksleutels, wolken, naast woorden, delen van woorden, losse letters, combinaties van letters, ben ik bezig aan een mystiek, hoogst geheim manuscript, waartoe slechts ik ben uitverkoren het te vervaardigen, ik de uitverkorene. (77)



3712

Boven het bos een bergwei met koeien en een paard, zoals ik ze ook zie als ik hier voor het raam zit, en daar weer boven wolkjes, die laat ik wit, witwit, niet donkerwit, drijvend in blauw, ik heb verschillende blauwen in het emmertje tot mijn beschikking om speciale woorden mee te noteren, of letters, ik maak eigen letters. (127)



3713

Wat ik doe, maar dat is geen handeling, is bewegingloos staren. Voor me uit. Nu Mieneke Kalckbrander opeens opnieuw niet meer tegenover me zit door het raam naar de lucht, niet meer zo zonnig blauw intussen en met buitelende wolken alsof ook daar en in de boomtoppen onrust blaast als over hete thee. (158)



3714

Er schuiven wolken voor, die ook weer verdwijnen, alsof daarboven grijzige gordijnen beurtelings worden gesloten en opengetrokken. (174)



3715

Wolken aan het zwerk drijven onder het licht door in mijn richting, over mij heen. (176)



3716

Waar de over mij heen jagende wolken schaduwstroken over het land schuiven gaan ze binnenkort beton storten, ik ben niet gerust op de dingen en de situaties. (178)



3717

Weer wolken. (183)



3718

Wolken. (185)



3719

In die onweersnacht, terwijl ik sliep, begon ze me duwtjes te geven, schuif eens op vriend, en stapte gemoedereerd bij mij onder het dekbed, geruststelling bij me zoekend tegen het oorlogslawaai en de lichtflitsen in de zwarte wolken, waar ik wakker geschud toen ook getuige van werd. (199)



3720

Hoor ik daar de wolken scheuren van helikoptergedaver ten teken dat ik binnen het kwartier zal worden bevrijd alstublieft? (230)



3721

Ze staan met hun ruggen naar elkaar, rook verzamelt zicht tegen het ijzeren dak en drijft daar onder vandaan naar buiten, waar het wolkenwaarts vervliegt. (245-246)