zaterdag 26 september 2026

boekverhaal 80

In deze rubriek heb ik het over door mij gelezen of in mijn bezit zijnde boeken waar een verhaal aan vasthangt of die iets bijzonders voor mij betekenen.

Karen Armstrong, Een geschiedenis van God

maart 1995

Groen aan een gracht

Hoe het precies is gegaan, weet ik niet meer, maar opeens zat ik in een salon van een poepsjiek Amsterdams hotel, ongetwijfeld aan een of andere gracht, zenuwachtig in mijn papieren frommelend te wachten op Karen Armstrong. Ik wist op dat moment nauwelijks wie Karen Armstrong was, behalve dan dat ze dat dikke boek Een geschiedenis van God had geschreven dat ik de twee weken voor deze afspraak op een drukproef-uitdraai had gelezen ter voorbereiding van het interview dat ik met haar in opdracht van De Standaard zou hebben. Ze liet even op zich wachten, dus had ik alle tijd om behoorlijk zenuwachtig te worden. Ons gesprek zou in het Engels verlopen, ook al had ik ternauwernood het niveau van het sjabloon ‘Is this your umbrella?’ uit het handboek First Things First overstegen. Dat ik ook van theologie geen kaas had gegeten, was evenmin een argument van doorslaggevend belang gebleken om deze beker aan mij te laten voorbijgaan. Ik was uitgestuurd naar de Grachtengordel en zou daar meedraaien in de door Armstrongs uitgeverij opgezette promocampagne, die zou leiden tot een voor deze theologe en uitgetreden non toch wel indrukwekkend renommee in de Lage Landen.

Ja, ik schat dat Karen Armstrong mede door mijn toedoen (naast het toedoen van een aantal andere scribenten) na Soeur Sourire een van de bekendste (ex-)nonnen in ons taalgebied en ver daarbuiten moet zijn geworden. (Ik herinner mij dat David Van Reybrouck haar enkele jaren geleden eens is gaan opzoeken in Londen. Waar ze nu is en hoe het met haar is gesteld? – ik zou het niet weten.)

Mevrouw Armstrong begroette mij allerhartelijkst en deed, zonder daarom meewarig te zijn, alsof ze het vóór mij op het salontafeltje liggende blad met handgeschreven vragen niet zag, waarop in allerlei kleuren omcirkelde en door talrijke pijltjes met elkaar verbonden kernwoorden verwezen naar de onderwerpen die ik in ons gesprek absoluut ter sprake wilde brengen maar die ik uiteraard allemaal ter plekke vergat. Haar houding stelde me gerust, en dat was ongetwijfeld haar bedoeling want ze zal ook wel meteen gezien en aangevoeld hebben hoe groen ik in het vak was.

Daarmee heb ik alles, maar dan ook werkelijk alles verteld van wat ik mij van dat gesprek herinner. De reis naar Amsterdam, de afgelegde afstand naar het hotel, het wachten op mijn beurt – want mevrouw Armstrong was uiteraard niet alleen voor mij naar hier gekomen – de weg terug naar de auto (of was het de trein?), de fotograaf die met me was meegekomen (of niet, want was er wel een fotograaf bij?) en de terugreis naar Groot-Bijgaarden: het is allemaal uit mijn geheugen verdwenen. Uitgewist. Wég.

Ik herinner me ook niet meer hoe ik het er in mijn steenkolenengels vanaf heb gebracht, daar aan die Amsterdamse gracht. Maar het interview heb ik wel uit het analoge en dus zo goed als ontoegankelijk geworden hiernamaals naar hier overgebracht: https://pascaldigital.blogspot.com/2016/07/beter-een-authentiek-atheisme-dan-een.html. En op dat interview mag ik – vind ik toch – best wel trots zijn.


(Een veel later gemaakte bespreking van Door de nauwe poort, waarin Armstrong het verhaal van haar kloosterbestaan en uittreding vertelt, staat hier: https://pascaldigital.blogspot.com/2021/01/karen-armstrong-door-de-nauwe-poort.html.)