dinsdag 9 juli 2013

13 in z/w 175

Sint-Michiels, tuin Psychiatrisch Ziekenhuis

de wereldgeschiedenis in 100 voorwerpen 3


(gebaseerd op Neil MacGregor, Een geschiedenis van de wereld in 100 voorwerpen)

Vuistbijl uit Olduvai (1,4 – 1,2 miljoen jaar oud)

De handige vorm was al aanwezig in de ruwe klomp
toen de steentijdmens hem tussen duizend
andere zag en aan ’t kloppen en klieven ging.
(Waarmee?)

Daarmee was de tijd in ‘t spel gebracht.
Tussen inzicht, plan en uitvoering lag
het hardnekkige verlangen te blijven bestaan:
duur.

Het resultaat was multifunctioneel en poly-inzetbaar.
Een kostbare tool, slim vervaardigd, passend in elke kit.
Het was boormachine en mes. Werktuig en wapen
in één. 

Snijden kon je ermee. En schrapen, kloppen, schaven.
Ciseleren, krassen, tekenen, villen. Kelen over-
halen, iemand de kop inslaan. Loop naar de maan.
Beschaven.

Uitstel en verlangen deden hun intrede. De tot vuistbijl
uit elkaar geslagen steen deed plannen maken.
Een kwestie van met taal de angst te overwinnen.
Ideeën.

Met een vuistbijl kon je het afwezige aanwezig stellen,
en zodoende vijlen aan ideeën en ideologieën:
later, veel later, voldoende reden om op elkaar
in te hakken.



32,4 * 96,6 * 794,6


3286

J. - 130406

maandag 8 juli 2013

los ingeslagen 101 / ingeprent 4


11 mei 2013

Een paar dagen geleden was ik op de opening van de World Press Photo-tentoonstelling in CC Scharpoord in Knokke. Al tijdens de toespraak waarschuwde de schepen van Cultuur dat de beelden niet altijd ‘prettig’ waren. ‘Het is geen prettige tentoonstelling.’

Je zou hieraan een gemakkelijke sociologische sneer kunnen verbinden en zeggen: ‘De Knokse beau monde was gewaarschuwd.’ Je zou je zelfs kunnen verwonderen over het feit dat het Knokse gemeentebestuur überhaupt middelen vrijmaakt om elk jaar opnieuw de World Press Photo-tentoonstelling te organiseren want, inderdaad, de beelden die er worden getoond zijn hoogst ongemakkelijk. Ik flaneerde er en voelde me een beetje – hoe zal ik het zeggen – miscast wanneer ik, met een glas Vedett in mijn knuist voorbij het zoveelste opengereten lichaam, het zoveelste met blauwzuur verminkte gelaat, de zoveelste opname van schreeuwende en van een bombardement weghollende kinderen kwam.

De indruk was zelfs in die mate pregnant dat ik sympathiseerde met het schoon volk dat verzuchtte dat het toch wel echt gruwelijke beelden waren. Ik hoorde in elk geval niemand zeggen dat het mooie beelden waren.

Ik heb vragen bij dit soort tentoonstellingen. Uiteraard besef ik dat het belangrijk is dat persfotografen, vaak in zeer gevaarlijke omstandigheden, beelden van onrecht en gruwel maken en verspreiden over een wereld die daar anders geen kennis van zou kunnen nemen – waardoor zij in aanzienlijke mate bijdragen tot bewustwording en, in het beste geval, tot het terugdringen van het onrecht en de gruwel. Ik begrijp dat die persfotografen op zoek gaan naar treffende, emotionele, desnoods schokkende beelden. Ik herinner mij de foto’s die ons eind jaren 1960-begin jaren 1970 uit Vietnam en Biafra bereikten. Die hadden een enorme impact. Ethiopië had het, een paar decennia later, al heel wat moeilijker om ons te mobiliseren. Nu weet ik niet of nog iemand opkijkt van een hongerend kind – of het moet er een zijn met vliegen in de ogen, zo mogelijk in dramatisch zwart-wit. U begrijpt wat ik bedoel. Ik bedoel: er is een opbod ontstaan. En dat is heel goed merkbaar op de World Press Photo-tentoonstelling. In die mate dat je je kunt afvragen of het wel ethisch te verantwoorden valt dat hieraan een wedstrijd wordt verbonden, een tentoonstelling, een vernissage met Cava en Vedett.

