dinsdag 7 augustus 2012

2951

S., F. en S., Antwerpen - 120414

2950

F., Antwerpen - 120414

maandag 6 augustus 2012

zondag 5 augustus 2012

schrikkel 204b

In Lammersdorf is op zondagmorgen behalve de kerk zowat alles gesloten. Eén pand onderscheidt zich ternauwernood van de ingedommelde andere door enkel een bescheiden opschrift en enkele lampen die binnen branden. Wie als buitenstaander dit Gasthaus betreedt, krijgt de indruk de woonkamer van een privéwoning binnen te gaan. Maar het is wel degelijk een café: rustieke tafeltjes met nappen en kaarsen, vier kaartspelers in de hoek en aan de toog een paar krasse knarren. Bijzonder krasse knarren, ik schat hun leeftijd op om en bij de tachtig jaar. Ze gaan vertrouwelijk met elkaar om: het is duidelijk dat ze elkaar regelmatig zien. Misschien wel elke dag, of dan toch elke week op zondagvoormiddag wanneer moeder de vrouw eerst naar de mis gaat en dan thuis het eten klaarmaakt. Een van de ouderlingen wordt opgehaald door een man die waarschijnlijk zijn zoon is en zelf ook al niet meer van de jongste: ‘Het eten is klaar, pa.’ Zwaar op zijn zoon leunend verlaat de man het etablissement.
Tachtig jaar of misschien zelfs meer. Ik maak een eenvoudige berekening. Dan zijn deze mannen geboren tussen halfweg de jaren twintig en het begin van de jaren dertig van de vorige eeuw. Misschien waren ze oud genoeg om alles bewust te hebben meegemaakt. De fascinatie en de verschrikking. De trots en de angst. Misschien waren ze bij de Jugend, misschien zagen ze vol verering hun net iets oudere broers of hun vaders west- of oostwaarts marcheren. Misschien voerden ze het bevel over, hielden ze toezicht bij, zorgden ze voor de perfecte uitvoering van…
Ach. Heeft het zin? Hebben deze heren dan geen recht op een onschuldige aperitief op een doodgewone zondagmorgen?

38,5 * 96,0 * 95,8

schrikkel 204a

De uitbater van Hotel Am Kapellchen (dat zo heet omdat het zich tegenover een kapel bevindt maar misschien ook wel omdat je binnenin het hotel heel wat religieus getinte parafernalia kunt aantreffen: bijbels, kruisbeelden, religieuze afbeeldingen…) gelijkt volgens S. op de Franse acteur André Dussolier. Hij heeft een vriendelijke en – als dat zou kunnen, zou ik zeggen: – nogal rooms-katholieke kop met vroeger wellicht rosblond en nu grijzend halflang haar en rood aangelopen kaken. Zijn embonpoint poogt hij met een uit de broek gelaten overhemd te vergoelijken. We troffen hem gisteren in de late namiddag soezend op zijn terras aan en het duurde wel eventjes voordat hij, na ons aanbellen, kwam opendoen. Zijn dashond liep hem daarbij voor de voeten.
Terwijl S. zich nog aan het klaarmaken is voor het vertrek van onze rit vanuit Kornelimünster over de Eifel, de koninginne-etappe van onze reis zeg maar,  vraag ik de man om de rekening. Terwijl hij die opmaakt, informeer ik hoe lang hij al hotelier is, of de zaken een beetje marcheren – dat soort dingen. Mijn – ik moet het toegeven, deels door zijn wufte maniertjes ingegeven – vermoeden dat hij een beetje miscast is, wordt bevestigd. Maar dan op een andere manier dan mijn vooroordeel het had doen verwachten. De man beantwoordt heel vriendelijk mijn vragen. Am Kapellchen werd gestart door zijn grootvader. Dat moet intussen al meer dan een halve eeuw geleden zijn, schat ik, dus in het decennium na de Tweede Wereldoorlog. (Wat heeft die grootvader in díe jaren gedaan?, is dan het soort vragen dat in je opkomt maar dat je niet durft te stellen.) Na de dood van de grootvader nam de vader de zaak over, en daarna de zuster. Maar die overleed vroegtijdig en zo sukkelde André Dussolier min of meer onverhoeds in het hoteliersvak. De ondertoon van zijn woorden is: ‘Ik had geen keus’ – maar ik vermoed dat ook privé-omstandigheden (geen andere of betere vooruitzichten?, werkloosheid?) een rol hebben gespeeld. Op mijn vraag hoe de zaak bolt, antwoordt hij: ‘Het zou beter kunnen’ en hij incasseert de 75 euro die ons verblijf hier heeft gekost. Er komen te weinig gasten. ‘Ik zal bij al mijn kennissen die in Kornelimünster willen overnachten reclame voor uw hotel maken’, beloof ik. Niet zonder ironie want zoveel kennissen heb ik nu ook weer niet.
Op weg naar buiten pakt Dussolier van een stapel bijbels het bovenste exemplaar en biedt het ons gratis aan. We weigeren het woord Gods: we moeten spaarzaam zijn met overtollig gewicht. De man wijst ons de weg naar het fietspad dat is aangelegd op de spoorwegbedding richting Roetgen en wuift ons uit.

