donderdag 5 juli 2012

schrikkel 178 / driekleur 97

Kijk naar mij! Kijk naar mij! Dit paar schoenen schreeuwt het uit en dat doe ik dan ook: kijken. Ik kijk naar die schoenen en vraag me af hoe frivool, of onzeker, je moet zijn om op zo’n fluogele klompen rond te lopen. Hooggehakt bovendien, dat kan niet comfortabel zijn. Verzacht de aandacht het ongemak? Is er een break-even tussen opvallen en lijden? Ik weet het niet. Wel weet ik dat ik blij ben dat ik me als man geen dergelijke vestimentaire zorgen moet maken. Ik huldig onopvallendheid en gebruiksgemak. Als iedereen nu eens hetzelfde zou kunnen aantrekken, hoeveel positieve energie zou er dan niet in betere doeleinden kunnen worden geïnvesteerd?

2918

Varsenare - 2010 (?)

campagne 7

Dag C.,

Als het nog kan, zou ik op het formulier graag de vermelding 'ambtenaar Vlaamse Gemeenschap' veranderd zien in: 'deeltijds ambtenaar Vlaamse Gemeenschap, waarnemer'. Om de heel eenvoudige reden dat ik me eigenlijk meer met het waarnemer- dan met het ambtenaarschap vereenzelvig en mij ook als dusdanig aan de kiezer wens te presenteren.

Dank je voor de goede zorgen en beste groet,

reacties

Dank je, S.B., A.A. en N.M., om mij erop te wijzen dat foto 2917 niet op de Katelijnevest maar op de Kruisvest is gemaakt. ‘Juist is juist’!

woensdag 4 juli 2012

2917

Brugge, Katelijnevest: A.L. - 2010 (?)

dinsdag 3 juli 2012

dienstmededeling

Voor wat het waard is: gisteren meldde het tellertje op deze blog een record aantal terugkerende bezoekers - dat wil zeggen: bezoekers die hier eerder al zijn geweest en die het dus blijkbaar de moeite waard vonden om nog eens langs te komen. Gemiddeld zijn er plusminus 50 terugkerende bezoekers per dag, maar gisteren waren het er 75.
Het is onmogelijk om te weten hoeveel terugkerende bezoekers er in totaal zijn. Hoe groot met andere woorden 'mijn publiek' is. Maar ik neem aan dat die gemiddeld 50 terugkerenden hier niet elke dag komen - dus moet 'mijn publiek' bestaan uit een veelvoud van 50.
Aan al wie hier regelmatig langskomt: mijn oprechte dank!

schrikkel 177



Op de IKEA-site, het voormalige vliegveld van Sint-Denijs-Westrem naast de E40 vlak voor de verkeerswisselaar van Zwijnaarde (voor wie richting Brussel rijdt), is de voorbije twee, drie jaar een nieuw torengebouw opgerezen. Een mooie toren, vind ik, met mooie verhoudingen en verrassend schuine lijnen die het geheel iets elegants geven. Sjieke materialen ook, heb ik de indruk: een uitgebalanceerde afwisseling van glas en natuursteen. De toren staat als een baken naast de snelweg en betekent ook iets in de volledige skyline van Gent, een eind verwijderd van maar toch in samenspel met de torens die iedereen kent: Sint-Baafs, Sint-Niklaas, Sint-Pieter, Boekentoren, Kantienberg en de woontorens naast de Watersportbaan. Dat is dus allemaal beslist oké. Alleen verbaast het mij een beetje dat de nieuwe toren van KBC blijkt te zijn. Uitgerekend tijdens de crisisjaren, tijdens dewelke heel wat aandeelhouders van deze bank hun kapitaal als sneeuw voor de zon hebben zien wegsmelten en waarover sommigen zeggen dat het beleid van deze bank aardig in de buurt van het wanbeheer komt, uitgerekend tijdens deze jaren bouwt KBC hier zo’n prestigieuze en toch ook wel protserige pronktoren?

reactie

'Een gereguleerde vastgoedmarkt': klinkt dat niet wat te intellectualistisch? Wat moeten 'de mensen' zich daar bij voorstellen? Ik zou het vervangen door 'met betaalbare huur en woningprijzen'. Zonder dank!

E.C.

