7 juni 2025
Omdat ik zoveel tijd in de lectuur ervan heb gestoken, besluit ik dat het toch de moeite waard is om een recensie te schrijven van Ooi en drom, zoals ik het boek van Anjet Daanje heb herdoopt. Waar ik aanvankelijk niet goed wist wat ik erover kwijt zou kunnen, kom ik nu toch uit op een notitie van plusminus twaalfhonderd woorden.
*
(…)
*
Een wandeling richting Smedenstraat. Uit de Oxfam sleep ik voor 20 euro vier boeken naar buiten: een roman van Meir Shalev (hoewel er hier nog een paar van hem al jaren ongelezen staan), Rovers van Jan Vanriet, een monografie over Paul de Wispelaere en In open veld van Josse de Pauw. In dat laatste boek begin ik meteen na thuiskomst te lezen en dat bevalt mij ten zeerste. Vlak bij de Oxfam woont P. Twee keer al nadat ik hem de laatste keer, op 28 maart, heb gezien, een periode waarin hij andermaal ten dode opgeschreven in het AZ en daarna in de Zwarte Zusters heeft verbleven, heb ik tevergeefs een poging ondernomen om hem te zien. De eerste keer stond ik aan het verkeerde ziekenhuis en de tweede keer werd ik, op weg naar het AZ, opgetrommeld door M om naar Springsteen te gaan. Maar nu is P wél thuis. Hij is niet alleen: ook N en J zijn aanwezig. GH verlaat net het pand. P, met de zuurstoftoevoer in zijn neus, heeft het even over GH, hoe onwezenlijk intelligent die man is en hoe onstuitbaar wanneer hij over een favoriet onderwerp begint te praten. En hij heeft véél favoriete onderwerpen. (…) Van Springsteen stuitert het gesprek via andere krasse podiumknarren – Jagger, McCartney en Dylan – tot bij… Herman van Veen. N heeft een herinnering aan ‘Het Land van Ooit’, waar Veen blijkbaar ferm zijn broek aan heeft gescheurd. Dat is de reden waarom hij op zijn tachtigste nog altijd moet optreden. ‘Hij is nog altijd heel stemvast,’ weet J, die hem samen met N onlangs in de Stadsschouwburg heeft zien optreden. Het gesprek kabbelt nog een tijdje rustig door. Ik informeer uiteraard naar P’s gezondheidstoestand. Ik vind dat hij er beter aan toe is dan de laatste keer dat ik hem zag. Hij beaamt dat, maar zegt wel dat hij drie ‘crisissen’ heeft moeten doorstaan: twee lichte en een zware. Hij vertelt over de zware. Die duurde wel twintig minuten. Het was als tegelijkertijd stikken en verdrinken. ‘Je moet je adem onder controle krijgen,’ vertelt P. ‘Niet gemakkelijk wanneer je in doodsangst verkeert. Je moet dubbel zo lang uitademen als inademen. Dat is al moeilijk als je niét in ademnood verkeert.’ Het gesprek neemt een luchtigere wending wanneer P over zijn ‘beeldschone’ huishoudhulp uit Curaçao bericht. Zij is, behalve beeldschoon, ook heel erg vriendelijk en ‘van alles voorzien’. Ik bespeur weemoed in zijn relaas. Tijdens dit bezoek, mijn portie sociale interactie voor vandaag (maar het is zeker genoeg), wordt er veel gelachen. Wanneer ik overeind kom en aanstalten maak om te vertrekken, zegt P dat ik ‘altijd welkom’ ben. Ik neem me voor gehoor te geven aan deze uitnodiging.
*
Twee afleveringen van Met de wind mee. Opnieuw kwaliteit. Dit is televisie op haar best. Wouter Deboot bericht vanuit Bosnië, Kosovo en Noord-Macedonië. In Skopje moet hij – meer dan terecht – lachen met de vele standbeelden die daar nog maar recent in een nationalistische kramp werden opgericht.

