zondag 10 mei 2026

LVO 347

fragment uit Het maaiveld


De metafoor van licht en duisternis, duidelijkheid en verwarring speelt een belangrijke rol in mijn erg schematische verbeelding van die dagen. Het vreemde is – en hier speelt wellicht de invloed van mijn lectuur van Hermann Hesse (waarvoor meneer Allevier mij had willen behoeden) – dat ik het licht en de duidelijkheid associeer met het kleinburgerlijke bestaan dat ik blijkbaar koste wat het kost wilde vermijden, terwijl de duisternis en de verwarring stonden voor een soort van romantisch artistiek ideaal. Als je de verkeerde keuze maakt, zo spreek ik mijzelf toe op 30 oktober 1978, dan ‘verlies je je persoonlijkheid’; ‘het creatieve in je gaat teloor, je verdrinkt in de anonimiteit. Dat is de grote keuze waarvoor ik me nu geplaatst zie: hier de waardevolle duisternis, het leven, de onrust – daar de verlichte rust, die verdoemd is. Ik wil het leven, maar ik ben de duisternis en de onrust beu. Ik wil de klaarheid en de rust, maar ik wil mezelf niet verliezen.’ Wat verderop: ‘Dit alles is vaag, uiterst vaag. Een concrete omzetting in de realiteit zal wel onmogelijk zijn. Maar ik wil de sleutel vinden. Men vindt gemakkelijker iets in het licht dan in de duisternis, gemakkelijker in de rust dan in de woeling. Maar het is zo oneindig waardevoller als men de sleutel niet voorgeschoteld krijgt.’

Ik kan nu alleen maar vaststellen dat mijn ik van toen een behoorlijk verwarde indruk maakt. In diezelfde notitie tref ik wel nog een interessante uitdrukking aan. Ik heb het over het vinden van een tussenweg tussen het kiezen voor mezelf en het opvoeren van een sociale komedie. ‘Maar,’ zo voeg ik er nog aan toe, ‘het mag slechts een voorlopige oplossing zijn.’ Grappig hoe die woordcombinatie – voorlopige oplossing – veel later in mijn leven weer is opgedoken, nadat ik haar al die jaren vergeten was.