© Paul Hansen

De winnende foto – van Paul Hansen, we zien enkele mannen die twee dode kinderen van een zoveelste onheilsplek wegbrengen – heeft volgens mij vooral emotionele kwaliteiten. Uit de foto valt niet af te leiden om welk conflict het gaat, aan welke zijde de slachtoffers zijn gevallen, door welk incident. De foto heeft ook geen bijzondere esthetische kwaliteiten. Hij is in technisch opzicht oké, daar niet van (goed belicht, scherp, dat soort dingen), maar hij vertoont geen bijzondere compositorische eigenschappen, er is weinig te merken van een Cartier-Bressoniaans moment décisif, de elementen in de foto gaan met elkaar geen dialoog aan waardoor wij – zoals bij écht goede, in esthetisch opzicht goede en dus mooie foto’s het geval hoort te zijn – de foto moeten lezen en op die manier tot een lectuur komen die méér inhoudt dan het zogenaamde ‘eerste zicht’. Over deze foto valt niet meer te vertellen dan dat hij ons emotioneel raakt: wanhopige mannen dragen hun dode kinderen weg – daarbij blijft niemand onberoerd. Conclusie: de fotograaf heeft veeleer een emotie willen vastleggen dan dat hij een mooie foto heeft willen maken. Hij is meer overbrenger van emoties dan fotograaf.

Dat zorgt voor een conflict – denk ik dan met mijn Vedett in de hand. Ik voel mij hier op een vervelende manier gemanipuleerd. Dit soort foto’s is nodig, maar de esthetiserende context van de tentoonstelling, de vernissage, de speech van de schepen van Cultuur en de aanwezigen die naast al die geëxposeerde gruwel overgaan tot de orde van de dag: dat bezorgt mij een wee gevoel in de maag.

driekleur 122


Hij was in het zwart, broek, pullover, een wit openstaand kraagje, gouden ketting met medaillon op zijn borst. Zijn gezicht was dik geworden, hij is van nature erg bleek, en hij had een te roze poeder en een te rood mondstift gebruikt, waardoor hij een popperig en pafferig uiterlijk kreeg.


Hans Warren, Geheim dagboek 1952-1953, 149

driekleur 121


Ik sloeg het dek weg en zag al het vuil dat Habib achter gelaten had in harde brokjes. En gitzwarte haartjes. Van mij geel en rood vocht, uit mijn oog, op het kussen.


Hans Warren, Geheim dagboek 1952-1953, 171

driekleur 120


Het wit afgewisseld met het blauw van de bluebells en ereprijs, het roserood van koekoeksbloemen, het geel van de sleutelbloemen. Een andere tint wit van de hoornbloem. Alles zo fris, ongerept. Een machtige kastanje in volle bloei.
De rotsen: krijtwit, fel beschenen door de zon, loodrecht oprijzend uit de oceaan. Een duizeling bevangt me altijd wanneer ik de rand nader, platgetreden door de meeuwen die zich er met opengespannen wieken af laten vallen. De minste windstoot doet me vrezen. Diep onder me het wiegende zwartbruine wier in felblauw, glashelder water waarop minuscule witte bolletjes drijven: zilvermeeuwen. Een groep zwarte, prehistorisch lijkende aalscholvers met slangenhalzen op de witte top van Old Harry.


