dinsdag 7 september 2010

250/365

I.

249/365

om te onthouden 1

Hoe het geheugen werkt, is een kwestie die mij steeds nadrukkelijker bezighoudt en u kunt wel raden waaraan dat te wijten is. Enfin, ik help u even: hoe slechter het werkt, hoe meer het mij bezighoudt natuurlijk.

Eergisterenavond overkwam mij het volgende. En ik wil het snel opschrijven – om het te onthouden. (*)

Maar eerst moet ik nog iets anders vertellen.

De voorbije maanden heb ik nogal af te rekenen gehad met allerlei schimmige instanties die zich bemoeien met wat ik uit het vele harde werken van de voorbije jaren in geldelijke vorm heb verkregen. Zij vinden niet dat ik te hard heb gewerkt (dat vind ík), maar wel dat ik daarvoor te veel heb gekregen en nu doen zij hun uiterste best om mij dat aan den lijve te doen ondervinden. Ik weet dat het een omslachtige manier van zeggen is maar ik bedoel maar: het is een naar gevoel te worden geconfronteerd met lui die blijkbaar niet geneigd zijn om te rusten vooraleer zij het onderste uit de kan hebben opgedolven en de kan – u volgt het plaatje – dat ben ik.

Maar goed, dit is niet de locus om mijn fiscaal en parafiscaal beklag te maken.

Op een van die instanties werkt een heel vriendelijke man. Hij mocht mij al een paar keer te woord staan aan het loket. ’t Is een heel vriendelijk loket, landschapsbureau, nauwelijks nog een loketaire afscheiding, er staat zelfs een kamerplant te wuiven in de deining die door de discreet blazende airco wordt opgewekt en door de deur die af en toe eens opengaat om een uitgeschudde middenstander binnen te laten.

En daar, achter het muurtje van zijn loket, staat dus Geert om uitleg te geven bij clausules en stipulaties die voor mij totaal oninzichtelijk blijven maar die wel een verschil maken in de portemonnee.

Ik dacht altijd dat ik goed werd bijgestaan door Geert. Maar niet dus – en dat heeft mij inmiddels enkele duizenden euro gekost. Ik bespaar u de details.

Het zal u echter zijn opgevallen dat ik nadrukkelijk de voornaam Geert hanteer.

Dat komt hierdoor. In de epistels die werden opgesteld gedurende de betwisting die volgde op de fouten die werden gemaakt, onder meer door Geert, moest deze altijd vriendelijke ambtenaar met name worden genoemd. En hierbij rees een probleem, dat ik u dus eerst moest toelichten alvorens te kunnen beginnen met de uiteenzetting over het voorval van eergisterenavond, aan de hand waarvan ik aanvankelijk dacht mijn verwondering over de werking van het geheugen te zullen illustreren. (Ik recapituleer hier even, zo raakt u de draad niet kwijt.) Dat probleem bestond erin dat ik, bij het opstellen van die epistels, mij steevast de familienaam van ‘Geert’ niet kon herinneren en mij dus moest verlaten op een omschrijving die, qua toonaard, niet echt in dat soort epistels thuishoort: ‘de vriendelijke man van loket X, die van zijn voornaam Geert heet maar wiens familienaam ik mij niet herinner, maar u zult vast wel weten wie ik bedoel’.

En zo ging het niet alleen in die epistels maar ook de talrijke keren dat ik aan Geert moest denken – want een paar duizend euro ophoesten, dat bezorgt een hardwerkende Vlaming wel eens kopbrekens. Misschien heeft mijn deficiënte, of dan toch op zijn minst eigenzinnig functionerende geheugen dáár wel iets mee te maken, met die kopbrekens.

Eergisterenavond dus, ik fietste van mijn ene thuis naar het andere, zie ik op het trottoir een rijzige man met een jongen – ’t is al laat, ze zijn op weg naar huis. ‘Vandesteene’ denk ik (ik gebruik hier een willekeurige naam). En pas daarna herken ik Geert van de sociale kas. Echt, zo ging het: eerst de naam, dan de herkenning. En dat terwijl ik al meerdere keren heel ingespannen naar die naam had gezocht.

Kijk, zo vreemd werkt dus het geheugen.

(*) Dat is meteen de bedoeling van deze nieuwe rubriek.

reactie

Ik heb in mijn leven ongeveer 1000 bladzijden Bolaño gelezen en weet nog altijd niet wat ik ervan moet vinden. Hij is voor mij de moeilijkst beoordeelbare auteur die er is.

Peter Venmans

*

hallo pascal

2666 ook nog niet uitgelezen, tot boek 4 . Vreemd vreemd boek, ontheemd. sommige figuren begrijp je beter dan anderen, sommigen zijn fascinerend (lalo pena) en florita.. maar nu had ik er ook even genoeg van. mooi hoe jij dat in woorden brengt hoe raar het was. merci voor de duw, want het is toch wel een zeer onhandige dikke rare boek.(vooral als je in bed leest)

Bea

reactie

Er ontstaat de indruk, althans bij mij, dat de in de etalage opgestelde figuur de rechtopstaande schaduw is van de figuur die in het uitstalraam lonkt :) Als je op die manier de snapshot bekijkt, krijgt hij een indringende betekenis.

