Posts tonen met het label schrikkeljaar 2012. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrikkeljaar 2012. Alle posts tonen

donderdag 8 augustus 2013

dienstmededeling

U herinnert zich misschien nog de reeks 'schrikkeljaar 2012' op deze blog. U kunt de hele reeks daar nog steeds bekijken en nalezen. Maar misschien zou u liever eens dat schrikkeljaar doorbladeren. Dat kan want ik maakte, geholpen door de internetservice Blurb, het boek 'SCHRIKKEL 12'. Het meet 20 bij 25 centimeter, telt bijna 400 bladzijden en bevat plusminus 480 foto's en evenveel teksten.

Ik liet een proefversie maken, u ziet haar op de foto hiernaast. Op basis van deze proef bracht ik nog een aantal verbeteringen aan en nu sta ik op het punt een definitieve versie te bestellen. Maar ik kan er zoveel bestellen als ik wil, dus geef ik u de gelegenheid om in te tekenen.

De aanmaakprijs is plusminus 85 euro per exemplaar. Ik bepaal de intekenprijs op 100 euro - inclusief thuisbezorging. Voor verre adressen wordt eventueel de post ingeschakeld.

100 knotsen, dat lijkt veel, en dat is het ook. Maar als u het boek als een waardevol document zou beschouwen, aangemaakt in een beperkte oplage, is het dan weer niet zo veel, zeker als u het vergelijkt met de prijs van een ingelijste tekening of een foto die u aan de muur zou hangen. Of met een etentje met z'n tweeën in een al wat beter restaurant.

Nu, wat er ook van zij, voelt u zich vooral niet verplicht. Beschouw deze aanbieding als een vrijblijvende service.

Intekenen kan voor uiterlijk 31 augustus op pascal punt cornet at pandora punt be. Ik plaats mijn bestelling bij Blurb op 1 september, en dan duurt het nog een week of twee, drie. Leveren kan dus vanaf eind september. Vermeld hoe en waar u het boek wenst te ontvangen. Betaling gebeurt cash bij de levering. Het intekenen is wel bindend, gezien de hoge, vooraf door mij te investeren aanmaakprijs. Dank voor uw begrip daarvoor.

Nu vertrek ik voor een paar weken op vakantie. Ik ben benieuwd naar uw reactie.

vrijdag 28 juni 2013

schrikkel 366c (slot)


En zo sluit het schrikkeljaar af. Het rad staat vanavond stil. De geliefden koesteren hun samenzijn. Het veld ligt wijd open, wolken trekken samen.

schrikkel 366b


Oudejaarsdag. Witte ballonnen worden aangevoerd. Voor de festiviteit van deze avond natuurlijk, maar ik denk: hoeveel witte ballonnen zullen er het volgende jaar, dat nu dus wel echt voor de deur staat, de lucht in gelaten worden? Naar aanleiding van welke calamiteiten en manifestaties van zinloos geweld waarbij onschuldige kinderen betrokken zijn? In welke optochten van verbolgen burgers – die niets beters weten te verzinnen dan met een tros witte ballonnen hun onmacht uit te dragen? Maar eerst moeten ze knallen, de kurken! Laat ze knallen! Laat alsnog deze avond nog festief zijn. Laat diegenen die nog onwetend zijn van het ongeluk en onvermogen van het volgende jaar zich deze avond nog aan het feest begeven om het afgelopene af te sluiten.

dinsdag 4 juni 2013

schrikkel 366a


Natuurboom duwt cultuurmuur omver. Het gebeurt wel vaker. We kennen het fenomeen van overwoekerde Aztekentempels. Borobudur. Uiteindelijk wordt elke muur overwoekerd, wees daar maar zeker van. Dat heet: tijdelijkheid. Dat heet: vergankelijkheid. Niets aan te doen, de natuur is sterker en uiteindelijk splijt elke steen. Deze Londense straathoek demonstreert deze wet. Maar er kleeft iets nadrukkelijks, iets pedagogisch aan. De mensen die deze muur niet herstellen, of de boom niet omhakken, willen ons, passanten, tijdelijke voorbijgangers, iets tonen. Ze tonen de vergankelijkheid, de hardnekkigheid waarmee de natuur haar sloopwerk verricht, en impliciet ook de conventionaliteit van de schoonheid van de meer gangbare rechte, onbeschadigde muurtjes. Maar zeg nu zelf: waarom zouden we dat muurtje herstellen of die boom omhakken? Vormen ze samen niet iets dat meer is dan de som van de delen? Vormen ze samen niet een aparte vorm van schoonheid? Laat – ook op deze laatste dag van het schrikkeljaar – de tijd zijn werk doen, laat die kapotgegroeide hoek maar staan, als statement.