2947

Douzy (F) - 120403

2946

Gespunsart (F) - 120403

zaterdag 4 augustus 2012

schrikkel 203c

Ik geef toe dat het in een tijd van gps’en en dergelijk tuig amateuristisch is maar door tijdgebrek en wat weet ik al niet voor andere akkefietjes was ik er niet toe gekomen om een nieuwe editie aan te schaffen zodat we door een deel van Duitsland moeten fietsen met een Michelinkaart uit het jaar 1984, eentje waarop de plaatsnamen met de hand zijn geschreven in een lettertype dat nog aan het gotische schrift refereert. Maar goed, ik dacht: we zitten vooral op het platteland en op het platteland zal de situatie nog niet zo erg veranderd zijn. Dat zou voor het grootste deel van het traject over de Eifel inderdaad het geval blijken te zijn, maar dat was het niet voor het stuk van het traject waar we rond Aken proberen te fietsen zonder in de Paltsstad zelf terecht te komen. De stadsuitbreiding, en vooral het om zich heen grijpende autoverkeer, hebben de kaarten hier grondig door elkaar geschud en we hebben de grootste moeite om onze weg te vinden in de huidige situatie, die dus duidelijk verschilt van het verouderde plan. De geactualiseerde omgeving is, voortgestuwd in de vaart der volkeren, omgevormd tot niets minder dan een hel op aarde. Zo moet de hallucinante ervaring worden verwoord van het als fietser verloren rijden in een wereld waarin de auto heerst en waarin ternauwernood nog een tracé wordt vrijgemaakt voor wie zich hier op een andere manier wenst te verplaatsen. Er rest maar één optie: hieruit zo snel mogelijk verdwijnen. (‘Zo zie ik de hel:’, zeg ik tot S., ‘hier ten eeuwigen dage moeten rondfietsen zonder de uitgang te vinden.’) Bovendien is er de beklemmende en enigszins kafkaïaanse vaststelling dat niemand, of toch niemand van diegenen aan wie we de weg vragen, zijn omgeving kent: we worden steevast de verkeerde richting uitgestuurd en we moeten het meer dan eens meemaken dat mensen niet weten hoe een plek die nauwelijks vijf kilometer uit de buurt ligt te bereiken is.