Didier Maurice

2251

Brugge, Noordzand-straat – 100823

maandag 6 september 2010

baraque lecture 70

Ik las deze zomer op de camping de boeken drie en vier van Roberto Bolaño’s 2666. Dat is een dermate ingrijpende leeservaring geweest dat ik nu maar eventjes het laatste boek van dat vuistdikke conglomeraat laat rusten tot een volgende gelegenheid.

Bolaño vergt veel. Hij tergt je, hij snijdt in je ziel tot op het bot – als die ziel een bot heeft maar dat lijkt me in zijn wereldbeeld wel voorstelbaar. Hij pest je tot lijdens toe en dan heb je het, als je toch weer bijna vijfhonderd bladzijden van die kluif hebt weggeknaagd, wat ik dus heb gedaan, van de zomer, op die camping, wel weer even gehad met 2666.

Het beenhouwersjargon is hier wel van doen, me dunkt. Vooral in deel vier, ‘Het deel van de misdaden’, zijn de uitbeningen en messteken en amputaties niet uit de lucht – zij het dat deze bewerkingen niet, zoals in de beenhouwerij te doen gebruikelijk, op dieren worden uitgevoerd.
‘Het deel van de misdaden’ bestaat voornamelijk uit een opsomming van gortdroog beschreven vondsten van vermoorde – en niet alleen vermoorde – vrouwen in de gore, verpauperde, vervuilde en bijzonder onherbergzame achterbuurten, storten en braakliggende industrieterreinen van de (fictieve?) Noord-Mexicaanse woestijnstad Santa Teresa. We vernemen telkens hoe en – approximatief – hoe lang na hun – altijd gewelddadige – dood ze worden aangetroffen, door wie en waar, wat ze nog aanhebben, welke de doodsoorzaak is geweest, wie het onderzoek op zich neemt en – steevast – wat het onderzoek oplevert: niets.

Dat gaat dan bijvoorbeeld zo:

In oktober werd op de vuilstortplaats van het industriepark Arsenio Farrell de volgende dode aangetroffen. Ze heette Marta Navales Gómez, was twintig jaar oud, een meter zeventig lang en had lang, kastanjebruin haar. Ze werd sinds twee dagen vermist. Ze droeg een peignoir en een maillot, kledingstukken die haar ouders niet als de hare herkenden. Ze was meerdere keren…

Enzovoort.

Bolaño appelleert overduidelijk aan een vorm van voyeurisme en sensatiezucht bij zijn lezers. Maar hij appelleert ook, in een dubbele beweging, aan het besef bij diezelfde lezer dat dit voyeurisme en deze sensatiezucht op zich nooit kunnen verklaren hoe het komt dat je die lange lijst van meer dan tweehonderd van dergelijke verslagen tot het einde toe geboeid en gefascineerd doorneemt. ‘Het deel van de misdaden’ is, meer nog dan de drie delen daarvoor, een literaire krachttoer, die bij de lezer een hoogst bevreemdende esthetische sensatie teweegbrengt. Keihard, verpletterend, maar ook van soort van poëtische schoonheid die ik nooit eerder heb mogen ervaren. Hoe Bolaño dat teweegbrengt, is mij een raadsel, maar het moet iets te maken hebben met de volharding die hij aan de dag legt, het bezwerende van zijn litanie, de schijnbare onbewogenheid van zijn relaas.

Tussen de vondstbeschrijvingen door volgen wij enkele speurders en journalisten die als hulpeloze wespen rond de gesloten jampot cirkelen, of als motten rond een campinglamp. En wij krijgen een deerniswekkend en somber stemmend beeld van een industriële samenleving, een grensstad aan een gesloten grens bovendien, overbevolkt met uitzichtloze levens, een vervuild en dor landschap, de contouren van een gewetenloze samenleving.

getekend 39

getekend 38

1985 (?)

2250

Brugge, Muntplein – 100823

zondag 5 september 2010

248/365 / woord in beeld 4


247/365

246/365

245/365 / woord in beeld 3

S.

driekleur 25

Het lichaam werd, afgezien van een witte bloes, naakt aangetroffen, gewikkeld in een oude gele deken met een opdruk van zwarte en rode olifanten.

Roberto Bolaño, 2666, 612

driekleur 24

De dode vrouw droeg hotpants en een gele bloes van namaakzijde, aan de voorkant bedrukt met een grote zwarte bloem en aan de achterkant met een rode bloem.

Roberto Bolaño, 2666, 472

droom # 34

Ik droom dat Jorge Luis Borges tranen met tuiten huilt om het overlijden van Frederico Fellini en het vreemde is dat…
1. …natuurlijk Borges al jaren dood was toen Fellini stierf;
2. …in die droom ik Jorge Luis Borges bén;
3. …– drie laat ik u zelf invullen.

2249

zaterdag 4 september 2010

2248

De Panne – 100821

2247

D. – 100821

vrijdag 3 september 2010

2246

Brugge, Leeuwstraat – 100823

2245

Assebroek, Astridlaan – 100818

donderdag 2 september 2010

woord in beeld 3

2244

Brugge, Kruispoort-vest – 100818

2243

Brugge, Bloedput – 100818

woensdag 1 september 2010

getekend 37

244/365

243/365

2242

Brugge, Benenwerk-tent op de Markt – 100815

2241

Brugge, Markt met Benenwerk-tent – 100814