@ E.C.
Ik wou er per se dat woord ‘vastgoedmarkt’ in. De stad kan de wekelijkse zaterdag- en woensdagmarkt reguleren: op die plek, van zo tot zo laat, enzovoort. En zij kan de horeca reguleren: geen nachtlawaai, aan banden gelegde terrassenbouw, geen geronsel van klanten. Waarom zou zij dan niet de vastgoedmarkt kunnen ‘reguleren’? Al vraag ik mij natuurlijk af hoe dat in liberale tijden kan. Door middel van een bij de installatie van alweer een nieuw vastgoedkantoor opgelegde verplichting op het aanbieden van minstens een bepaald percentage betaalbare woningen op het totale aanbod? Een controle van stadswege op de kwaliteit van de aangeboden woningen? Toezicht op het al dan niet nakomen van de verplichting om de verhuurprijs te afficheren? Ik weet het niet. Maar nu is het wel zo dat Brugge – zoals ook andere steden – een ongekende groei kent van het aantal vastgoedwinkels. Hoe kan dat? Toch niet anders dan doordat er een enorme rek op die business zit? Hoe dan ook: er moet iets gebeuren. Het is van kapitaal belang dat Brugge betaalbaar blijft voor de jonge Brugse gezinnen. En aan de arrogantie van de vastgoedcowboys mag zeker ook iets worden gedaan.

2916

maandag 2 juli 2012

schrikkel 176b

Op de zolderverdieping van het Sint-Jan-Hospitaalmuseum staan de 101 foto’s uitgestald van Hans Peter Feldmann. Voor elk levensjaar een portret, van een drie maanden oude baby tot een eeuwelinge. Onvermijdelijk zoek je in die lange rij de plek die je daarin zelf bekleedt, ergens net voorbij halfweg. Je stelt verbaasd vast hoe lang de weg al is die je hebt afgelegd, maar ook hoeveel je nog te gaan hebt en hoe onverbiddelijk de aangezichten van deze mensen verrimpelen, dichtslibben, er alsmaar getekender beginnen uit te zien. De mathematische onontkoombaarheid wordt hier pregnant veraanschouwelijkt: van nu af aan komt het eindpunt alleen maar dichterbij en duidelijker in zicht. En dan is het nog niet eens zeker dat je het volledige door Feldmanns voorgespiegelde traject van honderd jaar zult moeten – of mogen – afleggen.

schrikkel 176a

De 15de-eeuwse ‘pleurants’ zijn losgemaakt van het grafmonument van Jan zonder Vrees in Dijon en zetten hun statisch treurspel tijdelijk in Brugge voort. Maar nu los van elkaar – en dat voel je: sommige beeldjes missen de interactie met hun buur ter linker- of rechterzijde. Hier vormen ze geen groep, het zijn dolende enkelingen. Mooi, bijzonder fraai vervaardigd en ontroerend, dat wel. Maar door ze los te maken van datgene wat ze bewenen, en hen van elkaar los te maken, lopen ze er wat verloren bij. Bovendien klopt er iets niet: echt verdriet toont zichzelf niet. Niet toevallig verbergen veel van die monnikjes hun aangezicht. Hier wordt hun verdriet tot onderwerp van een tentoonstelling uitvergroot, gethematiseerd. En dat gaat tegen de natuur van het verdriet in.

campagne 6

Ik krijg als kandidaat ook wat drukwerkfaciliteiten toegestopt. Een ervan is de ‘canvaskaart’. Daar komt mijn portretfoto op en een door mij te schrijven tekstje van maximum 350 karakters. Allicht voor het geval die foto niet zou volstaan om mijn geloofwaardigheid kracht bij te zetten. 350 karakters is behoorlijk weinig en het vergt wel een uurtje werk om daar al mijn prioriteiten voor het gemeentebeleid in te proppen zonder vervelend en arrogant over te komen. Ziehier het resultaat:
Brugge is een goede stad om in te wonen. Maar het kan nog beter: met een gereguleerde vastgoedmarkt en een vriendelijk fietsbeleid, met zwerfvuilpreventie en een toerisme dat binnen de perken blijft, met transparant bestuur en een sterk sociaal weefsel, met een haven die het binnenland niet opsoupeert, met florerende buurtwinkels en volkse cafés.
Dat zijn 348 tekens, inclusief de spaties. Ik hoop nu maar dat ik geen onmisbaar beleidspunt vergeten heb. Ik dacht: laat mij beginnen met een positieve boodschap. In wat er na komt heb ik gepoogd niet al te veel met het opgerichte wijsvingertje te wapperen - ook al zijn er zeker zaken die onze aandacht vragen. Het souperen, de bloemen en de frisse pint op het eind zorgen voor een conviviale noot.

reactie

Toen hij dieper in zijn bord keek,
bleek het om 'une nature morte' te gaan.
Tja, die Hollanders toch ...

