dinsdag 11 augustus 2026

facebookbericht 1243

Eerst dit: ik bezit geen auto. Principieel, maar ook omdat ik er geen nodig heb.

Zo gebeurt het dat ik geregeld – ook al om de huidige janboel aan het station te vermijden – in de Spoorwegstraat in Sint-Michiels fiets. Daar kom ik, richting station, na de rotonde aan ten Briele in het gedeelte van de Spoorwegstraat waar er aan de rechterkant tussen de straat en de treinsporen huizen staan. Over dat stukje wil ik het hebben omdat daar de manier waarop het fietspad is aangelegd perfect illustreert hoe de overheid denkt over de rangorde tussen fiets en auto. Letterlijk bij elke garagepoort – en bijna elk huis heeft er daar een – zakt het niveau van het fietspad, dat op dezelfde hoogte als het trottoir is aangelegd, een tiental centimeter. Waarna het weer – hop! – tien centimeter stijgt. Dat veroorzaakt een hoogst oncomfortabel gevoel bij het fietsen: als je dat stukje Spoorwegstraat voorbij bent, zijn je ballen geklutst. Bij manier van spreken, uiteraard, maar men begrijpt zeker wat ik bedoel. En dat allemaal omdat meneer of madam Spoorwegstraatbewoner smooth zijn/haar garage zou kunnen binnenrijden. Eén of twee keer per dag. Terwijl daar dagelijks tientallen fietsers fysiek ongemak voor moeten ondergaan. En ook mentaal ongemak, want ergernis is dat. Deze manier van fietspaden aanleggen op het niveau van het trottoir is meer regel dan uitzondering.

Ik weet het, het is een detail. Er zijn belangrijker zaken. Maar zou het niet logischer zijn in de aanleg van fietspaden een andere hiërarchie te hanteren? In een beleid dat werkelijk voorrang zou verlenen aan andere vormen van mobiliteit dan de auto zou dat vanzelfsprekend zijn.