Hans Warren, Geheim dagboek 1952-1953, 149

wolken 671-685


wolkenfragmenten uit Vladimir Nabokov, Lente in Fialta

671
De lente in Fialta is bewolkt en somber. (7)

672
De wolken aan de starende hemel geven elkaar door langzame tekens ongelooflijk gedetailleerde inlichtingen over hem. (68)

673
Het werd nacht; een glibberig glanzende maan vloog zonder de minste wrijving door chinchilla-wolken, en Eleanor, terugkerend van het bruiloftsmaal, en nog helemaal tintelend van de wijn en de gepeperde grappen, liep op haar gemak naar huis en dacht onderwijl aan haar eigen bruiloftsdag. (113)

674
Spichtige wolken – de hazewinden van de hemel. (118)

675
Maar plotseling klommen allen op een of ander station de trein uit en het was al donker, hoewel in het westen nog een heel lange, heel rose wolk hing, en verderop langs de spoorbaan beefde de ster van een lamp met het hartbrekend licht door de lome smook van de locomotief en krekels sjirpten in het duister en ergens vandaan kwam de geur van jasmijn en hooi, mijn lief. (121)

676
Het was een zuiver, blauw meer, waarvan de oppervlakte een ongewone expressie had. In het midden weerspiegelde zich in zijn geheel een grote wolk. (122)

677
(…) vanuit het raam had je een helder gezicht op het meer met zijn wolk en zijn kasteel, in een roerloze en volmaakte correlatie van geluk. (124)

678
De hemel was een chaos van zwarte en vleeskleurige wolken met een dreigend doorbrekende zon achter een hoge heuvel, en de dode man lag op zijn rug onder een stoffige plataan. (149)

679
Zo ziet een man die door een enorme telescoop kijkt niet de vederwolken van een nazomer boven zijn betoverde boomgaard, maar wel, zoals mijn betreurde collega, wijlen professor Alexander Iwantsenko twee keer overkwam, het krioelen van de hesperozoa in een vochtige vallei van de planeet Venus. (161)

680
Bij het naderen van New York waren reizigers in de ruimte altijd even sterk onder de indruk van de ouderwetse ‘wolkenkrabbers’ als reizigers in de tijd dat zouden zijn geweest; dat ‘wolkenkrabbers’ was een verkeerde benaming, want hun omgang met de wolken riep, vooral aan het hemelse einde van een broeiend-hete dag, bepaald geen associaties van een krabbend contact op, maar was onbeschrijflijk teer en sereen (…) (164)

681
En laat ik de maan niet vergeten – want een maan moet er bij zijn, die volle, ongelooflijk heldere ronde schijf die zo goed past bij kloeke Russische koude. Daar komt hij dus aan, uitlaverend tussen een kudde appelgrauwe wolkjes, die hij een vaag iriserende tint verleent (…) (186)

682
De zomermiddag is vol hoge wolken die worstelen met het blauw. (192)

683
Ik keek naar een wolk en kon mij jaren later zijn vorm nauwkeurig voor ogen halen. (193)

684
En als ik opkeek, zag ik hangend aan touwen van gevel naar gevel, hoog boven de straat, grote, strak-gladde, half-doorzichtige banieren wapperen wier drie bleke strepen – bleekrood, bleekblauw en alleen maar bleek – door de zon en de vliegende schaduwen der wolken beroofd waren van enig té bot verband met een nationale feestdag (…) (198)

685
In feite veronderstel ik dat mijn jonge afstammeling in zijn eerste nacht daarginds, in de fantasie-stilte van een onvoorstelbare wereld de oppervlakteverschijnselen van onze aardbol moet beschouwen door de diepte van haar atmosfeer; dit zou betekenen stof, verspreide weerkaatsingen, nevel, en allerlei soorten optische valkuilen, zodat continenten, als zij al opdoemden door de wisselende wolken, zouden langsglijden in vreemde vermommingen, met onverklaarbare kleurenschijnsels en onherkenbare omtrekken. (218)

