maandag 7 februari 2022

wolken 4497-4501

wolkenfragmenten in Eric Min, Gare du Nord

4497

De rivier is de altijd wakende spiegel van Parijs, waarin de gebouwen en de wolken als offergaven worden gebroken. (Min parafraseert Walter Benjamin; 19)

4498

Als geen ander gooit hij aquarellen op het papier: schetsmatig en in razende uithalen die perfect doel treffen – zijn licht is van parelmoer, wolken lijken watten. (74)

4499

Het lijkt wel alsof je vanaf een duin naar de wolken kijkt. (131)

4500

Vincent realiseert er heel wat schetsen, waaruit hij enkele schilderijen puurt. Op een ervan doemen in de verte de torens en koepels van Parijs op onder woest chargerende wolken, die hij met het mes heeft uitgesmeerd. (131)

4501

(…) de huizen geel wit staan te bakken in een lucht van trillend paarsch-blauw met hier een daar een oranje wolkje (…) (Min citeert Jan Sluijters; 253)

notitie 109

(220206)

 

OLIE OP HET VUUR

 

Een niet vernietigde videoband met daarop uitermate bezwarend materiaal, een reünie, een chantage. En dat alles op een eiland waar niemand af kan. Ik ben de eerste om het ermee eens te zijn dat een nuancering in de #metoo-polarisering meer dan nodig is, maar of het met Twee zomers van Tom Lenaerts en Paul Baeten zal lukken, lijkt mij, na het bekijken van de eerste aflevering, twijfelachtig. Integendeel, de prestigieuze (en nogal pretentieus aangezette) zesdelige VRT-fictieserie dreigt nog olie op het vuur te gooien.

Of het zou moeten zijn dat de vijf volgende afleveringen een kentering brengen, met een vervrouwelijking van het standpunt en een minder scherpe focus op het whodunit-gehalte. (Door de aandacht toe te spitsen op dit wie-heeft-het-gedaan gaat onvermijdelijk de meeste aandacht uit naar het feit dat een van de mannen in het gezelschap nu blijkbaar verveeld zit met het feit dat er alsnog onfrisse zaken aan het licht zouden komen in verband met de seksueel getinte ongein van dertig jaar geleden).

Het minste wat je kunt zeggen is dat de timing van Twee zomers nogal gewaagd is. Om niet te zeggen ongepast. We zitten midden in een tsunami van onthullingen en aanklachten in verband met grensoverschrijdend gedrag – en uitgerekend nu komen Lenaerts en Baeten op de proppen met een entertainment-offspin van deze thematiek, die vergoelijkt wordt met de verantwoording dat ze hopen hiermee het debat te ‘nuanceren’. Dat wil dan zeggen dat er minder in zwart-wit moet worden gedacht – en wat kan dat anders betekenen dan dat slachtoffers wat hun is overkomen niet altijd als onversneden onrecht hebben of moeten ervaren en/of dat daders wat zij hun slachtoffer hebben aangedaan evengoed niet altijd als onversneden grensoverschrijdend hebben of moeten ervaren? Wil Lenaerts zeggen dat daders ook altijd minstens voor een deel slachtoffer zijn, en slachtoffers minstens voor een deel dader? 

Het spreekt vanzelf dat dit nu, op dit ogenblik, een bijzonder heikele aangelegenheid is. Bovendien speelt, of Lenaerts dat nu leuk vindt of niet, de zaak-De Pauw mee. Als Lenaerts door middel van zijn fictie nuances wil aanbrengen, dan heeft dat onvermijdelijk implicaties op hoe hij vindt dat wij over de zaak-BDP moeten denken waarin zijn (vroegere?) vriend en vennoot nog maar net is veroordeeld. Het valt in elk geval op dat hij in interviews de voor de hand liggende vragen hierover probeert te omzeilen, zoals in Alleen Elvis blijft bestaan maar ook gisteren in De Standaard: ‘Dat is niet zo. Ik vrees dat dat het gevolg is van mijn naam en de associatie met Bart. Twee zomers gaat niet over machtsmisbruik en stalking, maar over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dat zijn twee verschillende dingen. In het hele MeToo-gegeven worden er veel dingen op één hoop gesmeten.’

Spelen chronologieën een rol? Stond het project Twee zomers al op stapel voordat De Pauw aan het hashtagkruis werd genageld? Lagen de budgetten al vast en kon de machine niet meer worden gestopt, of een andere richting uitgeduwd?

We zullen zien hoe het de volgende afleveringen loopt.