Uvi

schrikkel 175b

Ik had mij nooit eerder aan de vegetarische gastronomie begeven en schrok dan ook toen ik dit Hollands natuurstilleven in mijn bord zag liggen.

2915

A. - 120414

zondag 1 juli 2012

schrikkel 175a

Opnieuw een begrafenis, dit keer in Lauwe. We parkeren de auto tegenover ‘De Stap’. Ik vermoed: een school, maar het zou ook een kinderdagverblijf kunnen zijn. Jolige kindvriendelijkheid spat van  de decoratie die het gebouw moet opfleuren. Geen overbodige luxe want dat gebouw ziet er meer uit als een gevangenis of een chemisch laboratorium dan als een school. Een chemisch laboratorium waar zeer kindonvriendelijke onderzoeken plaatsvinden die niet aan het licht mogen komen. Het bronzen Christusbeeld uit een minder strakke tijd ontfermt zich gepatineerd over een van de plakkaten die, al even ongeïnspireerd als het wonder van architectuur erachter, een kind proberen voor te stellen.

schrikkel 174

Een ongewoon zicht vanuit mijn werkkamer, die enkel tijdens de warme maanden van het jaar in gebruik is: verre buren inspecteren hun dakterras. Ik zag die mensen nooit eerder. Zijn het nieuwe bewoners? Een vrouw met een map onder de arm straalt iets professioneels uit. Een man met baard test de balustrade, die echt wel een likje verf zou verdragen en kennelijk ook aan verstevigingswerken toe is. Vroeger liep hier een hond neurotische dakterrasrondjes. Blijkbaar is er iets veranderd. We zullen zien.

schrikkel 173

Bleek van kleur, eigenaardig van vorm, een prachtig blad. Deze struik trekt elke keer ik er passeer mijn aandacht. Met een mooi volume. Een zacht contrast. En naarmate ik hem nader, passeer, achter mij laat liggen en van de andere kant bezie, krijgt zijn silhouet een andere vorm: een auto, een land, een ander land, een aangezicht, het silhouet van een beest. Het is een opvallende en mooie struik.

2914

T. - 2010 (?)

zaterdag 30 juni 2012

schrikkel 172

Fotografie heeft mij al veel bijgebracht, onder meer het besef van ruimtelijkheid. Architectuur, stedelijkheid en landschap zijn de gegevenheden. Met het kadreren haal je daar telkens je eigen interpretatie uit. De aanwezigheid van mensen in het beeld (meer dan van dieren), maar ook van cultuurelementen (talige elementen) en de interacties die zich al dan niet toevallig voordoen vullen de ruimte in het gekadreerde beeld en brengen deze ruimte tot leven. Dat betekent ook dat zij (de mensen, de betekenissen en de interacties) de tijd binnenbrengen. ‘Sense of Place’, dat is: ruimte, die door de toevoeging van tijd (leven) betekenis krijgt en daardoor tijdelijk wordt. De kringen in het water op de affiche en de vrouw die op het punt staat het beeld te verlaten (maar evengoed de bus die toevallig de uitsnijding tussen affiche en gebouw vult) staan, zo bekeken, op hetzelfde niveau.

