woensdag 25 maart 2020

LVO 140


Het meest tot mijn verbeelding spraken de televisiebeelden die mij vanuit Le Mans bereikten. Ze waren zeer schaars maar hadden uiteraard precies daardoor een hoge waarde. Als het een beetje meezat, zag je wel eens een bolide zwart-wit door het beeld scheuren, maar de meeste informatie werd toch vooral met woorden aangeleverd. De sterke verhalen over de eerste koersuren, de kritieke fase van de invallende duisternis, de nacht, en hoe uiteindelijk de piloten, doodvermoeid, het krieken van de dag aan flarden scheurden tussen enkele duizenden toeschouwers die allicht met een neut te veel op in hun tentjes waren gekropen en daar voorlopig nog niet uitkwamen. Het slijpschijflawaai van de hoge toerentallen draaiende motoren had zich op den duur verdicht tot een luidruchtig wiegelied, de doppleriaanse regelmaat had zich een sussende, anesthesiërende werking aangemeten die ook de hardnekkigste autofanaat de slaap had ingejaagd. Tegen een uur of tien kropen de fans dan uit hun kampeertentjes. Dan lagen de posities van de coureurs min of meer vast en waren de tijdsverschillen onoverbrugbaar geworden. Enkel pech of een laat accident kon de kaarten nog door elkaar schudden.

De verslaggever evoceerde tijdens de reportage van negen uur de belangrijkste koersfeiten en -wendingen. Daarvoor stonden mijn broer en ik speciaal vroeg op, we hadden er zelfs onze wekker voor gezet (wat we anders nooit deden op zondagen). Daarbij moest ik altijd mijn verbeelding aan het werk zetten – zeker ook omdat de commentaar in het Frans werd gegeven.

Het strafste verhaal dat ik mij herinner was dat van een Zwitserse piloot die in de vroege ochtend verongelukt was. Ik ken zijn naam niet meer, maar herinner mij wel nog, van een foto die op het scherm werd getoond, dat hij een zwart ringbaardje droeg. Zijn auto was met een zeer hoge snelheid van het rechte stuk van de Hunaudières afgeschoven, tegen een obstakel aangeknald en in duizend stukken uit elkaar gespat. Naar de man zelf, of naar wat van hem overbleef, hadden de hulpdiensten en koerscommissarissen meer dan een uur moeten zoeken. Ze vonden het stuur, een schoen, de helm met het hoofd in, zo beeld ik mij in. Uiteindelijk werd de romp in de kruin van een van de bomen langs het parcours aangetroffen, de levenloze ledematen leken zich vast te klampen aan een tak.

(wordt vervolgd) 
lees vanaf hier deel 1
lees hier vanaf het begin van deel 2