fragment uit Het maaiveld
Aan het woord is een melancholische, oververmoeide, overgevoelige, defaitistische puber die zich uitverkoren waant en die een geluk nastreeft ‘dat slechts voor weinigen is weggelegd’ (26 oktober 1979). Hij lijdt aan contactarmoede (‘een van mijn grootste zwakheden’ (1 januari 1979)) en stevent stuurloos af op ‘de nakende levensbeslissende wendingen’ (id.). Hoewel, stevenen is hier niet het juiste werkwoord. Zwalpen zou een betere werkwoordkeuze zijn – en inderdaad, dat werkwoord komt ook wel eens voor in de notities. In diezelfde notitie van 1 januari 1979 maak ik een balans op. Nieuwjaarsdag leent zich daar wel toe. Het was een voor mij bijzonder treurige oudejaarsavond geweest. Ik had alleen door de Brugse straten gelopen, vruchteloos op zoek naar wat aanspraak. Gelukkig had het die dag gesneeuwd en lag de stad er winters koud bij – op die manier had ik mij dan toch kunnen warmen aan de geneugten van het pittoreske.