schrikkel 171

Groot is mijn bewondering en waardering voor al wie zich inzet voor diegenen die het iets minder goed getroffen heeft met de genenloterij. Verplegers zijn de heiligen van deze hyperfunctionalistische tijd waarin onnutte elementen (niet alleen zwakzinnigen, mindervaliden, andersvaliden, personen met een handicap of hoe je ze ook eufemistisch wilt noemen, maar ook bejaarden en zieken) nog net niet vakkundig worden geëlimineerd maar dan toch evenzeer vakkundig in tehuizen, homes, gestichten, verzorgingsinstellingen en hospitalen worden weggestopt. Verplegers doen nu wat zusters een paar generaties lang hebben gedaan. De nonnen deden het uit liefde en gesterkt door hun geloof, de lekenverplegers doen het om de centen maar evenzeer – dat kan niet anders want anders kun je dit niet goed doen en volhouden – uit liefde. En misschien worden ze daarbij ook wel gesterkt door een geloof of alleszins door een humanistische overtuiging of antropofiele instelling.
Vroeger liepen de ‘zotten’ onbegeleid op straat, ze hadden hun plaats in de gemeenschap. Ik herinner mij nog dat er in Oedelem in de vroege jaren zeventig een dorpsgek rondliep. Die mens voelde zich opgenomen, hij werd geholpen of getolereerd, hij werd uitgelachen door kwajongens maar die werden daarvoor op de vingers getikt en leerden zo dat niet alle mensen even normaal zijn en tegelijk dat ze wel allemaal aanspraak kunnen maken op hetzelfde respect – en dat is iets wat verloren is gegaan door de segregatie waaraan de zogenaamd ‘abnormalen’ tegenwoordig worden uitgeleverd.
Ik stel me vragen bij dat onderscheid tussen normaal en abnormaal. Ik weet wel dat men er stilaan van aan het terugkomen is, maar het onderscheid tussen opsluiten en vrij laten rondlopen is veel te brutaal. Als we sommigen abnormaal noemen, dan kan dat alleen op basis van het axioma dat de meerderheid normaal zou zijn. Maar is dat wel zo? Het lijkt mij veel verdedigbaarder dat iedereen min of meer abnormaal is, dat het verschil tussen normaal en abnormaal geen zwart-witverschil is maar veeleer een gradueel continuüm. Wij, die onszelf gezond van geest achten, kunnen leren van de waanzin die sommigen nadrukkelijker kenmerkt dan ons.

wolken 412-423

wolkencitaten uit: Colum McCann, Het verre licht


412
Jagende wolken werpen schaduwen en over de straten ligt zonlicht gestrooid. (88-89)

413
Hij zoekt een plaats midden in de gigantische leeszaal, slaat het boek open maar leest niet, leunt in zijn stoel achterover, warmt zijn handen onder de tafellamp en staart omhoog naar de fabelachtige wereld van het plafond, de verbleekte wolken, de cherubijnen, de bloemen, de wijnranken, de rozetten, de acanthusbladeren. (110)

414
Mannen zijn op het viaduct aan het werk, bungelen aan touwen tussen hemel en aarde. Hij bekijkt hun capriolen in de regen, heft dan zijn hoofd op, ziet de zon vanachter de treurwolken doorbreken. (167)

415
Terwijl zijn moeder uitgestrekt op een golf chemicaliën ligt en zijn grootvader door pijn aan de bank is gekluisterd, gaat hij graag naar het dak om voorbij de architectuur van Harlem te kijken – voorbij de nieuwbouw en bakstenen kerken en rouwkamers en het craquelé stucwerk en de open terreintjes en de parken – naar de wolkenkrabbers die door Manhattan springen. (195)

416
Soms gaat Clarence Nathan een nabijgelegen wolkenkrabber binnen, doet zich dan voor als loopjongen en glipt stiekem naar de bovenste verdieping om een beter uitzicht te hebben. (199)

417
Op een middag moeten twee bewakers hem van een ladder trekken, op de drieëntwintigste verdieping van een wolkenkrabber in aanbouw. (200)

418
Het was jaren later, op een vrijdag en zijn werk in de wolkenkrabber zat erop, hij nam de lift naar beneden, douchte, bond zijn haar in een korte paardenstaart en ze stonden buiten te wachten in een spiksplinternieuwe huurauto, een Ford. (217)

419
Als hij zijn hoofd opheft, rijst hoog boven hem een geraamte van eigen makelij op naar een wolkenloze lucht boven Manhattan. (223)

420
En hij denkt terug aan toen Lenora vijf was en hoge koorts had en hij een week niet naar de wolkenkrabbers was gegaan. (235)

421
Ze was een keer met hem meegegaan naar Houston, waar hij met zijn ploeg aan een wolkenkrabber werkte. (239)

422
Maar we hadden ’t zo lekker daar op die stoep, dat we de woorden veranderen en zongen van: Heer, ik ben zo in de wolken, volgens mij zie ik de top boven. (248)

423
Dus op een avond bleef ik daarboven op de wolkenkrabber zitten – we waren toen op zevenenveertig hoog – met Cricket, die vriend van me. (254)

2913

Assebroek, Daverloostraat - 2010 (?)