zondag 26 mei 2013

schrikkel 365c

Iedereen kent het intussen wel: het gevoel dat je hebt als je jezelf ziet voorbijlopen op het scherm waarop beelden van een of andere bewakingscamera worden geprojecteerd. Het kind in je zwaait dan naar jezelf-op-dat-beeld, je bent geneigd een gek pasje te doen maar je doet het dan maar niet want het is een gek pasje. Je wéét dat je in beeld komt want je herkent op het beeld de setting, het decor; je ziet jezelf het beeld binnenkomen – en er is altijd die bevreemding: ben ik dat?, zie ik er zo uit?, is dat mijn houding?, mijn caruur?, mijn postuur?, mijn algemeen voorkomen? Ja, zo zien anderen mij en ik ben mij daar niet van bewust. Ben ik zo zwaar? Loop ik zo hoekig? Maar goed, we leren ermee omgaan – genoeg bewakingscamera’s in de buurt en schermen waarop we zien hoe we gezien worden.

Maar dit keer is het anders. Setting: een Londense dubbeldekbus. Ik zie een scherm, maar sta daar niet bij stil. ‘Het zal wel reclame zijn,’ denkt een mens dan (als hij al iets denkt, want een mens denkt niet altijd) – en inderdaad, dat is ook zoiets: er zijn niet alleen overal schermen met beelden van bewakingscamera’s die ons moeten waarschuwen, er zijn ook overal schermen met beelden die ons moeten overtuigen: wees verlekkerd op mij!, begeer mij!, koop mij! Pas daarna, in tweede instantie en op een bewuster niveau, dringt het tot me door dat de persoon op het scherm een trap afloopt, dat ik dat op datzelfde ogenblik ook doe en dat – setting, decor – ik naar een beeld van mezelf loop te kijken. Dat is bevreemdend op een complexere manier dan wanneer je wéét dat je in beeld komt. Je ervaart niet alleen dat er een discrepantie bestaat tussen enerzijds je aanvoelen van hoe je eruitziet en anderzijds hoe je er effectief uitziet (houding, caruur, postuur); je ervaart bovendien hoe bizar het is als je jezelf helemaal niet zou herkennen. Wat je ervaart is niets minder dan – al duurde het maar een fractie van een seconde – een dissociatie, het is iets verscheurends, iets wat je losmaakt van, ja, waarvan eigenlijk…?

Maar goed, dat is allemaal theorie. Je ziet zoiets, een zoveelste scherm, je ervaart er iets bij wat je niet gewoon bent te ervaren, je voelt je een fractie van een seconde duizelen – en dan kom je op de benedenverdieping van de dubbeldekse bus, je ziet weer honderd andere dingen; je stapt uit, staat op een Londense straat, duizend dingen; je gaat een hoek om, honderdduizend dingen… En voor je het weet, ben je het voorval vergeten.


Maar je hebt een foto gemaakt.

zaterdag 11 mei 2013

schrikkel 365b


Terwijl ik in Somerset House naar de prachtige foto’s van Saul Leiter sta te kijken (van wie ik in Charleroi een paar jaar geleden de tentoonstelling miste), word ik aangesproken door een man die me in meer dan één opzicht aan X. doet denken: fysionomie, schutterigheid, melomaan tot in het voorkomen, intellectueel, ietwat excentriek. Hij vraagt me iets technisch-Testaankoopachtigs over het fototoestel dat over mijn schouder hangt, en we raken aan de praat over fotografie als een goede manier om op een nieuwe manier naar de werkelijkheid te kijken. Een kort contact, dat echter wel een zin in zich draagt. Ik geef de man mijn blogadres. Ik heb niets meer van hem gehoord.

zondag 5 mei 2013

schrikkel 365a


‘St Michaels Church. Making a family out of strangers’. We rijden hieraan voorbij, gezeten (omwille van het ongewone perspectief) op het bovendek van een bus. Het banier trekt mijn aandacht. De boodschap lijkt een omgekeerde missioneringsgedachte in te houden. Dit zal niet lukken, denk ik – hetgeen de twee passanten meteen ook lijken uit te beelden. De slogan denkt evengoed als de Kerk die tot pakweg een halve eeuw geleden haar missionarissen uitstuurde nog voluit in wij en zij – terwijl het volstaat om vijf minuten in deze stad, Londen, rond te lopen om tot in de diepste vezel doordrongen te zijn van het feit dat hier ofwel iedereen, ofwel niemand, stranger is. De familieverwantschap zal precies in, niet buiten dat vreemd-zijn moeten gezocht worden; hij zal dat vreemd-zijn nooit meer kunnen opheffen.

