zondag 9 augustus 2026

vorig jaar 423

9 augustus 2025

Een ononderbroken nacht, van tien tot halfzeven! Ik droomde nog maar eens over stations en treinen net niet halen, en als ik me niet vergis was Benoni er ook weer bij. Ik sta op in dubio: de reis voortzetten of terugkeren? Ik schrijf dit om zeven uur aan de ontbijttafel, M is druk in de weer. Ze komt erbij zitten, en T staat ook vroeger op dan gewoonlijk. Ik vertel – tot op zekere hoogte – mijn verhaal, onder meer ook over mijn vader. (…) Ik wil hier zeker nog terugkomen (…) om met de koersfiets rondjes te maken en te luieren in de hangmat. Uiteindelijk vertrek ik om halfnegen, nog helemaal niet zeker waar de reis me zal voeren na Charleville-Mézières. Ik drink in Signy een koffie, en vind in Warcq, aan een vijver, een bank in de schaduw voor mijn picknick. Daar beslis ik om niet verder te reizen. (…)

Op het middaguur doortocht in Charleville. De Place Ducal is in de uitverkoop. Het statige, monumentale plein wordt volledig ingenomen door strand, palmbomen, ijskramen, een podium, een carroussel. De historische waarde van de architectuur moet wijken voor pretzucht en commercie.




Na veel zoeken tussen de bochten van de Maas, die nu eens naar het noorden leidt en dan weer zuidwaarts, en waarbij het niet altijd duidelijk is of het fietspad zich op de linker- dan wel op de rechteroever bevindt, vind ik mijn uitweg uit deze stad. (...)

Om vijf uur kom ik tot de akelige vaststelling dat het geboekte en ook al voorafbetaalde hotel in Haybles, dat ik na 105 kilometer en het overwinnen van een helling van 10 procent om bij het hotel te geraken bereik, niet bestaat. (Achteraf blijkt booking.com de betaling te hebben terugbetaald, en mij ook te hebben verwittigd via e-mail, maar dat bericht zie ik te laat.) Het meest nabijgelegen hotel stroomafwaarts ligt in Givet. 21 kilometer, zegt Google Maps, maar het worden er uiteindelijk 31. Hoewel het vlakke kilometers zijn, zie ik toch af. Ik passeer de kerncentrale van Chooz. Wanneer ik iets voor zeven uur in het hotel-restaurant Le Val Saint-Hilaire (trois étoiles) aankom, blijkt ook deze boeking fout te zijn gelopen. Gelukkig heeft de even corpulente als vriendelijke uitbater begrip voor mijn situatie en schudt hij alsnog een kamer uit zijn mouw. Ik eet op het terras, achter een luidruchtig gezelschap van zes koppels – zes mannen aan de ene kant van de lange tafel, hun zes vrouwen aan de andere kant. Tientallen huiszwaluwen vliegen af en aan boven de Maasoever. Mijn entrecôte is bijzonder mals en bloederig. De frieten liggen er slap bij. Het ijsje achteraf (vanille en pistache) smaakt overheerlijk! Op mijn kamer kijk ik – op arte – naar een documentaire over de astronauten die in de loop van het NASA-programma zijn omgekomen. De Challenger (1986) herinner ik me nog zeer goed – ik was student in Leuven, en twee of drie dagen later was er in den Ateljee aldaar reeds een Challengerfuif (met op het affiche de iconische foto van het ontploffende ruimteveer) –, maar de Colombia (2003) was ik al vergeten.