zondag 16 april 2017

labels


Mijn boekenliefde heeft een materiële zijde en daarover bericht ik in van boeken bezeten. Onder boek is te vinden wat ik, na of tijdens mijn lectuur, over die boeken schrijf: van losse opmerkingen tot volwaardige recensies. In boeken vind ik regelmatig plaatsen waarin wolken of pauwenveren ter sprake worden gebracht. Ook voor passages waar in dezelfde zin of alinea onze nationale driekleur zichtbaar wordt, heb ik een boontje. De simultane lectuur van verschillende boeken leidt soms tot het vinden van een parallel. Op bepaalde boeken ga ik grondig in, bijvoorbeeld De gebroeders Karamazov, De toverberg, Anna Karenina. Onder de zeer toepasselijke titel rechercheur houd ik een aparte blog bij waarop ik leesverslagen opsla die ik schrijf bij het lezen van Prousts Recherche.

Af en toe, om te oefenen, vertaal ik een stukje uit het boek Microfictions van Régis Jauffret.

Maar ik schrijf ook over wat ik zie gebeuren in de maatschappij of de politiek, of in de media, of in verband met het milieu. Ik heb het niet zo voor reclame, dat is te merken aan de bijdragen aan de rubriek antireclame.

Film vormt ook een belangrijk bestanddeel van deze blog.

Soms houd ik een dagboek bij. Daarin is niet alles geschikt om op deze blog een plaats te krijgen, vandaar een rubriek gecensureerd dagboek. De tot een bepaalde periode gelimiteerde reeksen dagen van verhoogde helderheid en concentratie, schrikkeljaar 2012 (een dagelijkse bijdrage met telkens een combinatie van woord en beeld), 54, tour (over mijn fietsreis in Frankrijk, 2014 – samengevat in een apart stuk), de zomer van 2016, de herfst van 2016, fietsreis 2016 (door Duitsland tot in Polen), de winter van 2017 en de lente van 2017 zijn ook dagboekachtig.

De rubriek los ingeslagen is een buitenbeentje omdat het voor mij op een bepaald ogenblik ook niet meer duidelijk was wat ik daarin onderbracht: losse invallen of autobiografische notities. Die laatste zijn er in elk geval onder de noemer autobiografie. De rubriek ferroviair bevat treinanekdotes, door mij in mijn hoedanigheid van forens waargenomen. In de jaren 1994-1996 schreef ik cursiefjes voor de krant De Standaard – ik heb ze hier opgevist onder de noemer ampersand. Leuke zinnetjes en pseudowijsheden die nergens anders een plaats vonden, vang ik op in de rubriek de wijsheden van pippo cornetto. Ik leer er zelf ook nog van. Evengoed losse flodders zijn de observaties die een onderdak vonden in de rubriek idiosyncratisch. De bijdragen tot 100 woorden zijn in een schrijfoefening gegoten observaties. Af en toe ontstaat een tekst als brief. Soms krijgen deze brieven, uiteraard, indien dat nodig was, na instemming van de geadresseerde, een plaats op deze blog. Een subcategorie hierin vormen de brieven naar bunnik, naar mijn gewaardeerde blogbroeder JWL. Een andere blog die ik zeer regelmatig volg, is die van Martin Pulaski.

Mijn dromen – onder droom – hoef ik niet te censureren want dat doen ze zelf, zoals we van de Grote Tovenaar uit Wenen weten. Een aparte rubriek vormen de lemmata van mijn woordenboek. Ik heb daarin bijna de letter A afgewerkt. In de rubriek mijn eigen namen behandel ik op gelijkaardige wijze personen of plaatsen die voor mij belangrijk zijn. Onder poëzie bewaar ik teksten over poëzie, alsook mijn eigen pogingen daartoe, onder meer de reeks 100 voorwerpen, die is opgehangen aan een boek waarin honderd objecten uit het British Museum de kapstok vormen voor een wereldgeschiedenis. Onder archief, de naam zegt het zelf, plaats ik oude teksten die vaak enkel in analoge vorm beschikbaar zijn voor mezelf en, voor zover ze ooit gepubliceerd werden, eventueel ook in stoffige predigitale bibliotheken. Met de reeks afscheid van mijn digitaal bestaan heb ik een begin gemaakt met het afstoffen van wat ik dan maar ‘hoogtepunten’ van deze blog zal noemen.

Ik heb een zwak voor lijstjes, onder meer de boodschappenlijstjes die worden achtergelaten op de karretjes van het warenhuis. Leuk om in te scannen: winkelwagenblues.

Mijn fotografie heeft al tot verschillende reeksen aanleiding gegeven, onder meer vandaag gezien, het al vermelde schrikkeljaar 2012, 13 in z/w (één zwart-witfoto voor elke dag van 2013), instagram met een reeks van 365 telefoonfoto’s, de dingen, analoog, lezers (foto’s van mensen die een boek lezen), niet opgenomen handschoenen, een soort van zelfportretten (mirage), stad en ommeland (over het groen in mijn woonplaats Brugge en omstreken). Die laatste foto’s zijn vaak gemaakt tijdens mijn fietsritjes. De fietsrubriek heb ik in de loop der jaren op verschillende manieren ingevuld: met kaartjes, impressies en zelfs playlists van wat mijn iPod mij voorschotelde. Over muziek schrijven, overigens, vind ik moeilijk, ik doe het dan ook niet vaak.

In de rubriek terugblik evalueer ik van op afstand foto’s die ik lang geleden maakte. De noemer woord in beeld vraagt aandacht voor foto’s waarin – inderdaad – tekst een rol speelt.

Soms schrijf ik ook iets over fotografie of over één markante foto: ingeprent. En over architectuur en beeldende kunst. Mijn eigen tekeningen – getekend – vallen daar niet onder. Mijn videofilmpjes ook niet. De reeks de kunst van het kijken is ingegeven door een gelijknamig boek over hoogtepunten in de geschiedenis van de laat-negentiende- en twintigste-eeuwse schilderkunst.

In enkele afzonderlijke teksten, waaraan ik veel belang hecht en die ik daarom hier nog apart vernoem, reflecteer ik op mijn activiteiten als leesclubbegeleider (hier is een lijst te vinden van alle boeken die daar aan bod kwamen, met links naar teksten die ik erover schreef), op deze blog (in een in 2008 afgenomen interview) en ook op mijn gebruik van Facebook.

Gelieve niet te vergeten dat deze linkenlijst niet exhaustief is (sommige rubrieken beschouw ik als slapend of dood), en dat er ook nog een zoekfunctie beschikbaar is: u vindt hem links in de Blogger-taakbalk, nadat u van hieruit helemaal naar boven hebt gescrold.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen