zondag 2 januari 2011

mijn woordenboek 292

AMBITIE

Veel van onze ambities worden ons opgedrongen. We ‘koesteren’ ze niet. Onze omgeving doet er alles aan om ons te doen vergeten dat er ook nog mensen zijn die een soort van volmaakte rust zouden willen nastreven, ja, die er zelfs in slagen iets dergelijks te beleven. Hun enige ambitie is: het zich niet laten opdringen van de sociale verplichting er niet door hen gekozen ambities op na te houden.

Laat ons vooral niet vergeten dat er nog zoiets bestaat als het recht op luiheid, zoals we weten sinds Paul Lafargue er een essay over schreef.

Ambitie krijgt pas ruimte als er overschot is. Als de kwestie van het overleven is geregeld. De zorgen die voortkomen uit het hebben van een ambitie vormen altijd een luxeprobleem. Je zou verwachten dat er na het overleven een periode van rust aanvangt, maar niet dus voor een aantal onder ons. Sommigen blijven rusteloos. En die rusteloosheid wordt steeds nadrukkelijker de norm.

Het in leven blijven, en eventueel het zich voortplanten: dat zijn de eerste vereisten. Dat kun je nog geen ambities noemen. Het instandhouden van het individu en van de soort. Maar eens dat voor elkaar, is er tijd – wist Maslow – voor het zoeken van zin: wat doen we met de vrijgekomen energie? Wat willen we bereiken in het leven dat ons is toegemeten?

Over tijd gaat het onvermijdelijk als het over ambitie gaat. De tijd moet dringen – anders wordt alles weer gewoon uitgesteld. Er moet nú werk worden gemaakt van de droom, de wens, de betrachting – anders komt het er niet meer van. Tijdnood scherpt de ambitie. Onder tijdsdruk wordt het meeste en het beste werk verzet. Wie in het nauw wordt gedreven, zet zich schrap en vermag altijd iets meer.

Ambitie. Je wil iets worden, je wil iets bereiken, je wil iets verwezenlijken. Waarom? Uiteindelijk omdat je een spoor wil trekken. Voor wie? Voor wie na jou in dat spoor kan treden.

Hoe komt het dat velen uit zichzelf geen bijzondere ambities hebben? Hoe komt het dat ik zelf nooit ambitieus genoeg ben geweest? Ik vermoed dat het antwoord op deze vraag heel dicht zou kunnen komen bij het zelfportret dat ik hier niet van plan ben te tekenen.

Voor wie niet louter drijft op de stuwkracht van het genie, vergt ambitie bravoure. Ik ben geen genie. Toch moet ik denken dat wat ik doe iets te betekenen kán hebben. Natuurlijk kan wat ik heb bij te dragen aan een betere en mooiere wereld – want daar gaat het uiteindelijk om – niet méér zijn, gezien de macht van het getal, dan een druppel in de oceaan. Dat weet ik wel. Natuurlijk kan mijn levenswerk nooit méér zijn dan een zucht in de storm van het leven. Toch wil en moet ik het doen. Dat vergt heel wat zelfvertrouwen. Dat vergt tunnelvisie, eigendunk, gezonde pretentie.

Wie ambities wil verwezenlijken, moet voor zichzelf kiezen. Hij kan niet met alles en iedereen rekening houden. Het opnemen van de eigen ambitie vergt een portie egoïsme. Maar ook moed want je riskeert op het verkeerde in te zetten en dan is er van het spoor dat je had willen trekken al na de eerste windstoot of regenvlaag niets meer terug te vinden.

Ambitieus is diegene die de eeuwige strijd tegen het vergeten nog niet heeft opgegeven. Uiteraard is het uitzichtloos, maar toch. Op de duur leer je dat de eeuwigheid een te ruim, onmenselijk, perspectief is. We hebben geen ‘eeuwige vergunning’, zoals op oude grafzerken te lezen staat. Het is onverstandig niet in te zien dat de kans dat je inspanningen worden opgemerkt reeds in dit leven al bij al niet erg groot is. Wat zou er daarna nog van overblijven? Vanuit dat besef kun je twee kanten op. Nietsdoen of de dingen gewoon goed willen doen. Of zo goed mogelijk. Consciëntieus. Je doet wat je wil en moet doen uit een koppig plichtsbesef. Je bent het nu eenmaal verschuldigd aan diegenen die jou met hun voorbeeld zijn voorgegaan, in wier spoor je treedt.

In ambitie gaat het uiteindelijk om: erkentelijkheid. Want je beseft dat je ook diegenen die na jou komen een voorbeeld kunt meegeven. Dat is de betekenis van ‘een spoor nalaten’. Je laat met wat je in je leven hebt gedaan een spoor na zodat wie na jou komt gemakkelijker de weg vindt. Zoals jij zelf de voorbeelden van anderen hebt nagevolgd. In ambitie gaat het erom iets terug te geven voor de mogelijkheden die je hebt gekregen. Méér willen doen dan alleen maar overleven is een uiting van dankbaarheid.

*

Er is bij ‘de jeugd van tegenwoordig’ – ik plaats de aanhalingstekens met de grootst mogelijke nadruk – een karakteristiek die mij grote zorgen baart. Ik noem het de 51%-attitude. ‘Vroeger’ – u weet vast wel wat ik bedoel: toen alles veel beter was en de dieren nog spraken – vroeger dus, deden wij op school ons best. Toen was het geen schande een zo goed mogelijk rapport te willen behalen, ambitieus te zijn. Er heerste een competitiviteit die alvast het voordeel had dat de meesten, of toch velen, het onderste uit de kan haalden. Er zullen er wel een paar het slachtoffer van geworden zijn – ik bedoel dat ze door ontmoediging of zo er de brui aan gaven – maar de meesten bereikten méér dan zonder die competitiviteit zou mogelijk geweest zijn. En dan heb ik het niet zozeer over de punten die ze behaalden, maar vooral over het feit dat ze zich een ijver en discipline eigen maakten die hun in hun latere leven vast nog wel van nut zullen geweest zijn.

Nu, bij ‘de jeugd van tegenwoordig’, bestaat die competitiviteit veel minder. Of ze is, vreemd genoeg, omgedraaid. Wie zijn best doet, wordt als ‘strever’ gebrandmerkt. Het is veel cooler om zo dicht mogelijk – aan de juiste kant weliswaar – bij de 50% uit te komen. Het best gepresteerd heeft diegene die het minste punten ‘te veel’ heeft en zich met een minimum aan inspanningen uit de slag heeft getrokken. Het recht op luiheid krijgt hier een perverse concretisering. Dat zo’n leerling niet begrijpt wat hij doet als hij een wiskundige vergelijking oplost of een formule toepast in de fysica, dat hij geen benul heeft van geografie of scheikunde, dat hij het in Keulen hoort donderen als je zou peilen naar wat hij voelt bij een kathedraal, een symfonie of een gedicht van Hadewijch of Leonard Nolens – dat alles zal hem worst wezen. Als hij maar dicht tegen die 51 aan zit en ondertussen met het hipste mobielmodel dringende gesprekken kan fingeren.

Ik vraag mij af hoe dat gebrek aan positieve ambitie te verklaren is. Misschien heeft het iets met overleven te maken. Ik ben daar nog niet uit.