2945

Gespunsart - 120404

2944

L'Escaillère - 120403

vrijdag 3 augustus 2012

schrikkel 203b

Op de markt van Roermond staat op een strategische plek dit fruitkraam met zjudderange-afdeling. Het sap van versgeperste appeltjes van oranje wordt in plastic flessen van wisselende grootte getapt en voor een sympathiek prijsje aan de dorstige passant en marktganger gesleten. Het zaakje floreert en er is dus nogal wat debiet van sinaasappelen. Een jonge kerel is speciaal ingehuurd om uit de inhoud van de meer dan één ton wegende krat de rotte, groen- en witbeschimmelde exemplaren weg te selecteren en de nog consumeerbare in de trechter boven de persmachine te deponeren. Ook moet hij, wanneer in die trechter de toeloop gestremd wordt, met een stokje de weg naar de pers opnieuw vrijmaken. We observeren dit werkje terwijl we op het terras van het tegenoverliggende café aan onze koffie nippen. Eerst snijdt de jongen een slechts onderaan scharnierende vierkante klep uit de kartonnen krat; hij houdt de klep vooralsnog tegen zodat de er van binnenuit tegenaan drukkende appelsienen nog geen vrije uitweg krijgen. Dan plaatst hij twee open kartonnen fruitdozen onder de beide kieren die ontstaan wanneer hij de klep een beetje laat doorbuigen. Een voor een vallen de appelsienen in die dozen. Soms rolt er eentje naast maar die wordt rap terug naar de kudde geleid. Als de twee dozen vol zijn, gaat de klep weer dicht en haalt de jongen de rotte appelsienen weg. En zo gaat het een tijd door; het is een kleurige bedoening. En het sap smaakt lekker en vers.

schrikkel 203a

De Nederlanders hebben echt wel een eigen omgang met de Nederlandse taal. Uiteraard, maar ’t is toch altijd wennen. Neem nu dit kraam – ik denk dat het in Meijel was. Zo’n opschrift tref je in Vlaanderen niet aan. ‘Krentenbollen van ’t Stoepje, die eet je niet die snoep je’. Dat uiteenvallen van het rijmwoord in twee onderdelen; dat subtiele onderscheid tussen eten en snoepen (alsof snoepen niet ook eten zou zijn); maar vooral: dat opzichtige en schier ongewilde maar ongetwijfeld uitermate bestudeerde ontbreken van de komma na ‘niet’ – dat zijn allemaal taalkundige frivoliteiten die je bij de verbaal minder begaafde en met minder zin voor ironie begiftigde Vlaamse marktkramers niet zo courant zult aantreffen. Denk ik.

schrikkel 202

De fietsenparking van de Nettorama is ’s voormiddags de bijpraatplek van het dorp – of toch voor de dames van leeftijd die hier hun inkopen voor het middagmaal doen. ’t Is plezant om de opeenvolgende tafereeltjes te observeren. Arriverende dame A ontmoet B, die net op dat ogenblik de supermarkt verlaat met twee plastic zakken aan haar armen en een aan haar man die meesjoffelt, en ze slaan een praatje. Tot B (plus heer) besluit op huis af te stevenen, maar net dan komt C naar buiten en die krijgt ook nog een groet mee van A, die eindelijk de Nettorama betreedt. Maar zie, daar komt D al aangewaaid en parkeert haar elektrische fiets op zijn pikkel. Volgt een hele babbel met C, tot… Enzovoort. Zo gaat het de hele voormiddag door, wellicht, en je zou het statistisch kunnen uitrekenen hoeveel keer A per jaar B ontmoet, en B C, en C mevrouw D – gesteld dat ze min of meer op hetzelfde uur aankomen. Maar dan mag het niet regenen, natuurlijk – want bij regenweer wordt de parochie niet verlegd, dan gaat iedereen zo snel mogelijk naar binnen of op huis af, dan is er minder sociale interactie, dan wordt het weefsel niet zo strak aangespannen.

schrikkel 201b

Het op de Sint-Pieters en de Lateranenkerk in Rome gebaseerde ontwerp voor de Basiliek van de H.H. Agatha en Barbara is natuurlijk veel te groot voor een klein dorp als Oudenbosch. Toen pastoor Willem Hellemons de bouwopdracht gaf (hij had een tijd in het Vaticaan gewerkt), telde het gat nauwelijks 3500 inwoners – vandaar dat men van de, wellicht bijzonder katholieke en door Hellemons fiks in het gareel gehouden dorpelingen, zei dat ze ‘de koepel in de kop hadden’. Wat de min of meer artistiek aangelegde leden van de plaatselijke gezelligheidsvereniging die een tentoonstellinkje in de basiliek wist te versieren in de kop hadden, weet ik niet, maar onderhavig kunstwerkje wijst toch wel op een hellemonsiaanse zin voor aberratie.

schrikkel 201a

Na een nacht van lawaai en slapeloosheid kondigt de ochtend boven Schouwen-Duiveland zich ook al niet rooskleurig aan. Maar uit het westen waaien met stormkracht opklaringen aan.

