Ik wens iedereen een veilige oversteek naar 2007.
zaterdag 30 december 2006
Mijn woordenboek (142)
ADEMBENEMEND
Een duizelingwekkend landschap dat zich mijlenver in de diepe verte uitstrekt, een rollercostersensatie, een luipaard die achter een over hoge grassen en in paniek voortspringende reebok aanjaagt. Dit soort zeer aansprekende taferelen pleegt in die mate levenbrengende zuurstof aan te voeren naar ons verbeeldingsvermogen, ons voorstellingsvermogen, onze synesthetische prikkelcentra, dat er een intoxicatie ontstaat zodat, vreemd genoeg, het soort sensaties waarvan en waarvoor wij lijken te leven, ons de adem beneemt en, welbeschouwd, levensbedreigend is.
Dit is de sensatie die we in de kick zoeken: de dood in het leven, de in leven houdende dood.
You took my breath away. Is de liefde ook een kick? Wij zijn niet geneigd het te denken. Toch beneemt ook zij de adem: wij verliezen ons spraakvermogen, weten het even niet, slagen er niet in het overzicht – wat dat dan ook moge zijn – te bewaren en grijpen naar clichés.
Een duizelingwekkend landschap dat zich mijlenver in de diepe verte uitstrekt, een rollercostersensatie, een luipaard die achter een over hoge grassen en in paniek voortspringende reebok aanjaagt. Dit soort zeer aansprekende taferelen pleegt in die mate levenbrengende zuurstof aan te voeren naar ons verbeeldingsvermogen, ons voorstellingsvermogen, onze synesthetische prikkelcentra, dat er een intoxicatie ontstaat zodat, vreemd genoeg, het soort sensaties waarvan en waarvoor wij lijken te leven, ons de adem beneemt en, welbeschouwd, levensbedreigend is.
Dit is de sensatie die we in de kick zoeken: de dood in het leven, de in leven houdende dood.
You took my breath away. Is de liefde ook een kick? Wij zijn niet geneigd het te denken. Toch beneemt ook zij de adem: wij verliezen ons spraakvermogen, weten het even niet, slagen er niet in het overzicht – wat dat dan ook moge zijn – te bewaren en grijpen naar clichés.
vrijdag 29 december 2006
Alejandro Gonzalez Inarritu, Babel
Aan de basis van elk van de met elkaar verknoopte verwikkelingen die samen het kluwen van rampzalige gebeurtenissen en spraakverwarringen vormen waaruit de film Babel van Guillermo Arriaga en Alejandro Gonzalez Inarritu bestaat, ligt een stommiteit. Een Japanner die gaat jagen in Marokko, een Mexicaanse nanny die de aan haar toevertrouwde kinderen wederrechtelijk meeneemt naar het huwelijksfeest van haar zoon in het thuisland, twee Marokkaanse kinderen die elkaar proberen te overtroeven met het door de Japanner in hun land achtergelaten geweer… Of die verknoping waarschijnlijk is of geloofwaardig, doet er absoluut niet toe. Wie zich bij het bekijken van deze film aan onwaarschijnlijkheid stoort, laat zich nog te veel leiden door het achterhaalde verlangen naar een verhaal en dus naar onwerkelijkheid. Hij ziet over het hoofd dat de werkelijkheid niet uit verhalen bestaat. Het grootste realisme toont precies de onwaarschijnlijkheid van de werkelijkheid.
