24 mei 2025
Het is overduidelijk dat Bekentenissen van een Ierse rebel een gedicteerd boek is. Het relaas duikelt met een razende vaart van de ene anekdote in de andere. Behalve de chronologie zit er nauwelijks een structuur is. Ik heb zelfs de indruk dat er enkele overtollige herhalingen in geslopen zijn en dat Brendan Behan bij sommige passages echt wel een neut té veel op had. Maar goed, sommige verhalen zijn burlesk en onderhoudend, en ik heb een paar keer goed gelachen. Die Behan moet toch wel een bijzonder kleurrijke figuur zijn geweest.
*
In Voorproevers gaat het over hoe vrouwen oud worden. ‘Wanneer merkte je voor het eerst dat je oud was geworden?’ ‘Toen ik met mijn dochter van vijftien in Italië rondwandelde en merkte dat de mannen niet naar mij maar naar haar keken, hoewel ik met toch speciaal voor dit flaneren had opgemaakt.’
*
Bart Somers vertelt in de podcast Drie boeken zeer enthousiast – zo kennen we hem – over De wereld van gisteren van Stefan Zweig en over De dood van de Ier van Mario Vargas Llosa.
*
Op weg naar (…) krijg ik een bericht van M. Of ik geen zin heb om een vrijgekomen ticket voor Bruce Springsteen in Lille op te nemen. Deze avond nog. Ik aarzel, maar ga dan toch in op het aanbod. We vertrekken ruim op tijd. In een pizzeria nabij het stadion heb ik een leuk gesprek met een stel uit Le Mans. Over de 24 heures natuurlijk, maar ook over Brugge en de politiek. Marion en Hervé zijn net als ik de extrême gauche toegedaan. Met M spreek ik even over het radioprogramma over ouder worden van vanmorgen. Waar ik de ervaring van het niet-meer-bekeken-worden herken, zegt hij net het omgekeerde te beleven. Maar M is dan ook een knappe man van 45. (…) Het concert, dat stipt om halfacht begint, draait uit – voor mij – op een teleurstelling. Na een korte anti-Trump-speech, heeft the Boss mij met zijn eerste nummers nog wel mee, maar de wall of sound die wordt opgetrokken op een honderdtal meter van mijn plaats hoog in de tribunes, begint al vlug te vervelen en op den duur zelfs te irriteren. De reuzeschermen links en rechts van het podium leiden mijn blik voortdurend af van de werkelijke, gewoon veel te kleine figuren erop. Springsteen zingt vals, beweegt nauwelijks, strompelt, raakt reikende handjes aan, wijst mensen aan in het publiek zoals ook presidentskandidaten doen op een rally, zingt voortdurend boven zijn macht, roept, scandeert… De E Street Band lijkt vooral op routine te spelen. Sommige hits, zoals The River, worden vakkundig de nek omgedraaid. Enfin, dit is gewoon een barslecht concert, en het feit dat ik meer dan de helft van de nummers niet ken – ik ben opgehouden met Springsteen te volgen ergens halfweg de jaren negentig –, is ook niet bepaald bevorderlijk voor de feestvreugde. Na twee uur en drie kwartier is het eindelijk voorbij. (…) Tot overmaat van ramp belanden we bij het wegrijden in een file. (…) Om twaalf uur ben ik dan eindelijk thuis. Gelukkig ‘tuuten’ mijn oren niet.