2943

Omgeving Roisin - 120403

2942

Tussen Bastogne en Gouvy - 120405

reactie

Dag Pascal,
Georges Brassens is met 'Les Passantes', geloof ik, al eens de revue gepasseerd op je blog maar met 'Le Blason' ('ce morceau de roi de votre anatomie') komt hij nog eens in aanmerking om (bij @HB) op een pied-d'estalleke gezet te worden. Maar beluister het volledige chanson.

groet, K.

donderdag 2 augustus 2012

reactie

Dag Pascal, dank voor je reactie in deze blog na gisterenavond. Ik vind zelf het woord 'populisme' niet zo goed gekozen. Het doet me trouwens denken aan iemand die heel graag burgemeester van Antwerpen wil worden.... Maar... ik heb het wel voor jouw 'belangen' die mensen rechtstreeks beroeren. Daar sla je volgens mij de nagel op z'n kop. Toch...Over alles moet goed worden nagedacht. Ook over 'beroerende belangen'! Hoe dan ook... ik vond je bijdrage gisterenavond 'prikkelend'! Groet,
K.R.

Ook al valt het woord populisme waarschijnlijk velen zwaar, toch vind ik dat je gelijk hebt, Pascal. Er is niets mis met een vleugje oorbaar populisme van tijd tot tijd. Groen hoedt zich beter voor een al te uitgesproken geitewollensokkenimago. De ambitie voor een plaats in de gemeenteraad werd eerder uitgesproken en dan kan men maar beter zoveel mogelijk kiezers aanspreken. Je kan gerust idealist zijn zonder fundamentalist te zijn, zoals je ook pragmaticus én Groen kan zijn (je doet dat goed, Sammy). Of je gedachtengoed verkondigen zonder onheil te spellen. Angst heeft lang genoeg de scepter gezwaaid in dit Belgenland.

K.S.

reactie

Over de ramp van 1953 heb ik filmpjes op youtube gezien. Er zijn 1.800 doden geweest die verdronken zijn. Bij ons in Duitsland was in Februari de 50ste verjaardag van de ramp in Hamburg 1962. De hele avond zijn op TV filmpjes en documentaties daar over te zien geweest. Wij wonen 330 km vanaf de kust in NL en 480 km vanaf Hamburg. De filmpjes hebben me zeer geraakt !
Groeten uit Duitsland,

D.W.