Een beeld dat me uit deze schitterende film zal bijblijven is de toeristenbus die door het ruige Marokkaanse bergland rijdt. De bus is onze aarde, doelloos zwervend door een ruig en onvriendelijk universum. Op de bus heersen spraakverwarring en tegenstrijdige belangen en op die manier is de bus het symbool van onze geglobaliseerde planeet waarop een akkefietje in het Verre Oosten de goede gang van zaken in Noord-Afrika of Mexico kan verstoren. Zolang de bus over gebaande en voorgeschreven en zorgvuldig van de plaatselijke realiteit afgeschermde paden rijdt, is er niets aan de hand, lijkt alles onder controle. Maar als een van de passagiers door een verdwaalde kogel wordt getroffen, ontstaat er wanorde, onenigheid, brute concurrentie. De bus rijdt een dorp binnen waar duidelijk nog nooit een bus is binnengereden. Je ziet de ontwrichting van dat dorp, alleen al door het binnenrijden van die bus. Terwijl de echtgenoot van het slachtoffer hulp zoekt, krijgt een andere passagier het te warm: er wordt bespaard op de airco. Zijn medestanders vinden dat hij er erger aan toe is dan de levensgevaarlijk verwonde passagierster. Zoals wij ons persoonlijke probleempjes belangrijker achten dan het leed van talloze onbekenden. De reizigers voelen zich bedreigd door de niet in hun denkpatronen en verwachtingen passende situatie en gooien alle solidariteit overboord. Er ontstaat ruzie. De bus rijdt uiteindelijk weg zonder de gewonde vrouw en haar man.
Op de flank van de bus prijkt de naam van de firma. Ik ben die naam vergeten. ’t Is iets als ‘Loisirs Tours’ of zo, het Franstalige equivalent van ‘Reizen naar de Zon’ of ‘Vakantiegenoegens’.
De eindgeneriek leert dat de regisseur zijn film opdraagt aan zijn kinderen, ‘de enige lichtpunten in deze duistere tijd’.
Een beeld dat me uit deze schitterende film zal bijblijven is de toeristenbus die door het ruige Marokkaanse bergland rijdt. De bus is onze aarde, doelloos zwervend door een ruig en onvriendelijk universum. Op de bus heersen spraakverwarring en tegenstrijdige belangen en op die manier is de bus het symbool van onze geglobaliseerde planeet waarop een akkefietje in het Verre Oosten de goede gang van zaken in Noord-Afrika of Mexico kan verstoren. Zolang de bus over gebaande en voorgeschreven en zorgvuldig van de plaatselijke realiteit afgeschermde paden rijdt, is er niets aan de hand, lijkt alles onder controle. Maar als een van de passagiers door een verdwaalde kogel wordt getroffen, ontstaat er wanorde, onenigheid, brute concurrentie. De bus rijdt een dorp binnen waar duidelijk nog nooit een bus is binnengereden. Je ziet de ontwrichting van dat dorp, alleen al door het binnenrijden van die bus. Terwijl de echtgenoot van het slachtoffer hulp zoekt, krijgt een andere passagier het te warm: er wordt bespaard op de airco. Zijn medestanders vinden dat hij er erger aan toe is dan de levensgevaarlijk verwonde passagierster. Zoals wij ons persoonlijke probleempjes belangrijker achten dan het leed van talloze onbekenden. De reizigers voelen zich bedreigd door de niet in hun denkpatronen en verwachtingen passende situatie en gooien alle solidariteit overboord. Er ontstaat ruzie. De bus rijdt uiteindelijk weg zonder de gewonde vrouw en haar man.
Op de flank van de bus prijkt de naam van de firma. Ik ben die naam vergeten. ’t Is iets als ‘Loisirs Tours’ of zo, het Franstalige equivalent van ‘Reizen naar de Zon’ of ‘Vakantiegenoegens’.
De eindgeneriek leert dat de regisseur zijn film opdraagt aan zijn kinderen, ‘de enige lichtpunten in deze duistere tijd’.
donderdag 28 december 2006
Benepen
Toen ik de zaal verliet, overviel mij een bijna tastbare treurigheid. Geen enkel moment had ik het grappig gevonden. En ik wíst dat er in die souvenirwinkel een heel rek met snuisterijen tegen de grond zou gaan toen ik al die vazen nog maar zag.
