zaterdag 13 juni 2026

LVO 359

fragment uit Het maaiveld


Ik gaf mijn mandaat als klasverantwoordelijke af aan Eric Colenbier, die in zijn eentje een maar matig door Bert en mij gesmaakte antitabakscampagne zou opzetten, en trad ook terug als hoofdredacteur van Boemerang. Ze mochten voortaan hun stencils zelf draaien en de fouten met behulp van nagellak zelf corrigeren. Ik besloot niets meer te doen, behalve mijn best om er zonder kleerscheuren door te geraken – en dat bleek al moeilijk genoeg. Door de nieuwe situatie op school kostte het me moeite om mezelf te motiveren – de enige motivatie was eigenlijk een negatieve: hier zo snel mogelijk uit weg geraken. Bovendien zal ook wel de onrust thuis geen al te gunstig effect hebben gehad op mijn schoolse prestaties. Over de op stapel staande scheiding van mijn ouders, overigens, had de directeur met geen woord gerept. Hij was vermoedelijk niet eens op de hoogte van de omstandigheden waarin ik dit laatste jaar op de middelbare school had vol te maken. Pas later zou het tot mij doordringen hoe abnormaal dit was, zelfs in die tijd, hoezeer het mij zou hebben geholpen als ik dan toch minstens op school met de beste zorgen zou worden omringd. Maar neen, in plaats daarvan werden ook daar kilte en gebrek aan geborgenheid georganiseerd. Want dat was wat er gebeurde: dat laatste jaar, van september 1978 tot juni 1979, bleek uiteindelijk niet veel meer dan een sombere wachttijd waarin niets noemenswaardigs meer gebeurde, waarin onze groep was uiteengevallen in een verzameling ontmoedigde individuen die allemaal naar een toekomst verlangden die niet anders dan beter kon zijn. Ook het feit dat mijn vriendschap met Bert was gestrand in een koppig aangehouden afstandelijkheid vrolijkte de boel niet op.

Hoewel, er gebeurde wel nog iets. Helemaal op het eind, vlak voor de laatste examens... Ik kom er nog op terug...