vrijdag 3 mei 2013

schrikkel 364b


Ik heb de job aanvaard omdat ik even niets anders had waarmee ik, zonder er al te veel moeite voor te moeten doen, in mijn basisbehoeften kan voorzien. Niet dat het goed betaalt om, in dienst van het Tourism Office, de punkbeweging levendig te houden in het Londense straatbeeld, maar ’t is toch ook niet niets. Alle Bollocks nog aan toe!, een mens moet zijn gas betalen, en zijn huur, en af een toe een rondje lager in de pub voor de overlevende vrienden van weleer, en eens om de maand of twee (de frequentie neemt af) de nieuwe cd van een van de toenmalige coryfeeën die nog weet mee te draaien in die door al dat kopiëren en downloaden besodemieterde platenbusiness. (Voor hun optredens ben ik te oud geworden – er is een nieuwe generatie publiek voor en onlangs mocht ik niet binnen in zo’n ondergronds kelderzaaltje, zogezegd omdat er geen plaats meer was maar ik weet wel beter: ik zou met mijn gegroefde kop het jonge geweld kunnen afschrikken.) Ja, nu struin ik dus de straten af, ten einde het Londens punkcachet – sluitspelden, Schotse ruit, army boots en hanenkamkapsel – levendig te houden. Ik heb gelukkig het uitdijen weten te beperken, zo kan ik nog in m’n Casualties-jasje – ik herinner me als de dag van gisteren wat een klus het was er al die spijkers doorheen te jagen! Hanenkamkapsel…? Nuja, dat is er helaas niet meer bij. Het goedje dat we er in de jaren tachtig elke dag inwreven, heeft zijn werk gedaan, blijkbaar. Ik zei toen al dat het geen gezond spul was maar ja, daar haalden wij onze neus voor op. God Shave The Queen!

dinsdag 12 maart 2013

schrikkel 364a


Als je hen daar ziet liggen slapen, die Albanese of Roemeense vrachtwagenchauffeurs (of Moldavische of Wit-Russische, weet ik veel, in elk geval uit zo’n land ergens halfweg de route naar de écht-lageloonlanden in het Verre Oosten, een half-lageloonland ergens in het voormalige Oost-Europa), dan denk je nog niet meteen dat ze er wellicht elke dag liggen: niet dezelfde maar telkens andere. Op de ferry naar Dover nemen ze de zitjes op oneigenlijke wijze in en geven zich op het ritme van het bonken van de boot ver van alle wegverkeer over aan een verkwikkende slaap. Boven ze een prent met de drank die ze niet mogen nuttigen. Ze blijven de hele westwaartse overtocht onbeweeglijk op die net te korte banken ronken, tot iets als een inwendige klok hen bij het binnenvaren van de haven naar hun stuurcabines roept. De volgende dag liggen er opnieuw, en de dag daarna ook, enzovoort.

zondag 10 maart 2013

schrikkel 363


In een stad kun je vele behoeften bevredigen maar zeker niet alle. Wat staat je bijvoorbeeld te doen als je een uiltje wilt knappen en dat kan niet buiten op een bank in het park omdat het regent of omdat je je daar niet veilig voelt? Dan kun je naar de bibliotheek gaan. Als je daar een vrije stoel vindt, bijvoorbeeld in de tijdschriftenhoek, waar vele Bruggelingen van vreemde komaf op de golven van het internet voeling proberen te houden met het thuisland, kun je even ongestoord wegdommelen achter een schematische suggestie van een kerstboom. Heel gezellig is dat. Er is, welbeschouwd, in de bibliotheek veel oneigenlijk gebruik van de aangeboden faciliteiten. Zo maak ik er zelf wel eens gebruik van de toiletten als ik, tussen mijn dwangmatige bezoekjes aan De Slegte en De Raaklijn in, alweer getroffen ben door een nauwelijks te stuiten ontlastingsaandrang – een in de psychiatrische vakpers beschreven gevolg van het aanschouwen van te veel boeken die ongelezen zullen blijven. Dat ik dan uitgerekend in de bib mijn gram haal, beschouw ik als een kleine daad van subversiviteit.

vrijdag 22 februari 2013

schrikkel 362


Een van de taboeonderwerpen als je het over opvoeden en jongeren hebt, is de zogenaamde generatiekloof. Er wordt eigenlijk nauwelijks nog over gesproken – meer zelfs, men doet alsof hij niet meer bestaat: jongeren zijn meer dan ooit vroeg-oud en ouderen horen langer dan hun lief is jong te blijven.

