27 juni 2025
Ik moet, in het gezelschap van nog anderen, een vrouw interviewen. Zij is in mijn droom een kruising van S en een filmster, genre Marlene Dietrich of Jeanne Moreau. Eerst zitten we verkeerd gepositioneerd aan de tafel. Ik moet mijn vragen diagonaal over het tafelblad heen stellen. De andere aanwezigen horen wat wij zeggen en kwebbelen ertussendoor. Dan begint het te regenen (we zaten op het terras van een restaurant). We verhuizen met ons eten naar binnen. Daar hoop ik mijn gesprekspartner terug te vinden – maar dat lijkt onzeker.
*
Bijna aan bladzijde 200 van Notities van een theoreticus aanbeland. Tieshengs geknutsel met door elkaar lopende personages en tijden, en zijn gezeur over kinderlijke verliefdheden beginnen mij danig te vervelen. Nog 550 bladzijden te gaan…
*
(…) naar de Oxfam, waar ik, met het oog op een te schrijven boekverhaal, voor 2 euro Het Belgisch labyrint van Geert van Istendael aanschaf, minstens voor de tweede keer maar ik denk zelfs een derde keer want niet alle uitgeleende boeken keren terug naar hun eigenaar. En passant gris ik ook nog Vreemde vogels van Guido van Heulendonk en Gods ingewanden van Amélie Nothomb mee. Over dat laatste zegt de vrijwilligende kassier bij het afrekenen dat hij het ook wel eens zou willen lezen. (…) Terug thuis kijk ik even naar het Belgisch kampioenschap tijdrijden. Evenepoel verpulvert de tegenstand. Ik begin aan het Labyrint. Onweerstaanbaar goed geschreven, vind ik het nog steeds.
*
Na drie afleveringen van The Patient (…) besluit ik toch maar even het park tegenover mijn woonst in te gaan, waar deze avond de zomerbar is geopend. Tussen de naar schatting twee- of driehonderd aanwezigen herken ik niemand. Behalve dan de loodgieter en zijn vrouw – maar ik ken hen onvoldoende om zomaar bij hen te gaan zitten. Ik realiseer mij dat de gezellig keuvelende zomerbargasten mij zien als een eenzame oudere man die op zoek is naar wat gezelschap. Onverrichter zake keer ik terug naar mijn cocon. Ik sluit de ramen om het geroezemoes uit het park te weren, maak met wasco een tekening van drie fictieve koppen en nuttig daarbij nog een laatste pils als compensatie.