Maar ik weet niet of ik daar na deze eerste aflevering nog veel zin in heb. Ik vond er zowat alles ondermaats aan: de karikaturale setting, de schrale dialogen, het stuntelige acteren en – vooral – de regie die er niet in slaagt om mij duidelijk te maken wie wie is in de twee groepen acteurs: de twintigers en wie ze dertig jaar later zijn geworden, waarbij, uiteraard, dezelfde personages door andere acteurs worden gespeeld.

Neen, ik houd mijn hart vast en ben heel benieuwd naar de reacties op deze reeks. Dat Lenaerts zich alvast indekt met de opmerking dat hij het scenario door acht vrouwen heeft laten screenen zegt in elk geval al iets over minstens het besef dat hier heel wat gevoeligheden meespelen die het filmisch-artistieke verre overstijgen.

6364

Damme - 211205

 

zondag 6 februari 2022

notitie 108 / droom #137

(220206)

GARNIZOENSSTAD

In het gezelschap van een vrouw die niet een welbepaalde vrouw is, meer bepaald een van de ooit door mij geliefden, maar veeleer een amalgaam of composiet of hybride, met trekken van elk van hen – in haar gezelschap dus betreed ik een Zuid-Franse garnizoensstad. Is het Albi of Toulouse, dat is niet duidelijk – maar wel zeker is dat we ons ergens in het diepe zuiden van Frankrijk bevinden, benoorden de Pyreneeën.

Het is een grauwe stad, een stad van steen. We stappen door de met grote plavuizen geplaveide straten. De strenge en weinig tot binnenkomen nodende huizen en gebouwen zijn opgetrokken uit een donkergrijze natuursteen. Arduin of graniet.

We stappen in de richting waar we het centrum vermoeden. Onderweg zien we verschillende groepen militairen, elke groep anders, maar wel uniform gekleed in veldgrijze gevechtsuitrusting, in uitgaanskostuum, in trainingspak. Ze marcheren, sporten, paraderen, exerceren. Hakken van tientallen laarzen hameren een eensluidend ritme op de bestrating. Een van de pelotons die we kruisen is homogeen vrouwelijk, maar wordt wel aangestuurd door een mannelijke officier. Mijn feministische inborst roert zich maar ik besluit hier geen uiting aan te geven.

Een tank rijdt door de straat. De rupsbanden rollen – metaal op steen nochtans – zeer opvallend zonder het minste geluid.

In het centrum herkennen we enkele niet-militaire gebouwen, rustieke restanten van een middeleeuws verleden. Een ervan is de kathedraal, die we besluiten de bezoeken. Ook hier overheerst hetzelfde zware, donkergrijze gesteente. In de kerk vallen enkele mechanische tuigen op, het lijken wel wetenschappelijke instrumenten uit het didactisch arsenaal van een renaissancistische prins. Een gigantisch orgel pronkt met zijn glimmende pijpen. Maar de meeste aandacht trekt een uurwerk waarvan het uit grote tand- en vliegwielen en zich op- en ontspannende spiralen bestaande mechaniek niet achter een deur of wand is weggewerkt maar zich volledig zichtbaar en in soepele werking aan onze bewondering voorlegt.

Samen met de amalgaamvrouw aan mijn zijde kijk ik ernaar, verwonder mij over hoe het verstrijken van de tijd hier wordt veraanschouwelijkt en vergeet het militaire gekrakeel in deze bizarre stad.

6363

Damme, IJsberg - 211205

 

zaterdag 5 februari 2022

wolken 4481-4496

wolkenfragmenten uit Guido van Heulendonk, De afrekening

4481

Zelfs over de auteursfoto op de achterflap viel hij: een nogal dramatisch shot door een beginnende fotograaf, die Angelique had aangepraat naar de wolken te staren. (33)

4482

Alleen echte wolken. (90)

4483

De zon bleef schijnen, de hele tijd van hun bezoek, in een blauwe lucht met spaarzame wolkjes. (119)

4484

Heel ver rechts, boven het sluizencomplex van de voorstad, bouwen stapelwolken een glinsterend wit Alpenmassief. (138)

4485

Ik kijk omhoog, maar zie geen donkere wolken samentrekken aan de hemel. (145)

4486

Eén lotsverbintenis, als twee klimmers aan hetzelfde touw op weg naar de top – die van de Matterhorn, die messcherpe richel op duizelingwekkende hoogte, waar je amper rechtop kunt staan, maar waar je – zonder één wolkje tussen jou en de zon – ziet wat anderen nooit zien, voelt wat anderen nooit voelen, ademt wat anderen nooit ademen. (150-151)