Dat druist in tegen mijn aanvoelen: de kloof tussen de generaties is wellicht nooit zo groot geweest. Jongeren en ouderen leven in totaal, zeg maar kwalitatief, verschillende werelden – ’t is eigenlijk geen kloof meer die hen scheidt maar veeleer een bergketen of in elk geval een met prikkeldraad en glasscherven angehauchte Muur. Eentje die is opgetrokken uit bits & bites.

Wij, de ouderen van deze kant van – plusminus – geboortejaar 1975, vormen de analoge generatie. We vergeten te gemakkelijk dat er tegenwoordig pubers en jongvolwassenen rondlopen die het nooit anders geweten hebben. Wat is er voor hen allemaal niet digitaal? Hun sociale contacten, en de hele informatieoverdracht en kennisverwerving verlopen in een virtuele sfeer, zelfs de vorming van hun zelfbeeld en dus eigenlijk ook een groot deel van hun identiteit ondergaan in grote en nog onvoldoende in kaart gebrachte mate de invloed – al dan niet gunstig – van de digitalisering. Welke invloed op de vorming van de hersenen hebben het razendsnel zappen en multitasken en voortdurend reageren op prikkels die geen rechtstreekse impact hebben? Ik noem maar een van de vele vragen die wel eens wat vaker zouden mogen worden gesteld.

De waarden die wij verdedigen kúnnen zij niet eens meer kénnen of navoelen.

En dan proberen de ouders ‘mee’ te zijn en ze praten verwonderd via de iPad met het vriendinnetje van dochterlief; zij voelen ‘ergens’ wel aan dat de openbaarheid die zij betreden in grote mate een schijnopenbaarheid is, maar zij vinden de codes niet die maken dat deze vorm van communiceren totaal anders is en ook heel andere verhoudingen inhoudt en inluidt dan deze waarin zij zelf opgroeiden. Boeiend, verraderlijk. En met aanzienlijke morele complicaties.

Ik ben, onder andere, zeer benieuwd hoe de digitale generatie zélf later, binnenkort dus, aan het opvoeden zal slaan.

maandag 11 februari 2013

schrikkel 361


Voor dag en dauw – nadat het paneel de hele nacht publiciteit heeft gemaakt voor een door de firma Tuyttens te koop aangeboden compactcamera en spiegelreflexcamera – illustreert een voorbijrijdende auto dat het 650 euro kan kosten om over de mogelijkheid te beschikken die koplampstreep uit het beeld te bannen: kwestie van de sluitertijd kort genoeg te kunnen houden en het tekort aan licht, dat daardoor ontstaat, op te kunnen vangen met een volledig opengetrokken diafragma en/of een aangepaste isowaarde-instelling. Maar of dát een goede foto oplevert?

maandag 4 februari 2013

schrikkel 360


De vreemde symmetrie van de gevel van dit hoekhuis wordt door enkele elementen doorbroken: het straatnaambord, en de twee excentrisch gepositioneerde bakken Jupiler op het balkonnetje. Lege of volle flesjes? Dat valt niet uit te maken. We schrijven kerstdagochtend. Van vriesweer is geen sprake. ’t Is grijs en lauw, allicht niet fris genoeg om bier te bewaren.

zondag 3 februari 2013

schrikkel 359c

In de kerk van Sint-Kruis worden de voorbereidingen getroffen voor de nachtmis. Ik ben op weg naar S. Samen met G. en T. zijn we uitgenodigd bij L. om er deze kerstavond door te brengen. B. zal er ook zijn. Het wordt een onuitgegeven gezelschap. L. hebben we wel al een paar keer gezien maar nog niet echt leren kennen. B. hebben we nooit eerder ontmoet. We vertrekken met een bang hartje, blij met de uitnodiging maar toch ook onzeker over hoe de avond zal verlopen. We worden zeer gastvrij ontvangen. Alles verloopt rustig en gemoedelijk. L. ontkurkt de champagne en ontsteekt de kaarsen. B. heeft een heerlijke lamstoofpot meegebracht, gemaakt volgens een recept uit de Libelle Rosita. Er worden plezierige verhalen opgehaald. Wanneer ik me wat ziek voel, mag ik zonder probleem languit op de bank liggen. We gaan uit elkaar met oprechte wensen en het voornemen elkaar spoedig terug te zien.

