maandag 11 mei 2026

LVO 348


fragment uit Het maaiveld


Nand Lycke was in dat vijfde Latijn-wetenschappen onze klastitularis. Zijn vakken Engels en Nederlands waren dankbare werkterreinen om een klas dwepende en eigenzinnige testoreronbommen in het gareel te houden. Zou je denken. Maar met Lycke viel dat anders uit. Met zijn gedrongen gestalte, lichte corpulentie en vooral zijn forse zwarte baard was hij een opvallende verschijning. Maar, zo zou al vlug blijken: achter dat uitgesproken uiterlijk ging onbeduidendheid schuil. Wij hadden nochtans steile verwachtingen.

Op de een of andere manier was Bert erin geslaagd om met zijn enthousiaste uitstraling niet alleen mij, maar de hele klas leven in te blazen. Iedereen, ook de minst uitgesproken karakters, leek er eindelijk iets van te willen máken.

Tijdens de eerste weken van september maakte onze klastitularis een bijzonder lusteloze indruk. Hij mummelde meer dan dat hij sprak, de lippen gedeeltelijk aan het oog onttrokken door zijn snor. Hij stelde ons zo sterk teleur dat we hem om uitleg vroegen. Dat kon in die tijd nog en hij liet het toe – wat hem sierde. Hij ontkende niet dat het hem aan energie ontbrak. Hij voerde de verbouwingswerken aan zijn huis aan als excuus. Het zou wel voorbijgaan.

Maar het ging niet voorbij. In plaats van ons de sleutel aan te reiken tot de poëziecorpussen van de Engelse en Nederlandse literaturen, wat in een voorlaatste jaar van het middelbaar onderwijs toch had moeten gebeuren, bood Nand Lycke ons vooral een inkijk in zijn burgerlijke hypochondrie en zijn totale gebrek aan motivatie. Voor ons stond een uitgebluste veertiger met het uiterlijk van een soixante-huitard maar met de ziel van een verkavelingsvillabewoner.

Daarvan konden we ons ter plekke vergewissen want in een gulle bui had hij ons allemaal eens bij hem thuis uitgenodigd voor een ‘muziekavond’. De pas verbouwde villa van onze titularis prijkte in een verkaveling nabij Steenbrugge. We mochten met z’n allen plaatsnemen in de zitkuil, een in de woonkamer uitgegraven gat dat met tegels, tapijten, kussenstoelen en een (niet brandend) haardvuur was aangekleed. Nand schonk ons die avond niet-alcoholische drankjes in (elk eentje). Het concept van de muziekavond was eenvoudig: elk bracht zijn favoriete liedje mee en mocht het, met gebruikmaking van Nands platenspeler, ten gehore brengen. Waarop de groep een kort commentaar leverde. Ik had gekozen voor ‘Maybe I’m Amazed’ van Paul McCartney, van dezelfde lp die ik al eens vermeldde in verband met de jeugdmissen op school. Nand Lycke vond er niets aan. Dat zei hij ook uitdrukkelijk. Zelf stelde hij iets voor van een countryzanger, ik weet niet meer wie het was. Bert had voor ‘Aqualung’ van Jethro Tull gekozen. We hadden in elk geval ons best gedaan om niet te komen aandraven met de oorwurm van de voorbije zomer of met iets van de plaat Jonathan Livingstone Seagull van Neil Diamond want dat was uiteraard niet cool genoeg.