vrijdag 15 juli 2022

notitie 242

MAAR ALLEZ JOSÉ

Ik kijk in juli graag naar de touretappes op tv. De sport en de spanning, de dramatiek en de landschappen, en de commentaar van José De Cauwer. Tot en met vorig jaar met Michel Wuyts, nu met Renaat Schotte.

Ik heb altijd gevonden dat het duo De Cauwer-Wuyts een onderscheiding verdiende voor hun geriatrisch werk. Ik bedoelde daarmee niet dat zij zelf krasse knarren waren, wat ze overigens wel degelijk zijn, maar wel dat zij met hun tweetjes een heel leger van senioren, patiënten en dementen bezighielden met hun oeverloos urenlang volgehouden geleuter over de koers. Je moet het maar doen, die marathonuitzendingen met weetjes en feitjes vullen, en altijd iets vinden om over uit te weiden. Vier, soms vijf uur aan een stuk. Ik zou het niet kunnen.

Wuyts zag zichzelf, tot zijn eigen verbazing, opzij geduwd omdat hij een in zijn ogen nog erg jonge leeftijdsgrens had overschreden. Hij werd vervangen door Renaat Schotte. Die het ook niet slecht doet. Eigenlijk doet hij het beter want hij weet ongeveer evenveel als Wuyts, maar hij heeft iets wat Wuyts niet had en dat is humor. Droge humor, maar toch humor. En hij onderbreekt zijn copresentator niet voortdurend, zoals Wuyts altijd deed.

Die copresentator is dus José De Cauwer, die niet onderworpen is aan de pensioenverplichtingen van overheidsambtenaren. Alle respect voor mensen van zijn leeftijd (72), en José heeft alles nog min of meer bij elkaar, maar de mogelijkheid om zijn Nederlands bij te schaven zal, vrees ik, toch niet meer aanwezig zijn. Hij zal tot hij, desnoods gevankelijk of manu militari, zal worden afgevoerd, blijven volharden in zijn soms toch wel pijnlijke taalonzorgvuldigheden.

Een van José’s eigenzinnige invullingen van het Nederlands, is de werkwoordelijke wending in de trant van: ‘Je zult dan maar, Wout Van Aert zijnde, die col nog voor de wielen geschoven krijgen.’ Of: ‘Die tussenspurt gewonnen hebbende, moet je dan weer op kop van het peloton gaan rijden om je kopman naar de volgende berg te loodsen.’

Maar dat is nog niet het ergste. Het ergste is De Cauwers voortdurende gebruik, te pas en uiteraard nog meer ten onpas, van het woord ‘verhaal’. Zo vaak doet José dat, dat Schotte, die naast hem zit in een studio in Brussel waar het daglicht niet binnenkomt, die tic begint over te nemen. Ik geef een niet uitputtende (maar wel vermoeiende) bloemlezing, de voorbije twee dagen opgetekend uit de mond van beide heren maar dan toch vooral uit die van José:

Het wordt een verhaal van klimmen en dalen. Als het al geen verhaal van winnen en verliezen wordt.

Dat is het verhaal van het verhaal.

Fred De Bruyne was toen ploegleider tussen het hele verhaal [van de peer van Pollentier].

Het Vlasov-verhaal was niet ideaal.

Het is natuurlijk het verhaal van Froome. Hij beslist natuurlijk zelf over dit verhaal.

Hij heeft blijkbaar nog altijd geen weet van het hele verhaal.

Pidcock is gaan versnellen. Dat is natuurlijk een ander verhaal.

Ze zitten daar met het verhaal van de WorldTour-status.

In sommige ploegen rijden ze allemaal met een ander type bril rond en dat is dan een beetje een ander verhaal.

Ze moeten een beetje constant blijven in dat verhaal, zodat je ze gemakkelijker kunt herkennen.

Ik denk dat Froome daar wel zelf over beslist, over dat verhaal.

Het zijn allemaal, stuk voor stuk, klimmers met een verhaal.

Vooral in de afdaling. Ik denk dat dat het verhaal is dat speelt.

Het begon met riskant afdalen, dat hele verhaal.

Dat verhaal van dat publiek, daar zou ik toch niet in meegaan.

Iedereen met zijn verhaal na die twee dagen.