Ik probeerde haar in me op te nemen: blonde pony, bleke teint – maar later een lichte blos –, meestentijds lachende ogen met zilverig gespikkelde oogschaduw; kleine neus, rood gestifte lippen – een weldoordachte compositie met zwart jasje, rode blouse, en een halskettinkje dat me van witgoud leek.
Jacques Kruithof, Het slotfeest, 138