31 augustus 2025
(…)
*
Tijdens en na het middageten amuseer ik mij kostelijk met een aflevering van Chantal.
*
Ik begin aan Wat je van bloed weet van Philip Huff, en voor ik het goed en wel besef zit ik al op bladzijde 77. Proza op middelbareschoolniveau. X deed er op Facebook nogal positief over, maar misschien moet ik X niet als een referentie beschouwen.
*
Een kort bezoek van F. We bespreken meerdere onderwerpen. De euthanasie van PL was voor het kleine groepje dat hem in zijn laatste uur bijstond een ingrijpende en aangrijpende ervaring. Eerst namen ze elk afzonderlijk afscheid van hem, dan was er het gezamenlijke kraken van een veertig jaar oude fles Poire Williams die PL nog had staan. PL las dan zijn eigen afscheidstekst voor. Dan was er de in alle sereniteit uitgevoerde procedure met de twee aanwezige dokters. (…) Elk heeft zijn verhaal, een kernverhaal. Ik zou graag iets maken met portretfoto’s, in combinatie met telkens zo’n kernverhaal, dat ik heb opgetekend en uitgeschreven. De vergrijzing van het Willemsfonds. Het wrede vreemdelingenbeleid van onze overheid. (…) Vervolgens spoelen we de internationale geopolitieke situatie door. Vandaag was er een bijeenkomst van Aziatische leiders, onder meer China, India en Rusland: drie landen die samen een derde van de wereldbevolking vertegenwoordigen en die nu de wereldmacht naar zich toe trekken. Jawel, Poetin was erbij. Dan hebben we het over het mislukte doktersexamen. Samen met Zuhal Demir vind ik dat ze het maar beter opnieuw met pen en papier doen. En hoe zou het zijn met PG, na zijn appelflauwte op de uitvaartplechtigheid van PL? Ik was er de eerste getuige van en dacht dat hij doodging. Of al dood wás. Het kwam doordat er daar vier ex-lieven van hem waren, denkt F. ‘Dat was meer dan PG aankon!’ Op die uitvaart was er ook een vertegenwoordiging van de firma B, waar PL een groot deel van zijn leven heeft gewerkt. Volgens F hebben ze hem daar uitgeperst. Ze betaalden hem 15 euro per uur. En ze zaten achter een kostbaar voorwerp in PL’s nalatenschap aan. ‘Dat doe je toch niet op iemands uitvaart? Bovendien waren het zwartzakken tijdens de oorlog. Nu ja, daar kan die jonge B, die zijn vader is opgevolgd, niets aan doen.’ Ik vertel over de prachtige tekeningen die ik in PL’s nalatenschap heb aangetroffen. De meeste dateren van de jaren zeventig, toen hij les volgde aan de academie. F overhandigt me twaalf ongebruikte potloden die aan PL hebben toebehoord en die hij voor mij heeft meegebracht.
*
Het laatste deel van Le bleu du caftan, vanaf de triodans voor het open raam. Die scène luidt in de film een ommekeer in. (Of ben ik vandaag in een betere stemming dan gisteren om de film te bekijken?) De biechtscène aan het ziekbed van de vrouw. Pas nu, nu zij gaat sterven, zegt zij uitdrukkelijk dat ze het haar man niet kwalijk neemt dat hij homoseksueel is. ‘Ik had mij geen nobeler man kunnen wensen dan jij altijd voor mij bent geweest.’ Door de jongeman, het hulpje in het naaiatelier op wie haar man verliefd is, bij alles te betrekken, geeft zij haar zegen. Dan is er ook de scène waarin de man, die zich er voorheen altijd voor afwendde, de gehavende borst van zijn vrouw, en daarop het litteken, streelt. (…) Dat de man zijn vrouw zou laten begraven in de blauwe kaftan, waaraan hij de hele film lang heeft gewerkt, was getelefoneerd. Maar dat doet er niet toe. Enkele scènes in deze eigenzinnig-trage film hebben mij aangegrepen en zullen mij misschien een tijdje bijblijven.