vrijdag 29 juni 2012

campagne 5


Samen met C., E. en V. zet ik mij, aan C.’s pc, aan de bewerking van de zoveelste versie van het programma terwijl C., E. en V. zich achter mij, aan de tafel (waaraan we net samen een vegetarische spaghetti hebben gegeten), buigen over de structuur die de tekst uiteindelijk moet krijgen: hoeveel hoofdstukken?, in welke volgorde?, stoppen we onroerend erfgoed bij cultuur of niet? – dat soort vragen. C. werkt aan een laptop met traag toerental, E. aait een smartphone en V. een druk gebezigde iPad. Af en toe ontvouwt een item zich tot een gesprekje: over de zwerfvuilproductie bij jongeren, de kasseistenen in de binnenstad, het mogelijk recreatief aanwenden van de Spiegelrei. Ik worstel met komma’s en kommapunten, zet passieve zinnen om in actieve, werk herhalingen weg, probeer het ietwat te rancuneuze en chagerijnige dat hier en daar tot in de tekst van een medewerker is doorgedrongen om te buigen tot een ‘positieve’ boodschap en schrap in de woekering van voorbeelden die een al te ijverige bijdrager heeft verzameld, terwijl sommige anderen misschien wel een beetje al te summier zijn gebleven. Het resultaat moet een homogeen en leesbaar document zijn – er is nog veel werk aan de winkel.

schrikkel 170

In de inkom van het Guilinizwembad toont de stad de plannen die ze heeft voor mijn wijk Kristus-Koning: een tegen een bord genagelde plattegrond met daarop kleurtjes die aangeven wat moet dienen om te wonen, om groen te blijven, om als openbaar domein te worden gebruikt. Jan Guilini, overigens, was een Brugse zwemkampioen, die voor de Tweede Wereldoorlog zowat alle records op zijn naam zette en die tijdens de Tweede Wereldoorlog vijf Engelse neergestorte vliegeniers uit de Noordzee redde – een heldhaftige daad die hem op een onthoofding door de Duitsers kwam te staan. Toen bestond Kristus-Koning nog maar net; tot voor de Eerste Wereldoorlog werden de meeste gronden hier nog aangewend voor tuinbouw en laurierenteelt.

schrikkel 169

Voor de kinderen maakt het niet uit. F. krijgt haar zevenjarigen- of lentefeest, en de daarbij horende cadeaus, en ze weet niet dat haar de H. hostie van de eerste communie werd onthouden en dat het feest een afgeleide is van iets wat nog niet zo lang geleden algemeen heeft bestaan. Die hostie kon ze niet krijgen want ze is – denk ik – niet gedoopt, en ze is niet gedoopt omdat haar ouders niet gelovig zijn. Net zoals het geloof destijds is atheïsme een erfelijke eigenschap. Maar het maakt niet uit. God is niet vertoornd. Hoe zou hij dat kunnen zijn, op zo’n onschuldig kind? Het is mooi weer en F. is in het wit gekleed en ze holt samen met haar vriendinnetje en neefje A. het huis rond. Ze is zeven jaar en alles is nog mogelijk.

schrikkel 168


Nu nog. Nu kan het nog. De gewone handelingen. Hoeveel keren is deze wasdraad gebruikt? Hoeveel keer nog door ons? Vladimir kijkt in zijn hoekje toe, eenzelvig. Maar wat zal er met hem gebeuren, na deze laatste zomer in De Panne?

facebookbericht 301 / van boeken bezeten 13















tot deze methode ben ik uit eigen vinding gekomen - inderdaad een garantie voor een mooie holle rug, en zeker geen scheve, wat een horreur is; overigens ben ik het fetisjisme niet genegen van diegenen die stellen dat een boek niet volledig mag worden geopend en dat er te allen tijde niet het minste kreukje in de rug zichtbaar mag worden: een boek is een gebruiksvoorwerp, je moet het bijvoorbeeld open kunnen leggen, en wel in die mate open dat het open blijft liggen, voor het geval je, ik zeg maar wat, notities moet maken of in de keuken de fluitende waterketel het zwijgen moet gaan opleggen
(met dank aan JWL)

reactie

bij FB bericht 300.
Mijn haren rezen ten berge toen ik op de radio dat pleidooi hoorde over het onderwijs als springplank naar de industrie. Het wekt een nostalgie op naar de 'humaniora', waar, denk ik, het doel was de leerling nog eventjes als humane mens te vormen vooraleer deze in de grote-mensen-wereld van geld verdienen terechtkwam.

beste groet, K.

schrikkel 167

Zeventien jaar geleden ontmoette ik W. voor het eerst. Ik interviewde hem naar aanleiding van de vijftiende verjaardag van het door hem opgerichte Poëziecentrum. Een jaar later bleek hij mij niet te zijn vergeten. We belandden in een win-winsituatie – zoals dat in andere kringen dan de onze blasé wordt genoemd. Ik hielp hem en hij mij. En dat is nog altijd zo.