fragment uit Het maaiveld
Er waren nog wel een paar klasgenoten die naar den OLVA trokken – Francis Ghyoot, Martin Vandepitte – maar zij werden in een andere klas ingedeeld. Ik had heel erg het gevoel er alleen voor te staan, in die zesde Latijnse A.
Dat was al het eerste vervreemdende gegeven: we begonnen niet, zoals in de basisschool, met het eerste, maar meteen met het zesde jaar, de zogenaamde zesdes. Daarna volgden de vijfdes, de vierdes enzovoort. Maar dubbelop vreemd was dat toen ik halverwege mijn humaniora was aanbeland, deze telling werd omgekeerd of, in zekere zin, genormaliseerd: de telling verliep nu gewoon oplopend. Gevolg was dat ik na de vierdes opnieuw in de vierdes terechtkwam, en daarna in de vijfdes en de zesdes, zodat het was alsof ik eindigde waar ik was gestart en eigenlijk niets anders had gemaakt dan een zes jaar durende omtrekkende beweging, een gigantische omweg.
Natuurlijk was dat niet zo: ik was net geen twaalf toen ik in september 1973 aan de middelbare school begon en net geen achttien toen ik er in juni 1979 eindelijk voor de allerlaatste keer met mijn fiets de fietsgarage uitreed. Vastbesloten om er nooit meer terug te keren en ook om mijn kinderen, indien ik die ooit zou hebben, nooit in dat troosteloze en grimmige gebouw school te laten lopen.