3285

Brugge, Markt - 130406

zondag 7 juli 2013

63,7 * 95,9 * 762,2


3284

Kortrijk, Buda, tentoonstelling Carl De Keyzer - 130405

zaterdag 6 juli 2013

facebookbericht 391


Toen ik eens aan mijn vader een brief wou schrijven om een en ander uit te klaren, waarschuwde hij me: 'Niet zoals Kafka hé, want dan lees ik hem niet!'

facebookbericht 390


De Recherche in het Nederlands alleen nog tweedehands verkrijgbaar...? Ik schrok ook toen ik dat las. Maar toch ook weer niet want toen ik een jaar of twee geleden voorstelde om voor de leesclub die ik begeleid Combray te lezen, werd het voorstel afgekeurd omdat de bibliotheek niet genoeg exemplaren bij elkaar wist te harken – let wel, niet alleen in Brugge niet maar, met het interbibliothecair verkeer, in heel West-Vlaanderen niet. Overigens kan ik wel verstaan dat de vertaling van Cornips niet echt aanslaat. Ik moet er vaak het Frans bij nemen om de indruk te hebben dat ik begrijp wat Proust bedoelde.

los ingeslagen 100


11 mei 2014

De coïncidenties van de lectuur, van het meerdere boeken tegelijk lezen. Zo vind ik vandaag in twee totaal van elkaar verschillende boeken – boeken kunnen niet méér van elkaar verschillen – dezelfde idee terug: eigennamen kleuren onze perceptie van datgene wat, of diegene die, die eigennaam draagt.

In De droom van de Ier beschrijft Mario Vargas Llosa hoe de cipier van Roger Casement Casement in vertrouwen neemt en hem vertelt over zijn tijdens de Eerste Wereldoorlog op het slagveld gesneuvelde zoon. Dat is schrijnend want de Ier Casement bromt in een Britse cel omdat hij heeft gecollaboreerd met de Duitsers en dus mede schuldig is aan de dood van die zoon. Casement geraakt betrokken bij wat zijn cipier vertelt en vraagt op een gegeven ogenblik hoe die gesneuvelde zoon heet. Dat is een daad van intimiteit: ‘Als je de namen van mensen kent, kun je je hen beter voorstellen. En aanvoelen, ook al ken je ze niet.’ Het is op zich een bizarre gedachte – maar we begrijpen allemaal wat hier wordt bedoeld. De naam lijkt ons dichter te brengen bij de persoon. Stel dat we iets vertrouwelijks over iemand te weten zouden komen, zonder dat we ooit zijn naam zouden kennen, we zouden het gevoel hebben dat iets essentieels ontbreekt. (Het is ook het eerste, of na de vraag naar het geslacht het tweede, wat we vragen als een kind geboren is: Hoe heet het?, alsof dat essentiële informatie zou opleveren.) De passage van Llosa is des te treffender omdat hij volgt na de bedenking van de cipier dat er van zijn zoon geen stoffelijke resten zijn. Hij kan het graf van zijn zoon niet eren, hij kan er geen bloemen op zetten, hij kan er niet gaan bidden. Het enige wat van zijn zoon overblijft zijn wat herinneringen, en de naam.


Proust thematiseert het gegeven ‘eigennamen’ uitdrukkelijk op verschillende plaatsen in A la Recherche du temps perdu. Onder meer in Rondom Mme Swann, het eerste deel van In de schaduw van de bloeiende meisjes. Marcel is uitgenodigd voor een diner bij Mme Swann. Hij verneemt dat ook zijn favoriete schrijver Bergotte aanwezig zal zijn, en hij is danig van zijn melk wanneer blijkt dat deze Bergotte een fysieke verschijning heeft die helemaal niet overeenstemt met het beeld dat hij er zich, op basis van de boeken van zijn geliefde schrijver, van heeft gevormd. Maar ook op basis van diens naam. Daarom noemt Proust de namen dessinateurs fantaisistes – en hij bedoelt daarmee tekenaars die zich niet tot de werkelijkheid bepalen: ze tonen ons des gens et des pays des croquis si peu ressemblants que nous éprouvons souvent une sorte de stupeur quand nous avons devant nous, au lieu du monde imaginé, le monde visible (548:20-24). Dezelfde idee wordt hier geëxpliciteerd als bij Vargas Llosa, maar dan in omgekeerde zin: namen lijken ons in overeenstemming te moeten zijn met een door ons ingebeelde werkelijkheid, in die mate dat als dat niet het geval blijkt te zijn, wij daarop met een soort van verbazing (stupeur) reageren.