maandag 28 januari 2013

schrikkel 359b


‘Kijk, zoon, hier zie je wat je daarnet niet hebt gezien maar ik heb het voor jou gezien en ik heb het vastgelegd zodat je nu op het kleine schermpje kunt zien wat je daarnet niet uit eigen beweging hebt gezien. Mocht je het nog in het echt willen zien, het kan, de stadspoort die ik daarnet heb gefotografeerd, staat er nog steeds, daar achter je. Maar ’t is wel een realiteit, dat moet je erbij nemen.’

schrikkel 359a


P. vraagt of ik een koffie wens. Ja zeker, koffie lust ik altijd, en terwijl hij een kop haalt voor me, monster ik een van zijn etsentafels, een van zijn windmolens, een van zijn Sisyphusrotsen. En dan zie ik plots tegen de muur een affiche van een kandidaat – wat is dat alweer lang geleden.

donderdag 24 januari 2013

schrikkel 358


Ik herinner mij de brugdraaier aan de Gentpoort. Ik was nog een kind en aangezien ik niet vaak de stad in ging, heb ik hem niet vaak bezig gezien. Maar toch een paar keer: een man, met pet en sigaret, die, zwengelend aan een groot draaiwiel, manueel de brug opendraaide: het grote ijzeren gevaarte werd via een systeem van hefbomen en kabels langzaam opgelift tot het hoog genoeg lag om de wachtende aak onderdoor te laten varen. Later werden de bruggen geautomatiseerd, maar ze moesten nog altijd worden bediend door een fysiek aanwezig persoon die op basis van visuele beoordeling het scheepvaartverkeer regelde – tot grote ergernis van de steeds talrijker wordende automobilisten en fietsers die de stad in of uit wilden. Ergens achterin de jaren tachtig, vlak voor de digitale revolutie en de omwenteling in de algehele communicatie- en controletechnologie, kreeg elke brug over de Brugse Ringvaart een brugbedienershuisje met een raam dat uitzicht bood op de brug en de algehele verkeerssituatie in de onmiddellijke omgeving van de brug. Die infrastructuur werd niet veel later overbodig omdat voortaan de hele Ringvaart vanuit een centraal punt werd bediend – met behulp van camera’s en wat weet ik al niet meer. De huisjes kwamen leeg te staan en staan nu al een hele tijd te verkommeren. Ook het huisje aan de Dampoort, dat nu lijkt te worden weggedrumd door een groot appartementsblok. Het zal wellicht binnenkort worden afgebroken – en dan zal het zijn alsof het er nooit heeft gestaan.

woensdag 23 januari 2013

schrikkel 357 / de dingen 85


Blijf even stilstaan bij de kleine genoegens. Doe dat zonder melig te doen. Laat die ‘des levens’ maar weg. Gewoon een dampende kop koffie. Hoeft geen Nespresso te zijn, een gewone Nescafé doet het ook. (Maar Nespresso is natuurlijk ook goed.) Warm je handen aan die kop. Kijk naar de kale bomen aan de overkant. Een man met een hond. Geniet hij van zijn hond? Misschien niet. Misschien is hij gedachteloos. Dat is ook goed, als het goede gedachteloosheid is. Neem die eerste slok. Brand je tong niet. En je verhemelte. Er is geen hemel. Er is enkel nu: dit, een dampend moment – en twee kleuren die samenkomen op de vensterbank. Kijk, het verdampt, het is efemeer, het staat alweer op het punt van verdwijnen. Je drinkt te veel koffie. De taak wacht. De man gaat voorbij. Je drinkt de laatste slok en gaat weer achter je computer zitten.

schrikkel 356b


Het blijft wennen, wanneer je in een ooghoek een reusachtige kerstman in blauwe slede over het gras van een rotonde van links ziet aan komen glijden en je beseft: die kan nooit nog tijdig stoppen. Wat een lot, wat een lot: aangereden te worden door een kerstman in een blauwe slede.

zaterdag 19 januari 2013

schrikkel 356a



Vanuit mijn raam, drie hoog, zie ik in het park aan de overkant van de straat een jongeman zijn hond aan het werk zetten, een jack russell als ik het goed heb, zo’n spierbal op vier poten, nerveus, energiek, onvermoeibaar en eigenzinnig. Balletje links, balletje rechts, balletje dicht, balletje ver – en op zeer eenduidige wijze dom rent het beest er al achter aan nog voor het gegooid is. Ik bekijk het spelletje en geniet van het spektakel, van op de eerste rij want het spektakel is niet de hond alleen maar de hond plus het baasje.