Het kwalijke van Borat is dat kritiek op Amerika er wordt geassocieerd met platvloerse onderbroekenlol – alsof het een niet zonder het andere kan. Wie hier een bevrijdende kijk ziet op culturele en ideologische benepenheid, vergist zich.
Het kwalijke van Borat is dat kritiek op Amerika er wordt geassocieerd met platvloerse onderbroekenlol – alsof het een niet zonder het andere kan. Wie hier een bevrijdende kijk ziet op culturele en ideologische benepenheid, vergist zich.
woensdag 27 december 2006
dinsdag 26 december 2006
zondag 24 december 2006
Ondanks…
…het recordaantal elektronische betalingen als nieuwsitem; de kerstmanpoppen die tegen de gevels opklimmen; de ijspiste die al half november bij twintig graden omgevingstemperatuur op de Grote Markt van Brugge werd opgetrokken; de nederzetting van inderhaast in elkaar getimmerde tuinhuisjes daarrond waarin glühwein wordt geserveerd en idioot vormgegeven kaarsen worden verkocht; het voornemen van het stadsbestuur om de kerstversiering tot in maart te laten hangen omdat hier dan een film zal worden opgenomen die een Brugge in kerstsfeer als decor nodig heeft; de veel te luide allesbehalve-kerstmuziek die uit onbereikbare boxen schalt in een miezerig-verlaten Langestraat… en ondanks nog zoveel andere betreurenswaardige en ergerniswekkende nevenverschijnselen van de obligate en opgeklopte maar al bij al opvallend vreugdeloze feestvreugde waarmee we dezer dagen rond de oren worden geslagen (en waarvan het enige lichtpunt is dat er na halloween en sinterklaas eindelijk een uitzicht begint te komen op enkele feestloze maanden – nu enkel oudejaar nog), wens ik u allen een vredige kerst.
zaterdag 23 december 2006
Ingezonden stuk (2)
Ik fietste door de Oude Houtlei en zag door een venster de gekromde gestalte van Christian M., de zwijgzame kapper van de Gentse dokters-en advokatenvrouwen. Het was N., de vrouw van P., die me hem ooit aanbevolen had. Hij was een Fransman met trotskistische sympathieën, een trotskistische coiffeur! en zij kende hem via haar eerste man, de trotskistische roerganger E.
Nadine was inderdaad trouwlustig en dat komt omdat haar echte naam, haar meisjesnaam, Proot is, vandaar.
De zoon van Christian M. zat samen met mijn collega S. in de elitaire Voskenslaan en die jongen die haar schopte en vetzak en brilsmurf noemde, knalde op een beloftevolle lentenamiddag van dertig jaar geleden met zijn mobylette tegen een stilstaande vrachtwagen. Ze schaamt zich nog over de opluchting die zij toen voelde.
En elke keer als ik daar voorbijkom en de chagrijnige rug zie van de vader, denk ik daar aan en denk ik dat hij daar aan denkt.
Nadine was inderdaad trouwlustig en dat komt omdat haar echte naam, haar meisjesnaam, Proot is, vandaar.
De zoon van Christian M. zat samen met mijn collega S. in de elitaire Voskenslaan en die jongen die haar schopte en vetzak en brilsmurf noemde, knalde op een beloftevolle lentenamiddag van dertig jaar geleden met zijn mobylette tegen een stilstaande vrachtwagen. Ze schaamt zich nog over de opluchting die zij toen voelde.
En elke keer als ik daar voorbijkom en de chagrijnige rug zie van de vader, denk ik daar aan en denk ik dat hij daar aan denkt.
vrijdag 22 december 2006
woensdag 20 december 2006
Ferroviaire observaties (5)
Op een late trein, ver achter de kantooruren, loopt alles iets anders, worden de conventies iets meer de vrije loop gelaten, heerst er een ingetogen uitbundigheid, is de algemene stemming een heel klein beetje anarchistisch.