2941

Tussen Bastogne en Gouvy - 120405

2940

Tussen Bastogne en Gouvy - 120405

woensdag 1 augustus 2012

schrikkel 200b

Met jeugdherbergen moet je altijd een beetje geluk hebben. En in die van Bruinisse hadden we dat dus niet. Onderkomen barakken, krakkemikkig sanitair, een eng kamertje dat nauwelijks breed genoeg was voor een stapelbed en een passage naar het beregende raam. De aanblik van het geheel deed denken aan een vluchtelingenkamp – en daar was de aanwezigheid van een groep Duitstalige Vietnamezen niet vreemd aan. Nu is de combinatie van Duits en Vietnamees op zich al niet erg sexy, maar deze zeer vriendelijke en tegelijk ook zeer in zichzelf gekeerde en met zichzelf bezig zijnde mensen waren bovendien behoorlijk luidruchtig. Tot diep in de nacht. Zover waren we echter nog niet. In de vooravond hielden ze zich vooral onledig met barbecuen en karaoke. Ze verslonden hun aangebrande saucijzen onder de helse tonen van volkseigen wijsjes – en er stond er een vooraan bij het televisiescherm de tekst mee te kwelen, de microfoon op maximumvolume. Wij hebben dan ook in deze eetzaal niet gegeten. Mede daardoor zijn we van de Vietnamese ziel niet veel wijzer geworden.
’s Anderendaags, na die helse nacht, was het weer van datte. Voor het ontbijt gingen we dan toch in die zaal zitten. We dachten: ze zullen nu wel stil blijven. Niet dus. We hadden nog maar net ons broodje opengesneden of daar schetterden alweer die vreselijke klanken door de ether, als, vergeef mij de boosaardige vergelijking, een Amerikaanse straaljager boven het oerwoud. Je kon niet echt genieten van je oranjesapje. Ik ben dan toch maar opgestaan om – in mijn beste Duits – de heren diets te maken dat ik graag in stilte en hoogstens met een discreet strijkje mijn petit déjeuner pleeg te nuttigen. De knop werd meteen dichtgedraaid, dat moet gezegd, en we kregen – om het goed te maken wellicht – een kop lauwe koffie aangeboden. Danke schön! Maar dan weerklonk weer dat zweverige muziekje, stillekens nog, en moest ik andermaal een boze blik Vietnamwaarts wenden om te vermijden dat de ondoorgrondelijke melodie opnieuw met volle stuwkracht op ons zou worden losgelaten.
Ik zei het al: met jeugdherbergen moet je een beetje geluk hebben. En in die van Bruinisse hadden we dat dus niet.

schrikkel 200a

Je moet het die Nederlanders nageven: ze hebben wel zin voor prometheïsme. De zee tegenhouden, je moet er maar opkomen. Maar ze zaten na ’53 natuurlijk wel flink met de daver op het lijf – begrijpelijk als je weet dat een groot deel van het land onder de zeespiegel ligt. En het zal er niet beter op worden! Hebben ze bij het uitdenken van hun Deltawerken rekening gehouden met de klimaatopwarming? Men mag het hopen. De Oosterscheldewaterkeringdam bij Neeltje Jans levert een spectaculair, afgrondelijk zicht. De wind raast je rond de oren, het water beukt tegen de schotten en kolkt in de kloof tussen dam en weg. Bravo!

campagne 10

Gisterenavond snuffelden we met ongeveer een halve lijst aan enkele programmapunten: wonen, jeugd, mobiliteit, ruimtelijke ordening. Voor mij was het de eerste keer dat ik bij zoiets betrokken werd en ik droeg mijn steentje bij aan discussies over kasseien, hangjongeren en groenzones. Een beetje te enthousiast vrees ik – ik kan mij voorstellen dat sommige aanwezigen, die veel jonger zijn dan ik maar wel al heel veel langer actief aan dit ‘work in progress’ sleutelen, lichtelijk geïrriteerd waren over zoveel wijsneuzigheid. Maar misschien staan ze open voor mijn goedbedoelde naïviteit, voor het lichtelijk externe van mijn blik, voor mijn constructief bedoelde neiging om advocaat van de duivel te spelen. Enfin, we zien wel. Ik leerde enkele fijne mensen kennen en bewonder hun inzet voor de goede zaak. Het werd mij in elk geval duidelijk wat alle groenen natuurlijk al heel lang weten: dat er een verschil bestaat tussen ‘fundi’s’ en ‘realo’s’ – maar ook tussen de twee ultieme doelstellingen: de wereld redden en de gemeenteraadsverkiezingen winnen. Wat dat laatste betreft: beide doelstellingen vergen een eigen strategie. Ik pleit alvast, als het gaat over het winnen van de gemeenteraadsverkiezingen, voor een ‘oorbaar populisme’: spreek de mensen aan over zaken die hen rechtstreeks aanbelangen en waar je hen gemakkelijk profijt kunt verzekeren; zwaai zeker niet met doemscenario’s over de wereld waarin onze kinderen zullen moeten leven.

2939

Omgeving Neufchâteau - 120405

2938

Omgeving Neufchâteau - 120405

ondertussen in Brugge 177