3283

Kortrijk, Buda, tentoonstelling Carl De Keyzer - 130405

niet opgenomen 15


vrijdag 5 juli 2013

3282

Kortrijk, Buda, tentoonstelling Bieke Depoorter - 130405

donderdag 4 juli 2013

facebookbericht 389


Weet u, mijnheer Plum, sinds ik uw notities volg, vraag ik mij dikwijls af hoe het nog zou zijn aan de Moervaart. En kijk, alweer niets dan positieve, gunstig stemmende tijdingen! Ik zie zo die rosse koeien van Claus voor me, het doet me plezier dat u Proust naar het Waasland hebt overgebracht, het stelt me gerust dat u ook blij kunt zijn met een glansprestatie van een compatriotte. Goeie dag nog verder, en geniet van de zomerse dagen die in het verschiet liggen! Mag ik vragen, volgt u ook de Tour op uw laptop?

3281

Lille, Palais des Beaux Arts - 130404

woensdag 3 juli 2013

niet opgenomen 14


13 in z/w 174

W.

wolken 665-670


wolkenfragmenten uit Niccolò Ammaniti, Laat het feest beginnen!

665
Saverio Moneta zat op de bank en zag een zeevloot van dikke, zwarte, gekronkelde wolken in de richting van Oriolo Romano drijven. (60)

666
Met elke vezel van zijn lichaam voelde hij dat dit het begin was van een nieuw leven, hij moest alleen de moed hebben om zich te verzetten. En dat kwam niet door Gerry Scotti en ook niet door de wolk met het gezicht van Satan die als een voorteken aan hem was verschenen (…) (72)

667
Het leek wel alsof hij naar de slotscène van King Kong keek. Wanneer dat meisje naast die aap staat die van de wolkenkrabber is gevallen. (212)

668
Het monster smeet hem tegen een boom en het laatste wat Saverio zag voordat hij te pletter viel tegen een boomstam was de maan, rond en immens, die een opening had weten te vinden tussen de melkwitte sluiers van de wolken. (239)

669
Sasà Chiatti wankelde met zijn negentig kilo en leek de klap goed te hebben doorstaan, maar viel toen om als een wolkenkrabber waarvan de fundamenten zijn ondermijnd. (251)

670
Ook Piero Ristori verplaatste zijn blik omhoog en zag in de bewolkte hemel een zwarte schijf die ronddraaide boven de gebouwen, boven de weg. (281)

wolken 657-664


wolkenfragmenten uit Mario Vargas Llosa, De droom van de Ier

657
Op die rustige avond in Matadi, onder een wolkeloze hemel bezaaid met sterren die zich spiegelden in de rivier en bij het zachte ruisen van een warme wind die hun haren verwarde, begonnen Casement en Horte, liggend in hangmatten naast elkaar, een gesprek (…) (54)

658
Bij het aanbreken van de dag was het bewolkt en er dreigde onweer, maar de bui barstte niet los en de hele ochtend was de atmosfeer elektrisch geladen. (82)

659
Door de getraliede raampjes onderscheidde Roger een paar flarden van grote, donkere wolken. (108)

660
De maan was achter een paar wolken verdwenen, maar er stonden nog sterren aan de hemel. (134)

661
Buiten scheen de zon, de hemel was wolkeloos en het begon warm te worden. (138)

662
Op 31 december vertrok de SS Terence met bestemming New York en daar nam hij meteen de trein naar Washington, zelfs zonder zich de tijd te gunnen de wolkenkrabbers te bewonderen. (281)