4487

Veldgrijze wolken gestut door het reusachtige Joodse gedenkteken dat vele schonkige armen naar de hemel strekt. (157)

4488

Steeds meer wolken, steeds minder zon. (197)

4489

Rode hemel met lage wolken. (200)

4490

Liever hoog in de lucht, hautain uitkijkend over de wolken, dan achter het stuur te zitten knipperen tegen een laagstaande zon, vloekend op omleidingen, gele strepen en haaientanden, opspattend water. (237)

4491

In huis hangt nu minder zon, blijkbaar vormen zich wolken boven Zürich. (251)

4492

(…) toen ik daar met mijn zakdoek nog in mijn hand tegenover onze zoon stond en hem naar je boek vroeg was het amper half drie en toch, misschien wegens het dichte wolkendek dat zich intussen boven Zürich had gevormd, voelde ik opeens dat kolossale gewicht neerkomen (…) (255)

4493

(…) terwijl ik de oude stadskern naderde en de zon hier en daar weer door de wolken brak, zag ik de koopjesbak terug op de stoep voor Asterisk met daarin de laatste twee exemplaren (…) (257)

4494

(…) hier en daar ging het wolkendek al een beetje open, het water aan mijn rechterkant kreeg glans (…) (258)

4495

(…) Victor heeft special voor haar een tekening gemaakt van opa die wuift vanuit de hemel. Gezeten op een wolkje en met een ufoachtig vliegtuig boven zijn hoofd. (263)

4496

Cumuluswolken aan de westelijke hemel. (266)

notitie 107

(220205)

 

VAT DE KRUIMELDIEF!

 

Paul De Leener schreef gisteren een uitvoerige reactie op mijn notitie 101 over de film A Ciambra en de vraag of nooddruft een kruimeldiefstal rechtvaardigt.

De Leener capteert in zijn aanvangszin mijn welwillendheid met de zeer terechte vaststelling dat ik ‘het hart op de goede plaats’ draag. Maar dan deelt hij meteen een sneertje uit door mijn notitie, door hem gedeeld, als ‘infotainment’ te kwalificeren.

Het eerste waaraan De Leener blijft haken is mijn citaat ‘De middenstand regeert het land’. Hij vindt dat ik daarmee overdrijf. Kleine winkels worden weggeconcurreerd door supermarkten en e-commerce. Dat zal ik zeker niet ontkennen, ik zie het ook met lede ogen aan hoe kruideniers, krantenwinkels, viswinkels en alle mogelijke kleine economische distributiekanalen, die behalve een economische ook een belangrijke sociale functie hebben, het onderspit moeten delven. Als ik dat vers uit Mia van Luc De Vos citeer, dan bedoel ik dat het kapitalisme in alles de toon zet met een nietsontziende dynamiek van concurrentie en concentratie, die niet noodzakelijk de kleine neringdoener en – bij uitbreiding – het algemene welbevinden ten goede komt. Met de Gorki-quote alludeer ik op het kapitalistische totalitarisme waarin we ondertussen zijn terechtgekomen en waar we de uitgang niet meer vinden omdat die er wellicht niet meer is.

Dan komt in de repliek het daderprofiel aan bod. Niet de hongerige kruimeldief is een gesel voor de handelaar, maar wel de ontvreemder van luxegoederen, de obsessieve kleptomaan. Maar over hen had ik het niet. Ik had het over die Italiaanse sukkelaar die in eerste instantie zes maanden de nor werd ingedraaid omdat hij met een stuk kaas en een worst in de binnenzak van zijn sjofele jas geklist werd. De ‘toenemende technopreventie’ waar De Leener het over heeft, die het aantal diefstallen van luxegoederen, niet van worst, doet dalen, heeft niet daarop betrekking.

Pascal Cornet schrijft dat de maatschappij is verrechtst,’ schrijft Paul De Leener. En hij voegt eraan toe: ‘Daar heeft hij gelijk in.’ De Leener specificeert: afbouw van de welvaartstaat (ik zou zeggen afbraak), ‘meritocratische visie op de mens’… Maar, zegt hij, het is traditioneel links die deze afbouw initieerde en het is, in ons land, Verhofstadt geweest die het neoliberalisme tot in zijn uiterste consequenties ingang heeft doen vinden: liberalisering van nutsvoorzieningen die vroeger in handen van de overheid waren, privatisering van de winsten, algehele ‘ontvetting’ van de staat. Tot waar we nu gekomen zijn: een overheid die zodanig ontbonden is, dat ze bijvoorbeeld niet meer voor ‘een solide en kwaliteitsvolle basispolitiezorg’ kan zorgen. Want ja, ook de beveiligingssector is geprivatiseerd.