Een opgeschoten halve kleurling, witgemutst en met een met bont gevoerde kap aan zijn anorak, oefent in het portaal op het ritme uit de oortjes van zijn iPod in de spiegel die het glas van de deur voor hem vormt een ingewikkeld danspasje. Benen links-rechts, de bovenarmen voor zich uit, kwartdraai naar rechts, een pirouette. Heel in de verte doemt Michael Jackson op. En dan weer opnieuw. Ondertussen kauwgum kauwend, strak voor zich uitkijkend, zich niets aantrekkend van wie hem bezig ziet. De vele spoorwissels en het daardoor veroorzaakte schudden van het spoorstel brengen hem bij het binnenrijden van Brussel-Zuid, waar hij uitstapt, niet uit zijn evenwicht.
Voor mij zitten een westerse vrouw met een rood lederen buishoedje en een oosterse, wellicht Japanse man met een kakigroene vilten deukhoed tegenover elkaar. De man houdt zich bezig met zijn gsm: hij speelt, denk ik, een spelletje. Opeens begint de vrouw heel stil, nauwelijks merkbaar, ver in de hoge tonen te zingen. Een wiegeliedje, iets heel etherisch. De Japanner kijkt op van zijn speeltje en tussen de twee rugleuningen van de stoelen die ons van elkaar scheiden door zie ik hoe hij, wijl zij zingt, de ogen op haar boezem richt. De jongeman aan de overzijde van het gangetje, die zich heeft verdiept in een achtergelaten Dag Allemaal, glimlacht.
Een opgeschoten halve kleurling, witgemutst en met een met bont gevoerde kap aan zijn anorak, oefent in het portaal op het ritme uit de oortjes van zijn iPod in de spiegel die het glas van de deur voor hem vormt een ingewikkeld danspasje. Benen links-rechts, de bovenarmen voor zich uit, kwartdraai naar rechts, een pirouette. Heel in de verte doemt Michael Jackson op. En dan weer opnieuw. Ondertussen kauwgum kauwend, strak voor zich uitkijkend, zich niets aantrekkend van wie hem bezig ziet. De vele spoorwissels en het daardoor veroorzaakte schudden van het spoorstel brengen hem bij het binnenrijden van Brussel-Zuid, waar hij uitstapt, niet uit zijn evenwicht.
Voor mij zitten een westerse vrouw met een rood lederen buishoedje en een oosterse, wellicht Japanse man met een kakigroene vilten deukhoed tegenover elkaar. De man houdt zich bezig met zijn gsm: hij speelt, denk ik, een spelletje. Opeens begint de vrouw heel stil, nauwelijks merkbaar, ver in de hoge tonen te zingen. Een wiegeliedje, iets heel etherisch. De Japanner kijkt op van zijn speeltje en tussen de twee rugleuningen van de stoelen die ons van elkaar scheiden door zie ik hoe hij, wijl zij zingt, de ogen op haar boezem richt. De jongeman aan de overzijde van het gangetje, die zich heeft verdiept in een achtergelaten Dag Allemaal, glimlacht.
zondag 17 december 2006
Verknoopt
Dag B.,
Je hebt gelijk, die verknoopte zinnen en zo (eerst ontrafelen en dan pas bij de boodschap komen): ik wil te veel tegelijk zeggen, of beter, ik zeg iets, en dan komt er mij alweer iets anders voor de geest en omdat ik zo kort van memorie ben, probeer ik dat andere ook meteen te verwoorden en op den duur - net als in deze zin, overigens - wordt de spreidstand te groot en moet ik hemel en aarde bewegen om alles nog in een min of meer aanvaardbare grammaticale plooi te wringen. Punt, oef.