663
Op het bordes van het hoofdpostkantoor, onder een bewolkte hemel die regen aankondigde, in aanwezigheid van honderd, misschien tweehonderd mensen gewapend met jachtgeweren, revolvers, messen, pikhouwelen en knotsen, hoofdzakelijk mannen maar ook een behoorlijk aantal vrouwen met hoofddoeken, verhief zich de magere, tengere, ziekelijke gestalte van Patrick Pearse (…) (308)

664

In plaats van een historisch overblijfsel trof Roger in Connemara een spectaculair contrast aan tussen enerzijds de schoonheid van gebeeldhouwde bergen, half door wolken bedekte hellingen en ongerepte meren aan de oevers waarvan de inheemse pony’s rondliepen, en anderzijds mensen die in schrikbarende armoede leefden, zonder scholen, zonder artsen, totaal aan hun lot overgelaten. (339)

3280

Lille, Palais des Beaux Arts - 130404

dinsdag 2 juli 2013

13 in z/w 173 / van boeken bezeten 21

J.D. in boekhandel Raaklijn, Brugge

3279

Lille, Palais des Beaux Arts - 130404

maandag 1 juli 2013

13 in z/w 172

Gistel, bij een werk van Paul Perneel

los ingeslagen 99


7 mei 2013

Gisteren was I. hier. We spraken over zijn sauna, hij wil er un espace désoeuvré van maken. Hij leest over zuiveringsplaatsen in verschillende culturen. De mystiek van de sauna. Het sjamanistische reinigen. En hij vindt bij Franse filosofen min of meer wat hij zoekt. Bataille, Blanchot, Barthes. En een zekere Nancy – uit te spreken zoals de Franse stad; mij niet bekend, moet ik nog even opgoogelen. Kijk, Jean-Luc Nancy dus heeft het niet over l’espace maar over la communauté désoeuvrée. Het woord désoeuvrée is onvertaalbaar, vindt I., het heeft iets te maken met het achterwege laten van alle utiliteitsdenken. Het totalitaire pragmatisme. In die communauté désoeuvrée moet een opening kunnen ontstaan naar een transcendentie. Maar in dat moet ligt natuurlijk de hele paradox: hoe kun je dat soort ervaringen, dat je moet overkomen, organiseren? I. geeft het voorbeeld van zo’n opening, hoe die zich ook in het dagelijkse leven kan voordoen. Stel, je zit op een trein die een eind moet halt houden vanwege een ‘personenongeluk’: iemand die zich voor de trein gegooid heeft. In de wagon ontstaat een stilte. De dingen waarmee iedereen zich afzonderlijk bezighield, worden opeens triviaal. Er ontstaat iets wat de mensen, die tot voor het ongeluk onverbonden waren, samenbrengt. Ik vind het voorbeeld een beetje drastisch. Een uur vertraging zonder ‘personenongeluk’ kan al voldoende zijn om een dergelijke verbondenheid teweeg te brengen. Laat ons hopen dat er niet telkens iemand zich voor de trein moet gooien om te kunnen ervaren wat Jean-Luc Nancy bedoelt.

In het tweede gedeelte van ons gesprek – na het gezamenlijke eten met G. en in het steeds killer wordende Visartpark, met een fles wijn, op een bank gezeten – hebben we het over de zelfmoord van F., in 1990. De crimes van de psychiatrie. F. had zich, vanwege zijn zelfmoordneigingen, twee maanden laten opnemen. Hij was naar huis gestuurd met de lading antidepressiva die hij had opgespaard in zijn koffer. Hij liet een vaste vriendin na. (…)


Dan hebben we het over liefde en relaties. (…) Hartstocht. Wat is hartstocht? Ik zeg dat ik het niet weet. (…)

3278

Roubaix, La Piscine - 130404