Ik ben het eens met Paul De Leener. Ik wil dus méér overheid en minder mogelijkheden voor enkelen om winst te maken op wat velen ten goede zou moeten komen. Daarom draag ik het hart op de juiste plaats, links dus. En omdat links inderdaad heeft bijgedragen tot de neoliberale ontbinding en atomisering van de samenleving (of daartegen dan toch onvoldoende weerwerk heeft geboden), tot op het punt dat nauwelijks nog van samenleving kan worden gesproken, stem ik sinds enkele jaren radicaal links.

Ook mijn bedenking dat de maatschappij verhardt, onderschrijft De Leener. Hij veronderstelt dat ik dit wijt aan de toenemende ongelijkheid. Hij voegt er een oorzaak aan toe: de te verdelen koek wordt kleiner en moet onder steeds meer mensen worden verdeeld. Uiteraard, vindt hij, moet daarbij de immigratiepolitiek onder de loep worden genomen. Die noemt De Leener ‘een farce’. Daarmee leunt hij aan bij wat extreemrechts verkondigt. Dat is een kwestie waarover ik mij niet uitspreek. Ik weet niet of natiegrenzen en paspoorten het juiste instrument zijn om te bepalen waar verdelende rechtvaardigheid eindigt en eigenbelang begint.

Dan krijgt de repliek van Paul De Leener een rare twist. Hij zegt dat ik de film A Ciambra gebruik om mijn betoog te staven. ‘Dit is niets anders dan een reïficatie van de werkelijkheid.’ Dat heb ik even moeten opzoeken. Van Dale biedt geen uitkomst: ‘tot een zelfstandigheid maken’. Met wat Wikipedia zegt, kan ik meer: ‘drogreden waarbij een abstractie zoals een idee of een hypothetische constructie behandeld wordt alsof het een concrete, werkelijke gebeurtenis of fysische entiteit is’. Ik veronderstel dat De Leener bedoelt te zeggen dat ik wat ik in de film heb gezien voor waar aanneem. Het feit dat de familie Amato in de film volledig uit acteurs bestaat die zo heten, en dus gelijkgesteld kan worden met de familie Amato in de werkelijkheid, lijkt dit te bevestigen.

Maar het blijft een film natuurlijk, een werk van fictie – en daar ben ik mij te allen tijde van bewust. Natuurlijk wordt de figuur van het hoofdpersonage ‘geromantiseerd’. Natuurlijk worden trekken uitvergroot, wordt een feitelijkheid vervormd. Ik gebruik geenszins deze film om mijn betoog ‘te staven’. Wat ik heb gedaan is: kijken naar die film en vervolgens, naar aanleiding ervan, mij proberen in te denken hoe deze mensen overleven in een wereld waarin voor hen geen plaats is. Wat gebeurt er wanneer de politie legalistisch optreedt (wat uiteraard haar taak is) en de kostwinners uit het gezin verwijdert? Wat moet de plaatsvervangende kostwinner dan doen, ook al is hij nog maar veertien? De kans is reëel dat hij op zijn beurt in de criminaliteit terechtkomt. Hebben de politie, de wet, de samenleving dan hun doel bereikt?

Zijn laatste twee paragrafen wijdt Paul De Leener aan een aspect van de Roma-cultuur dat ik niet ken maar waar ik wel enige sympathie voor kan opbrengen: zij zouden misdrijven plegen omdat zij zich niet willen schikken naar de waarden van de dominante cultuur van ‘de heersende witte klasse’. De ‘minzame Roma uit de film’ vormen een ‘anti-sociale minoriteit’. De criminaliteit die ‘rond deze families’ georganiseerd is, zou in die optiek minstens ook een uiting van verzet zijn. Dat zou kunnen. Maar ik wilde met mijn bedenking geen criminaliteit goedpraten, enkel de vraag stellen of een hongerlijder, Roma of niet, met een worst in zijn frak bij de lurven dient te worden gevat. Of wij zo iemand niet met wat meer begrip en lankmoedigheid moeten bejegenen.

6362

Damme, IJsberg, werk van Caroline Coolen - 211205