In het ingewikkelde, 'verknoopte', van mijn zinnen wil ik het proces van mijn schrijven, dat een vorm van denken is, recht doen. Ik denk niet in korte zinnetjes. Ik denk associatief, constructief, kom altijd ergens anders uit dan waar ik had verwacht te zullen uitkomen - en stel dan vast dat het traject vaak interessanter is dan de bestemming, dat de vorm van de gedachte méér zegt dan de gedachte, de idee, zelf. Want alles is al gezegd, nietwaar, alleen de manier waarop…
Maar ik moet het ook niet te idealistisch voorstellen: soms loopt het inderdaad verkeerd af en valt er wellicht geen touw aan vast te knopen of, indien wel, stel ik het geduld van mijn lezer te zwaar op de proef. Veel heeft met het niet nemen van de nodige tijd te maken. 't Zal wel eigen zijn aan dit medium. Maar anderzijds, geef toe, heeft een mens toch veel meer aan een duizelingwekkende zin die dan toch, in extremis, nog op zijn pootjes valt dan aan korte, grammaticaal puntgave maar dor-steriele constructietjes.
't Is mijn vorm van megalomanie. Alsof ik, omdat ik het zo moeilijk gezegd krijg, in schrijfuitbundigheid mijn gram wil halen.
Ik heb zelfs grote voorbeelden, schrijvers die zinnen schrijven waarin je kunt zwelgen, waarin je kopje onder gaat en dan als een duiker die bijna te lang onder water is gebleven terug boven komt en lucht hapt en zegt: ik herlees die zin nog even, niet omdat ik hem niet heb begrepen maar omdat-ie verdomd zo mooi was. Proust. Sebald.
Van harte,
Je hebt gelijk, die verknoopte zinnen en zo (eerst ontrafelen en dan pas bij de boodschap komen): ik wil te veel tegelijk zeggen, of beter, ik zeg iets, en dan komt er mij alweer iets anders voor de geest en omdat ik zo kort van memorie ben, probeer ik dat andere ook meteen te verwoorden en op den duur - net als in deze zin, overigens - wordt de spreidstand te groot en moet ik hemel en aarde bewegen om alles nog in een min of meer aanvaardbare grammaticale plooi te wringen. Punt, oef.
In het ingewikkelde, 'verknoopte', van mijn zinnen wil ik het proces van mijn schrijven, dat een vorm van denken is, recht doen. Ik denk niet in korte zinnetjes. Ik denk associatief, constructief, kom altijd ergens anders uit dan waar ik had verwacht te zullen uitkomen - en stel dan vast dat het traject vaak interessanter is dan de bestemming, dat de vorm van de gedachte méér zegt dan de gedachte, de idee, zelf. Want alles is al gezegd, nietwaar, alleen de manier waarop…
Maar ik moet het ook niet te idealistisch voorstellen: soms loopt het inderdaad verkeerd af en valt er wellicht geen touw aan vast te knopen of, indien wel, stel ik het geduld van mijn lezer te zwaar op de proef. Veel heeft met het niet nemen van de nodige tijd te maken. 't Zal wel eigen zijn aan dit medium. Maar anderzijds, geef toe, heeft een mens toch veel meer aan een duizelingwekkende zin die dan toch, in extremis, nog op zijn pootjes valt dan aan korte, grammaticaal puntgave maar dor-steriele constructietjes.
't Is mijn vorm van megalomanie. Alsof ik, omdat ik het zo moeilijk gezegd krijg, in schrijfuitbundigheid mijn gram wil halen.
Ik heb zelfs grote voorbeelden, schrijvers die zinnen schrijven waarin je kunt zwelgen, waarin je kopje onder gaat en dan als een duiker die bijna te lang onder water is gebleven terug boven komt en lucht hapt en zegt: ik herlees die zin nog even, niet omdat ik hem niet heb begrepen maar omdat-ie verdomd zo mooi was. Proust. Sebald.
Van harte,
zaterdag 16 december 2006
Overschrijven (40)
De moeder de vrouw
Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ‘t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.
Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ‘t roer,
en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.
Martinus Nijhoff (1934)
Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ‘t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.
Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ‘t roer,
en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.
Martinus Nijhoff (1934)
Abonneren op:
Posts (Atom)




















